Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1975-1976 - pagina 91

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1975-1976 - pagina 91

15 minuten leestijd

AD VÄLVAS — 17 OKTOBER 1975

11

Prof. Wieringa: „Commissie zou overboó overbodig moeten zijn »

De organisatie van van liet studium gener generale cursusjaar zal weer een studium generale gehenden Ook in dit cnrsusiaar gebonden worden, dat begint op 27 oktober met een lezing van prof. Sperna Weiland. Door zo'n studium generale wordt iedereen in de gelegenheid gesteld zich op weten­ schappelijk niveau op een bepaald gebied te laten onderrichten. Studenten kunnen zo doende eens iets anders horen, dan de stof die binnen hun eigen faculteit wordt opgediend. Het studium generale werd voor het eerst aan de VU gehouden in de cursus 1962/1963. Er is een commissie, die belast is met de organisatie van een en ander en die wordt voorgezeten door prof. dr. W. J. Wieringa, hoogleraar in de economische en sociale geschiedenis aan de economische faculteit en ajn de subfaculteit geschiedenis. Hq is vanaf 1951 aan de VU verbonden. Naar aanleiding van het studium generale, dat nu pal voor de deur staat, hadden vf^ een gesprek met prof. Wieringa over het hoe en waarom van het studium generale. Hoewel het eerste studium generale 13 jaar geleden gehouden werd, zijn er eigenlijk al vanaf 1948 gedachten in die richting ontwikkeld. De se­ naat van de VU besloot in dat jaar om jaarlijks interfacultaire voor­ drachten te laten houden door men­ sen verbonden aan de VU. Van iedere faculteit werd iemand van het personeel gevraagd om een le­ zing te houden. Doel hiervan was een versteviging van contact te be­ werkstelligen tussen de faculteiten en de studenten van die faculteiten en een verdieping van inzicht te be­ reiken in de betekenis van de grondslag van de VU voor de be­ oefening van de wetenschap. In de tweede helft van de vijftiger jaren kwam het onderwerp „stu­ dium generale" al op de agenda te staan van het rectoren­college (col­ lege van alle rectores magnifici). Aan alle instellingen van weten­ schappelijk onderwijs werd behoef­ te gevoeld aan een studium gene­ rale, waarin algemene thema's op wetenschappelijk niveau aan de orde zouden kunnen komen. Er zou dus sprake zijn van een soort aan­ vulling op het wetenschappelijk on­ derwijs, zoals dat op de diverse fa­ culteiten wordt gegeven. Binnen de facuhfeiten begon het specialisme veld te winnen, zodat de algemene

vorming in het gedrang kwam. Het is duidelijk dat de VU, gezien ook de ontwikkelingen vanaf 1948, graag inhaakte op deze plannen. Zo besloot in 1960 de senaat van de VU om een studium generale in te stellen, dat voor het eerst werd ge­ houden in 1962. Er werd meteen een commissie ingesteld, die belast werd met de verzorging van de jaarlijks te geven ctrfleges voor het studium generale. Inmiddels had ook de toenmalige Civitasraad (sa­ menwerkingsverband van senaat, college van directeuren der vereni­ ging en de studentencorpora) zich bezig gehouden met deze problema­ tiek, zodat het duidelijk was dat de behoefte aan een studium generale groot was.

zo'n 10%. Ik stel inij dan op het standpunt, laten we dan meteen maar hoog prikken en dan is dui­ zend gulden wel een aardig bedrag. Maar ik had het dan wel graag met een academicibelasting willen com­ bineren. Ik vind het jammer dat Ger Klein dat idee heeft laten val­ len. Ik geef iedere student gelijk die zegt: ik weet niet of ik zo'n hoog collegegeld wel dragen kan, dat is een te zware belasting op de voor­ hand. Daarom zou ik de hoogte van het collegegeld willen combine­ ren met wat een student later gaat verdienen. Naarmate dat minder is moet het collegegeld voor hem ook lager worden. Ik heb daarover nog met De Brauw in de Kamer gedis­ j cussieerd, maar die wou er niet aan.

voldoende zijn. Wie niet luisteren wil moet maar voelen. Ik kan toch niet als'één man het wetenschappe­ lijk onderwijs gaan drajen? Dat soort profetenrollen liggen me niet. Misschien ben ik daarin wel niet een echte politicus, wie weet.

