Ad Valvas 1974-1975 - pagina 38
2 De basisvraag in het proefschrift 'Burgemeester en democratie' van drs. Sytze F ober is hoe in een demo cratie, waarin een wisselwerking dient te bestaan tuss en bestuur en samenleving, deze wisseliverking plaats vindt tussen de burgemeester en de inwoners van de gemeente. De Friese politicoloog (studie VU A mster dam), die zich heeft gespecialiseerd in de bestuurskunde, interviewde ter beantwoording daarvan alle Friese burgemeesters op zeer vertrouwelijke wijze en ontwierp een enquête, die door de NV v/h de Neder landse Stichting voor Statistiek bij 912 Friese gemeentenaren werd uitgevoerd. Op die manier verkreeg de heer Faber diepgaand inzicht in de ambtsopvattingen van burgemeesters en de ideeën, die gemeentenaren hebben over deze zo belangrijke functionaris in ons bestuurlijk systeem. En uiteindelijk ook een antwoord op de vraag over de wisseliverking — of beter: het ontbreken daarvan — tussen deze bestuurder en zjn bestuurden. Onderwerpen als bureaucratie, eerste burger, gezagshandhaving, decentralisatie, gewestvor ming konten daarbij allemaal aan de orde. De 'inventarisatie' toordt voortdurend gepaard aan interpreta ties en mondt tenslotte uit in een schets voor een nieuw type burgemeester. Redenen genoeg voor de UK om het proefschrift te lezen en wat met de promovendus te praten óver diens interpretaties; het resultaat op deze pagina. De heer Faber, die wetenschappelijk ambtenaar is bij de Fryske A kademy in Leeuwarden, promoveerde vorige week aan de Vrije Universiteit in A msterdam '^ij de bestuurskundige prßf. dr. H. A . Brasz. Het proefschrift is voor f 26,50 verkrijgbaar bij Uitgeverij Samson in A lphen aan de Rijn.
SYTSE FA BER (VU) PROMOVEERDE O P :
BURGEMEESTER El^ DEMOCRATIE door Rob Meines, UK Het type burgemeester, dat uit het onderzoek van drs. Sytze Fa ber tevoorschyn komt, is dat van de (over het algemeen) zeer be kwame, rationele bureaucraat, die voortdurend op z'n hoede is om te kunnen toeslaan en een kans te gröpen ^ n gemeente weer een stukje verder op te stoten in de vaart der volken. De burgemees ters zelf zien zich graag in die rol, zij menen ook dat men op het provinciehuis en in Den Haag hen het liefste zo bezig ziet, en de gemeentenaren zijn vrijwel una niem van mening dat deze pro motorrol een wezenlijk onderdeel behoort te zijn van het ambts gedrag van hun burgemeester. Toch concludeert Sytze Faber dat deze 'communalistische' <ten be hoeve van de commune, de ge meenschap) rol een andere naar de gemeentenaren toe gerichte functie in het gedrang brengt, namely k die van eerste burger zijn. En ontgaat de gemeentena ren, die hieraan toch grote waar de toekennen, niet dat de burge meesters voor die rol niet zo ge motiveerd zijn. Volgens Faber is dit waarschijnlijk een zwakke plek in het functioneren van het bur gemeesterschap. Achter dit alles zit dat men na lezing van het promotieonder zoek van de heer Faber toch de vraag mag stellen of de promotor rol, die de burgemeester in een gemeente vervult, wel werkelijk een communalistische rol is en niet een bureaucratische. Want in feite doet een burgemeester wan neer hy op pad is economische en maatschappeiyke voorzieningen binnen te halen niets anders dan beantwoorden aan de ideeën van de bovengemeenteiyke bureaucra tie, waar de opvatting heerst dat 4n onze eenheidsstaat de voorzie ningen voor de verschillende ge meenten niet te zeer mogen ver schillen. De burgemeester mag zich nog zo uitsloven, wat eruit komt hangt af van hogere over heden ,die de beslissing nemen. De voorzieningen zyn voor elke gemeente beschikbaar; het gaat erom ze nog even binnen te ha len. De gemeenteUjke autonomie is in feite voor een groot deel een lege huls. In dit systeem is de burgemeester een rationele bureaucraat gewor den, die — wil hy he spel meespe len — goede contacten probeert te onderhouden met het provin ciehuis en Den Haag. Hy is deel van het systeem en van een wis selwerking tussen hem als be stuurder en de gemeentenaren als bestuurden is nauwelyks sprake. Door zyn 'zware' positie in de ge meente is er in plaats daarvan veeleer snrake van een eenrich tingsverkeer van de 'top' (burge meester) via wethouders en raads leden naar de 'basis' (de gemeen tenaren). De gemeenteraad vormt daarby voor hem de onbereken baarste factor. De raad kan on voorziene beslissingen nemen, die hem by het toezichthoudend ge zas in discrediet zouden kunnen breneen. By eventuele sollicitaties naar burgemeestersposten in gro tere eemeentes zou hem dit kun nen schaden. De burgemeester vindt dat alles zo soenel en geruisloos mogeiyk moet verionen, zonder onenighe den, en conflicten. Uit de inter views, die drs. Faber met alle veertig Friese vastelandburge meesters hield, kwam dat steeds weer tot uiting. Hy heeft dan het
