Ad Valvas 1975-1976 - pagina 307
AD VALVAS — 9 APRIL 1976
Niet-ondertekende
'Verklaring* circuleert al enige tijd hinnen VU
Bericht voor studenten met beurzen
Anti-kommuniStisch schimmenspel
April - formuüerenmaand
lil de diskussie over het al of niet verenigbare van het onderschreven van de doelstelling van de VU met kommunistische sympathieën bü 6estuurs-, raads; en kommissieleden heeft zich een merkwaardig feit voorgedaan. Ruim twee vreken geleden — zo is de redaktie te weten gekomen — is door een of meer leden van het wetenschappelqk korps een anonieme „Verklaring" geschreven en verspreid die er niet om liegt. Hel stuk werd begin vorige week bij afwezigheid van de redaktieleden in kopievorm zonder begeleidend briefje ook op een van de redaktiebureau's gedeponeerd, waarna de redaktie op ondeizoek ging. Omdat het onderzoek neerkwam op het op grond van de inhoud van de „Verklaring" eenvoudig „prikken" van namen, stootte de redaktie een aantal malen haar hoofd. Toch leverde het „prikken" iets op: een telefoongesprek met prof. dr. S. D. Fokkema, hoogleraar aan de psychologische subfakulteit.
De ambtenaren van de belastingdienst willen in april aangiftebiljetten in huis hebben, maar zy zQn niet de enige belangstellenden als het gaat om financiële en andere welstand: de Hoofdafdeling Büksstudietoelagen heeft studenten en hun ouders ook opnieuw enig huiswerk bezorgd.
te weten van wie de „Verklaring" "afkomstig is. ' Aldus blijft de vraag naar de auteur(s) vooralsnog onbeantwoord. Kennelijk wil(len) de opsteller(s) zich niet bekend maken, maar slechts „stemming maken" of aftasten in hoeven'e er in (bepaalde) VU-kringen adhesie voor de „Verklaring" bestaat om dan tezijnertijd zonder gezichtsverlies naar buiten te treden. Een vreemd schimmenspel. (JvdV)
Twee grote vierbladige formulieren (22 X 28 cm) zijn terechtgekomen bij alle studenten, die voor
De redaktie heeft een „Verklaring" onder ogen gekregen over'de aktnele diskussie doelstelling VU kommunistische sympathisanten, besteind voor hoogleraren, lektoren en wetenschappelijke medewer^ kers. Het stuk is niet ondertekend. Is het van u afkomstfg? — Nee, dat is onvolledig. Hebt u het rondgestuurd? — Dat is maar half waar. Bovendien is wat u onder ogen is gekomen zeer waarechijnlijk niet het definitieve stuk. Er kunnen dus nog wyzigingen in' komen. Bovendien is het vertrouwelijk en kan het niet bekend zijn. Dat het stuk vertrouwelijk is, is dat ook zo gesteld? — Voorzover erover gekorrespondecrd is, zal dat wel het geval zijn geweest. Dat weet ik niet. Ik doe dat niet in mijn eentje. Er kan ook wel eens iemand dat hebben verzi'imd. Dat kan me verder ook niet zoveel schelen, m a a r we h e b ben wel afgesproken dat het voorlopig vertrouwelijk is. Hebben de leden van de werkgroep Doelstelling het'stuk al gezien? — Ja, ik mag wel aannemen dat die het stuk hebben gekregen. Wat is de bedoeling van de „Verklaring" en het rondzenden ervan? — Men wil natuurlijk kijken in hoeverre'er instemming voor bestaat. Pas wanneer er een grote groep achterstaat, treedt men naar buiten? — E h . . . of dat een grote groep hoeft te zijn is niet zeker. Duidelijk is dat prof Fokkema meer van de „Verklaring" weet, maar wie het stuk geschreven heeft of hebben, blijft een raadsel voorlopig. Niemand is vooralsnog verantwooi delijk voor het (koncept?) stuk...
