Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 50

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 50

1 minuut leestijd

z

iapport van (MILIEUVERRIJKING EN AANKLEDING GEBOUWEN EN TERREIN) Iet terrein tussen de V.U. gejouwen aan de De Boelelaan heeft .et karakter van een restruunte, :e geheel gedomineerd wordt door 'e gebouwen er omheen, waarvan ,et gammagebouw nog moet ver, Ijzen. Het is geen gemakkelvike pgave aan zo'n ruimte een goede /orm te geven. Oe commissie M.V.A. heeft by het jntwikkelen van haar voorstellen iankbaar gebruik gemaakt van het apport van haar voorganger, de ^.P.C, uit 1970, alsmede van de iJeeén, die aan de hand daarvan jiitwikkeld zün, voordat de com.nissiê M.V.A. werd benoemd. Doel van dit rapport is een pro3ramma te formuleren voor het terreinontwerp, vergelijkbaar met het programma van eisen voor een gebouw. Dit programma kan els basis dienen voor het verlenen van een of meer opdrachten voor het ontwerpen van de terreinaanleg en aankleding. ALGEMENE GEZICHTSPUNTEN Hoewel het terrein Uit een vijftal ruimten bestaat, die leder eigen kenmerken «n functies hebben <zic III hieronder), behoort de conceptie van de terreinverzorging zodanig te zün dat de delen op elkaar afgestemd zijn. Daarom behoort eei«t deze conceptie te worden vastgföteld en door deskimdigen op haar uitvoerbaarheid te worden getoetst, voordat tot mtvoering wordt overgegaan van ontwerpen voor die ruimten, difr thans hun definitieve vorm kunnen krygen <het oostelijk deel van het terrein). 0 Het merendeel van de ruimte kan gezien worden als toegang tot en verbinding tussen de gebouwen. Sommige gebouwen zün alleen vanaf het terrein toegankelijk, zodat een nauwkeurig verkeersplan moet worden gemaakt (zie 3. hieronder). Grote delen van het terrem kunnen en moeten tevens een recreatieve functie krijgen. Bovendien moet het terrein vanuit de gebouwen er omheen het aanzien waard zün. 0 Zoveel mogeiyk groen in variatie van beplanting (o.a. bomen) is gewenst, al moet niet aan parken en gazons worden gedacht. De centrale ruimten In het terrein zullen een plein-karakter moeten hebben ('forum' en 'esplanade'), zii het van meer dan alleen bestratmg voorzien. Dus: zoveel mogelijk groen; waar nodig bestrating en verharding. 9 Het terrein moet open zijn, vrij toegankelijk ook voor buurtbewoners. 9 De schaarse ruimte, die het terrein biedt, dient niet voor het parkeren van auto's te worden gebruikt. Alleen voor invaliden moet er parkeei'gelegenheid zijn op het terrein, bij de ingang van gebouwen. Bovendien moet er

ruimte zijn voor laden en lossen. % Alle gebouwen, die aan het terrein liggen moeten bereikbaar zijn voor dienstauto's, brandweer, ambulances, taxi's e.d. Routes moeten zoveel mogelijk gecombineerd worden met de leidingnetten in het terrein (waarop niet geplant kan worden). % In- en uitgang voor auto's ligt aan de van der Boechorststraat. Vanaf de Buitenveldertselaan moet het terrein toegankelijk zijn voor voetgangers en (brom) fietsers. % Wegen en routes moeten zo worden aangelegd, dat snelheid beperkt wordt. Zij kunnen waar mogelijk gemarkeerd onderdeel van (plein) plaveisel zijn. Ook (brom)fietsers moeten er gebruik van maken; zij moeten gemakkelijk en direct de fietsen stallingen kunnen bereiken (gebouw wiskundeen natuurwetenschappen). % Rii- en keerruimte moet bei-ekend zijn op vrachtauto's van normale afmetingen. Bij het magazijn W en N moet vooralsnog rekening gehouden worden met de aanvoer van staal (6 meter). De commissie adviseert dringend bij de verdere planning van magazijnen het milieu argument te laten tellen, door toegangen voor zwaar verkeer buiten het terrein tussen de gebouwen te leggen. Autoverkeer op het terrein kan aldus zoveel mogelufc beperkt worden. % Diensttoegangen en laadperrons van de gebouwen kunnen door beplanting gemaskeerd worden. Aldus kunnen de hoofdingangen van het gebouw Wiskunde- en Natuurwetenschappen meer reliëf krijgen. 0 Door beplanting en aanleg van taluds moet bevorderd worden, dat (brom) fietsen in de stallingen worden gezet. % Verlichting en vei-wijzing, waaraan zorgvuldig aandacht zal moeten worden besteed, behoren in de ten-emaanleg te worden opgenomen en in het ontwerp te worden geïntegreerd.

