Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 151

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 151

10 minuten leestijd

3

A D V A L V A S — 2 2 N O V E M B E R 1974

DRS. H. M. VAN STRIEN IN BROCHURE:

Demokratisering doorbreekt selektie-kriteria Door Guiis Herbschleb AV Enige tijd geleden is er bij de „Onderwgspers-Utreclit" een brochure versclienen van de liand van drs. H. M. van Strien, die een overziciit geeft van de in Nederland levende ideeën over selectie in het tertiair onderwijs. De auteur, medewerker aan de VU op de afdeling onderwijsresearch, geeft in het boekje een vijftal doorstroniingsmodellen, waarin ingegaan wordt op het feitelijke of gewenste selectie; en doorstroniiagsproces. Verder wordt gesproken over structnurmodéjlen, die het organisatorisch en wettelijk kader bieden waarbinnen selectie en doorstroming moeten worden gerealiseerd. Na hoofdstukken over selectiegronden, numerus fixus, studiestatistieken en economische aspecten geeft Van Strien de opvattingen over selectie in verband met de ideeën over onderwijs en sanienlevingduur. Met dit overzichtelijke werkje heeft de schrijver de bedoeling „de lezer behulpzaam te zijn bij het formuleien van een eigen standpunt." In het veldloop- en in het expeditiemodel van De Groot wordt het onderwijs resp. gezien als een veldloop, waai bij vele mensen uitvallen of later de eindstreep behalen, en als een expeditie met als motto „samen uit, samen thuis". Het is duidelijk, dat in Nederland voornamelijk het eerstgenoemde model gehanteerd wordt, terwijl in enkele andere landen vaak meer te werk wordt gegaan volgens het expeditiemodel. De Groot is fel gekant tegen selectief onderwijs en zou graag zien dat men gebruik zou maken van een onderwijscontract, hetgeen inhoudt, dat elke student in de afgesproken tijd naar de eindstreep wordt gebracht, zonodig met extra studiebegeleiding, mits de student zijn volledige medewerking verleent. Een ander model van D e Groot is het supermarktmodel: „In de onderwijssupermarkt kan de student zelf voor een bepaald aantal jaren, onder zekere voorwaarden, zijn programma samenstellen en punten verzamelen, desgewenst tot het voor een afsluiting (diploma) vereiste totaal." Er wordt geen kontrakt gesloten en het expeditiekarakter ontbreekt aan deze vorm van onderwijs. Het allocatiemodel (ontwikkeld door de studiegroep selectie van de T.H. Twente) houdt in, dat het onderwijs-programma wordt opgevat als een netwerk van cursussen, waardoor de student een individuele route volgt. Wanneer een stu-

dent een cursus voltooid heeft, moet hij beslissen (op basis van behaalde resultaten) welke cursus hij vervolgens zal kiezen. Van Strien zelf heeft in 1973 het adaptief model ontwikkeld: „De naam adaptief mode! is gekozen, omdat wordt voorgesteld bij gegeven minimumdoelstelHngen van het wetenschappelijk onderwijs een maximale aanpassing tot stand te brengen aan de geschiktheid en interesse van de student. In de propedeusefase moet de student blijk geven, kursussen op tenminste het minimumniveau met sukses te kunnen volgen; zo niet, dan vindt dwingende selektie plaats." De commissie voorbereiding herprogrammering wetenschappelijk onderwijs van de Academische

Raad heeft een stroommodel ontwikkeld ( = een vastomlijnd programma dat men al dan niet volgt) en een richtingsmodel („een richting is een bepaald accent in de keuze van onderwerpen binnen een studie met relatief veel individuele keuzevrijheid"). EENZIJDIGE PRESSIE De hierboven genoemde modellen, met uitzondering van het allocatiemodel, zijn gebaseerd op een structuurmodel, dat ontwikkeld is door het ministerie van Onderwijs Wetenschappen. Het model omvat vele punten en we zullen daarom volstaan met het citeren van de conclusies van drs. Van Strien: „De oplossing die in deze voorstellen voor het selektieprobleem wordt gegeven wijkt in belangrijke mate af van de ideeën van De Groot. (...) Waar De Groot echter spreekt van een tweezijdig kontrakt, wekt het model van O. W. de indruk van een éénzijdige pressie. Daardoor komt dit model niet toe aan het onderwijs als expeditie." Er moeten ook nog twee andere structuurmodellen genoemd worden. Daar is in de eerste plaats het model Snijders. Deze Groningse hoogleraar wil de universitaire studie indelen in drie fasen: een kan-