— U was in het laatste collegegeld­ debat één van de confessionele woordvoerders, die van Van Keme­ nade de toezegging hebben losge­ peuterd, dat het niet geheel uitge­ sloten was, dat het collegegeld bin­ nen niet al te lange tijd verhoogd zou kunnen worden. Ziet u dat in­ derdaad gebeuren? Ik denk dat de aandrang daartoe groter zal worden naarmate de fi­ nanciële problemen nijpender wor­ den, maar gezien Keerpunt en de verwikkelingen, die we allemaal rondom dat collegegeld gehad heb­ ben, zie ik het dit kabinet niet zo snel doen. Bij een ander kabinet, ook met een gelijksoortige samen­ stelling, sla ik de kansen veel ho­ ger aan. — U koestert nogal wat bedenkin­ gen tegen de financiering van het hoger onderwijs. Er moet voor een heel andere opzet gekozen worden, omdat het anders onbetaalbaar wordt en er steeds meer studenten­ stops komen en verder vindt u dat men ie weinig van het profijtbegin­ sel uitgaat. Bepaald geen marginale bezwaren, maar toch hebt u daar ' weinig mee aan de weg getimmerd. Dat moet je ook niet doen. Ik heb mijn bedenkingen over de finan­ ciering van het wetenschappelijk onderwijs in het herstructurerings­ debat ingebracht en dat moet maar

Buitenaf Een studium generale stelt een pro­ bleem aan de orde van algemene aard en in het bezit van een zekere actualiteit. Het onderwerp moet op wetenschappelijk niveau behandeld kunnen worden en mofct voor alle studenten aantrekkelijk en begrijpe­ lijk zijn. De sprekers kunnen men­ sen van de VU zijn, maar worden doorgaans van buitenaf aangetrok­ ken. In de commissie, die aanvankelijk

Weggedrukt — Tijdens dat debat was u ook niet zo optimistisch 'gestemd over het universitaire onderzoek. Ik denk dat het binnen de universi­ teiten in de komende jaren meer weggedrukt wordt, maar of het ook steeds meer uit de universiteiten verdwijnt? Ik geloof het niet. Het bedrijfsleven zal het zeker niet overnemen en als de universiteiten minder geld krijgen, zie ik niet in dat men dan wel ZWO meer zou kunnen geven. Nee, dat is niet het grootste gevaar. Het probleem is veeleer dat het universitair onder­ zoek niet zo best georganiseerd is. Laten we wel wezen: iedereen doet het toch op de wijze waarvan hij denkt dat het wel goed zal wezen. Soms levert dat hele goede dingen op, maar gebeurt dat vaak? — We hebben nu een aparte be­ windsman om daar meer lijn in aan te brengen. Ik vind het op zich wel goed, dat Trip probeert om tot een betere re­ gistratie van het onderzoek te ko­ men, dan weten we tenminste wie wat doet en ik waardeer ook wel dat hij bepaalde accenten probeert aan te brengen, maar als het Trip lukt, dan is dat een conjuncturele meevaller. Dan is het hem gelukt, omdat nu die financiële druk zo groot is. Dat ligt niet aan die man, maar aan de moeilijke positie van waaruit hij moet opereren. Hij heeft niks te vertellen. Hij coördi­ neert, maar dat is belachelijk, want voor een coördinerende taak moet je juist over veel mandaten beschik­ ken. Dan moet je kunnen zeggen: luister eens minister van Economi­ sche Zaken, wat je nu doet, dat wil ik niet. Trip coördineert niet, hij in­ formeert alleen maar een beetje. Dat is de tragiek van de man. Hij

" . .

*.j

^

Door Guus Herbschleb alleen bestond uit docenten (één per faculteit), zitten tegenwoordig ook studenten. ledere faculteit is dus vertegenwoordigd, hetgeen be­ langrijk is voor het krijgen van sug­ gesties. Wieringa: „De commissie stelt de onderwerpen vast voor een studium generale. De eerste jaren ging dat niet zo moeilijk, maar als je ieder jaar met een programma moet ko­ men, begin je weleens te zoeken naar een geschikt onderwerp. We hebben weleens een enquête gehou­ den onder alle faculteiten, met het verzoek op te geven welke onder­ werpen men behandeld zou willen zien. Op zo'n manier kom je wel aan bepaalde thema's. Natuurlijk zijn er weleens momen­ ten dat wij twijfelen over de zin en de functie van het studium genera­ le. In het midden van de jaren zes­ tig werd er in het algemeen een beetje geschopt tegen de hoorcolle­ ges, vanwege het passieve karakter ervan. Er gingen stemmen op om werkcolleges e.d. in te stellen ter vervanging of aanvulling van de hoorcolleges. Toen is ook in onze commissie het probleem aan de or­ de gesteld. We heben toen getracht te gaan werken met een soort pro­ jectcollege. Dit is echter een moei­ zame zaak geworden en heeft niet tot succes geleid. Na enkele jaren van weinig belangstelling voor het studium generale, is de laatste vijf jaar die belangstelling weer aan het toenemen. Kennelijk heeft men ge­ leidelijk aan weer het nut en het boeiende van hoorcolleges ont­ dekt." Op de eerste vergadering van de commissie voor een nieuw studium

