Ad Valvas 1974-1975 - pagina 167
11
AD VALVAS — 29 NaVElVffiER 1974
H. J. A QUINA IN EERSTE NEDERLA NDSE PROEFSCHRIFT OVER DIT ONDERl^ERP:
Organisatiestruktuur middel voor goed wetenschapsbeleid Een systematische opzet van h e t wetenschapsbeleid, waarbq uit doel stellingen maatregelen worden afgeleid is op dit moment niet optimaal, aldus de Nqmeegse politicoloog H. 3. A quina die vandaag promoveerde op h e t proefschrift 'Beleidswetenschap e n wetenschapsbeleid'. Hiermee gaat h ü in tegen h e t streven van COBA (Commissie ontwikkeling b e leidsanalyse) die h e t overheidsbeleid juist wel op deze manier wil struc tureren 1). Zijn dissertatie over h e t weten schapsbeleid (voor Nederland de eerste) is i n twee delen opge splitst. I n h e t eerste deel wordt een beschrijving van de ontwik keling van de politicologische b e leidsanalyse gegeven (dat is de systematische bestudering van h e t overheidsbeleid, waarbi) het overheidsbeleid zo veel mogelyk beschreven, verklaard en geëva lueerd wordt.) M e t behulp v a n deze politicologische beleidsana lyse wordt getracht de ontwikke ling en de optimaliteit van h e t Nederlandse wetenschapsbeleid, in vergelyklng met Engeland en WestDuitsland, te analyseren. PROBLEEMSTELLING EN ONDERZOEKSMETHODE Het doel van de studie van Aquina was antwoord te krijgen op o.a. de volgende vragen. Welke theoretische benaderingen, m e t h o d e n en technieken zUn in de beleidsanalyse ontwikkeld oa\ de inhoud van h e t overheidsbeleid en d e relatie tussen de inhoud van h e t overheidsbeleid en de wijze waarop deze tot s t a n d komt t e bestuderen. A ls onder weten schapsbeleid wordt verstaan een min of meer weloverwogen stre ven om t e n a a n z i a i van weten schappehjk onderzoek bepaalde doelstellingen met bepaalde mid delen en i n een bepaalde tijds volgorde t e bereiken, welke ver schillen zijn er d a n te vinden in de ontwikkeling van h e t weten schapsbeleid van de centrale overheid sinds 1965 i n Nederland, Engeland exi WestDuitsland. Op giond van zijn analyse t r a c h t Aquina h e t wetenschapsbeleid v a n d e Nederlandse overheid t e beschrijven in t e r m e n van ratio nalisering en demokratisering en te evalueren op basis van model len voor een optimaal beleid. Tot slot komt A quina met een a a n tal aanbevelingen, die tot verbe tering van beleid zouden kunnen leiden. Bij dit onderzoek, d a t een beschrijvendvergelijkend k a r a k ter draagt, wordt gebruik ge m a a k t van statistisch materiaal, afkomstig van officiële instanties. Het bestaande statistische m a t e riaal wordt aangevuld met een analyse van openbare verklarin gen van en interviews met per sonen en instellingen, die nauw
Extraneï geen studentassitent Extraneï kunnen niet worden be noemd t o t studentassistent. Het is slechts mogelyk iemand t e b e noemen tot studentassistent, wanneer men is ingeschreven als student. Aldus een mededeling van de Hoofdafdeling Personeelszaken V.U. Over h e t studiejaar 1974 1975 k a n studentassistenten een tegemoetkoming in h e t kollegegeld worden gegeven, welke ƒ 100,— per eenheid (max. ƒ500,—) bediaa^t.
betrokken zijn schapsbeleid.