didaats van twee jaar, een fase van twee jaar waarna men „meester" is en een derde fase, die óf een opleiding voor wetenschapsbeoefening omvat, of een beroepsopleiding. Van Strien hierover: „In het kader van de selektieproblematiek is met name de duur van de eerste fase (een tweejarig kandidaats i.p.v. een éénjarige propedeuse) van belang." In de tweede plaats wordt gewag gemaakt van het model Duparc, een structuurmodel van de commissie Duparc wil een nieuwe weg openen van secundair naar hoger onderwijs voor het creëren van een gemeenschappelijke overgangsfase: het voorbereidend academisch onderwijs (vao). Konkreet houdt dit in, dat de beide laatste leerjaren van het vwo en de propedeuse-fase van het wo (of het hbo nieuwe stijl) worden samengetrokken tot een geintegreerde en niet door een eindof toelatingsexamen doorsneden onderwijsfase, het vao." RECHTVAARDIGING Wat zijn nu de argumenten die aan een selectiebeslisisng ten grondslag liggen? Zo'n beslissing kan gerechtvaardigd worden door de overweging dat iemand onvoldoende blijk heeft gegeven van geschiktheid voor

mr HORDHNMOOEL

het onderwijs waarvoor hij toelating vraagt. Zo iemand wordt dan afgewezen. De argumenten voor deze rechtvaardiging kunnen volgens De Groot inhoudelijk of predictief zijn. In het eerste geval ligt de nadruk op onderwijskundige argumenten: wat heeft een student nodig, wat weet hij, wat moet hij goed kunnen? Bij de predictieve rechtvaardiging wordt juist gevraagd hoe het studiesucces van een individu zo goed mogelijk kan worden voorspeld. Volgens de heer Van Strien heeft de keuze voor een predictieve of een inhoudelijke rechtvaardiging ook praktische implikaties: „Deze betreffen, behalve het bepalen van de selektievakken, ook de wijze waarop de studieprestaties worden getoetst." ELITE Tot slot nog enkele woorden over het laatste hoofdstuk uit de brochure van drs. Van Strien: onderwijs en samenleving. Hierin wordt gezegd, dat eeuwenlang de belangrijkste functie van het onderwijs was een maatschappelijke elite in te wijden in de heersende kuituur. Het milieu vormde bij de keuze van onderwijs het belangrijkste kriterium voor de selektie. Wel is liet duidelijk dat in de laatste decennia een doorbraak heeft plaats gevonden in de demokratisering van het onderwijs. Van Strien: „Elk 'onderwijssysteem' weerspiegelt de maatschappelijke normen, waarden en opvattingen van zijn 'ontwerper'. Soms wordt de maatschappijvisie waarop een systeem berust duidelijk geëxpliciteerd, in andere gevallen blijkt pas bij nauwkeurige analyse welke concepties eraan ten grondslag liggen. Bij de besproken doorstromingsmodellen is nu eens het een, dan weer het ander het geval." Iedereen die eens een overzichtelijk, niet te omvangrijk boekje wil lezen over selektie, kan ik deze brochure van drs. H. M. van Strien zeer aanbevelen.

30^

PROBLEEM NA AANVAARDE UR-MOTIE UvA;

ENQUÊTE VOEDING AAN VU

Geen regeling voor geschillen in WUB

Binnenkort zal op bescheiden schaal een enquête a a n de Vrije Universiteit worden gehouden m e t betrekking tot de geïntegreerde restauratieve voorziening voor personeel en studenten (warme en koude maaltijden, snacks, dranken, e.d.), die sinds een j a a r in de hoofdgebouw van de VU bestaat. r)e enquête is op touw gezet door de afdeling Studentenvoeding van h e t Voorlichtingsbureau voor de Voeding. Projektleider is drs. L. M. Klinkert. De afdeling Studentenvoeding is nauw betrokken bij h e t geven van adviezen ten aanzien van de restauratieve voorzieningen bü u n i versiteiten, hogescholen en bedrijven. Teneinde verantwoorde a d viezen op dit gebied ook a a n a n dere universiteiten te k u n n e n geven, wordt de enquête a a n de VU -gehoudep. Daarbij zal de i n h e t sociaal-wetenschappelijk onderzoek gebruikelijke methode worden gevolgd.

