Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 161

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 161

9 minuten leestijd

A » VALVAS — 2 9 : N 0 V E M B E R 1OT4

s PROF. SCHUYT:

Bij grotere gelijkheid neemt ontevredenlieid niet af Door Guus Herbschleb AV schappeiijke structurele oorzaken zijn voor burgerlijke ongehoorzaamheid. C O M M U N I C E R E N D E VATEN

Bij het spreken over burgerlijke ongelioor/.aamheid staan drie probleemgebieden centraal: het gezagsprobleem, de maatschappelijke verdeling (die zeer ongelgk is) en de complexiteit. Deze drie problemen, die op zich zetf al zeer ingewikkeld zijn, haken bovendien op alle mogelijke manieren in eikaar: gezag n o r d t doorgaans bemoeilijkt door ongelijkheid en complexiteit en een eerlijker herverdeling van goederen wordt ook bemoeilijkt door de complexiteit. Aan de andere kant zal meer gelijkheid leiden tot meer wiicken en wegen, meer regels en dus weer tot een grotere complexiteit. Aldus prof. mr. C. J. M. Schuyt, hoogleraar In de r e c h t s sociologie aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen, in zijn betoog over burgerlijke ongehoorzaamheid in het kader van het Studium Generale „Recht en Macht". De hoogleraar verving minister Van AgS, die eigenlijk op het programma stond, maar deze had laten iveten van zijn redevoering af te zien wegens „ambtelijke" omstandigheden De hoogleraar begon met de opmerking dat hij diiect wat dieper de stof in zou duiken, daar hij een enige tijd geleden verschenen arti-

kel in VU-magazini3 van zijn hand over deze materie min of meer bekend veronderstelde. Hij vroeg zich af wat nu de maat-

Zoals gezegd onderscheidde Schuyt drie problemgebieden (zie boven). Gezag definieerde h y als 'n vrijwillige ondersteuning van de beslissingen van anderen. Men indentificeert zich er mee. Hier tegenover staat het begrip macht. Volgens de spreker zijn dit de twee pijlers van ieder systeem en bovendien een soort communicerende vaten: als het gezag afneemt zal de macht toenemen. De hoogleraar stelde, dat wanneer het aspiratieniveau in een samenleving hoog ligt, er dan sprake is van een groot gezagsprobleem. Bij het tweede probleemgebied, de maatschappelijke verdeling, gaat het vooral om gelijkheid en ongelijkheid. Schuyt: „De ongelijke verdeling van goederen is de belangrijkste drijfveer voor de rotzooi, het rumoer en de onrust in onze samenleving." BURGERLIJKE ONGEHOORZAAMHEID De hoogleraar vond het wel een gemeenplaats, maar hij zij toch nog maar eens dat de samenleving de laatste tijd wel erg ingewikkeld is geworden. Er is een enorme afstand ontstaan tussen burgers en bestuurlijke instanties. De autonomie van fele instanties of mensen van vroeger heeft het veld moeten ruimen voor allerlei gecompliceerde beslissingsprocedures, voor een comple-

GEPOLARISEERD

xiteit. Deze drie probleemgebieden hangen zeer nauw met elkaar samen, hebben onderling een gespannen relatie. Ongehoorzaamheidsacties ontstaan volgens Schuyt als een protest tegen de ongelijke verdeling én de c o m - , plexiteit; men vraagt om autonomie en decentralisatie. De Nijmeegse spreker spitste zijn verhaal toe op de maatschappelijke verdeling. Alle stellingen noemde hq onder a n d e r e : meer welvaart brengt geen verkleining van de verschillen in de samenleving; door de complexiteit ontstaat een nieuwe vorm van ongelijkheid, die duurzamer is dan de ongelijkheid op het gebied van materiële goederen: psychisch sterkeren en psychisch zwakkeren. Als citaat noemde Schuyt: „De grondslagen van de democratie lijken op een uitnodiging voor een partijtje vanuit hogere kringen aan jan de arbeider, waarbij men vooraf al weet dat hij toch niet zal komen."

Prof. Schuyt maakte onderscheid tussen twee typen samenleving: de gecompliceerde samenleving, waarin iedereen overal bijhoort. Groepen als blanken, protestanten, kleurlingen, etc. overlappen elkaar op alle denkbare manieren. Het is een gepolariseerde samenleving. Een tweede vorm is de gepolariseerde samenleving (op sociaal gebied dan wel te verstaan). Polarisatie is hier het produceren en versterken van tegenstellingen. Ieder hoort hier ergens bij, loopt achter een bepaalde vlag aan. Symtomen van zo"n maatschappij zijn: het scheppen van afstand, vijand wordt object gemaakt, vijand wordt gedemoraliseerd, categorisch denken (iedereen uit één groep denkt hetzelfde), collectieve aansprakelijkheid en schuld, wegvallen van persoonlijke verantwoordelijkheid, verdraaien van informatie, aankweken van en corpsgeest en een onderdrukken van afwijkende meningen en gedrag.

