Ad Valvas 1975-1976 - pagina 343
AD VALVAS — X4 MEI 197S Antwoord op Van Baars: die elub is wèl nodig
De noodzaak van de KSVU Toen in maart j.l. enkele hoogleraren en lectoren zich tot hnn collega's richtten met een brief waarin zij de aandacht op de KSVU vestigden — en zij deden dat omdat in die loring de bekendheid met de kiesvereniging Staf-vu nog niet zo groot was als in die der wetenschappelyke mede» werkers —, reageerde de beer 3. van Baars met een aantal opmerkingen en vragen. Zün schryven bevatte de aantoonbaar vervormde weergave van enkele voorvallen, en wij vermoeden dat de geadresseerden daarom de vragen als enigszins retorisch beschouwden. Nu dezelfde verdraaiingen terug zijn te vinden in het stuk: „Is die club wel nodig?" in Ad Valvas van 7 mei, waar zij aan een lezerskring vforden aangeboden die niet noodzakelijkerwijs zelf de errata kan aanwijzen, moeten WQ dat maar doen. De hamvraag van Van Baars kan eenvoudig worden beantwoord met verwijzing naar een voorval waarop hij zelf in suggestierijke maar informatie-arme bewoordingen zinspeelt, en dat elders in het nummer van AV, en wel onder de foto van de heer H. B. Jansen, kandidaat in district 40, vermeld staat. In dat distriet, en hetzelfde geldt vermoedelijk in meer districten, kennen de kiesgerechtigden elkaar zo weinig dat andermans overtuigingen op algemeen-politiek en universitair-politiek terrein geheel of grotendeels onbekend zijn. En als je iemand afvaardigt naar de U.R. zijn dat nu juist dingen die je moet en wilt weten van een kandidaat. Zijn staat van dienst en zijn huidige functies kunnen iets zeggen over zijn deskundigenheid op bepaalde terreinen, ze zeggen niets over zijn mening omtrent vraagstukken op die terreinen. De KSVU vindt dat een kandidaat meer moet tonen dan deskundigheid: hij moet ook zijn mening kenbaar maken. Pas toen dat laatste gebeurde in district 40 bleek dat de benadering van de heer Jansen door de KSVU een vergissing was; een vergissing die ook kiezers hadden kunnen begaan. Van Baal's ziet in die benadering kennelijk iets als een oneerbaar voorstel, maar hij licht niet toe waarom. Hij wijst slechts op de Indringendheid waarmee een en ander gebeurde, alsof dat iets meetbaars en/of iets afkeurenswaardigs zou betreffen. De beschuldiging als zou de KSVU hebben getracht haar kandidaat „ . . . als enige (...) aan de kandiderende club te verkopen" wordt evenmin toegelicht en is voor ons onbegiüjpelijk. Wij kunnen slechts in het algemeen zeggen dat van de kiesvereniging niet gevraagd mag worden naast haar eigen kandidaten ook tegenkandidaten voor te dragen. De vraag waarom de KSVU een „open en zelfstandige kandidaatstelling" niet aandurfde gaat dan ook uit van een onware veronderstelling en kan niet beantwoord worden.
Duidelijkheid Waarom de kiesvereniging StafVU? In de eerste plaats terwille van de duidelijkheid voor de kiezers, die zich niet willen laten bedotten door degenen die beweren dat deskundigheid alleen genoeg is en dat alleen deskundigheid noodzakelijk is om tot goede, onafhankelijke en objectieve besluitvorming te komen. Het gaat er natuurlijk niet om dat „ . . . alleen organisatie-standpunten en/of programmatische standpunten juiste standpunten (zouden) zijn. Deze stelling is zeer aanvechtbaar". Inderdaad, even aanvechtbaar als de logica waarmee van Baars deze wonderlijke stelling afleidt. Wat van Baars programmatische standpunten noemt, zijn niet anders dan standpunten die bij veel personen leven en waarop woorden als „juist" en „onjuist" nauwelijks van toepassing zijn. Een aantal van die personen heeft een kiesvereniging gevormd, enerzijds terwille van de
Verschijning Ad Valvas In verband met Hemelvaartsdag verschont Ad Valvas niet op vrydag 28 mei. Het laatste nummer van Ad Valvas in dit studiejaar zal verschenen op vrüdag 25 juni. Wij verzoeken iedereen hiermee rekening te houden. Bedaktie
herkenbaarheid voor de kiezers, anderzijds terwille van een effectieve uitoefening van de functies waarin leden van de kiesvereniging worden gekozen. Immers, deze organisatievorm levert direct een taakverdeling voor fractieleden en een achterban als klankbord op. Van Baars stelt naast de vraag naar de noodzaak van de KSVU nog enkele vragen. Elk van die vragen kan en moet beantwoord worden. Op sommige van die vragen is een antwoord te vinden in het definitieve programma, in het artikel van de KSVU in dezelfde AV of in de lijst van standpunten die in enkele districten waar de KSVU uitkomt met een kandidaat, circuleert Onze wedervraag is echter of Van Baars wel serieus geïnteresseerd is in antwoorden. Zijn toelichting op twee van die vragen is van een zodanig karakter dat enige twijfel ons gerechtvaardigd lijkt,