maar we kennen toch allemaal de praktijk. Je stelt zo'n bedrag een­ maal vast en dan gebeurt er een he­ le tijd niets meer, maar ondertussen stijgen ieder jaar de prijzen wel met bedoelt het ongetwijfeld goed, maar niemand, met wat voor capaciteiten dan ook, zou het met zon porte­ feuille voor mekaar krijgen. Ik zou er niet aan begonnen zijn. Ik had er feestelijk voor bedankt. — U hebt gedurende de vier jaar dat u in de kamer hebt gezeten, af­ gezien van het intermezzo­Van Veen, drie verschillende bewinds­ lieden meegemaakt. Kunt u duide­ lijke verschillen in hun beleid ont­ dekken? De Brauw kennen we 'natuurlijk vooral van de collegegeldkwestie. Zo zal hij ook wel de geschiedenis ingaan. Dat is evident. De numerus­ fixus speelde toen ook al, maar dat viel toen nog niet zo op. Ja, De Brauw heeft de naam van de harde doordouwer, de harde snijder zou je kunnen zeggen. Klein komt bij de studenten een beetje op dezelfde wijze over. Hij is beslist niet de so­ cialistische bewindsman, zoals zij die zich voorgesteld hadden. Ook hij roept voortdurend dat er niet meer geld is, dat er niet meer per­ soneel bij kan komen en dat de hu­ ren van de studentenflats omhoog moeten. Wat dat betreft zie ik niet zoveel accentverschillen tussen Klein en De Brauw, hoewel ze el­ kaar in de Kamer altijd flink de oren wasten. Van Kenienade ont­ springt de dans een beetje bij deze vergelijking, omdat Klein voor hem het moeilijke werk moet opknap­ pen. Dat geeft een vertekening, maar hij is natuurlijk en heel an­ dere persoonlijkheid: een onderwijs­ filosoof, de man van de grote ge­ dachten en van de vernieuwingen in het basisonderwijs, de man van de middenschool. Zijn karakter is ook heel anders. Van Kemenade is een echte katholiek. Hij zegt niet meteen nee, maar praat met je mee, maar probeert ondertussen wel zijn zin te krijgen. Het is erg knap, wat hij doet door iemands woorden zo te parafrase­

generale (één jaar van te voren) wordt door de commissie gefiloso­ feerd over de mogelijkheden en on­ derwerpen realiseerbaar zijn en of er wel geschikte sprekers te vinden zullen zijn. Het thema wordt ten slotte vastgesteld en opgedeeld in een aantal onderwerpen. Die opde­ ling gaat zo, dat men probeert de verschillende faculteiten als weten­ schapsgebieden een rol te laten spe­ len. Wieringa: „Een jaar of zes, zeven geleden is er nog gepoogd het orga­ niseren van de studia generalia op de diverse universiteiten enigszins te coördineren, zodat er misschien wat efficiënter met de schaarse

mankracht zou kunnen worden ge­ werkt. Er zijn enkele bijeenkomsten geweest, maar er is verder niets uit­ gekomen. Wel hebben we enkele jaren de programma's uitgewis­ seld."

Overbodig In de commissie is weleens naar vo­ ren gebracht, dat de commissie eigenlijk overbodig zou moeten zijn. Wieringa: „De faculteiten zouden eigenlijk zelf moeten zorgen voor een algemene vorming van de stu­ denten. Nu is er, dacht ik, wel een ontwikkeling gaande, waarin be­ paalde faculteiten zich bewust wor­ den, dat men zich toch ook met wat algemenere problemen moet gaan bezighouden. Aan de andere kant moeten wij de studieduurver­ korting niet vergeten. In dat geval kan in de toekomst het werk van onze commissie van belang zijn, omdat de faculteiten dan geen tijd en geen middelen zullen hebben." In principe zijn de colleges in het kader van het studium generale voor iedereen toegankelijk, ook voor niet studenten en mensen van buiten de VU. De normale colleges staan tijdens het studium generale stil, zodat iedereen in de gelegen­ heid is om de voordracht te volgen. Volgende week zal prof. Wieringa zelf een algemeen inleidend verhaal schrijven ten aanzien van het stu­ dium generale van dit jaar.

