Ad Valvas 1974-1975 - pagina 141
AD VALVAS — 15 NOVEMBER 1974
DRS. GILHUIS TOT GEREFORMEERDE VROUWEN:
Staat u nog achter de U? De Vrije Universiteit is een universiteit opxhristelgke grondslag. De meeste mensen weten dit vfel, maar er zijn er, die zich afvragen, of de VU nou wel zo heel veel verschilt van andere universiteiten, die niet christelijk heten te zijn. Drs. T. M. Gilhuis, wetenschappelijk hoofdraedewerker voor de algemene didactiek en de vakdidactiek der geschiedenis an de VU, is op dit gebied niet pessimistisch en raad de gereformeerde lezers van „De Gereformeerde Vrouw" aan zowel principieel als financieel achter de VU te blijven staan. Aldus blijkt uit een artikel van de heer Gilhuis in dit blad. Natmirlijk kan men vraagtekens zetten achter allerlei ontwikkelingen op de VU, maar, zo stelt Gilhuis, we moeten ons een u i t b r a a k v a n prof. Dooyeweerd blijven h e r i n n e r e n : „Overal w a a r Christus is, daar werkt de Satan ook."
de Wet Werkloosheidsvoorimg (W.W.V. dus . geen /v.). Bij tijdelijke banen, z. een arbeidscontract voor aaide tijd, zodat men van iren wist weer werkloos te den kan een minder hoge of helemaal geen uitkering gens de W.W. volgen. afgestudeerde neemt zelf slag. drijfsvereniging waarbij zijn is aangesloten zal nu zeer hijnlijk weigeren een W.W.ng uit te betalen omdat hij lig werkloos is. De betroknoet nu naar de Gemeenteociale Dienst om daar een te doen X)p de mogelijkhean de Wet Werkloosheids lening (dus geen R.W.V.). ommissie waarin o.a. verteordigers van vakbonden, solienst, G.A.B, en C.R.M, zitlebben bepaalt dan of de jname al of niet terecht is lioogte van de uitkering die ventueel krijgt. De uitkering imaal 75% van het laatst geloon. Krijgt men geen uitvolgens de W.W.V. dan men in het algemeeü ook ianmerking voor een uitkean de R.W.W. De commissie ert B. en W., zij nemen het ; beslissing van B. eii W. de W.W.V. kan een bezwaar I ingediend bij hetzelfde collegen hun beslissing kan men spraak van de Raad van Beinroepen en eventueel tegen Ispraak in beroep gaan bij de ile Raad van Beroep. besluit m.b.t. de Rijksregeling Werkloze Werknekan men eveneens een beindienen bij Burgemeester en Inders met als volgende ins Gedeputeerde Staten en de
GEWESTELIJK EIDSBUREAU (G.A.B.) ïn die werkloos is moet zich
zij het G.A.B, laten registreren wil hij voor één of andere uitkering in aanmerkinp komea. De werkelijke functie van het G.A.B, is als bemiddelaar te werken. Door als centraal punt op te treden hebben zij een veel groter overzicht van de vr^ag naar werknemers dan te verkrijgen is door de diverse kranten en tijdschriften te raadplegen. Bovendien wordt het G.A.B, opgebeld door sommige werkgevers voordat een advertentie geplaatst wordt. Alle- academisch gevormde werkzoekenden worden centraal geregistreerd, zowel om een overzicht te verkrijgen als ook omdat van academici verwacht kan worden dat ze bereid zijn te werken in een andere plaats dan waar ze ingeschreven zijn. Het Gewestelijk Arbeids Bureau heeft een vacaturebank die doos iedereen geraadpleegd kan worden. BIJZONDERE R E G E L I N G VOOR L A N G D U R I G WERKLOZEN Voor hen die langer dan een half jaar werkloos zijn kan een bijzondere plaatsingsregeling toegepast worden. Dit is de Regeling Tijdelijke Arbeidsplaatsen. Bij rijks-, provinciale en gemeentelijke instellingen die doordat ze een rijkssubsidie ontvangen zich ook aan het salarissysteem van het rijk moeten houden, kunnen tijdelijke arbeidsplaatsen vervuld worden door werkloze academici. Daarvoor wordt een subsidie aan die instelling verstrekt, gelijk aan de loonkosten gedurende ten hoogste een half jaar. Iemand die op deze wijze ergens geplaatst si kan dus na een half jaar weer werkloos worden. De ervaringen met deze regeling zijn tot nu toe erg gunstig geweest bij het G.A.B, omdat een aanzienlijk aantal van op die manier tijdelijk geplaatsten aansluitend daarop een vaste betrekking vonden. Om optimisme te voorkomen, het aantal tijdelijke banen is natuurlijk niet groot op dit niveau.
