Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 215

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 215

11 minuten leestijd

11

AD VA LVA S — 17 J A N U A R r i 9 7 5

NOTA­TRIP OVER WETENSCHA PSVOORLICHTING;

I ^m

Vroegtijdige discussie erg belangrijl( In een bylage bij de Nota Wetenschapsbeleid van minister Trip wordt ingegaan op de voorlichting en popularisering van de wetenschaps­ beoefening, met name met betrekidng tot het universitair onderzoek. Veel van wat er op het gebied van de wetenschapsbeoefening plaatsvindt onttrekt zich aan de publieke waarneming, zo stelt de nota vast, waaraan wordt toegevoegd dat dit niet alleen geldt voor universiteiten en hogescholen, maar evenzeer voor andere onderzoekzoefcinstetlingen en de industrie. Bü grote groepen die zich zijn gaan realiseren, zo staat er, dat de weten­ schapsbeoefening van doorslagge­ vende betekenis is voor de samen­ leving, is een kritische instelling ge­ groeid jegens die wetenschapsbeoe­ fening. Het is dan ook niet alleen in het belang van die samenleving, maar evenzeer in dat van de wetenschaps­ beoefening zelf, dat mogelijkheden ontstaan om onderzoeksprojekten in een vroegtijdig stadium ter dis­ cussie te stellen". De voorlichtingsdiensten van de universiteiten en hogescholen be­ wegen zich — op enkele uitzonde­ ringen na — nauwelijks op het ter­ rein van voorlichting over onder­ zoeksactiviteiten. „Het niet of on­ voldoende bekend zijn van aan de gang zijnde onderzoeksprojekten binnen de universiteiten en hoge­ scholen betekent overigens ook dat de voorlichtingsdiensten grote moei­ te hebben hier „grip" op te krijgen. Temeer, omdat de wetenschapsbe­ oefenaren publiciteit — behalve in vakbladen — veelal niet nastreven. Van een stelselmatige voorlichting met betrekking tot de onderzoeks­ projekten kan daardoor nauwelijks — en zeker niet in het gewenste vroegtijdig stadium — sprake zijn". PROMOTIES De nota noemt wel de promotie­ onderzoeken als steeds bekend, meestal echter pas in de afsluitende fases van het onderzoek. Enkele universitaire voorlichtingsdiensten (genoemd wordt die van de Rijks­ universiteit Utrecht) brengen deze proefschriften door middel van persgesprekken onder de aandacht van de publiciteitsmedia. En dat is belangrijk, want — zo stelt de nota vast — popularisering van de we­ tenschapsbeoefening door middel van voorlichting is in ons land voor een zeer belangrijk deel afhankelijk van de nieuwsmedia. Dat geeft dan wel weer problemen, doordat

nieuwsmedia zich bij de berichtge­ ving immers laten leiden door wat actueel of van maatschappelijk be­ lang wordt geacht. „De voorkeur gaat daarbij duidelijk uit naar de (klinische) geneeskunde en de so­ ciale wetenschappen, alsmede naar technologische ontwikkelmgen zo­ als de ruimtevaart. Van fundamen­ teel onderzoek komt daardoor on­ voldoende voor het voetlicht. De moeilijke „vertaalbaarheid" van dit soort onderzoek draagt hier zeker toe bij". Daar komt dan nog bij dat vooral door het sterk toegenomen nieuws­ aanbod in de laatste jaren als ge­ volg van de toenemende voorlich­ tingsactiviteiten bij overheden, in­ stellingen en organisaties er duide­ lijk beperkingen liggen ten aanzien van voorlichting over wetenschaps­ beoefening. Er is daarom sprake van een ontwikkeling, waarbij de voorlichting zich zeer rechtstreeks tot het publiek gaat wenden, zoals bijvoorbeeld de voorlichtingsdienst van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen". Onder het kop­ je „Kwalitatieve aspecten" merkt de nota op dat in ons land geen speciale opleiding voor weten­ schapsjournalisten bestaat. Ook bestaat er geen opleiding we­ tenschapsvoorlichting voor voor­ lichtingsfunctionarissen van univer­ siteiten en hogescholen. A an het bezwaar dat binnen de weten­ scbapsinstellingen niet of onvol­ doende en vaak ook pas in een ge­ vorderd onderzoekstadinm bekend is welk onderzoek plaatsvindt, zou kunnen worden tegemoet gekomen door de invoering van een regeling, waarbg een bepaald bedrag van de voor onderzoek toe te wijzen mid­ delen bestemd is voor openbaar making door middel van publifcaiie. Trip wil dat gepaard doen gaan met zeer regelmatig verschijnen van „Publikaties" bij alle wetenschap­ pelijke instellingen. Daarin moeten

