Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 231

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 231

11 minuten leestijd

AD VALVAS — 31 JANUARI 1975

3

Uit onderzoek blijkt:

Groningse scholieren vóór algeliele loting In de hele discussie over studentenstops en selektiesystemen heeft tot nu toe niemand zich verwaardigd de „slachtoffers" — de eindexamenkandidaten van de middelbare scholen — te vragen wat zy er nu van vinden. Met andere woorden: voor ons, over ons en zonder ons. De Groningse selektiespeciaiist prof. dr. W. K. B. Hofstee heeft daar verandering in gebracht. Hij liet 535 eindexamenkandidaten van 10 Groningse middelbare scholen een korte vragenlijst invullen. Daaruit bleek dat 4 1 % v a n h e n bij een eventuele selektiemethode t e n aanzien van universitaire studierichtingen de voorkeur gaf aan een systeem van „algehele loting". 4 0 % voelde meer voor de „glijdende lotingskans" volgens voorstel-Klein en slechts 1 3 % sprak zich uit voor de tot nu toe gehanteerde 7,5-regel, waarbq aangemelde eerstejaars met een gemiddelde van 7,5 of meer direkt tot de universiteit worden toegelaten. Verrassend is ook dat 47 % van de ondervraagde scholieren vond dat een geargumenteerde studentenstop voor bepaalde studierichtingen „te rechtvaardigen" is. Overigens wil bijna 80 % van de eindexamenkandidaten naar de universiteit en die keuze staat in geen enkel verband met de tot nu toe behaalde schoolcijfers. Van potentiële eerstejaars zou slechts 1 % bij uitloting geheel afzien van iedere vorm van hoger onderwijs. In alle andere gevallen zou geprobeerd worden de een of andere vorm van hoger beroepsonderwijs te gaan volgen. De meerderheid van de invullers van vragenlijsten bleek een voorkeur te hebben voor kwalitatief goed onderwijs en wil dan ook dal bij beperkte middelen een aantalsbeperking van studenten wordt toegepast in plaats van een mogelijk alternatief van minder intensief onderwijs. Geen beïnvloeding De doelstelling van het onderzoek van Hofstee is geweest om de meningen van de potentiële universi-

VERLENGING MACHTIGINGSWET De vaste commissie voor onderwijs en wetenschappen uit de Tweede K a m e r heeft een a a n t a l organisaties uitgenodigd voor een informatief gesprek over h e t wetsontwerp tot verlenging en wijziging v a n de Machtigingswet inschrijving studenten. Dit gesprek zal plaatsvinden op woensdag 19 februari aanstaande. De commissie heeft de volgende organisaties uitgenodigd: — de Academische R a a d , — de H B O - r a a d i n oprichting, — Landelijk Beraad v a n Studentendecanen, — Landelijk Overleg Grondraden, — Interuniversitair Studenten Overleg, — Algemene Vereniging v a n Schoolleiders, — Nederlandse Vereniging v a n Schooldecanen, Volgeas de kamercommissie z^n deze organisaties representatief voor d e groeperingen die h e t nauwst betrokken zijn bij h e t vraagstuk v a n de n u m e r u s fixus.

taire studenten naar voren ie laten komen en een eind te maken aan de situatie waarin allerlei mensen namens die groep menen te moeten spreken zonder dat ze die meningen kennen. Om die meningen zo zuiver mogelijk te laten doorkomen is de invulling van de vragenlijsten zodanig gebeurd dat de betrokkenen niet in de gelegenheid zijn geweest om te trachten elkaar mei het oog op de besluitvorming te overtuigen. Hofstee formuleerde 9 vragen in de enquête, die anoniem werd beantwoord. Hij komt bij de uitkomsten lot een onzekerheidsmarge van 1 %: „dat wil zeggen de conclusies zijn voor 99 % zeker, als wordt aangenomen dal de Groningse VWO-ers niet systematisch afwijken van andere VWO-ers." Verrassend noemt Hofstee de resultaten met betrekking tot de mening van de eindexamenkandidaten over de studentenstop als al of niet te rechtvaardigen maatregel. Het blijkt bijv. dat op basis van de door hem genoemde argumenten voor een studentenstop — onvoldoende overheidsgelden, een beperkte arbeidsmarkt voor academici — 47 % de argumenten voldoende vindt. Uitgesplitst blijkt dat van de studenten die geen univeisitaire studie ambiëren 61 % studentenstops op basis van argumentatie te rechtvaardigen vindt, teiwij! de scholieren die zich hebben aangemeld voor de universiteit een dei gelijke redenering slechts voor 45 % steunen. Hel is jammer dal deze uitkomsten niet verder zijn uitgesplitst. Bijvoorbeeld: hoe liggen de percentages bij de studenten die als eeiste keuze een studierichting hebben waarbij een studentenstop onwaarschijnlijk is? Dat er nogal wat scholieren kennelijk „veilig" hebben gekozen blijkt uit de beantwoording van de vraag: Wat zoudt u gaan doen als u werd uitgeloot? 34 % stelde daarop dat de vraag niet van toepassing was, 3 1 % zou een andere studierichting kiezen, 11 % zou naar het HBO gaan, 23 % zou een jaar wachten en zich opnieuw aanmelden en slechts 1% zou afzien van verdere studie. Hofstee was zo zeker van de massale afwijzing van de studentenstops dat hij een vraag over argumentatie en rechtvaardiging aanvankelijk niet had opgenomen. Eén van de rectoren suggereerde om dat wel te doen en Week gezien het resultaat gelijk te hebben (50 % van de ondervraagden vond overigens dat een numerus fixus ook met argumenten niet te rechtvaardigen is . Aardig is ook dat het argument van de arbeidsmarkt de scholieren het meest bleek aan te spreken. Daarbij tekent Hofstee wel aan dat het de vraag is of het arbeida-argument überhaupt wel geldig is, inplaats van alleen maar imponerend.