ÜIGE ADRESSEN westelijk Arbeidsbureau, 'i. Hoger Personeel, leuwe ZijdsvoorbuTgwal 120-126, Amsterdam. 1.63166 teekuur: maandag t/m vrijdag van 8.30—11.30 icaturebank v. h. Gew. Arbeidsbureau leuwe Zijdsvoorburgwal 120-126, Amsterdam. »pend: maandag t/m vrijdag 0.830—12.00 en 14.00—16.00 emeentelijke Sociale Dienst te Amsterdam tzijn districtskantoren, voor Zuid is dat itmastraat 2, spreekuren ma. t/m Vr. 8.45—11.15 en 13.30—15.30 1.731011 emeentelijke Sociale Dienst te Amstelveen «stanjelaan 3 ' 414541 tekuur: maandag t/m vrijdag 8.30—10.30
„Goedemorgen zusters — hoé is "t — staat u nog ächter de V U ? " luidt de titel van hetartikel van drs. Gilhuis in het septembernummer van „d~Gereformeerde Vrouw", een vraag die eigenlijk zo persoonlijk is, dat men onwillekeurig het stuk gaat lezen, of men nu nog achter de VU staat of niet. Gilhuis leeft zich eerst in in de mensen die ' bovengenoemde vraag met een hard „neen" beantwoorden. De VU is afgeweken van haar grondslag; in de basisformule is enige jaren geleden het woord gereformeerd geschrapt; uit publicaties van hoogleraren blijkt verschraling van het geestelijk karakter v ^ de VU; op colleges in de verschillende faculteiten is nog weinig te merken van het feit, dat het hier anders toegaat; er wordt 's ochtends niet meer gebeden. „Passen docenten zich niet te veel aan bij de tijdgeest en bij de heersende meningen van studenten? Studenten die „rood" zijn en de VU -steeds meer omturnen tot een bróeiplaats van linkse meningen en gedachten?" Ziehier een lijstje redenen om pricipieel de VU vaarwel te zeggen en nu de universiteit praktisch voor 100 % gesubsidieerd wordt, lijkt financiële steun ook niet meer nodig. Bovendien, wie zou er nog geld geven aan die studenten, die leven op beurzen, versterkt door ons kapitaal en nog kollegeruimten bezetten ook? En dan dat Uilenstede,_die studentenflats, waar iedereen bij iedereen huist en h o k t . . . SATAN Dit alles wordt dan door de heer Gilhuis verklaard door een uitspraak van prof. Dooyeweerd te citeren (zie boven). Op het eerste gezicht klinkt dat heel aardig, maar persoonlijk twijfel ik toch aan het waarheidsgehalte van deze uitspraak. Allicht zit er een kern van waarheid in', maar men kan er ook alles wat krom is mee recht praten. Beschouwt Dooyeweerd een christelijke universiteit of instelling, die nog daadwerkelijk handelt volgens zijn grondslagen, dan zegt hij: Kijk, Christus is er werkzaam; ziet hij daar en tegen een van huis uit christelijke instelling, die het met zijn grondslagen met meer zo nauw neemt en waar God een onbekende grootheid is geworden, dan zegt Dooyeweerd: Kijk, Christus is er werkzaam, alleen heeft Hij nu in hevige mate concurrentie van de Satan. Zou die verschraling op de VU niet gewoon te fwijten zijn aan het feit, dat een heleboel mensen niet meer geloven, geen relatie willen zien tussen geloof en wetenschap of om technische redenen op de VU werken of studeren? Denk alleen al aan studenten van nietchristelijke huize die door plaatsingscommissies op de VU gezet worden. D e heer Gilhuis stelt terecht, dat men de V U niet van alles de schuld mag geven. Over de studenten: „Zijn dat uw kinderen of die van de V U ? " G E E N ONRUST A b r a h a m Kuyper — de stichter van de Vrüe Universiteit — was In «erste Instantie niet van plan te streven naar een specifiek gereformeerdcL universiteit, maar naar een algemeen christelijke. Derhalve behoeft grondslag van de VU de term „gereformeerde beginselen" nooit naden nieuwe grondslag van de VU geen onrust te verwekken, aldus Gilhuis. „Zeker, het woord gereformeerd is weg, maar God en Jezus Christus en de Heilige Geest gaan in de nieuwe formulering voorop en hun boodschap blijft de roeping der VU bepalen."
