Ad Valvas 1975-1976 - pagina 229
AD VALVAS — 13 FEBRUARI W36
5
Dr. Faber over NUFFIC-prajecten in Indonesië:
„Onze hulp brengt ideeën over uit andere delen van de wereld" In de uitgave van de studentenraad van de Vrije Universiteit: „Geen VUsteun voor het Suharto regiem", samenstellers J. la Poufré en H. van Zuthem, geen datum, wordt het NUFFIC project VUA/GUA/ITC/1, „Serayu Valley Project" een aantal malen met name genoemd. Daar het uit het bovengenoemde stuk duidelijk is dat de samensteliers een v/at vage voorstelling hebben van zowel de doelstellingen van het Serayu Project als van de geografie van Java lijkt het mg terecht de heren enige, openbare en niet al te moeilijk toegankelijke informatie te verschaffen. Allereerst schrijven zij nt.melijk dat het een project is waarover „zeer moeilijk informatie te krijgen is", (p. 11). Het lijkt me dat een redelijke benadering van projectverantwoordelijke, bureau buitenland VU of NUFFIC het nodige resultaat hadden kunnen afwerpen maar indien dit niet het geval bleek te zijn (zoals samenstellers beweren) hadden zij zich tot de bron, in casu mij als veldprojectleider, kunnen wenden om tenminste de geografie van het project wat meer in overeenstemming met de werkelijkheid te brengen. Bij het begin beginnende, de doelstellingen van het project (als omschreven tn het project proposal en in het Agreement of Cooperation) zijn de volgende: • onderzoek naar het effect van geomorfologische variabelen op de waterbalans en het sediment transport in een tropisch stroomgebied, in casu het stroomgebied van de Serayu rivier, midden Java, Indonesia. • inventarisatie van verstoringen van het natuurlijke milieu zoals veroorzaakt door het ingrijpen van de mens door bijv. land gebruik, ont-herbebossing etc.
Twee jaar Mediaan Deze maand bestaat het blad Mediaan, uitgave van de faculteit der geneeskunde van de VU, twee jaar. De redaktie (bestaande uit dr. J. Heijlman, Peter van Hoeve, Myra Kadlubik, Yvonne Meyer, MaricJosé Thunissen en Jos Wegman) werkt hard aan het samenstellen van een zo goed mogetük blad. Tot nu toe is ze daar redelijk in geslaagd, iedere keer weer werd een Mediaan geproduceerd. Een reden tot optimisme dus. Maar of de redactie erin geslaagd is, de doelstelling van toen te verwezenlijkenis niet helemaal zeker. De doelstelling luidde toen: Het bevorderen van de communicatie binnen de faculteit in het algemeen en ten aanzien van belangrijke gebeurtenissen, besluiten en huishoudelijke aangelegenheden in het bijzonder. Verder is het de taak van het blad, een zo uitgebreid mogelijk informatie te verstrekken over dingen die de faculteit en de gezondheidszorg in het algemeen aangaan, om zodoende de faculteitsleden zo goed mogelijk te betrekken bij het door de gedemocratiseerde bestuursorganen gevoerde en te voeren beleid en een evenwichtige beoordeling daarvan mogelijk te maken. Of de redactie eria geslaagd is aan deze doelstelling te beantwoorden is de vraag, wel is zij erin geslaagd iedere keer weer een Mediaan uit te brengen van niet geringe omvang en met een verscheidenheid aan onderwerpen. Dit is de mening van de Mediaanredactie zelf. Zoals voor vele bladen blijkt het ook voor Mediaan moeilijk te zija de mensen te bewegen tot het schrijven van artikelen voor hun blad. Jammer, omdat een faculteitsblad tenslotte een blad is voor hen die biimen deze faculteit werken en waar dan ook best wat moeite voor genomen kan worden. Maar ondanks dit gebrek aan medewerking van buitenstaanders is Mediaan er toch i« geslaagd een goed blad te produceren, waarbij toch wel gezegd moet worden, dat zonder inzet van anderen de functie van het blad niet optimaal is. Zou dit namelijk wel zo zijn, dan zou de functie van Mediaan aanmerkelijk kunnen worden uitgediept.