niet alleen overzichten zijn opge­ nomen van alle aan de gang zijnde onderzoeken, maar bij voorkeur ook van voorgenomen onderzoeks­ projekten. FORMATIEPLAATSEN Deze „Publikaties" zouden vooral dienstbaar zijn binnen de weten­ schapswereld zelf. Naar het publiek toe zouden nu echter ook de voor­ lichtingsdiensten op de hoogte zijn van wat er plaatsvindt binnen de instellingen. In de nota staat dat overwogen kan worden „voor de voorlichting toegewezen formatie­ plaatsen, respectievelijk personele middelen toe te wijzen aan de be­ treffende insffltingen. Daarbij zal dan speciale aandacht moeten \^or­ den besteed aan organisaties als bijvoorbeeld ZWO, die thans geen geïnstitutionaliseerde voorlichting kennen". Naar analogie van de Deutscher Forschungsdienst, die een vertaal­ funktie verricht ten aanzien van de gehele Duitse ^ wetenschapsbeoefe­ ning, zou Trip in Nederland een „Wetenschapsdienst" willen invoe­ ren. De Deutsche Forschungsdienst beweegt zich zowel op het terrein van de universiteiten als dat van overheidsinstellingen, instellingen en industrie. In het Duitse taalge­ bied levert de Df aan circa 120 voornamelijk regionale en lokale media zetklare kopij. De nieuws­ media maken er veelvuldig gebruik van. Een Nederlandse „Wetenschaps­ dienst" zou, uitgaande van de ge­ wenste onafhankelijkheid, zeer goed kunnen worden ondergebracht bij bijvoorbeeld de Koninklijke Neder­ landse A kademie van Wetenschap­ pen, aldus de nota. „De dienst zou moeten functioneren in nauw sa­ menspel met de bestaande en nog op te richten voorlichtingsdiensten bij de wetenschappelijke instellin­ gen, organisaties en industrie, maar niet de functie van „perscentrum" moeten hebben. De taak van deze dienst dient gericht te zijn op inte­ grale voorlichting en het „vertalen" van wetenschappelijk onderzoek. Ten aanzien van de publiciteitsme­ dia dient in de Nederlandse situatie daarbij niet alleen te worden ge­ dacht aan de nieuwsmedia, maar bijvoorbeeld ook aan weekbladen.

VOOR 31 JA NUA RI:

Vraag een beurs aan, je zult hem nodig hebben

Zoals elk jaar moeten ook dit jaar weer de aanvragen voor een rijksstudietoelage vóór 31 januari bij de Dienst Rijksstudietoelage in Groningen binnen zijn. Het is verstandig die aanvrage te doen, ook al . weet je niet zeker, of je het komende jaar nog studeert. Een toelage kun je later immers altijd nog weigeren. Ook als je er niet zeker van bent, of je wel in aanmerking komt voor een toelage bijvoorbeeld gezien het inkomen van je ouders, vraag er dan toch een aan. Zij die vorig jaar al een toelage hebben aangevraagd, moeten de ponskaart, die zij in december ont­ vangen hebben ook voor 31 januari naar Groningen opsturen. Voor de­ genen die geen ponskaart gekregen hebben, zijn aanvraagformulieren verkrijgbaar bij de Studenten A dmi­ nistratie in het hoofdgebouw. Doe het wel op tijd, anders levert het grote vertragingen op bij een eventuele uitkering. De SRVU heeft een beurzenhandboek gemaakt waarin uitgebreid staat aangegeven, hoe de formulieren, waarin o.a. naar financiële gegevens gevraagd wordt het 'beste in kunt vullen. Deze formulieren krijg je als de aanvragen verwerkt zijn toege­ stuurd. Juiste invulling ervan is heel