gevoel dat hy het goed doet; fric ties met de gemeenteraad zien zy als slecht voor hun beeld ten op zichte van de bovengemeenteiyke bureaucratie. Faber schryft hier over ondermeer: 'Zy zyn er per sooniyk van overtuigd dat hun ambtsgedrag zo weinig mogeiyk omstreden dient te zyn. Deze op vatting spruit naar onze indruk ken niet zozeer voort uit het de mocratisch postulaat inzake wis selwerking tussen bestuiu: en be stuurden. Het gaat veeleer om een rationele visie op het cqpenbaar bestuur'. Kortcan de burgemeester is een ambtenaar, die boven de partyen staat, een rationele bu reaucraat, die er weinig rfn In heeft om in het openbaar <in de raad) zyn ambtsgedrag ter dis cussie te laten stellen. Terwijl toch de raad als lichaam waar door de bevolking gekozen mensen zitten by uitstek zou kun nen functioneren als podium waar een stuk wisselwerking tus sen bestuurder en bestuurden plaatsvindt, heerst by burgemees ters de opvatting dat raadsleden in de communalistische hoek zit ten, dorps en groepsbelangen vertegenwoordigen, terwyl zy zelf als beroepsbestuurders vooral ge ïnvolveerd zyn in het bureaucra tische subsysteem. Buiten officiële byeenkomsten ora willen zy ook liever geen contacten met raads leden hebben. Faber schryft: 'Hier zou men de conclusie aan kunnen verbinden, dat er derhal ve in de praktyk niet zoveel mo geUjkheden zullen zijn voor de raadsleden om een inbreng te le veren met betrekking tot het ge meentelyk bestuur'. Een medaille die volgens hem echter een keer zyde heeft, omdat de rationeel bureaucratische instelling van de burgemeesters ook inhoudt, dat zy rekening zullen willen houden met denkbeelden, die onder andere
door raadsleden worden aange hangen. Dat is dienstbaar aan een 'geruisloos' en 'ongestoord' bestu ren van de gemeente. Zoals gemeld heeft de heer Faber voor zyn promotieonderzoek ge sprekken gehad met alle veertig Friese vastelandsburgemeesters, die hem zeer vertrouweiyke infor matie gaven. Herkenning van wie wat heeft gezegd is door de wyze van uitwerking onmogelyk ge niaakt. Daarnaast werd een en quête gehouden onder 912 Friese gemeentenaren. Drs. Faber bracht een onderscheiding van de taak van burgemeester aan op vyf hoofdpunten, die hy burgemees tersrollen noemt: de rol van ge zagshandhaver, de rol van volg zaam bestuurder, de rol van hoofd van het gemeentelyk apparaat, de rol van promotor en de rol van eerste burger. De eerste drie rol len passen in het biu'eaucratische subsysteem, de laatste twee in het communalistische. De ambtsop vattingen van de burgemeester werden op deze punten diepgaand getoetst, waarby alle gelegenheid voor 'open' antwoorden bestond. De gemeentenaren werden vragen gesteld over hun opvattingen ten aanzien van het ambt van bur gemeester in het algemeen en ver volgens of hun eigen burgemees ter daar naar hun mening aan voldeed. Alvorens na te gaan tot wat voor conclusies dit verder — hierboven zyn al een groot aantal genoemd — nog leidde, één punt uit het onderzoek, namely k de redenen waarom de ondervraagde burge meesters destyds solliciteerden naar het burgemeestersambt. Fa ber onderscheidt vier groepen: a. ongeveer een kwart was niet te vreden met hun aanvankelyke nietambtelyke loopbaan. Dikwyis hadden ze steeds meer bezwaren gekregen tegen hun hiërarchisch
