Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 94

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 94

12 minuten leestijd

z

H E N Ü V A N U L S E N in Broodje Kultuur

Het Algemeen Cultureel Centrum gaat dit Jaar haar eerste kulturele broodje beleggen met een solo-optreden van de ons wel bekende Henk van Ulsen in „Het Fenomeen", een programma over de meestervervalser Han van Meegeren. Het leek ons zinnig om dit optreden van enige begeleidende infoiTOatie te voorzien. Voor Henk van Ulsen is zijn geboorteplaats Kampen nog steeds van groot belang: het landelijke stadje, associaties met ortodoks-christelijke achtergronden, met weilanden en rustige riviertjes . . . nog altijd voelt van Ulsen zich verbonden met religieuze liturgieën; heeft kontakten met ds. Visser in de Wester- en Huub Oosterhuis met zijn Amstelkerk. Vanaf de preekstoel ook bracht hij zijn programma: „Prediker", en een vergelijkbare sfeer ademen zijn 4-meiherdenkingen in het Konsertgebouw, waar hij de deklamatie van van Randwijks teksten uit de oorlogstijd overnam van Han Bentz van den Berg. Laatstgenoemde heeft een beslissende invloed op het uitgeoefend, evenals de dichteres Ida M. G. Gerhardt, aan wie hij ook een programma gewijd heeft van gedichten uit haar oeuvre. Henk van Ulsen is één van de weinige Nederlandse toneelkunstenaars, die zich op solotoneel hebben gespecialiseerd; zelf zegt hij daarover in een interview met Lien Heyting in Toneel Teatraal van juni '74: „Je weet van jezelf nooit of het een hang is naar persoonlijk briljeren". Uit dat artikel blijkt wel, dat enige ijdelheid hem niet vreemd is, een eigenschap die hem tot een ras-individualist maakt, een individualist echter van onnavolgbare klasse, die dan ook 'Soor diverse onderscheidingen erkend is: o.a. de Albert van Dalsumprijs in 1964 en de Louis d'Or in 1970. In 1949 cum laude geslaagd voor de toneelschool, konsentreerde hij zich — in de voetsporen van Bentz van den Berg — vooral op tekst. Niet meer de grote patetiese gebaren, maar de zuivere tekst werd belangrijk, met wat daaruit te halen viel... hij houdt-zich echter strikt aan gegeven teksten, improviseren dóet hij niet en kan hij niet. Met „Dagboek van een gek" van Gogolj toonde hij zijn begaafdheid tot het verbeelden van psichologiese diepgang, een richting waarin hij zich steeds" verder ontwikkeld heeft en waarvan ook „Het Fenomeen" een treffend voorbeeld is. Laten we hem zelf aan het woord: „We willen het aksent leggen op die voorvallen in het leven van van Meegeren, die waarschijnlijk de oorzaak waren voor het maken van die vervalsingen. We willen zijn gedrag aanvaardbaar, of liever gezegd, enigszins aanvaardbaar maken zonder dat we hem posthuum een veer in zijn kont steken. De tragiek van die man is groot genoeg: vanaf zijn jeugd zat hij gekluisterd in nauwende, enge begrippen, ingegeven door

Het is een misvatting dat de Witkar het milien minder zou verontreinigen dan andere vervoersmiddelen. (R. C. de Laat — VU)

Eindredaktie: Hans Bos, Jan Verdam. Medewerking: Bureau pers en voorlichting. Guus Herbschleb. Eduard de Kam: foto's. Frans Vera tekeningen. G.U.P.D. Ad Valves werkt samen met Folia Civitatis (Amsterdam), KU-NJeuws (Nijmegen), Quod Novum (Rotterdam), THB (Tilburg)^ Universiteitskraat Groningen en Utrechts Universiteitsblad in het kader van de G.U.P.D. (gemeenschappelijke universitaire persdienst), het samenwerkingsverband van universiteits- en hogeschcolbladen. Redaktie'adrcs: De Boelelaaa 1105 Postbus 7161 Amsterdam, telefoon 48 26 71. KopQ, niet bestemd voor de mededelingenrubriek, moet (getypt) uiterlijk maandagmorgen om 10 uur binnen zijn. Toezending Ad Valvas kan ook per post worden toegezonden. Wie van deze mogelijkheid gebruik wil maken kan dat — uitsluitend per briefkaart — melden aan: Administratie toezending Ad Valvas, Vrije Universiteit, postbus 7161, Amsterdam; onder vermelding van naam en adres en de mededeling of hij/zij student is of lid van het personeel. Advertenties: J. G. Duyker, t^Qordwolde (Fr.) Pcétbus 40 - Tel. 05612-541.