belangrijk: het kan je soms meer dan enkele honderden guldens sche­ len. PRIJSSTI.TGINGEN Dat een ieder een (zo hoog moge­ lijke) beurs nodig zal hebben is de laatste tijd wel erg duidelijk gewor­ den. Prijstijgingen zijn aan de orde van de dag. De afgelopen maanden is de prijsindex met enkele punten gestegen. De prijsstijgingen van de primaire levensbehoeften zijn hier vooral debet aan, dat dit juist voor die groepen met de laagste inko­ mens (waar ook de studenten toe behoren) het hardst aankomt spreekt­voor zich. De komende tijd zal de situatie nog verergeren door­

dat de aardgasprijzen met 30% om­ hoog zullen gaan en ook de boeken zullen 25% duurder worden. De studenten zullen hierdoor extra het haasje zijn: zij immers besteden een groot gedeelte van hun geld aan (studie)boeken. De verhoging van de aardgasprijs (veroorzaakt door de „oliekrisis") wordt voor alle be­ volkingsgroepen gekompenseerd door middel van een belastingver­ laging, of voor die groepen die geen belasting betalen door een extra uitkering zoals bij de bejaar­ den. Maar de studenten krijgen op geen enkele manier een kompensa­ tie voor deze aantasting van hun inkomen. De studentenvakbonden beraden zich momenteel over de manier waarop aan deze onrecht­ vaardige toestand iets te doen valt. BELASTINGAANSLAGEN Een andere onverteerbare zaak zijn de belastingaanslagen die veel stu­ denten in de maand januari in de bus krijgen. (Volgens een rapport

'.

ft

huis­aan­huis­bladen en andere uit­ gaven". Tenslotte wordt in de nota nog de Stichting Teleac genoemd, waarmee een gesprek is begonnen over mogelijkheden van weten­ schapsvoorlichting. Verder wordt de Radiovolksuniversiteit aange­ haald. Ten aanzien van de kwalitatieve aspecten van de wetenschapsjourna­ listiek — de scholing van algemene journalisten tot wetenschapsjourna­ listen en de permanente educatie van reeds werkzame wetenschaps­ journalisten — kan worden gedacht aan een nieuwe taak voor de School voor de Journalistiek, hetzij door bijvoorbeeld één der universitaire instituten voor perswetenschap of massacommunicatie, op het gebied van postacademiaal onderwijs. SAMENVATTING Kort samengevat komen de vol­ gende mogelijkheden in de nota voor: 1. regeling bestemming van onder­ zoekmiddelen voor openbaarma­ king/publiciteit; 2. „Publikaties" van de onderzoek­ instellingen over onderzoeksprojek­ ten; 3. oprichting van een Wetenschaps­ dienst; 4. bevordering van cursussen voor wetenschapscorrespondenten binnen de wetenschappelijke staven; 5. toewijzing van extra formatie­ plaatsen/middelen aan voorlich­ tingsdiensten; 6. bevordering van beschikbaarstel­ ling voor openbare zendtijd bij re­ gionale zenders of kabelomroepen; 7. wetenschapsmagazine bij Teleac en Radiovolksuniversiteit; 8. cursussen voor journalisten en wetenschapsjournalisten; 9. ontwikkeling wetenschapsmusea. Dat voor wat betreft de voorlich­ ting. Op het terrein van de popularise­ ring en het „zelf doen" noemt de nota: 1. televisiecursussen (Teleac) en radiocurssusen (Radiovolksuni­ versiteit); 2. avondcurssusen; 3. sti­ mulering Jonge Onderzoekers, e.d.; 4. wetenschappelijke „ombudsman" en wetenschappelijke „bijstand". R.M./UK Groningen