ACADEMISCHE BAAD De Dagelijkse R a a d v a n de Academische B a a d heeft i n zijn vergadering v a n 20 j a n u a r i besloten de uitnodiging te aanvaarden. I3e D R zal de kamerkommissie laten weten teleurgesteld t e zijn over h e t feit d a t zi) niet is i n gegaan op h e t verzoek v a n de Akademische R a a d tot h e t h o u den v a n een hoorzitting m e t b e trekking tot h e t wetsontwerp. Ook zal de kamerkommissie worden medegedeeld d a t de door de werkgroep-Loevendie v a n AR a a n gegeven methoden voor de k a p a citeitsberekening niet bindend kan worden voorgeschreven. (JV)

Personeelsmededeling Lunchbljeenkomst NCBO. Groeps bestuur. Vrijdag 7 februari in h e t restaurant

Cijfcr-vcrbanden Hofstee heeft ook onderzocht of er bij de beantwoordng een verband was met de gemiddelde overgangscijfers van de 5e naar de 6e klas. Die verbanden blijken niet aanwezig. Hofstee schrijft: „Van kardinaal belang is natuurlijk de vraag of de voorkeur voor loting vooral afkomstig is van de „minder goede" leeringen: of, in een bepaald jargon, de nivellering als gevolg van gelijke kansen een diklaat is, opgelegd door de grote massa. De kultuurpessimisten hebben ongelijk: er is geen systematisch verband tussen overgangscijfers en de mening omtrent loting, 7,5-regel en glijdende lotingskans". Gezien de belangrijke rol, die het gemiddelde cijfer van 7,5 vermoedelijk zal blijven spelen, stelde Hofstee ook een vraag over de totstandkoming van de eindexamencijfers: op basis van het schoolonderzoek en/of het landelijk schriftelijk examen. Nadeel van het schoolonderzoek: de verschillende normen, die de scholen hanteren. Na-

deel van het landelijk examen: geen enkele invloed meer van de scholen. Hoewel je zou kunnen verwachten dat het schoolondeizoek bij een grote groep populair is, bleek slechts 6 % voorstander van een beoordeling „louter op schoolonderzoek". 16 % koos voor een landelijk examen als enige beoordelingsmaatstaf en 70 % bleek content met de huidige regeling van het gemiddelde van school- en landelijk examen. Verrassend Hofstee is in zijn eerste analyse van dit onderzoek nogal verrast door de resultaten, die niet alleen duidelijk zijn maar kennelijk ook niet verwacht werden. Genoeg reden voor hem „om een snelle publikatie te rechtvaardigen". Ook al omdat de toegevoegde commentaren bij de beantwoorde vragen een andere analyse rechtvaardigen, stelt hij een meer uitgebreidere publikatie m het vooruitzicht. rtz.UK

GRONINGSE SCHOLEN DIE MEEWERKTEN BIJ ONDERZOEK VAN HOFSTEE

nauwelijks verschillen bestonden, bleek dat de percentages soms aanzienlijk uiteenliepen.

Tien Groningse middelbare scholen verleenden medewerking aan de enquête die prof. dr. W. K. B. Hofstee hield over de meningen van eindexamenkandidaten over studentenstops, selectie en loting. Het waren: Praedinius-gymnasium, St. Maartens College, Zernike College, Noordelijk Avond' college. Gereformeerd Lyceum, Willem Lodewijk-gymnasium, Thorhecke College, Heymans College, Wessel Gansfort College en Augustinus College. Hoewel ten aanzien van een aantal antwoorden tussen de scholen onderling

Het aantal studenten dat van plan is te gaan studeren liep bijvoorbeeld uiteen van 95% (Praedinius-gymnasium) tot 47% (Gereformeerd Lyceum). Ook t.a.v. de eventuele rechtvaardiging van een studentenstop toorCden de scholen onderling sterke verschillen. Bij Praedinius-gymnasium en Noordelijk Avondcollege bleken resp. 29 en 26% een rechtvaardiging te accepteren (zeer laag), terwijl bij het Gereformeerd Lyceum en het Wessel Gansfort College deze cijfers }vet hoogst liggen, resp. 70 en 68%.

verwacht eindexamencijfer

M E N I N G E N VAN VWOE I N D E X A M I N A N D I OVER N U M E R U S F I X l SELEKTIE E N LOTING: Een onderzoek van prof. Ar. W. K. B. Hofstee, uitgegeven als Heymans-bulletin, een reeks van de psychologische instituten van de RU Groningen. De bulletins zijn verkrijgbaar bij het secretariaat psychologische instituten „Heymans", Oude Boteringsstraat 34, Groninvoor deze en andere onderzoeken gen. Belangstellende kunnen zich op de verzendlijst laten plaatsen.