het geloof en door zijn ouders. Zijn jeugdfrustraties hebben zover doorgewerkt, dat hij tot de maliseuze gedachte kwam zich te bewijzen door vervalsingen", en: „Wat me zo ontroert m van Meegeren is de drift waarmee hij zijn daden pleegde: hij sloot zich zes jaar op in een kasteeltje in ZuidFrankrijk, zette hele komedies op touw voor zijn naasten om maar door te kunnen gaan met zijn werk." Zijn individualisme brengt echter wel een enorme vrijblijvendheid met zich mee: Psychologiese intensiteit is prachtig, maar intenisteit om deszelfs wil leidt tot lege steriliteit en moet wel doodbloeden. Van Ulsen wil vrij en onafhankelijk zijn, zich aan géén gezelschap binden, hoewel hij wel waardering kan opbrengen voor groepen als Baal en het Werkteater. Maar meewerken, nee! Eksklusiviteit vindt hij „wel mooi", gelooft hij zelf, en daarom sluit hij zich ook maar niet aan bij de NVT (Nederlandse Vereniging voor Toneelkunstenaars): „Ik heb nooit de noodzaak gevoeld om me bij zo'n vakvereniging aan te sluiten". Van Ulsen wil van Meegeren dus „als mens" naar voren halen, maar dan als mens, gelicht uit zijn historiese kontekst, m zijn — ongetwijfeld interessante — zieleroerselen . . . Het gaat echter niet op, iemand te waarderen alleen vanwege zijn psichiese kompleksiteit! Wat wil van Ulsen dan met deze voorstelling? t'Art pour 1'art? Zijn eigen vakbekwaamheid laten schitteren in de schijnwerpers? Het is ons inziens de vraag of vrijheidsliefde zich wel .'-an verwezenlijken door middel van zelfkultus . . . wij menen, dat ware, ook artistieke, vrijheid zich pas volledig kan ontplooien door samenwerking met vakgenoten naar een vrijheid, die dan ook gezamenlqk bereikt wordt! Dit alles neemt echter niet weg, dat het zeer de moeite waard zal zijn om van Ulsen's prestatie te gaan zien. Wij zullen nu enige aandacht schenken aan van Meegeren in" perspektief op zijn tijd; Gedurende zijn gehele loopbaan komt van Meegeren naar voren als een opposant van de moderne kunst. Als beginnend, kunstenaar schildert hij onderwerpen als^ „Kinderen met schapen", ;,Jongen met tulpen". Zijn stijl is „lieflijk, idealiserend, vederlicht", aldus ,JEeigen Haard", een soort voorloper van Panorama uk 1918. In bepaalde kringen vindt hij echter waardering... hij wordt in dat blad afgeschilderd als voortzetter der orgelklanken, natuumsioenen ets. De moderne kunst wordt afgedaan met de woorden: „Wanneer sommigen tegenwoordig bewe!«n, dat de kunst des te hooger komt te staan naarmate men zich meer van de werkelijkheid verwijdert, en dat de aanschouwing van bepaalde of onbepaalde vierkantjes kleur, hooger emotie moet wekken dan de dreunende orgelklanken van een Rembrandt, de fijne on-