Contekst Zo vermeldt hij wel dat de KSVU de imiversiteit ooit heeft beschreven als „ontmoetingsplaats van volwassenen en jonge volwassenen", maar hij verzuimt de contekst voor deze opmerking te geven. Het maakt nogal wat uit of het ging om onderwijs of om de moeilijkheden rond de reglementen van de faculteit der sociale wetenschappen. Het lantste was het geval. Zo zou de houding van een KSVUfractielid, dat liever afwachtte op wat de PKV deed dan zijn handtekening onder een motie te plaatsen, gemakkelijker te begrijpen zijn
als Van Baars hierbij had verteld dat de PKV al een soortgelijke, maar verderstrekkende motie had ingediend. De KSVU vindt dat het in zo'n situatie niet persé nodig is nog met een eigen motie te komen, maar probeert liever eerst door overleg tot een voor alle geledingen bevredigend compromis te komen. Van Baars zal zich wellicht daarvan ook voorbeelden kunnen herinneren (motie n.a.v. het advies van de Cie-Polak). Hij zal zich ook gevallen kunnen herinneren waarin dat niet mogelijk was, of zelfs waarin dat niet werd geprobeerd (motie n.a.v. W.H.W.O.). Spreekt Van Baars in zo'n geval van een betreurenswaardige polarisatie, of wil hij erkennen dat sommige zaken zich alleen laten bespreken in termen van voor en tegen, niet in termen van enerzijds/ anderaijds?
Zinvol en constructief Het is Van Baars niet werkelijk te doen om antwoorden want het antwoord op zijn hamvraag geeft hij zelf: „vier jaar UR werk hebben getoond, dat een onafhankelijke WP-vertegenwoordiging zinvol en constructief functioneert". Van Baars spreekt hier niet over twee jaar KSVU in de UR; daarvan zou zeker hetzelfde gezegd moeten worden. Overigens willen wij zijp conclusie niet zonder meer afwijzen. Wel zetten wij soms vraagtekens bij het woord „zinvol" (en wij willen best aannemen dat anderen wel eens twijfelen aan het zinvolle van onze bezigheden: zinvolheid is af te leiden uit standpunten en gaat daaraan niet vooraf), maar wij erkennen het constructief functioneren van de onafhankelijke WP-geleding. Alleen, het bouwwerk dat haar daarbij voor ogen staat, haar idee van wat de Vrije Universiteit zou moeten zijn, bevalt ons niet altijd. Namens de KSVU-fraclie: /. van Alkemade, van Roon
G, A. de Bruijne in sociaal-geografisch
proefschrift
Externe invloeden in Suriname sterker dan in India „Typerend voor de sociale geografie is, dat het zich niet alleen maar met een enkel aspect van het mensel^k bestaan bezighoudt, byvoorbeeld economisch of sociaal, maar uitgaat van een breed perspectief, zowel sociaal als economisch, politiek en cultureel. Daarby betrekt ze ook het hele iy sleke milieu, dus verhouding tussen mens en milieu, zowel natuuriyk als cultuuriyk. Juist omdat ze een vrQ veclz^dige aanpak heeft, kom je in de sociaal-geografische studies van ontwikkelingslanden telkens tegen hoe de ontwikkeling zich manifesteert. Het voltrekt zich in verschillende ruimtelöfce milieus, WQ noemen dat ruimtelijke situationele contexten, waarmee bedoeld wordt, dat, tot op zekere hoogte gesproken mag worden over „de" ontwikkelingslanden, maar om in betrekking tot het proefschrift te spreken, leidt het uiteindelijk tot verschillende uitkomsten, zoals tussen India en Suriname." Dit zegt de beer G. A. de BruUne, die onlangs z^n proefschrift, getiteld „Büdragen tot de sociale geografie van de ontwikkelingslanden" verdedigde. Een lijvig boekwerk, bestaande uit eerder gepubliceerde artikelen en nieuw geschreven stukken. Nieuw zijn onder andere twee vrij uitvoerige studies over Suriname, een over de verhouding stad-platteland en het andere over de ruimtelijke inrichting van Paramaribo, d.w.z. waar in een stad de bedrijven, sociale diensten, maar ook vooral de mensen gelocaliseerd zijn. De Bruijne laat hierbij de ontwikkeling zien, door verschillende tijdperken aan te halen, het Paramaribo van 1850, van 1920 en van vandaag de dag. „Twee belangrijke onderdelen van het proefschrift zijn de volgende. Het eerste is, dat ik via een aantal voorbeeldstudies kan laten zien dat de sociale geografie een zinvolle bijdrage kan leveren tot de studie van do ontwikkelingslanden. In de sociale geografie gaat het om de sociaal ruimtelijke ordening van de samenleving. Je bekijkt dit langs twee lijnen: langs de ene wordt gekeken naar relaties tussen verschillende delen van de wereld, of de relaties tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden; langs de andere wordt gekeken naar de regionale samenhang binnen een land." Aldus de Bruijne.
