Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1975-1976 - pagina 85

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1975-1976 - pagina 85

14 minuten leestijd

AD VALVAS — 17 OKTOBER 1975

Scheidend

kamerlid

en onderwijsspecialist onderwijsspecialis

3

dr. A. J.

Vermaat:

Ik verwacht dat et er in de toekomst meer studentenstops studentensto komen „Als ik heel eerlyk ben, dan geloof ik, dat ik als Kamerlid liet meeste plezier ontleend heb aan het behandelen van problemen van individuele burgers. Mensen die bij voorbeeld met belastingproblemcn bij mij aankloppen. Die zgn vaak de wanhoop nabij. In sommige gevallen kun je hun problemen oplossm en dan zijn die mensen zielsbiü. Dan voel ik me tevreden en wees nou eerlijk, dat vrerk is voor nuchtere mensen toch veel prettiger dan bekvechten over de vraag of die lange lijn, waarlangs het hoger ondervFgs uitgezet moet worden nu iets meer zus of iets meer zo moet lopen." Een uitspraak, waarmee het Antirevolutionaire Kamerlid Vermaat, financieel expert en daarnaast specialist voor het hoger onderwijs, zichzelf wel aardig typeert. Vermaat is geen man van de grote gedachten, zoals hij minister Van K e menade nog wel wil omschrijven en ook geen raspoliticus, die graag en vaak aan de weg timmert. Hij is veeleer het prototype van de vakpoliticus. Geen hartstochtelijk debater, maar iemand die opvalt door zijn kennis van zaken, die als expert details niet schuwt en graag de puntjes op de i zet. Een politicus die zich gedurende vier jaar Kamerlidmaatschap niet als één van de progressiefste leden van het confessionele blok heeft laten gelden, getuige o.a. zijn initiatiefwetsontwerp om de vennootschapsbelasting met één punt te verlagen en zijn voorkeur voor een collegegeld van duizend gulden. Deze week verruilde hij om gezondheidsredenen zijn kamerzetel voor een leerstoel in de economische politiek aan de Yrqe Universiteit. V e n n a a t ; 'Het is niet zo, d a t ik er morgen bij neer a)u vallen, als ik er n u geen s t r e ^ onder zou zetten, m a a r die vier j a a r in de K a m e r . hebben m e fysiek wel wat gedaan.' „Je wordt als Kamerlid geleefd. Je rent van de ene vergadering naar de andere, maar het is ook weer niet zo erg, dat je alleen maar achter de kleine feitjes van alledag aan loopt. Er wordt nog niet in die mate beslag op je tijd gelegd, dat je alleen maar in allerlei ad hoeactiviteiten verwikkeld bent en nauwelijks enig idee hebt waar het met het beleid naar toe gaat. Dat zou een overdreven voorstelling van zaken zijn, maar ik heb bij mezelf wel gemerkt, dat je je voor een deel gaat ontspecialiseren. Je wordt gedwongen om algemener te worden. Het gaat niet alleen over je eigen vakgebied. Je moet ook met je collega's meedenken en op een gegeven moment moest ik ook nog het hoger onderwijs er bij doen. Je bent dan tegelijkertijd met zoveel zaken bezig, dat je toch te oppervlakkig gaat worden. Je hebt de tijd niet, of je zou de vakanties er voor moeten gebruiken, om nu eens echt vooruit te denken. Het lange-termijnwerk schiet er meestal bij in. Ik heb dat in toenemende mate als een handicap ervaren en het is dan ook één van de redenen, dat ik met treur nu ik uit de Kamer ben gestapt." — Maar de Kamer heeft zich toch de laatste jaren op het terrein van het hoger onderwijs eigenlijk alleen maar met deelproblemen beziggehouden. Debatten, die dan vaak ook nog een ad hoe-karakter hadden. De wijze waarop de studentenstops zijn behandeld, is in dit verband wel een aardig voorbeeld. Hoewel men de ellende zag aankomen, volstond men er mee om aan het eind van het studiejaar te constateren dat de situatie wel erg zorgelijk was. Er werd dan belangstellend naar de toekomstplannen van de minister geïnformeerd, men drong aan op capaciteitsverruimende maatregelen en daarmee was het voor dat jaar weer gebeurd. ledere keer heeft men even aan de kluif gesabbeld, maar er nooit ferm dfforheen gebeten. N'atuurlijk hingen die studentenstops al lang in de lucht en dat is naar mijn gevoel door de Kamer ook wel onderkend. Die stops zagen we wel aankomen, maar het is veeleer een kwestie geweest, dat de Kamer meestal de neiging heeft om een voorstel van een bewindsman af te wachten of pas tot handelen over te gaan als er zich in het veld zelf een duidelijke ontwikkeling aftekent. Doet zo'n situatie zich voor, dan kun je daar vrij gemakkelijk ja of nee tegen zeggen