stoffelijkheden van een Whistier, de verheven natuurvisioenen van een Turner, de maneragdoorzilverde droomen van een Corot, dan is het al heel ver met ons gekomen en dan zijn we diep gezonken in het moeras van impotentie en decadentie". In de kringen der offisiële kunstkritiek echter wordt van Meegeren nauwelijks gewaardeerd. IJaar beseft men dat de tijd van Rembrandt en de zijnen voorbij is, en dat van Meegeren's lieflijke idealen nia het juiste antwoord zijn op een tijd die nog natrilt van de Eerste Wereldoorlog en het fascisme al voelt naderen. Vanaf de tweede helft van de dertiger jaren slaat de ondergewaardeerde van Meegeren terug. Tegen gigantiese bedragen verkoopt hij Vermeers. Hij kruipt in de huid van Vermeer, wordt diens traditie en boekt als zodanig ongekende suksessen. Dit vervalsen en het feit dat men erin tippelt, kan niet losgezien worden van de jaren '30. De bewondering voor de poëtiese Vermeer en de lieflijke van Meegeren van hierboven valt samen met de veroordeling van de „dekadente" 20ste-eeuwse kunst. Van Meegeren's oppositionele houding t.o.v. moderne kunst bereikt zijn dieptepunt in zijn koUaboratie met de Duitsers. Gedurende de oorlog leeft hij als een vorst; zijn duur betaalde „Vermeers" sieren de vertrekken van o.a. Goring. Van Meegeren leende zich voor Nationaal-Socialistiese propagandadoeleinden . . . in de „Nieuwe Gids" van 1942 wordt van Meegeren hoog geprezen als'de tegenhanger van de ontaarde, door joodse invloeden verworden kunst. Zo verschijnt hij voor ons dus als een aartsreaktionair schilder, die handig misbruik wist te maken van de ingeslapen, zich hun tijd niet bewuste medeburgers uit de dertiger jaren. Hoe hij — individueeel gezien — hiertoe gekomen is, zullen we volgende week in „Broodje Kuituur" kunnen zien, waar een boeiende voorstelling ons wacht, een vertolking van van Meegeren, die we aan één der beste Nederlandse toneelspelers, Henk van Ulsen, wel kunnen toevertrouwen. De door ons geformuleerde kritiek blijft echter onverminderd van kracht en we hopen, dat deze voorstelling met de gegeven informatie in het achterhoofd zult gaan bijwonen. ' Namens A.C.C.: Lieke van Duin, Hans Kroon. Woensdag 23 oktober 13.30—14.30 uur in de Aula.

STUDIUM GENERALE 'RECHT EN MACHT' Ook voor deze academische cursus is er weer een studium generale in het universitaire curriculum opgenomen, hetgeen betekent, dat de colleges van het studium generale een officiële plaats hebben in het cöllegerooster der universiteit; dat betekent ook, dat alle studenten in de gelegenheid gesteld moeten worden om deze colleges bij te wonen. Daarom staan op de uren, waarop zij worden gegeven, de overige colleges en de practica stil. Ook voor dit jaar is weer de gebruikelijke vorm gekozen: hoorcolleges, eventueel gevolgd door discussies. Er bestond geen aanleiding noch ook een dringend motirf om met een andere vorm te gaan experimenteren. Immers, in de Voor-

gaande jaren is de belangstelling voor de coUeges van het studium generale, gemeten naar het aantal studenten, dat ze bijwoonde, bijzonder bevredigend geweest. Vanzelfsprelcend is daarop ook van invloed de keuze van het thema. Die keuze is voor de commissie voor het studium generale elk jaar opnieuw een moeilijke opgave. Een thema wotu %et studium generale moet aan enkele criteria voldoen. Het moet zich lenen voor een wetenschappeKjke behandeling en het moet eigenlijk alle studenten, ongeacht hun studierichting, kunnen aanspreken. Het moet, anders uitgedrukt, en -ook in dit opzicht een geseraal thema zijn. Daarom wordt in de regel gespeurd naar een thema, dat een eigentijdse problema-

