Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 69

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 69

9 minuten leestijd

22e JAARGANG — NUMMER 7

4 O K T O B E R 1974

DEZE WEEK: • Het nieuwe blad van Marias Broekmeyer, pag. 2. • VU werkt mee a,an actie voor ziekenhuis in Vietnam, pag. 3. • De tandartsverzekering voor studenten, pag. 4.

W E E K B L A D VRIJE UNIVERSITEIT

Akademische Raad heeft bezwaren tegen wetsontwerp rijksuniversiteit Limburg De academische raad zou er veruit de voorkeur aan geven wanneer staatssecretaris Klein het wetsontwerp betreffende de stichting te Maastricht van een rylisuniversiteit zou intrekken. Dit is gebleken tijdens de op 27 september jl. te Utrecht gehouden plenaire zitting van de raad waarin de adviesaanvrage van de staatsescretaris inzake het 'ontwerp van wet rijksuniversiteit Limburg' werd behandeld. In deze zitting is uiting gegeven aan ongenoegen over het voldongen feit dat met de uitvoering van de wet, waarvan het ontwerp de raad is voorgelegd, reeds begonnen is. De academische raad is van oordeel dat op deze wijze bij de opzet en ontwikkeling van een voor het gehele wetenschappelijk onderwijs zo belangrijke aangelegenheid als de oprichting van een nieuwe instelling van wetenschappelijk onderwijs voorbijgegaan is aan de in de wet verankerde overlegstructuren van het wetenschappelijk onderwijs. Een van de belangrijkste overwe-

gingen, welke hebben geleid tot het voornemen een achtste medische faculteit op te richten, was destijds de uitbreiding van de opleidingscapaciteit voor artsen. Thans spreekt echter de memorie van toelichting op het wetsontwerp van 'soelaas' bieden aan de 'grote' faculteiten, die op het ogenblik onder sterke druk staan'. De academische raad wijst erop dat hier niet alleen de argumentatie is gewijzigd, doch ook een beleidsvoornemen kenbaar wordt gemaakt dat in economische zin moeilijk te verdedigen is. Door de uitbreiding van de bestaande medische facul-

teiten kan namelijk op dit terrein goedkoper soelaas worden geboden dan door de oprichting van een nieuwe universiteit, die een kostbare zaak is. Ook is in de raad gewezen op de tegenspraak in het met betrekking tot het wetenschappelijk onderwijs gevoerde overheidsbeleid. Enerzijds worden namelijk de voor het wetenschappelijk onderwijs bestemde financiële middelen beperkt, anderzijds gaat men echter een nieuwe universiteit oprichten. De academische raad is mede op grond van deze overwegingen tot de uitspraak gekomen dat, indien onverhoopt de volksvertegenwoordiging deze beleidsvoornemens goedkeurt, de oprichting van een rijksuniversiteit te Maastricht niet ten koste mag gaan van de reeds bestaande universiteiten en hogescholen.

Oud VU-medewerker hoogleraar in Utrecht, pag. 10.

UITZONDERINGSPOSITIE Doordat de wet op het wetenschappelijk onderwijs en de wet universitaire bestuurshervorming in de opbouwfase voor een groot deel niet op de nieuwe universiteit van toepassing zouden zijn, zou deze een uitzonderingspositie ten opzichte van de overige instellingen van wetenschappelijk onderwijs innemen. De academische raad heeft hiertegen ernstige bedenkingen. In de eerste plaats omdat blijkens het commentaar van zijn sectie geneeskunde op het wetsontwerp de artsenopleiding in Maastricht in essen-^ tie niet zal afwijken van de opleidingen elders, vervolgens omdat een uitzonderingspositie zou inhouden dat de nieuwe universiteit niet aan het in het kader van de academische raad plaatsvindende overleg en samenwerking betreffende het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek zou deelnemen. Tenslotte is opgemerkt dat volgens de wet op het wetenschappelijk onderwijs een universiteit ten minste drie faculteiten kent. In het wets-"^ ontwerp is evenwel slechts sprake van twee faculteiten, te weten de faculteit der geneeskunde en de faculteit der algemene wetenschappen. Deze laatste kent de wet echter niet.