en val je dus eigenlijk terug op je controlerende en bijsturende taak. Over het algemeen ligt het accent te weinig op initiërende taken, waaraan je je als medewetgever toch eigerjijk niet mag onttrekken. Het gevolg is, dat men dan inderdaad zegt: laten we eerst maar over de komende twee jaar praten, daarna zien we wel weer verder. De numerus fixus-wetgeving is daar eea goed voorbeeld van. Toen Ger Klein in een Memorie van Antwoord met het criterium van de arbeidsmarkt kwam aanzetten heeft de Kamer, en ik ben daar mijn collega's in bijgevallen, gezegd: ho, dat is een heel nieuw element, laten we dat even buiten deze tijdelijke verlenging laten, want dat moeten we fundamenteler aanpakken en beter adstrueren. Naar mijn gevoel een juiste handelwijze, maar het gevaar is wel dat je dit soort zaken, waarover je toch zult moeten spreken, en hoe eerder dat gebeurt hoe beter, wat wegmoffelt. Dat opschuiven van problemen is een structurele zwakte van de Kamer.

Door Johan Kortenray en Gerbrand Feenstra veau van een gespecialiseerd wetenschapper. Aan de andere kant wordt onderkend, dat een heleboel studenten wel een vorm van hoger onderwijs wensen te volgen, maar later helemaal geen wetenschappelijk onderzoek willen doen. In de huidige situatie laten we die categorie studenten te veel doen, terwijl de meer wetenschappelijk geïnteresseerden te kort schieten. Het hoger onderwijs is nu een procrustusbed. Er zal veel meer differentiatie moeten komen. — Dat zeggen Klein en Van Kemenade ook. Verbaal wel, maar ik geloof dat die herstructurering niet zo bevorderlijk is geweest voor het aanbrengen van meer differentiatie. Het is helemaal Posthumus hè, we hebben nu eindelijk iets gerealiseerd, wat al een aantal jaren geleden is uitgedacht, maar ondertussen zijn we al weer veel verder. Vijf jaar geleden had er eigenlijk weer een nieuwe

Achter de gordijnen —' V heeft zich daar in het herstructiireringsdebat zelf ook in zekere zin schuldig gemaakt. Samen met Hermes van de KVP stond u toen op het standpunt, dat zolang er niet meer informatie van het ministerie kwam over hoe het H.B.O. en het W.O. samen in een hoger onderwijs-nieuwe-stijl zouden opgaan, de Kamer zich eigenlijk niet met de herstructurering kon bezighouden. V bent toen ook overstag gegaan. Ik heb inderdaad in een bepaalde fase met Hermes de gedachte gehad, dat als ze die integratie niet verder zouden concretiseren, we die herprogrammering eigenlijk niet konden aannemen, maar het vervelende in de politiek is, dat je vaak niet kunt kiezen tussen wat je wel wil en wat je niet wil. Meestal moet je kiezen tussen zaken, die je in feite niet allebei wilt. Dan kun je wel heel principieel achter de gordijnen gaan lopen, maar er wordt toch gestemd. Ik koester heel andere denkbeelden over hoe het hoger onderwijs zich in de toekomst moet ontwikkelen, maar als we toen niet voor een vorm van herprogrammering hadden gekozen, was er waarschijnlijk de eerste vijf of tien jaar helemaal niets meer uitgekomen. Een harde opstelling had alleen maar een averechts effect gehad. — Maar Klein en Van Kemenade doen er toch geen vijf jaar over om hun ideeën over die integratie van het HBO en WO op tafel te leggen? Als u het dan precies wilt weten: voor een deel was het onmogelijk, omdat de bewindslieden van tevoren al gezegd hadden, dat ze geen kans zagen om aan onze bezwaren tegemoet te komen. Verder wilden we niet dat de PvdA-fractie, die veel meer kritiek had, althans sommigen van hen, ons argument zou gaan hanteren en bovendien is het confessionele blok vaak veel minder een gesloten eenheid, d a n m e n gemakshalve wel eens aanneemt. E r waren ook confessionelen die vonden, dat het wetsontwerp zo snel mogelijk door de Kamer moest. Het gevolg is wel geweest, dat we als Kamer eigenlijk geen keuze gemaakt hebben. We zijn er weer tussen in gaan zitten. Dat gaat misschien vijf jaar goed, maar dan dienen de problemen zich weer aan. Men wil twee dingen met elkaar verenigen, waarvan ik vind dat ze eigenlijk niet met elkaar te rijmen zijn. Aan de ene kant willen we dat zoveel mogelijk mensen een wetenschappelijke opleiding krijgen, want het HBO is toch ook sterk aan het academiseren. Die studenten moeten dan opgeleid worden op het ni-