bij
het
weten
AANBEVELINGEN Als eerste aanbeveling geeft Aquina d a t een optimaal beleid k a n worden gevoerd door met n a m e a a n d a c h t te schenken a a n de strukturen waarin h e t beleid wordt gevormd en d a t niet zozeer moet worden gekeken n a a r de doeleinden van h e t beleid. De or ganisatiestruktuur ziet A quina als middel om tot een weten schapsbeleid te komen. K e n m e r kend is d a t Nederland en West Duitsland zich in eerste instantie met de doelstellingen van h e t be leid hebben beziggehouden en n u veel meer h u n a a n d a c h t richten op de organisatie van h e t we tenscliapsbeleid. O n d a n k s pogingen van de over heid om de doeleinden te explici teren, is e r nog geen sprake van duidelijke formuleringen van doelstellingen. Bovendien worden er geen beleidsbeslissingen geno m e n op basis v a n verwachtingen van toekomstige ontwikkelingen. Hieruit k a n de conclusie worden getrokken d a t we niet k u n n e n spreken van een ontwikkeld be leid. PRODTJKTSGEWIJS Aquina heeft met n a m e onder zocht in hoeverre onderzoek als middel wordt afgewogen tegen andere middelen tot h e t oplos sen van allerlei beleidsproblemen (produktsgewijze benadering), alsmede in hoeverre beleid ten opzichte van h e t geheel van on derzoek wordt gevoerd (funktio nele benadering), Hy geeft de voorkeur a a n een produktsgewijze a a n p a k boven . een funktionele, wat betekent d a t zijn beleidsmo del neigt n a a r een zg. 'Republic of Management' (zie h e t C a n a dese Lamontagne r a p p o r t ) . I n de 'Republic of M a n a g e m e n t ' zijn de wetenschappelijke onderzoekers a a n n e m e r s en uitvoerders van opdrachten van de zijde van h e t m a n a g e m e n t (in bedrijfsleven of overheid), in het algemeen van de opdrachtgever of klant (in Engeland wordt dit h e t custom ercontractor principe genoemd). Aquina pleit er voor d a t een over legorgaan dat adviezen moet ver strekken a a n de overheid zoals de RAWB, bestaat uit vertegen woordigers, gebruikers van on derzoek en beleidsvoerders. A d vieslichamen (zoals bv. de RAWB) funktioneren niet zo goed doordat de adviescoromis sles — een te omvangrijke en niet goed begrensde taakstelling h e b ben. — te weinig kontakt hebben met h e t politieke systeem. — t e weinig kontakt hebben m e t het onderzoekssysteem. Externe en interne demokratise ring wordt gezien als een noodr zakelijke voorwaarde voor h e t voeren van een optimaal weten schapsbeleid. OPMERKELIJK Verder komt A quina tot de op merkeiyke uitspraak d a t minis ters verantwoordelijk zyn voor
d a t onderzoek, d a t k a n bijdra g e n t o t h e t verwezenlijken van h u n eigen doelstellingen en m i nisters inzake onderzoek alleen overleg dienen te plegen in een intermüiisterieel overleg. Hy wijst d a a r m e e dus de minister zonder' portefeuille voor h e t weten schapsbeleid af en ziet alleen een tijdelijke funktie voor h e m weg gelegd nl. h e t reorganiseren v a n h e t wetenschapsbeleid. Minister Trip heeft gelukkig al meermalen laten weten, d a t hl] de a a n p a s sing van de organisatiestruktuur als één v a n zyn belangrijkste t a ken beschouwt. Aquina hoopt d a t zijn bevindin gen h e t besef bij politici e n we tenschapsbeoefenaren versterken d a t 'doelstellingsfimkties van de Nederlandse staatsbuigers, voor zover onderzoek d a a r een varia bele in is, kunnen worden ge maximaliseerd indien h e t onder zoek doorzichtig blijft voor be leidsvoerders. Voorwaarden zijn dan d a t — geen onderzoeker exclusieve aanspraken kan maken op een bepaald onderwerp (en daarmee een eigen beschermd gebied krijgt) — onderzoekers, mits gekwalifi ceerd, zelfbestuur genieten bin nen de door de overheid vast gestelde begroting (zodat er geen hiërarchische met op groei b e luste machthebbers zijn.) Zelf vindt A quina dit pleidooi voor onderzoekerszelfbestuur nog al konservatief klinken. Op dit p u n t geeft A quina duide lijk de voorkeur a a n een ander ideaal beleidsmodel, de zg. ' R e public of Science' (voorgesteld door Michael Polanyi). I n deze 'Republic of Science' zijn weten schappelijke onderzoekers a u t o noom, de selektie van onderzoek b i n n e n een vakgebied gebeurt door competente kollegaonder zoekers (het principe van 'judge m e n t by peers') en de m a a t s c h a p pij heeft t o t ' taak de 'Republic of Science' en bloc te financie ren. Hoewel A quina geen expliciet o n derscheid m a a k t in onderzoeks en wetenscliapsbeleid, lijkt hij m e t betrekking tot h e t weten schapsbeleid h e t model van de 'Republic of Management' voor