wen Gammagebouw (thans parkeeiplaats). Voor elk van deze ruimten is een functie- en karakterbepaling mogelijk, zij het met enig voorbehoud, wat D en E en in mindere mate A betreft, zolang het Gammagebouw en de kapel niet definitief ontworpen en gesitueerd ziJn. Tezamen met de onder H hiervoor genoemde algemene gezichtspunten voi-men de programma's voor deze inimten de bouwstenen voor het totale terreinontwerp. In het kader van de totale conceptie kuimen deze programma's dan worden uitgewerkt tot ontwerpen voor de deelruimten. C kan thans worden aangelegd; B kan volgen zodra de scheikunde vleugel van W en N is afgebouwd. A. Centrum (tussen restaurant hoofdgebouw en Bcheikunde-, W en N). Gezien ligging en aard van deze ruimte kan zij beschouwd worden alc een centraal punt, dat vergeleken kan worden met een stadsplein (piazza). Aansluitend bij het restaui*nt van het hoofdgebouw en de kantine van het W en N gebouw zou het terrassen (met zitgelegenheid) moeten hebben. Verder is het loopruimte, onopvallend doorkruist door de verkeersroute (zie i n , 3), die eventueel gemarkeerd kan worden in het plaveisel van het plein. Bomen versierrai de ruimte en geven beschutting. Bij de aanleg ervan kan gebruik gemaakt worden van het niveauverschil (ca. 1 meter) tussen maaiveld en hoofdgebouw. Deze ruimte kan in samenhang met het eraan grenzende deel van B <tussen hoofdgebouw en W en N) als forum dienen. Het kan dan ook voorzien worden van een 'informatietent*, een lichte, open en sierlijke constructie ('dak-op-palen') voor het onderbrengen

eventuele

B. Terrein tussen hoofdgebouw en sebouw W en N. Dit terrein sluit aan de ene kant aan bij het centrum en moet daarmee een eenheid voi-men. Aan de andere kant sluit het aan bij de ruimte C (zie hieronder), die een heel ander karakter heeft dan A. 'Hard' en 'zacht' moeten elkaar dus hier ontmoeten. Het eigen karakter van deze ruimte kan worden gemarkeerd door het plaatsen van een niet te klein kxmstwerk. Rekening moet gehouden worden met verkeer, vooral voor het W en N gebouw (zie II, 3.4 en 4.1). Evenals bij A kan gebruik gemaakt worden van niveauverschil (zie ook II, 4.2). O. Terrein aan de Buitenveldertselaan Dit terrein is als wandel-, en recreatieruimte te zien, een groen 'zacht' gebied. Het zou moeten bfötaan uit een wilde-natuurtuin met inheemse flora, gevarieerd, mede door niveauverschil en glooiing. De vijver voor het cyclotrongebouw kan wat doorgetrokken worden. Gebruik kan worden gemaakt van de aarden wal, die ter afschernung van de spectromagneetruimte (tussen cyclotron en W en N) moet worden aangelegd. De tuin Is voorzien van een aantal lage zitplaatsen (heeft niet veel grote en hoge bomen), en is vrij toegankelijk ook vanaf de Buitenveldert-selaan. Een toegangsweg voor (brom)fietsers loopt er doorhe«a van de Buitenveldertselaan naar de stallingen in W en N (ook voor het hoofdgebouw; zie II, 4.2). Verder is er zo weinig mogelijk verharding. De autotoegangsweg naar het cyclotrongebouw wordt slechts zelden gebruikt en kan dus begroeid zijn.