Posthumus aan de slag moeten gaan. Die had zich op het probleem van de differentiatie moeten stormen, want dat is in de uiteindelijke wetgeving onvoldoende uitgewerkt. Ergens is het ook wel begrijpelijk. Men wilde niet teveel tegelijkertijd veranderen, want het hoger onderwijs moet voor de overheid natuurlijk wel beheersbaar blijven, vooral wat de financieiing betreft. — En dat ziet u niet zo zitten. U heeft nogal veel vraagtekens gezet achter de 20 % bezuiniging die men met de herstructurering in de wacht hoopt te slepen. U heeft indertijd in de Kamer gezegd, dat tt uw handen zou dichtknijpen als het 10 % zou worden, maar uit uw woorden viel te beluisteren dat dat... U bedoelt, dat was een nette maniet om te zeggen, dat ik er helemaal geen fiducie in had. Dat klopt. Ik denk dat een heleboel studierichtingen alsnog vijf jaar gaan duren en dat kost natuurlijk geld. Verder hebben de bewindslieden nogal wat beloofd: meer researchstudenten en enige duizenden assistentonderzoekers als een soort promotie-assistenten nieuwe stijl. Dat zijn zeker geen goedkope mensen, vooral de laatste categorie niet, want je hebt toch vrel wat mensen nodig om ze te begeleiden. Eigenlijk moet alles van die selectieve propedeuse komen en daar heb ik een hard hoofd in. Er zullen wel een aantal mensen verdwijnen en dat is een hard gelag voor ze, maar dat gebeurde toch in feite altijd al. In mijn tijd was de helft ook al na twee jaar verdwenen, terwijl economie helemaal niet zo'n moeilijke opleiding is. Misschien dat die mensen nu een jaar eerder weggaan, nou tel uil je winst. Nee, ik zie die bezuinigingen niet komen. — En dus, zei u toen, moeten we binnenkort weer opnieuw gaan herprogrammeren. Inderdaad, als die bezuinigingen niet haalbaar zijn en de extra kosten van de herprogrammering komen er wel, dan komt dat financiële hakblok steeds dichterbij. In eerste instantie zal zich dat uiten in meer studentenstops. Als de voorraad steeds meer opraakt, worden de wachtrijen groter. Dan zal er toch iets moeten gebeuren maar geen herprogrammering, zoals die zich nu aan het voltrekken is, want dan kom je toch niet veel verder dan een cursusduur van vier of heel misschien 3V4 jaar. Nee, dan moet je echt gaan werken met heel gedifferentieerde opleidingen.

Democratisering universiteiten verzwaart taak commnnicatoren De universitaire voorlichtingsdiensten ondergaan de effecten van de Wet Universitaire Bestuurshervorming 0^'UB) op het gebied van de communicatie. De door deze wet bevorderde democratisering van bet besluitvormingsproces in het universitaire bestel stelt zowel kwalitatief als kwantitatief hoge eisen aan de universitaire voorlichters en aan de redacteuren van de universitaire bladen. Zij trachten over het algemeen de effecten van de WUB op hun terrein zo goed mogelijk te ondervangen, hetgeen mede tot uiting komt in een meer intensieve onderlinge samenwerking. Deze biedt bemoedigende perspectieven voor de intra en interuniversitaire informatieverschaffing. Tot deze constatering is de Commissie Voorlichtingsvraagstukken • van de Academische Raad gekomen in haar eerste verslag aan de Raad.

Belangrijke rol D e commissie wijst erop, dat deel-, neming aan het gedemocratiseerde besluitvormingsproces veronderstelt dat de informatie daarover toegankelijk is. De voorlichtingsdiensten van de universiteit en hogescholen, alsmede de universitaire pers spelen daarbij, ieder naar eigen aard, een belangrijke rol.

Beleidsformulering vanaf de basis doet, aldus de commissie, het aantal bronnen en ontvangers van informatie in verschillende geledingen en groeperingen toenemen. D e complexiteit van vraagstukken en de toegenomen omvang en verscheidenheid van informatie brengen met zich mee, dat de universitaire „beroepscommunicatoren" een grotere hoeveelheid informatie met een grotere snelheid dan voorheen moeten bewerken voor een publiek, dat steeds verscheidener wordt. Zij constateert voorts niet alleen meer intensieve onderlinge samenwerking tussen de „beroepscommunicatoren", maar ook wijzigingen in de rol, die zij spelen; namelijk accentverschuiving van het louter instrumentele naar op eigen taakgebied zelfstandig functioneren. Bijgevolg vervullen de voorlichtingsdiensten thans een meer communicatieve functie dan voorheen, terwijl in

— Toewerken naar uw ideaal: het angelsaksisch

toekontstmodel.