^

Schorsing Willem Kuipers opgeheven De schorsing van de hoofdredacteur van het Utrechts Universiteitsblad, drs. Willem Kuipers, is per 27 september door hel Utrechts College van Bestuur opgeheven. Het presidium van de Utrechtse universiteitsraad, dat — na het aftreden van de nog overgebleven leden van de redactieraad — ad interim fungeert, had hierom gevraagd. Het presidium was van mening dat samenwerking op basis van wederzyds vertrouwen en loyaliteit met redaktie en hoofdredakteur mogelqk was. Het College van Bestuur had toen geen enkele reden meer om te weigeren de schorsing van Willem Kuipers op te heffen. Zoals we in de vorige nummers van Ad Valvas al hebben bericht leidde een konflikt binnen de redaktieraad van 'U' ertoe dat Willem Kuipers werd geschorst. Ondanks het verbod van de voorzitter van de redaktieraad publiceerde 'U' namelijk toch over het konflikt dat ontstond toen de redaktieraad een advies moest uitbrengen over het

ADVERTENTIE

verlengen van het dienstverband van Willem Kuipers. Hoewel de redaktieraad over het algemeen niet ontevreden was geweest over de veranderingen die het blad "U' de laatste jaren had ondergaan (van mededelingenblad naar een volwaardig journalistiek verantwoord universiteitsblad) — integendeel, uit de notulen van de vergaderingen van de redaktieraad blijkt dat men juist tevreden was over de ontwikkeling van 'U' — wilde een aantal leden van de redaktieraad het advies uitbrengen om Wilem Kuipers per 1 november te ontslaan. Per 1 november loopt namelijk de termijn af van de tijdelijke aanstelling van Willem Kuipers. Bij een positief advies of bij 'geen bezwaar' gaat zo'n tijdelijke benoeming dan over in een vaste aanstelling. . Op 30 augustus, terwijl Willem Kuipers zit te vergaderen met de redakteuren van de andere universiteitsbladen, wordt hem per ijlbode een brief overhandigt met de mededeling dat per zijn tijdelijke aanstelling afloopt en dat over verlenging daarvan of over een eventuele vaste aanstelling nog nader beraad zal volgen. Dit alleen maar om ervoor te zorgen dat Willem zich later er niet op kan beroepen dat zijn ontslag hem niet tijdig aangezegd is.

„IN HET BELANG VAN DE DIENST" Op woensdag 4 september vergadert de redaktieraad en wat tevoren al werd vermoed wordt bewaarheid: vier van de zes redaktieleden willen dat Willem Kuipers per 1 november wordt ontslagen. De twee studentleden van de redaktieraad is deze plotselinge ommezwaai te gortig: zij weigeren nog verder aan het advies van de redaktieraad mee te werken en bedanken als lid van de redaktieraad. De vier overblijvende leden van de redaktieraad zijn het dan snel eens en besluiten tot een negatief advies. Willem Kuipers krijgt lucht van het konflikt en wil erover publiceren maar dat wordt hem door de voorzitter van de redaktieraad verboden. Waarop Willem Kuipers konkludeert dat de regelrechte censuur is en dat de voorzitter van de redaktieraad hiermee buiten zijn

Huurboylcot SSH heeft onlangs besloten de huren weer op de normale manier in te vorderen. Dat betekent dat de SSH niet meer een soepele houding zal aannemen tegenover huurboykotters zoals het afgelopen jaar het geval was. De SSH volgt In deze het advies van de RSA van begin september.