Mtlieuverrijking en aankleding

ONDERDELEN VAN HET TERREIN Het terrein bestaat uit vijf in elkaar overgaande ruimten: A. Centrum tussen restaurant hoofdgebouw en scheikundevleugel W en N. B. Terrein tussen hoofdgebouw en W en N, tevens tussen A en C. C. TeiTein aan Buitenveldertselaan. D. Terrein tussen W en N, medische faculteit en te bouwen Gammagebouw (thans Provisorium) , tussen A en E. E. Terrein tussen medische faculteit, energiecentrum en te bou-

leiding en toetsing". Kernpunt van de WO-sector in de onderwijsbegroting vormt de kloof tussen aanbod en behoefte van bepaalde categorieën afgestudeerden. De bewindsman wil deze „maatschappelijke behoefte" duidelijk de boventoon laten voeren in zijn beleid ten aanzien van het hoger onderwijs. In de memorie van toelichting op de begroting stelt hij: „een uitbreiding van de capaciteit van die studierichtingen waarvoor een grote belangstelling bestaat, moet worden afgewogen tegen en geraamde behoefte aan afgestudeerden en togen 't beslag dat 'n dergelijke uitbreiding legt op de beschikbare middelen". In de memorie van toelichting duikt herhaaldelijk het begrip „behoefte van de arbeidsmarkt" op, hoewel de minister ook foimu leert dat „uilgangspunl

Te overwegen valt een (bewegend) kunstwerk te plaatsen m de vijver aan de Buitenveldertselaan. D. Terrein tussen W en N medische faculteit en Gammagebouw (thans Provisorium). Deze enigszins afzonderlek gelegen en besloten ruimte kan behoudens de aansluiting bij A <uitbrejding terras-, W en N kantine?) een eigen, -eerder tuin- dan pleinachtig karakter krijgen. Er moet geen sjonmetrie met B zijn, in tegenstelling tot de symmetrie van het W en N gebouw. Wellicht is een waterpartij mogelijk. Plaatsing van een kunstwerk kan overwegen worden. E. Ruimte tussen medische faeulteit, energiecentrum en Gsunmagelmuw (thans parkeerplstats) Deze ruimte zal grotendeels in beslag genomen worden door de inen uitgangsweg van het terrein, zo aan te leggen, dat tot snelheidsbeperking wordt gedwongen. De b^lanting kan aansluiten bij die van D. TEMPORISATIE Naar het oordeel van de commissie kan op basis van dit rapport besloten worden welke ontwerpopdracht(en) het universiteitsbestuur dient te geven voor de aanleg en aankleding van het terrein. De commissie stelt voor dat besluiten t.a.v. programma, ontwerpopdrachten en ontwerper (s) met spoed worden genomen, nu althans een deel van het terrein (zie B en C onder III) kan worden aangelegd. Het is hoog tijd, dat de Vrije Universiteit iets aan haar milieu gaat doen. De procedure t.a.v. ontwerp c uitvoeringsopdracht zou zo k' nen verlopen, dat in 197S met aanleg van C. tenminste kan wc den begonnen, afhankelijk van d-, universitaire begroting. Het bij C aansluitende deel van B kan volgen. De realisatie van plannen voor A en B zal moeten wachten tot de daar geplaatste noodgebouwen verwijderd zijn. De commissie pleit ervoor, dat de imiversiteit in haar bouwbeleid hoge prioriteit Beeft aan de verzorging en vormgeving van het teiTein. Het Provisorium ÏI, dat helaas A in beslag neemt, en het psychologicum dienen uit die overwegingen zo spoedig mogelijk te verdwijnen. Dat het nog een aantal jaren zal duren voor het zover is, is een reden temeer om de aanleg van C en B voortvarend ter hand te nemen.

- -ir Commentaar van mensen die ih deze materie gijn geïnteresseerd is bijzonder welkom bij de commissie Mi)A (kamer 2E-28, tel. 483789J.