vandaag de dag geen blad voor ä e mond. Wij dan wèl?" BEWIJZEN Er^wordt veel gezegd, dat de VU zich weinig aantrekt van haar grondslagen, maar de heer Gilhuis betwijfelt dit sterk: „Ik zou wel 's willen weten wié met de stukken in de hand vandaag zou kunnen bewijzen dat de VU niet, wil zijn dat wat haar in de grondslag wordt voorgehouden. Dat bewijs valt mijns inziens niet te leveren." Er blijkt dus geen onwil en dus heeft de VU recht op onze principiële en financiële steun, aldus de schrijver. Inderdaad geloof ook ik dat er geen stukken te vinden zullen zijn, die als bewijsmateriaal kunnen dienen, maar ik vraag mij af, of je daaruit mag afleiden dat er geen onwil is. Dit delicate en moeilijke onderwerp is m.i. niet te van"';n in stukken of ^ n o t u l e n van vergaderingen. De verschraling op de VU is het gevolg van allerlei invloeden van buitenaf en wordt niet zozeer veroorzaakt door besluiten, die intern genomen worden. Ik vind het jammer, dat de heer - Gilhuis het woord „bewijzen" bezigt. Over theologische en religieuze problemen kan men met elkaar twisten, maar het is doorgaans erg moeilijk, zo niet eenvoudig onmo_^gelijk, om bewijzen aan te dragen. Het bestaan van God is naar mijn weten nog nooit „met de stukken in de hand" bewezen en ook het samenspel van Christus en satan op onze VU is een axioma, dat door prof. Dooyeweerd, waarschijnlijk wel beredeneerd, geponeerd wordt. Met een en ander wil ik niet het belang van de VU als christelijke universiteit negeren. Integendeel, zolang er mensen zijn als drs. Gilhuis, die nog iets zien in de VU, die geloven dat de VU toch een heel duidelijke functie kan vervullen in onze maatschapij, die zich op ,een speciale manier thuis voelen op de VU, die „door alle mislukkingen heen een weg voor Jezus proberen open te breken", zolang kan de Vrije Universiteit een rol spelen bij het Christenzijn van vele mensen. Vanuit dit gezichtspunt bekeken ben ik het dan ook eens met drs. Gilhuis, als hij zegt in zijn laatste regel van zijn artikel: „Nu dan — goedemorgen zusters — ga er dan toch maar weer ächter staan!"