(Foto Peter van Vliet) Heeft u parallellen getrokken tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden? „Ten dele, ik heb in een paar van die studies laten zien hoe de ontwikkelingen die in de westerse landen hebben plaatsgevonden en plaatsvinden enerzijds mogelijkheden bevatten voor de onderontwikkelde landen, maar anderzijds ook
Herinschrijving 1976-1977 Voor een ongestoorde voortgang van uw studie, delen wy u thans reeds de voor u belangryke data mede In de komende procedure van her-inschrijving voor het studiejaar 1976/1977. Houdt btj het maken van vakantieplannen met deze data rekening. Donderdag Do uiterlijke datum waarop uw her-inschryvings1 juli 1976 formulier in ons bezit moet zijn. Donderdag De uiterlijke datimi waarop de door u verschuldigde 13 aug. 1976 bedragen aan college- en inschrijvingsgelden moeten zün ontvangen. Het ber-inschrgvingsformulier wordt verstuurd naar het studieadres. De nota en acceptgirokaart worden verstuurd naar uw vakantieadres. Voor zover u op bovengenoemde data niet zelf aanwezig bent, zorg dan dat Iemand anders handelingen voor u kan verrichten, overleg desnoods met het bureau studentenadministratie, (tel. 020-5483650, 5482681). Bureau StudenteTiadministratie
VUSO wijst op WUB-artikei Graag willen we in een niet geheel samenhangend artikeltje wat feiten en gedachten onder elkaar zetten. Er zijn immers nog al wat dingen aan de hand die de aandacht vragen. Eerst een enkele opmerking over de doelstelling van de V.U. en de WUB. Bij het bespreken van de vraag naar de verenigbaarheid van de doelstelling van de V.U. en participatie in de bestuursorganen van de V.U. door CPN-leden of sympatisanten verdwijnt voortdurend onder de tafel dat de V.U. op grond van de WUB zelf niet iedereen tot haar bestuursorganen behoeft toe te laten. De WUB heeft namelijk een artikel 42, waar gezegd wordt dat bijzondere universiteiten een radenstruktuur hebben volgens de WUB, voorzover dit niet in strijd is met hun eigen karakter. Deze bepaling vloeit logisch voort uit de in artikel 208 van de grondwet vastgelegde vrijheid van onderwijs. Hoewel we van mening zijn dat de problemen hiermee niet de wereld uit zijn, vinden we dat dit Wetsartikel vermelding behoeft. De gedachtegang over het V.U.beleid met betrekking tot aanstellingen en benoemingen zoals de VUSO zich dat voorstelt staan intussen op papier en zullen bij het verschijnen van dit artikel ook wel uitgetyped en vermenigvuldigd zijn. Het moet ons van het hart dat de krant van onze meer radikale vrienden ons wat tegen viel; er worden weinig inhoudelijke dingen gezegd en de manier waarop het VUSO-
mogelijkheden uitsluiten. M.a.w. hoe je het ontwikkelingsproces in die arme landen niet kan laten zien zonder nadrukkelijk die externe erhoudingen tot de ontwikkelde landen in je beschouwing te betrekken. Je mag nooit een bepaald gebied op zichzelf bekijken, maar je moet altijd kijken wat de externe invloeden zijn. Dat is de inslag van het verhaal. De schering is dat keert een beetje tegen mensen die iets teveel generaliseren over de ontwikkelingslanden, dan er mensen zijn die zeggen, dat de armoede van deze landen alleen maar zou berusten op activiteiten die vanuit de ontwikkelde landen ondernomen werden en worden. Je moet zeggen, dat het hele ontwikkelingsproces ook duidelijk te maken heeft met interne tegenstellingen, zeker niet alleen met externe invloeden. Je kan stellen, althans binnen de geografie, dat in het verleden alleen gekeken werd naar interne factoren. Pas later ging men ook rekening houden met externe factoren. Bij Suriname is dat veel duidelijker te zien dan Ijij India, omdat Suriname veel kleiner is en veel meer betrokken is bij ons westerse wereldhandelsnetwerk