Wetenschappelijk onderwijs moet builcriem aanlialen De instellingen van wetenschappelijk onderwijs zullen in 1975 de buikriem nog eens extra moeten aanhalen. In zijn onderwijsbegroting spreekt minister van Kemenade van „relatief aanzienlijke beperkingen" ten gunste van andere onderwijssectoren. Hij geeft daarbij universiteiten en hogescholen een flinke veeg uit de pan en spreekt over „een zorgwekkende situatie". Volgens van Kemenade laat „de doelmatigheid in besluitvorming op verschillende niveaus en de mogelijkheid tot een doeltreffende en planmatige beheersing van middelen en processen veel te wensen over". De minister acht „het onderwijskundig rendement nog steeds laag" en wijt dit mede aan „een gebrekkige studieprogrammering" en „de gelinge ontwilikelingen op het terrein van de methoden van overdracht, bege-

van bekendmakingen, kraampjes e.d.

van het beleid een zo goed mogelijk tegemoetkomen aan de vraag naar hoger onderwijs blijft". Met nadruk wordt echter het recht ontkent van volledige vrijheid van studiekeuze. Prioriteit heeft op dit moment een duidelijk in zicht in de maatschappelijke behoefte op langere termijn. De minister verwacht dat deze cijfers nog deze herfst beschikbaar zullen zijn. Pas daarna zal hij met concrete beleidsmaatregelen komen ten aanzien van de nog steeds groeiende vraag naar het hoger onderwijs (zowel HBO als WO). RELATIVEREN VAN DE SITUATIE Opvallend was bij de presentatie van de begroting (vrijdag 13 sept. jl. voor de pers) de ontwijkende opstelling van zowel Van Kemenade

als Klein bij vragen naar numerus fixi en capaciteit. Beide bewindslieden deden hun best de aantallen met-geplaatste studenten te bagatelliseren. Klein stelde o.a. dat van ..duizenden" potentiële eerstejaars medici na de vooi aanmelding niets meer was gehoord en hij wuifde cijfers m de grootte orde van 9 ä 10.000 weg met het antwoord dat uit ondei zoekingen was gebleken dat bijv. „zo'n 100 eerstejaars van de sociale academie zich bij alle 18 instellingen hadden laten inschrijven, waardoor in de eerste statistische gegevens sterke vertekening optrad". Bij het W.O. kan door de centiale vooraanmelding een dergelijke vertekening niet optreden. Klein ging echter niet in op de studentenstops en mogelijke (ad hoc) oplossingen. Wel verwees hij naar de investeiingsreserve (de zgn. „parkeeipost" voor nieuwbouw) die gebiuikt zou kunnen worden voor „een planmatige aanpak en een verruiming van de capaciteit". FASESEWUS AFSCHAFFING VAN SCHOOL-CURSUS EN EXAMENGELDEN Minister van Kemenade wil fasegewijs de individuele onderwijsbijdrage afschaffen. Hij rekent daar met nadruk ook de college- en inschrijvingsgelden voor het wetenschappelijk onderwijs bij, maar wil deze afschaffing daarvan binnen een integrale studiefinanciering regelen. Uitgaande van de beleidsvisie „ondei wijs is een collectief goed" zul-

len nog in 1975 alle schoolgelden binnen het kleuteronderwijs verdwijnen. Deze operatie moet augustus 19975 voltooid zijn.

Vervolg op pag. 9

Eindredaktie: Hans Bos, Jan Verdam. Medewerking: Bureau pers en voorlichting. Guus Herbschleb. Eduard de Kam; foto'a Frans Vera: tekeningen Redaktie-adres: De Boelelaan 1105 Postbus 7161 Amsterdam, telefoon 48 26 71. Kopi), niet bestemd voor de mededelingenrubriek, moet (getypt) uiterlijk maandagmorgen om 10 uur binnen ziJn. Advertenties: J. G. Duyker, Noordwolde (Pr.) Postbus 40 - Tel. 05612-541

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 50

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's