Volgens Schuyt gelden ook de volgende beweringen: „Als d e welvaart toeneejnt, neemt de gevoeligheid voor ongelijlcheid toe en dus ook de ontevredenheid" en „Bij grotere gelijkheid zal de ontevredenheid niet afnemen." In dit laatste geval zullen conflicten dus niet verdwijnen. Wat wél verandert bij een verkleinen van de ongelijkheid en de afstand tussen mensen is de wijze^ waarop oplossingen tot stand komen. Hierin staat de geweldloosheid centraal: „Een samenleving waar men elkaar de hersens niet meer inslaat", aldus de hoogleiaar.

Prof. Schuyt zei met nadruk, dat men liever zijn toevlucht moet nemen tot een geweldloze sociale revolutie dan tot het gebruik maken van geweld, hoewel dit laatste in sommige gevallen wel eens nodig kan zijn. Het laatste college in het kader van het Studium Genereale zal gegeven worden op 2 december over internationaal recht door mr. H. P. Kooymans, staatssecretaris voor buitenlandse zaken, voorheen hoogleraar aan de Vrije Universiteit.

SOCIOLOGIE VAN DE HULPVERLENING

problematiek geen oplossing te vinden is. Voor de iets langere termijn zal een beroep moeten worden gedaan op de tewerkstellingsregeling voor werkloze akademici. Het is duidelijk dat de oplossing van de problemen waar het vakgroepsbestuur voor gesteld is, langs deze weg niet gevonden kan worden. Het vakgroepsbestuur zal er nu toe moeten overgaan om tijdens de kursus bepaalde onderwijsaktiviteiten stop te zetten. Hierbij gaan de gedachten allereerst uit naar de 50 bijvakstudenten. Echter ook het kollege capita selecta zal minder aandacht kunnen krijgen dan in de huidige (niet optimale) situatie het geval is." Tenslotte wordt in de brief door het bestuur een dringend appèl op de minister en het college van bestuur gedaan om „alles in het werk te stellen om in de oplossing van de gerezen problematiek bij te dragen. Een handhaving van de nu nog bestaande strafbezetting is voor de korte termijn de wens van het vakgroepsbestuur."

Handliaving stafbezetting wens vakgroepbestuur „Met ingang van I december a.s. zal de vakgroep Sociologie van de Hulpverlening twee assistenteenheden minder ter beschikking hebben, en met ingang van 1 januari a.s. nog een drie eenheden. Het onderwijsplan 1974/1975, dal de subfakulteit Sociologie destijds niet alleen heeft goedgekeurd, maar ook geprezen, wordt hiermee onuitvoerbaar. Het bestuur van de vakgroep ziet

geen raogelijkhetd de onderwijsaktiviteiten, welke uit het plan voortvloeien met minder personeel dan waarover nu nog kan worden beschikt, te verrichten."

Trip sprak met

„De huidige situatie vertoont het volgende beeld.

voorlichters Minister F. H. P. Trip heeft in het kader van zijn wens de voorlichting over de wetenschapsbeoefening te populariseren de afgelopen week gediskussieerd met een aantal voorlichters. Het was een informele bijeenkomst, waarop voorlichtingsambtenaren van universiteiten en een klein aantal funktionarissen van researchcentra en bedrijven (ZWO, TNO, Shell etc.) aanwezig waren. De minister was vergezeld door zijn eigen voorlichtingsambtenaar. ~ In oktober had de minister ter gelegenheid van de uitreiking van de Winkler Prins prijzen in de Vrije Universiteit over dit onderwerp gezegd, dat de onderzoekinstellingen meer aan voorlichting dienen te doen. De wetenschap is vandaag de dag geen elitaire aangelegenheid mer. aldus de bewindsman.