Fout bij plaatsing studenten Er zijn dit jaar fouten gemaakt bij de plaatsing van eerstejaars studenten biologie, geneeskunde, tandheelkunde en diergeneeskunde. De fouten betreffen het officieel wél, maar in praktijk niet toelaten van studenten, «he vwgens hoge examencijfers of gunstige loting toegelaten hadden moeten worden. Zij mogen niet geweigerd worden op grond van een deficiënte vooropleiding. Aanleiding voor vragen in de learner is de ongelukkige situatie waar de heer J. Z. te Bergen in belandde. Hij haalde gemiddeld een 7VS bij zijn eindexamen gymnasium-b. Hij wil biologie studeren en paste daar zijn vakkenpakket op aan. In die tijd was het niet noodzakelijk dat daarin het vak natuurkunde voorkwam. Toen dat later wel werd geëist, werd hem gelijkertijd meegedeeld dat het mogelijk was deze deficiëntie op te heffen door het volgen van een cursus. Al sinds

midden januari heeft Z. geprobeerd te weten te komen hoe de faculteit het een en ander dacht te organiseren. Toen Z. in juli op vakantie ging kwam de brief binnen dat de cursus 23 juli zou beginnen en 29 augustus zou worden beëindigd in een examen. Toen Z. terugkwam bleek het onmogelijk de opgelopen achterstand in te halen. Hij kon niet aan het examen deelnemen. De. faculteit weigerde Z. toe te laten. De Tweede Kamerleden mr. A. Kosto en drs. K. Kolthoff hebben hierover schriftelijk vragen gesteld aan de regering. Naar aanleiding hiervan heeft staatssecretaris Klein opdracht gegeven deze studenten onmiddellijk tot de universiteit toe te laten. De verantwoordelijke plaatsingscommissies zijn hiervoor door de staatssecretaris op de vingers getikt.

tiek inhoudt en wel van een zodanige aard, dat, naar verwacht mag worden, ieder er door gewekt wordt. Na veel wikken en wegen, na afweging ook van andere mogelijkheden heeft de commissie ten slotte gekozen voor het thema „Recht en Macht", in de zekerheid, dat het zich leent voor een behandeling op universitair niveau en in de verwachting dat het aanslaat bij allen voor wie het bedoeld is: de studenten. Het is hier niet de plaats om expliciet op allerlei aspecten van de problematiek van recht en macht, ook in hun onderlinge verwevenheid in te gaan. Er is in onze tijd veel kritiek jegens recht en macht. Zij komt uit allerlei hoeken, uit zich op allerlei wijzen. Een rechtsbestel wordt soms beschouwd als een macht, die een verwerkelijking van een rechtvaardig maatschappelijk bestel in de weg staat en macht wordt soms gezien als een normloze zaak. Om een der uitgenodigde sprekers te citeren: „Willen wij eventueel vanuit een verantwoord mensbeeld de plaats van recht en macht ook ten opzichte van de menselijke vrijheid bepalen, dan

zijn belde fenomenen juist met het ook op die vrijheid onmisbaar, en wel juist weer in hun onderlinge vervlechting. Een rechtens genormeerde macht is dan even goed als een met macht toegeruste rechtsorde noodzakelijk om een ieder voor zichzelf en met de anderen de speelruimte der vrijheid te waarborgen, waarin men met de anderen tot zichzelf kan komen, of waarin men met de anderen tot zichzelf kan komen, of waarin men, zichzelf zijnde, met de anderen kan communiceren." Hopelijk geeft dit rechtsfilosofische citaat enig inzicht in de wezenlijke problematiek vMi het thema Recht en Macht. Verder zij verwezen naar het programmaboekje, dat nadere informatie geeft over de opdeling van het thema in concrete onderwerpen en waaruti ook blijkt dat voor een interdisciplinaire opzet gekozen is. De commissie hoopt, dat zij met haar keuze de civitas der universiteit een goede dienst heeft bewezen. Namens de commissie W. J. WIERJNGA, voorzitter

PROGRAMMA STUDIUM GENERALE 1974/'75 THEMA „RECHT EN MACHT« Inleiding: Prof. mr. J. J. M. van der Ven; 28 oktober 1974 Sociaal-juridische aspecten: _ Mr. drs. A. J. Hoekema; 5-november 1974 Vierde Macht: Prof. dr. A. van Braam; 11 november 1974 Burgerlijke ongehoorzaamheid: Mr. A. A. M. van Agt, 21 november 1974 Recht en rechtspraak: Prof. mr. G. E. Langemeyer; 26 november 1974 Internationaal Recht: Mr. P. H. Kooymans; 2 december 1974 De colleges zullen plaats vinden in zaal KC-07 en vangen telkens te 16.30 uur aan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 94

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's