Op enige schaal D e „Verklaring" is overigens wel op enige schaal onder „vertrouwden" binnen de universitaire gemeenschap verspieid. Behalve dat ae werkgroep Doelstelling er onder andere van op de hoogte is, blijkt ook het bestuur van de Vereniging het stuk te hebben gekregen. Algemeen sekretaris Kruysse: „Donderdagmiddag 25 maart kreeg ik zo'n ding op mijn bureau en dat heb ik gefotokopieerd en aan de bestuursleden ter hand gesteld." Het Verenigingsbestuur deed er niets mee. Kruysse: „We hebben zaterdag 27 maait een vergadeiing gehad en het stuk stond met op de agenda. Het is gewoon voor kennisgeving aangenomen." Hij zegt overigens van de hele zaak en het verloop ervan niets af te weten. De „Verklaring" is onder andere ook bij het College van Bestuur bekend, maar veel wijzer werd de redaktie daar niet. Van de zijde van de VUSO-studenten, bij een of meer van wie de „Verklaring" ook is terechtgekomen, gaf men bij monde van Lex Oude Weerninkr universiteitsraadslid, te kennen niet op een dergelijk anoniem stuk "te willen reageren. Ook zei men niet
Middaggebed Het middaggebed wordt ledere dinsdag van 13—13.30 gehouden in de kerkzaal van het VUhoofdgebouw (16e verdieping). Deze korte naiddagpauzedienst wordt op 13 april verzorgd door ds. S. A. BoiM^ft?4?ri3e toegang.
DAN MAAi^ GfehT
omov^üAXie;
kon ze niet allemaal tegelük verzenden en daarom zal de een een paar weken eerder in het bezit ervan zjjn gekomen dan de ander. Wie ze echter .'óór 17 april niet het Jaar 1976-1977 een rljksstudietoelage hebben aangevi-aagd. Men heeft, moet gaan informeren of hij wel op de lijst van aanvragers voorkomt. Wat moet er met deze twee grote formulieren gebeuren?.Het eerste, een zgn. B-formulier, uitgevoerd in rood, wit en blauw, omvat vragen over de student zelf, over een eventuele huwelijkspartner en over de ouders van de student, waarb« minder en meer de nadruk ligt op de financiële positie. Het moet tijdig naar Groningen worden gestuittd. Het tweede, een zgn. Decanenformulier, is geel van klein-. De studentendecanen stellen het zeer op prys indien u hun door middel van dat formulier de nodige informatie wilt verschaffen. Het bewijst goede diensten, zowel bü adviseringsprocedures als biJ een bezoek op een spreekuur. U kunt het zenden aan het Btu-eau van de Studentendecanen v. d. Vrije Universiteit, postbus 7161, Amsterdam, maar u kunt het ook afgeven op het secretariaat van het deoanenbureau, hoofdgebouw OE-69. (Er staat wel een grote doos op de balie). Twee andere formulieren (24 x 14 cm) ziJn niet voor alle aanvragers bestemd; een ervan werd alleen verzonden aan studenten, die voor 1975—1976 een toelage toegewezen kregen, gebaseerd op een opgave van het ouderlijk inkomen over 1974, terwijl achteraf gebleken is dat die ouders wel aangifte m.b.t. de inkomstenbelasting moesten doen. Nu wordt gevraagd om onverwijlde toezending van het aanslagbiljet dat van deze aangifte ,het gevolg is geweest. Het tweede formulier is enkel toegezonden aan die studenten, die over hun neveninkomsten in het lopende studiejaar tot dusver in alle talen hebben gezwegen. Het draagt de titel 'Herinnering' n deelt mee dat blijven zwygen vervelende consequenties kan hebben zoals blokkering van een bedrag dat nog in april zou worden uitgekeerd en zelfs terugvordering van de gehele voor 1975—1976 toegewezen toelage. Men zij gewaarschuwd! Bureau
studentendecanen
Anonieme 'Verldaring'
De doelstelling van de Universiteit om haar arbeid in gehoorzaamheid aan het Evangelie van Jezus Christus te richten op het dienen van God en zijn wereld vatten wij op als een permanent beroep op ons als individuele personen en als groep. Wij pogen ernstig, uiteraard ook met falen, naar de bijbelse maatstaven in ons werk de bedoelde dienstbaarheid te verwezenlijken. Wij achten het onze opgave deze Universiteit met haar eigen karakter voor de toekomst te behouden. Wij staan geheel achter de mogelijkheid, dat studenten van diverse geestelijke achtergrond aan de Vrije Universiteit komen studeren. 4 Onlangs hebben de studentenpredikanten als hun mening gepubliceerd, dat iedereen (inclusief aanhangers en sympathisansanten van totalitaire maatsghappijbeschouwingen als het communisme) onder het voorbehoud van zekere vage subjectieve voorwaarden aan de onderwijstaak en het bestuur binnen de Vrije Universiteit zou moeten kunnen-deelnemen. In de meningsvorming van de predikanten over deze zaak, die rechtstreeks ónze taak en speciaal de vraag met wie vrij deze moeten uitvoeren aangaat, zijn wij niet betrokken geweest. Wij menen de opvatting van de predikanten met beslistheid te moeten afwijzen, welke afwijzing ook geldt met betrekking tot aanhangers van andere totalitaire staatsfilosofieën en van andere niet-Christelijke godsdiensten.