Door dr. Th. Faber • stimulering van Indonesisch onderzoek op het gebied van de ontsluiting van stroomgebieden (river basin development) en begeleiding van een aantal promotieonderzoeken met onderwerpen die gerelateerd zijn aan het project. • achterlating van een team van Indonesiërs met zowel de ervaring als de uitrusting om soortgelijk onderzoek voort te zetten. Dit lijken mij redelijke uitgangspunten voor een project gezien het feit dat de bewoners van Java onder de nog steeds toenemende bevolkingsdruk gedwongen zijn: a. zoveel mogelijk land in cultuur te brengen zonder daarvan altijd de consequenties voor het milieu en de daarmee samenhangende veiligheid bijv. t.a.v. overstromingen te kunnen overzien. b. in steeds toenemende mate deel te nemen aan de transmigratie naar andere gebieden in de archipel (Sumatra, Kalimantan, Sulawesi, etc.) omdat er voor heo op Java letterlijk geen plaats meer is. Veel van de vroegere transmigratie projecten zijn mislukt (met ellendige omstandigheden voor de deelnemers als gevolg) ten gevolge van onvoldoende inventarisatie en evaluatie van de geschiktheid van het voor vestiging aangewezen gebied. Het lijkt mij verder dat het bevorderen van kennis van en onderwijs in wetenschappen die zich bezig houden met de evaluatie van het milieu als woon/werkplaats en met de schade die aan dat milieu kan worden toegebracht door ondeskundig/onzorgvuldig gebruik ervan een goede zaak is ongeacht het type regiem dat deze bevordering van kennis stimuleert. Uiteindelijk begint elk volgend regiem, van welke kleur dan ook, zijn loopbaan met de erfenis van zijn voorgangers.
Kaart Volgens samenstellers houdt het project zich bezig met „een hydrologiese en geomörfologiese analyse van het Serayudal" (juist) „met als achtergrond het beter toegankelijk maken van de haven van Cilacap" (Tjilatjap is een verouderde spelling) en dit nu is onjuist. Hadden de samenstellers van het rapport even de moeite genomen een blik op de kaart van Java te werpen (zeer moeilijk verkrijgbaar soms?) dan hadden zij kunnen opmerken dat de Serayu ca. 14,5 km oostelijk van Cilacap in zee mondt. Hiermee vervalt de directe samenhang Serayu-haven Cilacap. Men zou daarnaast kunnen denken aan een indirecte samenhang van het slib van de Serayu en de toegankelijkheid van de haven van Cliacap middels kusttransport. Uit nadere informatie blijkt echter dat de water en slib huishouding (eb-vloed instroming van rivieren) van de Segara Anakan (kinderzee) het gebied van slibafzettingen, waterlopen en mangrovebossen tussen Nusa Kambangan ea het vasteland. Wat de toegankelijkheid van de haven van Cilacap een onderzoeksonderwerp van het project dan zou bestudering vaa de waterhuishouding van de Segara Anakan en van de er in mondende rivieren Cimanduy, Ciberem en Donan meer voor de hand liggen dan die van de Kali Serayu. We volgen de samenstellers verder naar hun „deels speculatieve kanttekeningen". De eerste hiervan is dat Cilacap de grootste havenstad is van Zuid-Java. Dit houdt niet automatisch in (zoals samenstellers dunkt mij suggereren) dat het dan ook een grote haven is. Bestudering van de zeekaart van het „zeegat van Cilacap" (1:15.000, hernieuwde uitgave 1954, soundings in channel jan. 1975) leert dat Cilacap ca. 500 m kade heeft met een maximale diepte ervoor van 8,5 m. De invaart is gecompliceerd door de aan-
wezigheid van ondiepten en banken. De haven bleek bij onderzoek door de Ittdon. geologische dienst niet verder verdiepbaar doordat op 8,5 m diepte een kalksteen bank zit die verder uitbaggeren verhindert. Dat de haven dan ook „van grote militaire betekenis is" laten wij gaarne voor rekening van de samenstellers, het grootste er ooit door mij gesignaleerde marinevaartuig was een visserijinspectieboot ter grootte van een mijnenveger. Olieproducten worden momenteel aangevoerd met tankers ter grootte van kustvaarders, terwijl er over gepraat wordt de haven geschikt te maken voor grotere tankers door de constructie van een laad/losboeien systeem op zee, d.w.z. 1 ä 2 km uit de kust. Dat de samenstellers „geruchten bereiken" t.a.v. een toekomstige V.S.-basis in Cilacap verbaast mij niet gezien de tendens van hun publicatie. De juistheid van deze geruchten lijkt me echter twijfelachtig, aangezien het de bedoeling is de materialen t.b.v. de door de Russen in de Serayu te bouwen dam via Cilacap en deels met Russische schepen aan te voeren. Ik kan me nauwelijks een marine- of legerbasis voorstellen die van regelmatig bezoek van de opponent gecharmeerd zou zijn.
Industriecentrum Overigens lijkt het me onzindelijk om eerst een gerucht als speculatieve kanttekening te uiten en te
gebruiken en vervolgens hypocriet op te merken dat het nog „nagegaan wordt". Wanneer mogen wij de correctie tegemoet zien? Verder: „Zeker is dat rond Cilacap grote buitenlandse investeringen gepland zijn en dat de stad eea belangrijk industriecentrum is." Er zijn inderdaad vestigingen van een petrochemische industrie rond Cilacap gepland die (zoals de gehele olieindustrie in Indonesië) vallen onder de staatsoliemaatschappij Pertamina (U weet wel van het schandaal). Deze maatschappij leent geld voor ontwerp en constructie van de installaties op de internationale kapitaalmarkt. Dit te omschrijven als grote buitenlandse investeringen lijkt me een andere kleur te geven aan het verhaal dan oliemaatschappij Pertamina (zijn wanneer we schreven: de staatsstaatsmaatschappijen overigens niet het ideaal der samenstellers?) heeft grote, deels op de open kapitaalmarkt te financieren investeringen in de petrochemische industrie rond Cilacap gepland.