6: 6J: 7: 74: 8:

n.v.t. 31 22 28 18 18

loting 64 61 19 7 O

74-regel 2 3 6 50 82

glijdend 3 14 47 25 O

som 100% 100% 100% 100% 100%

Bovenstaande tabel stelde Hofstee samen op basis van de relatie tussen het verwachtingspatroon van de scholier (het te verwachten eindexamencijfer) en de voorkeur die hij heeft voor het selektiesysteem. Daaruit blijkt dat de scholieren over het algemeen toel i>i de gaten hebben welk systeem voor hen persoonlijk het 'voordeligst' is. Hofstee ging uit van de drie systemen, die op beleidsniveau zijn overwogen: algehele loting, de regel dat iedereen met meer dan 7,5 gemiddeld zonder meer wordt toegelaten en de glijdende lotingskans waarbij een hoger gemiddelde ook een grotere kans tot toelating geeft. N.v.t. betekent in dit verband 'niet van toepassing': leerlingen die geen universitaire studie gaan volgen of een open studierichting hébben gekozen.

Onzekerheid over structuur

GEDRAGSWETENSCHAPPEN NIET ISOLEREN VAN MEDISCHE OPLEIDING

De afgelopen jaren is er een uitvoerige en voortdurende discussie gevoerd over de Sociale wetenschappen in de geneeskunde (SWING). Er zyn in de curricula van de medische faculteiten meer of minder grote plaatsen ingeruimd en er kwamen sociale wetenschappers op de formatie van de medische faculteiten. Daarbij lovam geleidelqk aan de behoefte naar voren om de mogeiyke hibreng van de sociale wetenschappen in de geneeskundige opleiding nader te omschryven, de doelstellingen explicieter te formuleren en aan te geven welke gedragswetenschappeiyke facetten voor een (basis)arts onmisbaar zqn. Er werd eea Stuurgroep conferentie sociale wetenschappen en geneeskunde geformeerd (met o.a. de socioloog Aakster, Thiadens (werkgroep 2000), de ethicus Sporken, en d e onderwijskundige Reïtsm»). I n december 1973 werd een eerste conferentie gehoudwi, waarin een poging werd gedaan de doelstellingen van de sociale wetenschappen in de geneeskunde te formuleren. Onlangs (20 november 1974) werd een tweede conferentie in Woudschoten belegd, waarin sociale wetenschappers zich bogen over de vragen: wat moet een medisch student voor sociaal wetenschappelijk onderwijs ontvangen en hoe moet dat onderwijs worden gegeven? Voor mei 1975 staat een derde conferentie op stapel waaraan ook artsen zullen deelnemen. Aan de medische faculteit van onze ei^en universiteit is dit jaar een start gemaakt met de realisering van een systematisch onderwijs „Gedragswetenschappen". D e praktika en colleges in het kader van dit propedeuse-experiment beogen bij de eerstejaars nieuwsgierigheid te wekken voor de bijdrage van de verschillende gedragswetenschappelijke disciplines aan hun opleiding. De faculteitsraad zette in november 1974 het licht op groen voor de uitvoering v a n dit experiment en v a n één in het 5de kursusjaar. Hierbij zal vanaf sepl. '75 een groep ko-assistenten begeleid worden in onder meer gespreksvoering. Het verdere programma zal via experimenten uitgebouwd worden in de komende jaren door het gehele kurrikulum heen. Er rest echter nog een heet hangijzer: over de struktuur van waaruit het onderwijs Gedragswetenschappen gegeven zal worden, lopen de meningen ver uiteen. De door de fakulteitsraad ingestelde kommissie, die ook de experimenten op touw zette, is ervan overtuigd dat alleen een zelfstandige vakgroep voldoende garanties biedt voor een gedegen opzet en ontwikkeling van . van dit onderwijs. Van studentenzijde wordt groot belang gehecht aan dit onderwijs en is er een behoefte aan deze garanties. Hiertegenover betogen enkele van de docenten dat een werkgroep of zelfs het uit-besteden aan sociale fakul-

leiten geschikter struktuurvormen zijn voor dil onderwijs. Een ieder is het er wel over eens dat een afstemmen van dit onderwijs op de praktijk van de gezondheidszorg een eerste vereiste is om te voorkomen dat de bijdrage van de gedragswetenschappen geïsoleerd raakt in de medische opleiding. Een nauwe samenwerking met de klinieken van net AZVU (ac. ziekenhuis V. d. VU) en de afd. huisartsengeneeskunde en sociale geneeskunde is noodzakelijk. D e fakulteitsr a a d beslist 11 februari 1975. A. de Vries

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 231

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's