Aldus dr. H. van den Berg (hoofd) namens de subfaculteit der SociaalCulturele Wetenschappen, afdeling Sociologie van de Hulpverlening, in de aanlief v a n een brief a a n de minister en h e t College van Bestuur van de Vrije Universiteit. De brief gaat aldus verder:

. De vakgroep beschikt over 1 lektor, 1 wetenschappelijk medewerker, vv-iens onderwijsopdracht wordt" waargenomen door een doktoraal student, die de tijdelijke rang van adjunkt wetenschappelijk ambtenaar heeft gekregen, 1 half-time wetenschappelijk medewerker en drie student-assistentes en 1 halftime technisch-administratief staflid. De vakgioep telt 60 studenten. Aan 50 studenten niet vakgroepleden moet bijvakonderwijs gegeven wirden. • Per 1 maart 1975 eindigt de tijdelijke aanstelling van genoemde doktoraal student en zal diens werk worden overgenomen door de wetenschappelijk medewerker (destijds overspannen geraakt), die dan hopelijk hersteld zal zijn. • Het onderwijs van deze vakgroep vangt aan in het tweede doktorale jaar. Tot september 1974 gold een andere regeling, waarbij reeds in het eerste jaar werd begonnen met het programma. Vandaar, dat nu de hoofdvalcstudenten per week dienen t« volgen: 2 uren kollege capita selecta, te verzorgen door de lektor, daarbij'

geassisteerd door een student-assistent. 2 uren projektonderwijs. Hiertoe zijn twee groepen van 8 studenten gevormd; groep a wordt bijgestaan door de halftime wetenschappelijk medewerker plus student-assistent en groep b door de adjunkt wetenschappelijk ambtenaar plus studentassistent. • De bijvakstudenten zijn in twee groepen van 25 ingedeeld. Elke groep komt eens per 14 dagen bijeen. Beide groepen worden begeleid door de adjunkt wetenschappelijk ambtenaar en een student assistent. • Stage-organisatie, stagebegeleiding en skriptie-assistentie moeten voor 60 studenten geleverd worden door 1 lektor, 1 halftime wetenschappelijk medewerker en 1 doktoraal student. . Tn januari a.s. moet een seminar voor het laatste doktoraaljaar worden ingericht. Verwachte deelname: 30 studenten. • Uit deze staf moeten de vakgroepsbestuursleden geleverd worden, één lid van de subfakulteitsraad Sociaal-Culturele Wetenschappen, één lid van de onderzoekkommissie van de subfakulteit Sociologie. Eén student-assistente neemt deel aan het werk van de bibliotheekkommissie en verzorgt tevens de dokumentatie van de vakgroep. « Het wetenschappelijk onderzoek komt volledig in de knel. We beperken ons in deze brief tot de onderwijsopdracht. Het is uiteraard niet zo, dat de vermindering van het aantal studentassistent-eenheden met 5 een gezonde situatie omzet in een zieke. Veeleer betekent de wijziging dat een

nauwelijks verantwoord onderwijsaanbod wordt omgezet in een niet voor verantwoording vatbaar aanbod. Overleg met het bestuur van de subfakulteit Sociaal-Culturele Wetenschappen heeft duidelijk gemaakt dat voor deze korte-termijn-

informatiecentrum Hoofdgebouw kamer lD-03, tel. 483711 Ter inzage: Advies met betrekking tot de verlenging en de wijziging van de Wet Universitaire Bestuurshervorming 1970, uitgebracht door de cie. voor de Ijestuurshervorming (Polak). 1 november 1974. 36 blz.

*

Beleidswetenschap en wetenschapsbeleid; door H. J. Aquina. Nijmegen, 1974. 236 blz. In dit proefschrift wordt eerst een kritisch overzicht gegeven over de ontwikkeling van de politicologische beleidsanalyse (dit is de systematische bestudering van het overheidsbeleid). Daarna wordt met behulp van de politicologische beleidsanalyse getracht de ontwikkeling en de optimaliteit van het wetenschapsbeleid in Nederland, in vergelijking met die in de Bondsrepubliek Duitsland en in Groot Brittannië, te analyseren. Middenschool, voor en achter. Staatsuitgeverij, 1974. 64 blz. Bundel artikelen over deze vorm van voortgezet onderwijs voor leerlingen van twaalf tot zestien jaar. Aan de orde komen: de relatie onderwijs en samenleving, tekorten van het bestaande onderwijssysteem, doelstellingen van de middenschool, tegenstrijdigheden rond de middenschool. De overgang van de sfndentenhiiisvesting; door D . B. Stadig. Uitgegeven door de Stichting Studentenhuisvesting aan d e Vrije ü n i vereiteit, okt. 1974, 65 blz. Inventarisatie!! en analyse van de problemen die zich kunnen voordoen bij de overgang van de zorg voor de studentenhuisvesting van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen naar dat van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. (Zie Ad Valvas van 15 nov.).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 161

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's