dan een land als India, dat veel meer op. zichzelf staat. In die zin is het inzicht in externe relaties winst, maar dit wordt weer verlies, als men alleen daarop let, en niet kijkt hoe het binnen die landen staat. Het wordt dan eigenlijk een studie van de ontwikkelde landen, terwijl eigenlijk bedoeld wordt een studie van de ontwikkelingenslanden." In zijn proefschrift behandeld de heer de Bruijne ook de groei en ontwikkeling van de betreffende landen. Niet zozeer de economische groei als wel de verbetering van de materiele omstandigheden van de mensen. Daarnaast betrekt hij ook de kwestie van zeggenschap in zijn verhandeling, niet direct materieel, maar meer een brug naar het geestelijk welzijn. Dit is duidelijk te illustreren aan de hand van bijvoorbeeld de grondbezitsverhoudingen in India. R.B.
beleid wordt gepresenteerd is geen kompliment aan het verstand van de kiezer. De VUSO heeft in haar programma neergeschreven wat zij onder demokratie aan de V.U. wil verstaan. Een belangrijk element hierin is het onderkennen van de mogelijkheid om door een meervoud van gezichtspunten een zaak van verschillende kanten te bezien om zo te komen tot een goed beleid. Dit betekent dat demokratie niet per definitie gekoppeld is aan een bepaalde inhoudelijke stellingname over te voeren beleid. De VUSO heeft in de U.R. sukses gehad in haar pogingen om zich ruimte te scheppen om haar beleid op het gebied van de studentenvoorzieningen gestalte te geven. De Raad heeft namelijk een motie aangenomen waarin gevraagd woidt om een herziene voordracht voor studentleden van de RSA. In de praktijk betekent dit dat de VUSO nu vermoedelijk op niet al te lange termijn, de motie richt zich namelijk op 18 mei, een zetel krijgt in de Raad Studenten Aangelegenheden. Hiermee zal naar onze mening in de RSA aan de demokratie, met name op het punt van de pluriformiteit, een dienst zijn bewezen. Tot slot zouden we alle kiesgerechtigden op willen roepen om inderdaad van hun recht gebruik te maken; het is immers van het grootste belang dat de demokratie aan de V.U. meer nog dan in voorgaande jaren levensvatbaar blijkt. Dit hangt vooral af van de kiezer. Voor meer informatie, ook wat betreft het meer technische aspekt van het stemmen, kan men terecht bij de VUSO-kamer, 4A-32 in het hoofdgebouw of per telefoon onder 4584358. VUSO
Open brief aan R S.A. Gert Bruins, in het akademisch jaar 1973-'74 studentlid voor de VUSO in de universiteitsraad, heeft het geheugMi van de Baad Studenten Aangelegenheden willen opfrissen door in de vorm van een open brief nog eens de letteriqke tekst van een indertijd door hem ingediende motie te herhalen. De tekst luidt: 'De universitelsraad dringt er by de commissie herziening RSA-reglement op aan om op korte termijn, overeenkomstig de opdracht van de commissie, als genoemd in brief 5564 van 14 november 1973 en gehoord de discussie in de raad op 7 mei en 4 juni 1974, te komen met opmerkingen over de samenstelling van de RSA'. (4 juni 1974) Voor de goede orde zij vermeld dat d ^ e motie werd aangenomen. Met name wil ik lï wijzen op de onderstreepte phrase korte termijn. Uw korte termijn is zo te zien niet de myne. Aan de reële vertegenwoordiging van de VUSO in de RSA is nog geen barst gedaan. Dit moge obstructie lijken, geheel ten onrechte, dit is obstructie. Ik verzoek u dan ook nu werkeiyk eens ernst te maken met de vertegenwoordiging van een studentenorganisatie, in de RSA, die circa 1/3 van de studenten achter zich weet. En op deze wijze gevolg te geven aan een al twee Jaar oud besluit van de Universiteitsraad, overigens het hoogste bestuursorgaan van de Vrije Universiteit'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975
Ad Valvas | 396 Pagina's