universiteitsraad een motie aan waarin op het College van Bestuur een dringend beroep wordt gedaan om de schorsing van Willem Kuipers op te heffen. Pijlsnel zoekt het presidium van de Utrechtse UR een aantal vertrouwenslieden bij elkaar en op 14 september vergadert de commissie voor de eerste keer. Leden van de commissie zijn: (Jfs. Henk Bakker, hoofdredakteur van Folia Civitatis; J. van Delden, hoofdredakteur van het NS-blad De Koppeling; A. Kormelink, secretaris van de subfaculteit PA; W. van Loon en phr. mr. C. de Ranitz, buiten-universitair lid van de UR Utrecht. Het eerste wat de commissie doet is een verzoek richten aan het College van Bestuur om de schorsing van Willem Kuipers op te heffen in het belang van het werk van de commissie. MERKWAARDIGE ROL CvB Op 17 september buigt het College van Bestuur zich over beide verzoeken tot ophefing van de schorsing. (Oplettende lezertjes zal zijn opgevallen dat de schorsingsprocedure zelf en stuk sneller verliep). Het CvB besluit de schorsing niet op te heffen voordat de grond daartoe is weggenomen d.w.z. als de redaktieraad vindt dat de schorsing kan worden opgeheven. 'U' van die week levert een fel commentaar op dit besluit van het CvB dat de schorsing kennelijk pas wil opheffen als de redaktieraad erom vraagt, ondanks het feit dat de universiteitsraad om opheffing van die schorsing gevraagd heeft en de redaktieraad een commissie is van diezelfde universiteitsraad. En ondanks het feit dat de commissie van vertrouwenslieden eveneens om opheffing van de schorsing heeft verzocht. REDAKTIERAAD STAPT OP In de vergadering van de UR op woensdag 25 september verklaart de redaktieraad zich niet meer verantwoordelijk te achten voor het Utrechts Universiteitsblad zoals dat nu verschijnt. De redaktieraad wijst elke poging tot bemiddeling af en besluit tenslotte af te treden. De universiteitsraad besluit het presidium te benoemen als redaktieraad ad interim en verzoekt de commissie van vertrouwenslieden zijn werk voort te zetten.

;

boekje gaat; hij publiceert toch. Op vrijdag 7 september wordt hij door het College van Bestuur voor onbepaalde tijd geschorst "in het belang van de dienst", VERTROUWENSLIEDEN De zaak is inmiddels bij de Utrechtse UR aanhangig gemaakt (net als bij de VU is in Utrecht de redaktieraad een commissie van de universiteitsraad). Op woensdag 11 september wordt de zaak besproken in de UR en die besluit om een commissie van vertrouwenslieden in te stellen om rapport over de gang van zaken uit te brengen. Ook moet deze commissie proberen de moeilijkheden die zijn gerezen tussen redaktie en redaktieraad op te lossen. Tenslotte neemt de

STEUN Van verschillende kanten is inmiddels steun betuigd aan Willem Kuipers. De Gemeenschappelijke ' Universitaire Persdienst heeft direkt bij de schorsing van Willem al een brief aan het presidium van de UR gestuurd. De UR van de universiteit van Amsterdam neemt een motie aan waarin uitgesproken wordt dat de universitaire organen, zoals UD en CvB, geen direkte invloed behoren te kunnen uitoefenen op de verslaggeving van hun bestuurlijk handelen. Met name in Utrecht vindt de Amsterdamse UR dat de onafhankelijkheid van deze berichtgeving risico loopt in het gedrang te komen. Deze motie wordt duidelijk met het oog op de schorsing van Willem Kuipers aangenomen. Ook de Raad van Voorlichtingsambtenaren bij het Wetenschappelijk Onderwijs neemt een motie aan waarin hij zegt: Het konflikt met betrekking tot deze hoofdredakteur dat zich niet toespitst op de kwaliteit van het blad, maar op de rechtspositioneleen competentiekwesties wekt twijfels over de aanwezigheid van voldoende garanties voor de journalistieke vrijheid en zelfstandigheid. Mede gelet op de doelstelling van

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 69

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's