Dj)or Guus Herbschleb AV Volgens de schrijver is er een toenemende aandacht te constateren wat het waar maken van de doelstelling betreft. De heer Gilhuis is ook lid van de zgn. doelstellingscommissie: „In de doelstellingscommissie, door de universiteit ingesteld om wegen en vormen te zoeken waaruit het eigene van de VU zou kunnen worden afgelezen, wordt ( . . . O hard en enthousiast gewerkt." Gilhuis denkt aan de algemene colleges, waarin telkens weer geprobeerd wordt het plusteken te laten zien het christelijk geloof en de wetenschap. Hij denkt aan prof. J. Blok, hoogleraar in de natuurkunde, die in de vorige kursus elk kollege begon met een opening, waarin en bepaald thema in bijbelse omlijsting besproken werd. Hij denkt aan het feit dat hij studenten mag begeleiden bij het thema: de identiteit van het christelijk onderwijs. Hij kan op hoogst persoonlijke wijze getuigen van wat Christus in het onderwijs betekent. Hij denkt-^ voorts aan de plannen die er bestaan voor het bouwen van een kapel, waarvoor Vrouwen-VUhulp vier ton op tafel heeft gelegd. Hiervoor en voor andere niet-gesubsidieerde zaken is het nodig de VU financieel te blijven steunen. Gilhuis noemt ook het oprichten van een studiecentrum, waarbinnen alle gegevens in de vorm van artikelen, boeken, tijdschriften, die op het thema geloof en wetenschap betrekking hebben, zouden kunnen worden verzameld en geraadpleegd. Hij gelooft ook, dat op talloze colleges plotseling toch doorbreekt: kijk, daar heb je t' weer; hier gaat het ons nu wézenlijk om. D e schrijver vraagt zich af: „Wél universiteiten waar Marx ruim baan krijgt — en géén Vrije Universiteit waar men door alle mislukkingen heen probeert een weg voor Jezus open te breken? De „tegenpartij" neemt
^
Subfaculteitsraad PAW besluit: geen 60-40 Vrijdag ,1 november vergaderde de raad van de subfakulteit der Pedagogiese en Andragogiese Wetenschappen; op de agenda stond o.a. het punt 'demokratisering'. Het bestuur van de subfakulteit PAW heeft in september een brief aan het fakulteitsbestuur gestuurd met het verzoek de subfakulteitsraad in de huidige samenstelling, tenminste voor het-komende jaar, als wettig beleidsorgaan te erkennen. Deze mening heeft PAW ook al uitdrukkelijk naar voren gebracht op de UR-vergadering van 27 augustus, waarop, ondanks verzet vanuit de sociale fakulteit, het fakulteitsreglement, met daarin de 60-40 verhouding voor subfakulteitsraden, werd aangenomen. Het fakulteitsbestuur heeft inmiddels geantwoord op de brief van PAW: de huidige SFR mag nog een jaartje doordraaien in deze samenstelling, er hoeven niet direkt twee studenten uit de raad, maar de subfakulteit dient er wel rekening mee te houden, dat nog steeds de uiteindelijke verantwoordelijkheid berust bij (sub)fakulteit oude stijl (d.w.z. hoogleraren en lektoren). Bovendien achtte het fakulteitsbestuur het niet mogelijk vanuit de huidige fakulteitsraad PAW de fakulteitsraad te laten kiezen.
De raad van PAW was unaniem van mening, dat zij de vernieuwing van de fakulteitsraad niet in de weg staat. Zij stelde: „Onze subfakulteit heeft een reglement, dat gedragen worden door de hele subfakulteit, dat alle formele procedures heeft doorlopen, dat (al een jaar!) ter goedkeuring ligt bij de universiteitsraad en dat onder het fakulteitsreglement kan vallen op basis van het dispensatieartikel." Bovendien vond de raad, dat het fakulteitsbestuur volstrekt negatief op haar verzoek om erkenning had gereageerd. De raad besloot dan ook een brief aan het fakulteitsbestuur te zenden, waarin: — de raad aandringt op zo snel mogelijke verkiezing en instelling van de fakulteitsraad uit de huidige subfakulteitsraad, — de raad te kennen geeft, dat zij tegen de 60-40 verhouding is en, zodra de fakulteitsraad er is, een aanvraag tot dispensatie zal indienen, om in de huidige samenstelling te kunnen blijvsn funktioneren. Een unaniem_ besluit, dat gedragen wordt door de subfakulteit en dat kunnen we van het fakulteitsreglement beslist niet zeggen! EJA KLIPHUIS, sekr. demokratisering Hilaritas
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974
Ad Valvas | 404 Pagina's