Het feit dat de universiteitsraad van de Universiteit van Amsterdam de afgelopen week een motie van wantrouwen tegen het college van bestuur aannam, heeft een probleem aan het licht gebracht, waarvoor de Wet Universitaire Bestuurshervorming van 1970 (WUB) geen oplossing biedt. De wet kent namelijk geen regeling voor geschillen tussen de universitaire organen onderling. Wat is het geval? De bestuursorganen worden gevormd door de universiteitsraad en het college van bestuur. De raad heeft de bevoegdheid tot regeling en bestuur, voorzover die niet bij of krachtens de wet aan het college van bestuur is opgedragen. Daarnaast delegeert de r a a d veel zaken a a n h e t CvB (o.m. financiën en personeel).

Het college van bestuur kan maximaal vijf leden tellen, te weten de rektor-magnifikus, twee leden van het wetenschappelijk korps en twee zg. „Kroonleden" van buiten de universiteit. De UvA is nl. geen bijzondere universiteit zoals de V.U., waar i.p.v. twee Kroonleden twee zg. „Verenigingsleden" in het c.v.b. zitting hebben. Het college

VIETNAM-AKTIE v u voor Vietnam Er is al ƒ 62.000,— binnen, m a a r nog meer nodig. Heeft u al overgemaakt? Postgiro SZ i 3130, tnv penn. "VU voor Vietnam'.

Advertentie

Studeren is alleen al een groot voorrecht om het grandioze profijt dat de aSR studenten biedt Reële kortingen op vrijwel al je spullen van 15 tot SO»/»! Loop even bij deASA/ASR binnen. Er|s een kantoor in elke studentenstad. . \ Centrale informatie: 030-33 34 44. :

van de UvA bestaat uit vijf leden: mr. G. J. P. Cammelbeeck (voorzitter), J. Harmsen, dr. P. E. Noorman, dr. H. Polak en rektor-magnifikus prof. dr. A. de Froe. Driemaal heeft de Kroon voor de benoeming zoiggedragen: de rektor-magnifikus wordt voor tenminste twee jaar benoemd, terwijl voorts twee leden van buiten de universiteJt ook door deze worden aangewezen. De twee Kroonleden kunnen ook worden ontslagen door de Kroon, bepaalt de wet. Met betrekking tot de mogelijkheid van ontslag van de rektor-magnifikus en de twee andere leden — die door de U-raad worden gekozen uit nietleden van die raad — geeft de WUB geen regeling. Men zou kunnen zeggen, dat ten aanzien van de laatste twee gelden moet, dat zij bij opzegging van het vertrouwen dienen op te stappen. Aangaande de Kroonleden en de rektor-magnifikus heeft de universiteitsraad geen bevoegdheid tot ontslag over te gaan. Als men let op de positie van het college van bestuur, dat betrekkelijk onafhankelijk werkt, zal men die bevoegdheid tot naar huis sturen eigenlijk niet mogen aannemen. Het college van bestuur nu is zowel aan de universiteitsraad als aan de minister van onderwijs en wetenschappen verantwoording schuldig, wat een gekompliceerde situatie oplevert. Ingeval van verwaarlozing of een in strijd met de wet funktioneren van het bestuur voorziet de WUB voorts in de aanstelling van een regeringskommissie of een regeringskommissaris. Hieruit wordt (onder meer) de invloed vanuit Den Haag duidelijk. Het is de vraag, of de krachtige positie van het college van bestuur met betrek-

king tot interne geschillen mag worden aangewend. Over de kwestie is met staatssekretaris Klein van Onderwijs een gesprek gevoerd. Volgens de voorzitter vau de universiteitsraad wil hij zich niet met h e t konfUkt inlaten. Er moet een interne oplossing worden gevonden. Prof. De Froe is van mening, d a t h e t bestuur niet en bloc k a n aftreden. Het college van bestuur heeft een n o t a in h e t vooruitzicht gesteld, waarin h e t zijn standpunt over al dan niet aftreden bekend maakt. De bestuurscrisis duurt n u reeds meer d a n een week. De kommissie-Polak (prof. mr. J. M. Polak) zegt in het onlangs door haar uitgebrachte advies met betrekking tot de verlenging en wijziging van de WUB, dat het college van bestuur weliswaar verantwoording verschuldigd is aan de universiteitsraad, maar dat het niet afzetbaar is. De wet zal dit, aldus het advies duidelijker moeten stellen.

REKTIFIKATIE Zij die in A.V. van 15 november het verslag gelezen hebben van de rede van prof. Van B r a a m over de vierde macht, hebben ongetwijfeld gemerkt, d a t de titel 'Onze m a c h t gevaarlijker dan vierde m a c h t ' niet klopte. Uiteraard h a d deze moeten luid e n : 'Onze onmacht gevaarlijker d a n vierde macht', (g.h.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 151

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's