Discussiemiddag VULON Op 6 juni p . werd opgericht de VULON, de Vereniging Universifaire Leraren Opleiding Nederland. Tot de eerste taken van de VULON behoort het in samenwerking met anderen vorm en inhoud geven aan de lerarenvariant in de imiversitaire lerarenopleiding en mede daardoor het zorg dragen voor een voortgaande professionalisering van die opleiding. De VULON zal op 4 november a.s. in het universiteitskomplex De Uit­ hof, Heidelberglaan 2, Utrecht een discussiemiddag organiseren, in één van de zalen in Transitorium 2 (bij de ingang zal het zaalnummer be­ kend gemaakt worden). Het thema van deze middag zal zijn: „De universitaire lerarenoplei­

ren, dat zijn opponent de indruk krijgt, dat zijn bezwaren goed zijn overgekomen en weerklank bij de bewindsman vinden, maar als je niet goed oplet, heb je niet in de gaten, dat hij er toch weer een aan­ tal elementen tussenvoegt. Erg knap. De Brauw kon dat niet. Die ging er gewoon vierkant tegen in. Klein heeft hetzelfde: een harts­ tochtelijk debater, maar lang niet altijd even tactisch. Wat het beleid betreft zie ik voor het hoger onder­ wijs geen duidelijke accentverschil­ len. — Klein zal u die opmerking niet in dank afnemen. Hij schermt nogal graag met zijn socialistische uit­ gangspunten en er is geen betere manier om hem kwaad te krijgen dan te zeggen dat zijn beleid op wezenlijke punten nauwelijks van dat van De Brauw verschilt. Ik denk dat hij dan kwaad wordt, omdat men aan zijn intenties twij­ felt, ledere bewindsman zal kwaad worden, als je zegt dat zijn beleid als twee druppels water lijkt op dat van zijn voorganger, waar hij zo­ veel kritiek op had. Maar de inten­ ties zijn niet zo belangrijk, het gaat erom over welke praktische ruimte een bewindsman kan beschikken om een beleid te ontwikkelen. Nou en Klein heeft echt niet veel meer ruimte dan De Brauw destijds, mis­ schien nog wel minder. Ja, en als u mij dan vraagt of ik iets van zijn socialistische uitgangs­ punten in het beleid terugvind, dan kan ik alleen maar zeggen, dat ik ervan overtuigd ben, dat hij het graag zou willen en dat hij het ook serieus meent, maar ik kan ze niet bespeuren. Ach, hij heeft het profijtbeginsel eens als één van de eerste socialis­ tische beginselen aangeduid. Nou, dat vind ik een prachtige uitspraak, maar ik heb het hem niet horen zeggen toen het kabinet­Biesheuvel nog aan het bewind was. Nee, ik doe niet mee aan die karikatuur van vroeger was het niet goed en nu is alles beter. Ik zie niet zulke grote verschillen in beleid. (F. C.J

ding in het bader van de herpro­ grammering". Het bestuur acht het van belang, dat de didaktici en degenen, die wal de vakinhoudelijke kant betreft mede verantwoordelijk zijn voor de universitaire lerarenopleiding per faculteit of subfacuheit van een universiteit of per afdeling of on­ derafdeling van een hogeschool, zich onderling (liefst landelijk) be­ raden op de ontwikkelinsen t.a.v. de lerarenopleiding in hun discipli­ ne. Het ligt in de bedoeling, dat op 4 november namens elke studierich­ ting één vertegenwoordiger de aan­ wezigen informeert over de stand van zaken t.a.v. de lerarenopleiding in het studiegebied dat hij represen­ teert. Van belang is met name te weten hoe lang de totale studieduur zal zijn, hoe veel tijd daarvan de onder­ wijskundige voorbereiding in beslac neemt, op welk punt in de studie deze voorbereiding begint, welk deel vóór en welk na het doctoraal­ of ingenieursexamen zal worden gedaan, in hoeverre de leraren­ variant verweven is met of los staat van de vakstudie en verder de bij­ zondere regelingen, die er eventueel per studierichting bestaan. Na deze informatieronde zal er een algemene discussie kunnen ontstaan om zo mogelijk samen een beeld te krijgen van de stand van zaken. Het gaat om een open discussie, er zul­ len geen besluiten worden genomen, geen stemmingen worden gehouden,­ het gaat om de fase van informatie en beeldvorming. De middag begint om 14.00 uur; de — discussie staat onder leiding van de voorzitter van het voorlopig bestuur van de VULON, de heer dr. J. H. Raat. Voor nadere informatie kan men zich zo nodig wenden tot het sekretariaat, mevrouw drs. M. M. Smit­Miessen, tel. 080­558833.

Stuie­reiiieiiieiit Het Bestuur van de Technische Ho­ geschool Twente vreest, dat de be­ perking van de toegestane inschrij­ vingsduur na de herprogrammering bij de huidige subsidiesnelheid veel studenten voor problemen kan stel­ len. Gezien de percentages studenten, die de eindstreep halen en waarbij tevens de gemiddelde studieduur in acht wordt genomen, is dit zeker te verwachten, aldus het bestuur. Daarom is het bestuur van mening, dat het noorzakelijk is om studie­ en onderwijsmethoden te ontwikke­ len, waarin studietempo en rende­ ment op elkaar zijn afgestemd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975

Ad Valvas | 396 Pagina's

Ad Valvas 1975-1976 - pagina 91

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975

Ad Valvas | 396 Pagina's