van de RSA aan de VU gaat het hier om een groep van op zijn minst 10%). Bij het vaststellen van de hoogte van de studietoelagen is op geen enkele wijze rekening ge­ houden met het feit dat het giftge­ deelte van de beurs naast eventuele inkomsten door werken aanleiding kan zijn tot het moeten betalen van belasting of van premie voor de volksverzekeringen. Het is echter mogelijk door het opgeven van allerlei aftrekposten of door het aanvragen van dispensatie het bedrag dat men moet betalen tot een minimum te beperken. In het beurzenhandboek staat hoe je dit het beste kunt doen. Dit hand­ boek, waarin ook nog veel andere handige informatie staat b.v. over kinderbijslagregelingen e.d., kun je voor 1 piek krijgen aan de SRVU­ baUe of bij de fakulteitsgroepen. Verder kun je voor inlichtingen natuurlijk bij ondergetekende op de SRvu­barak terecht. sekretaris sosjaal SRVV JAAP VA N DEN A KKER

INSTELLING STUURGROEP

Arbeidsmarl(t wetenscltappelijl( onderzoeicen De minister van wetenschapsbeleid stelt een stuurgroep in die belast wordt met opzet en begeleiding van

Nieuw hoofd personeelszaken Met ingang van 1 januari is de heer J. C. Heidoorn benoemd tot hoofd van de hoofdafdeling per­ soneelszaken. Hij is de opvolger van de heer J. Bestebreurtje die een funktie heeft aanvaard bij de Rijksuniversiteit Maastricht. De heer Heidoorn is geboren in Amsterdam (1915). Na HBS­B examen is hij in dienst getreden van het Koninklijk/ Shell­laboratorium te A msterdam, waar hij heeft gewerkt aan diver­ se research projecten voorname­ lijk op fysisch chemisch en che­ misch technisch gebied, daarna werkte hij op de opleidings­ en personeelsafdeling (14 jaar) en als bibliothecaris (12 jaar). Hij is opgeleid vcor chemisch la­ boratorlumwerk, en heeft gestu­ deerd voor middelbare akten wis­ en natuurkunde. Later voor so­ ciale pepagogiek aan het Nuts­ seminarium, vervolgens sociale psychologie als ook bibliotheek­ wetenschappen aan de Universi­ teit van A msterdam. Hij is in 1973 in dienst getreden ais staffunctionaris ten behoeve van het College van Bestuur voor wetenschappelijk personeel en sinds juli 1974 is hij waarnemend hoofd van de hoofdafdeling Per­ soneelssaken.

Lijstensysteem voor studenten in UR Voor de studentengeleding in de universiteitsraad zullen bq de volgende verkiezingen lijsten worden ingevoerd. A ldus besloot de universiteitsraad in ziJn vergadering van afgelopen dins­ dag. De beide groeperingen van studenten in de raad, de VUSO en PKV, toonden zich voor­ stander van het lUstensysteem. Jan Dirk Pronk (PKV) achtte een dergelijk systeem wenseiyk, omdat het program by de PKV altüd meer centraal staat dan 'de vent'. Voorts schafte de raad de 35%­ regeling, waarbij een kandidaat zonder verkiezing voor gekozen wordt verklaard met steun van 35% van de kiezers af. Een ordevoorstel van E. A. I. M. Evers (k.v. TA S­UR '74) om ook de samenstelling van de raad te bespreken kwam er niet door. De bedoeling van het voorstel was om tot een samenstelling van de raad te komen, waarbij de ge­ ledingen geiyk vertegenwoordigd worden. Dit stuitte bij sommige raadsleden op verzet, omdat men meende, dat zo'n belangrijke zaak onvoorbereid ter tafel werd gebracht. Bij de stemming over het voorstel staakten de stemmen. De tweede stemming — hierdoor nood­ zakelijk geworden — leverde echter eveneens een staken der stemmen op (15 voor, 15 tegen, bü drie onthoudingen). Hiermee was het voorstel van de baan. Gerard Beentjes, A V

het nationaal programma voor wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de arbeidsmarkt. Prof. H. ter Heide, hoogleraar bedrijfs­ kunde aan het Interuniversitair Instituut Bedrijfskunde te Delft, heeft zich inmiddels bereid verklaard het voorzitterschap van de stuurgroep op zich te nemen. Uitgangspunt voor dit onderzoek­ programma is een model voor de arbeidsmarkt, dat wordt opgesteld door het Nederlands Economisch Instituut te Rotterdam. Dit model zal binnenkort gereed zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 215

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's