Advertentie
^^:^ :m
maken?'}
, Van de ASR.wêr: 15 tot 5Ö/o echte korting op vrijwelal jé spullen. y Loop even bij deASA/ASR binnen.Er is eert katitoorlnelke studentenstad. ^ Ceritraie informatie: 0 3 0 3 3 3 4 l 4 > :
te staan, terwijl hij voor h e t on derzoeksbeleid de 'Republic of Science' als ideaal type ziet. Geen aanbeveUngen vinden we in de richting van de door A quina ge signaleerde kommmükatiekloof tussen beleidsvoerders en onder zoekers. Zij spreken immers el kaars t a a l niet en b« de d e p a r tementale staf ontbreekt i n h e t algemeen kennis van wat onder zoek k a n b e d r a g e n t o t h e t op lossen v a n problemen waarmee h e t d e p a r t e m e n t gekonfronteerd wordt. De dissertatie van A quina lijkt verschillende lezenswaardige p i m ten te bevatten voor politici, b e leidsvoerders en onderzoekers die zich met de problematiek van h e t wetenschapsbeleid bezighouden. De aanzet tot politicologische stu die van h e t wetenschapsbeleid lijkt veelbelovend, m a a r veel van
de analyses en ideeën van A qui na vragen nadere uitwerking. (Chemisch Weekblad) Jan Moen en A rie Rip. 1. Vergelijk ook h e t rapport v a n de 'Werkgroep Methodiek W e tenschapsbeleid' (Beleidsanalyse '743). By «en volgende gelegen heid zal op dit p u n t nader wor den ingegaan.
Het feit d a t wö leven in de eeuw van het kind is nauwelijks terug t e vinden in de kwantiteit en nog minder in de kwaliteit van de door de Nederlandse televisie uitgezon den kinderprogramma's E. van de Sande, Delft
Honorering wetensohappers me dïiohi fakylteiten aan inden
staatssecretaris Klein vanonderwijs en wetenschappen heeft a a n de Staatssecretaris Klein van onderwijs en wetenschappen heeft a a n de academische ziekenhuizen h e t z.g. 'principestandpunt' van de regering medegedeeld o m t r e n t h e t vraagstuk van de honorering van h e t wetenschappelijk personeel der medische fakulteiten. De bewindsman heeft een dergelijk s t a n d p u n t noodzakelijk geacht vanwege de belangrijke mplicaties, die de regeling van de honorering van h e t wetenschappelijk personeel van de medische fakulteiten op h e t tenein van de volksgezondheid en In het totale inkomensbeleid heeft. Volgens dit principestandpunt dient de t h a n s gehanteerde 'Querido regeling' te worden ingetrokken en de verwerving van particuliere i n komsten in de academische ziekenhuizen te worden beëindigd. I n de toekomst zullen alle inkomsten verband houdende met de behandeling van patiënten in academische ziekenhuizen in de ziekenhuiskas moe t e n vloeien. Voor de honorering van h e t wetenschappelijk korps der medische fakulteiten wordt een ambtelijke regeling getroffen inhoudende een extra honorering n a a s t h e t normale universitaire salaris. Ten aanzien van de hoogte van deze toelage is uitgangspunt voor verdere uitwer king van de regeling een percentage van h e t huidige imiversitaire salaris in de orde van gemiddeld 25 en maximaal 50.. De toekenning van de toelage dient volgens de bewindsman in b e ginsel beperkt t e blijven tot die leden van h e t korps, die medische ver antwoordelijkheid dragen voor de behandeling van individuele p a t i ë n ten, m a a r op grond van de marktsituatie kuimen ook nietmedici hier voor in aanmerking komen. De bewindsman deelde tot slot mee spoedige reakties van de betrok ken besturen op prijs te stellen. Het ligt in zyn voornemen hen bij d« verdere uitwerking van de regeling te betrekken^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974
Ad Valvas | 404 Pagina's