Ja, een hoger onderwijs, dat twse hoofdstromen omvat: meer aliiemene opleidingen, die naar mijn idee door de meerderheid van de studenten gevolgd gaan worden en meer typische opleidingen die visel langer en duurder zullen zijn; ijie helemaal afgestemd worden op sliidenten die in de wetenschap Atmr willen gaan en dan ook in het Isader van hun opleiding promoveren. Meer niveaudifferentiatie dus en als de samenwerking met het HllO van de grond komt, zie ik de nsogelijkheid van meer tussenopleidingen die bij voorbeeld weer minder op algemene voiming zijn afgestemd, maar veel praktischer zijn, meer beroepsgericht, zoals bijvoorbeeld de lerarenopleiding dat nu al is. — Zo'n model is

goedkoper.

In ieder geval minder frustrereisd, omdat iedereen beter aan zijn tnjkken komt. Het is ook wel goedkoper, omdat de echt dure opleidingen aan een veel kleinere categorie studenten gegeven worden. De rest kan gemakkelijker en sneller afstuderen. — Een aanmerkelijk duur.

kortere curssss-

Drie jaar moet wel kunnen. U nnag ook wel weten dat ik altijd (srg zwaar tegen dat zesde jaar van liet voorbereidend wetenschappelijk onderwijs heb zitten aanhikken. C?elukkig heb ik niet over de Mammoetwet beslist, maar ik heb bet altijd een verloren jaar gevonden. Geef het maar aan de universiteiten en het HBO. — De PvdA'er Masman heeft eens een dergelijk voorstel gelanceerd, maar van Vermaat hebben we nomt iets in deze richting gehoord. Ik heb dat gewoon in mijn fractie verloren. Het Mammoetonderwfijs had toen net zijn eerste eindexamen achter de rug en men vond het destijds te vi'oeg om al weer met ingrijpende wijzigingen te komun. Daar kon ik toen wel begrip vctor opbrengen, maar als ik in de Kamer was blijven zitten, had ik het zeker bij de behandeling van de Contourennota weer ingebracht. — Voor u is in de huidige opzet de slogan „op weg naar een massaal hoger onderwijs" een loze kreet, want dat kan niet betactld worden. Ik voorzie ernstige financiële moeilijkheden. We zullen andere wegen moeten inslaan om een grotere c^namecapaciteit te bereiken en om het hoger onderwijs betaalbaar te laten blijven. Ja en in dit verband kom ik dan naast mijn pleidooi om meer differentiatie weer op het profijtbeginsel terecht. Ik heb altijd al gezegd: vijfhonderd gulden coUeijegeld, dat lijkt nergens op. Ik heb in het laatste collegegelddebat dan ook samen met mijn fractie voor het amendement-De Brauw gestemd. Nu weet ik wel, dat het bedrag van duizend gulden ook 20 maar uit de lucht is komen vallen.

Vervolg op pag. 31

de mtiversitaire pers het accent is verschoven van het mededelingtaiblad naar een volwaardig journalistiek Produkt. D e universitaire bladen in Nederland „vervullen in toenemende mate ook de functie, die de pers in eea democratisch bestel toekomt, namelijk de op vrije nieuwsgaring gebaseerde informatieverschaffing over de kritische begeleiding van hetgeen er geschiedt en hetgeen voor de lezers relevant kan worden geacht", aldus de commissie.

Intern D e Commissie Voorlichtingsvraiigstukken heeft relatief veel aandacht geschonken aan de ontwikkelingsn op het gebied van de interne vomlichting (dat is de voorlichting b3jinen de eigen instelling). D e redgn hiervan is o.a. dat de WUB op dit vlak zijn gevolgen sterk doet voelen. Daarnaast is de commissie van nssning dat, wanneer het om het imago van het wetenschappelijk onderwijs in de samenleving gaat, verbetering hiervan geen „oppoetsen" kan Isgtekenen. „Een beter functioneren van het universitaire raderwerk, mede da'ak zij een betere interne communicatie, alsmede een doelgerichte, gedegsn voorlichting omtrent dit functioiseren en de resultaten ervan zullen het imago van het wetenschappel^k onderwijs tezamen moeten bepaltm. (LH9)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975

Ad Valvas | 396 Pagina's

Ad Valvas 1975-1976 - pagina 85

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975

Ad Valvas | 396 Pagina's