ondergeschikte positie en tegen het feit dat ze betrekkelyk ano niem bleven, bf Migeveer een achtste deel heeft een 'bestuurly ke' achtergrond. Door het beroep van de vader waren zy vertrouwd met de publieke sfeer. Vooral de vooraanstaande plaats trok hen aan. Faber beschouwd hen als de typische carrièreburgemeesters, c. ruim een derde deel was gemeen teambtenaar en had een positie bereikt die in de (nabye) toe komst geen promotieperspectie ven meer bood. Er zyn erby, die minstens 40 keer solliciteerden naar vakante burgemeesterspos ten, voordat zy werden benoemd. Faber heeft de indruk dat deze burgemeesters het ambt destyds hebben geïdealiseerd; op een of andere wyze zyn hun verwach tingen steeds teleurgesteld, d. 30 procent van de Friese burgemees ters kwam af op de inhoud van het burgemeesterschap, met name op het 'daadwerkelyk iets kunnen doen voor de gemeenschap'. De hoge sociale waarderang speelde daarby, zo vermoedt Faber, een grote rol. Overigens speelt by al le vier de groepen het sociale aanzien een belangrijke rol. Daar by komt dat maar ruim een kwart van de ondervraagde Friese bm* gemeesters zyn huidige gemeen te aantrekkelyk genoeg vond om z'n pensioen af te wachten; een ruime meerderheid wil van stand plaats veranderen of heeft dat gewild. Drs. Faber: 'De beslissin
KAMER AKSIE SRVU
gen daarover vallen in het boven gemeentelyk deel van het bureau cratische subsysteem. Het ligt voor de hand, dat deze omstan digheid van invloed kan zyn op de houding van de burgemeesters tegenover het 'hoger gezag' en op hun ambtsgedrag in het alge meen'. Dat geldt dan relatief va ker voor burgemeesters van klei nere gemeenten. Uit de enquête onder de gemeen tenaren is duidelyk gebleken dat deze het zwaartepimt in het bur gemeesterschap willen leggen op de communalistische kant ervan: de rol van promotor en het eerste burger zyn. Eerder in dit artikel is uiteengezet dat het communa listische karakter van het promo torschap op z'n minst kwestieus is en dat hy hierin meer fungeert als agent van het centrale staats gezag'. Dat blykt nog eens uit het feit dat biurgemeesters van stede lyke en van grote verstedelykte plattelandsgemeenten door pro vincie en ryk nogal eens worden getemperd in hun yver, terwyi burgemeesters van kleine platte landsgemeenten af en toe door gedeputeerden of griffieambtena ren aangemoedigd worden om er voor hun gemeente uit te halen wat erin zit. Faber vindt het beeld van de bur gemeester als autonome gemeen telyke duwmachine in feite gro tendeels een overbUjfsel uit de tyd toen de gedachten van Oppen heim over de gemeentehjke auto nomie nog hoogty vierden. 'Thans zyn nationale referentiekaders van doorslaggevende betekenis by het ambtsgedrag van burgemees ters'. Iets dat zich vaak zal ont trekken aan de waarneming van buitenstaanders. Want, zo schryft Faber: 'Reeds in de beginfase van een gemeentelyk besluitvormings proces zal een burgemeester im
Vervolg op pag. 3 Dinsdag 3 september jl. heeft de SRVU i.s.m. de ASVA en een aantal organisaties van werkende jon geren een aksie gevoerd om de A msterdamse bevol king te wyzen op de kamernood onder de jongeren en tevens om te probleren nog een aantal kamers te krygen. 's Ochtends om 11.30 uur vertrokken een aantal mensen met bakfietsen vanaf het SIKH op de Prinsengracht om een aantal routes door de stad te ryden, waarby men stencils uitdeelde aan de men sen op straat, en probeerde affisjes te slyten aan winkeliers. Er werden niet zo erg veel goede kamers aangeboden: wel dingen als een stukje overloop van 2 by 3 meter voor ƒ 150,— per maand, of een meneer die (alleen voor meisjes) niet een kamer, maar wel zyn bed beschikbaar had. 's Middags na een demon stratieve tocht door de stad werd een petitie, waarin de eisen door de jongerenorganisaties gesteld — meer^ woningen voor jongeren, woonrecht vanaf 18 jaar, geen jongerenwoonbunkers — werden aangeboden aan de nieuwe gemeenteraad. Als afsluiting van de kameraktie werd 's avonds een avpnd georganiseerd in Paradiso, waar sprekers van verschillende politieke partyen waren uitgenodigd om het hurme te zeggen over de woningnood onder de jongeren. Tevens werden de resultaten van de aksie bekend gemaakt. Er waren die dag in totaal 25 kamers binnengekomen. By lange na nog niet genoeg om de vele jongeren die kamers zoeken te helpen. Het telefoonnummer van de kameraktie is de gehele maand september nog bereikbaar: 23 28 06.
'•.JH<3?jh "'""l'. aï a^b." 'et 'li )?!8|T';0"'"*''*" •''
,'j»J fiii f\ll:s,cx
Eindredaktie: Hans Bos, Jan Verdam. Medewerking: Bureau pers en voorlichting. Guus Herbschleb. Eduard de Kam; foto's Frans Vera: tekeningen Bedaktieadres; De Boelelaan 1105 Postbus 7161 Amsterdam, telefoon 48 26 71. KopQ, niet bestemd voor de mededelingenrubriek, moet (getypt) uiterlijk maandag morgen om 10 uur binnen ziJn. Advertenties; J. Q. Duyker, Noordwolde (Pr.) Postbus 40 Tel. 05612541 r
!>
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974
Ad Valvas | 404 Pagina's