posities voor communisten en sympathisanten, die de doeleinden van de partij dienen, is gebaseerd op het volgende. A. In de eerste plaats de kennisname van de communistische dogma's zoals deze door hun partij-ideologen worden geformuleerd. Wel is het een bekend feit, dat communisten en met name ook de C.P.N, van tijd tot tijd al naar gelang de omstandigheden hun doctrines zekere wijzigingen doen ondergaan, maai het atheïsme, de idee van de klassenstrijd en zijn conciete betekenis voor de individuele aanhanger de (neo)marxistische opvattingen over de zin van de geschiedenis en van het menselijk leven zijn blijvende elementen in de communistische leer en ten enenmale onverenigbaar met onze Christelijke levensopvatting. Voorts vi'ijzen wij de pretentie van wetenschappelijkheid, die marxisten aan hun opvattingen verbinden, volstrekt af. B. In de tweede plaats de kennis omtrent de praktijk van communistische regimes. Sommigen onzer onderhouden uit hoofde van hun werkzaamheden contacten met geleerden in landen met communistische regimes. Wij weten, dat daar geen vrijheid van meningsuiting en vergadering en geen onbelemmerde mogelijkheid voor godsdienstige opvoeding bestaat. Vrees om op -losse gronden te worden ontslagen, om aangeklaagd te worden en om door de staatspolitie te worden' gegrepen behoren er tot het leefklimaat van talloze integere intellectuelen. Wij zwijgen nog maar over het lot van velen, voor wie deze vrees bewaarheid werd. C. Het naar onze mening onoplosbare praktische probleem om met mensen van deze totaal andere geestelijke Signatuur in onderwijs en bestuur vruchtbaar samen te werken aan de verwezenlijking van de doelstelling der Universiteit. Wij zien hiertoe dan ook geen enkele -noodzaak. Overigens sluit dit standpunt de deelname aan een dialoog met marxisten bepaald niet uit. Met het oog op een eventuele dialoog achten wij duidelijke identiteit van onze Christelijke instellingen voor wetenschappelijk onderwijs onmisbaar. Wie meent deze stellingname met de diskwalificatie „politieke discriminatie" te kunnen afdoen, geeft blijk de geestelijke aanspraken en reikwijdte van respectievelijk Christendom en communisme niet te beseffen.
Onze afwijzing van het openstellen van bestuurlijke en onderwijs-
Amsterdam, 24 maart 1976".
„Wij, hoogleraren, lectoren en wetenschappelijke medewerkers aan de Vrije Universiteit, vinden in de recente berichten van de zijde van de studentenpredikanten aanleiding ons uit te spreken over het Christelijk karakter van de Universiteit en over de zienswijze, die wij als docenten op onze universitaire taken van ondei-wijs en bestuur hebben. 1. Wij zijn van mening, dat het bestaansrecht van onze bijzondere Christelijke Universiteit heden even sterk geldt als ten tijde van haar oprichting. Al hebben de niet-Christelüke denkrichtingen thans een ander karakter dan in 1880, zij leggen even zeer beslag op het geestesleven en op de maatschappelijke gebeurtenissen en zij leiden in wellicht nog sterkere mate mensen af van de elementaire waarheden van het geloof en van de liefde tot God en de naaste.
ïsei^s*.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975
Ad Valvas | 396 Pagina's