Dat het zeker Is dat Cilacap een „belangrijk industriecentrum" is lijkt me afhankelijk van de definitie van een belang »^k industriecentrum. Er is wat kleine industrie en er wordt ijzerzand gewonnen dat momenteel ter verwerking verscheept wordt naar Japan. Er is een industrie ter verwerking van dit ijzerzand tot halffabrikaat gepland, maar het is geenszins zeker dat deze in Cilacap komt. De ijzerzandwinning is namelijk niet tot Cilacap beperkt maar wordt ook op een aantal andere plaatsen op Java bedreven. Er is momenteel dan ook van „zware industrie" of van een Pernis- of Velsen-achtig industriecentrum geen sprake. Vervolgens: „vlak bij Cilacap ligt het grootste kamp voor politieke gevangenen van Java" (bedoeld wordt waarschijnlijk het eiland Nusa Kambangan. Nusa Kambangan stamt als gevangeniseiland reeds uit de koloniale tijd. Het eiland wordt en werd gebruilct als gevangenis voor langgestraften, terwijl er daarnaast sinds 1965 ook tapols zijn ondergebracht. Volgens de meest recente mij ter beschikking staande gegevens verblijven er momenteel ca. 2000 „echte" criminele gevangenen en ca. 3000 tapols. Dit maakt het zeker niet tot „het grootste kamp voor politieke gevangenen". Bovendien zijn de omstandigheden er minder slecht dan in de stadsgevangenis van Yogyakarta, Solo of Semarang. Dat de gevangenen gebruikt worden als dwangarbeiders komt voor meer echter in huis en kleine werkplaatsen dan in de „echte" industrie. Van dat laatste althans zijn ons geen gevallen bekend. De insinuerende zin „hoewel deze dwangarbeid niet gebruikt zal worden bij het genoemde project" neem ik de samenstellers ten zeerste kwalijk omdat het duidelijk als een poging geclassificeerd kan worden het project en zijn deelnemers ook al is het speculatief toch in een kwaad dagHcht te stellen.
Adviseurs SRVU-brochure over Indonesië
Geen VU-steun aan Suharto-regiem Onlangs publiceerde de sektie buitenland van de SRVU een brochure over de relatie tussen de VU en het Suharto-regiem, ter gelegenheid van hef tienjarig bestaan van dit regiem. Op 1 oktober 1965 kwam Suharto aan de macht. Deze staatsgreep kostte toen een half ä één miljoen doden, terwijl er nu nog ca. honderdduizend politieke gevangenen zijn (cijfer Amnesty International). filosofie-onderwijs. Alleen zij die filosoferen binnen het kader van de Pantjasila — de officiële staatsideologie — worden geaccepteerd. Het walgelijke van deze doktrine wordt geïllustreerd door het feit dat de grote moordpartijen in 1965 ermee gerechtvaardigd worden. (Zie eerdere nummers dit studiejaar) Ten tweede: De samenwerking met de Satya Watjana Universiteit is te veroordelen. Deze universiteit wordt al jaren gesteund, terwijl er in 1965 (door Notohamidjojo) maar liefst 249 studenten zijn weggezuiverd, op grond van onbewezen beschuldigingen over deelname aan de zg. kommunistiese opstand, terwijl ook bekend is dat de boeken die men bij wijze van hulp aan deze universiteit opstuurt door de IndoNaast de algemene buitenlandse nesiese ambassade in Nederland en betrekkingen stellen de samenstel- door de Indonesiese overheid worlers van de brochure ook de hou- den gekontroleerd. ding van de VU aan de kaak. Hun Ten derde: het is een schandaal dat voornaamste grieven richten zich Notohamidjojo een eredoktoraat tegen: a) het filosofieprojekt met aan de VU verkreeg (hetgeen hem de Gadjah Mada Universiteit; b) dankzij alle protesten in het geniep de samenwerking met de Satya werd uitgereikt) omdat deze man Watjana Universiteit en c) het ver- duidelijk streeft naar een zg. Pantlenen van een VU-eredoktoraat aan jasila-demokratie, die — wegens de Notohamidjojo in 1972). verantwoording en aan de Almachtige — alle ruimte geeft voor het Men stelt: „Nu heeft de VU nooit vermoorden van demokratiese en zo uitgeblonken door een maat- progressieve mensen die gekenschappijkritiese opstelling; de on- schetst worden als „ongelovige komverzettelijkheid waarmee sinds Co- munisten". Verder hield Notohalijn door de VU-top in de pas wordt midjojo een pleidooi vóór het afgelopen met de onderdrukking vaa schaffen van de massa-organisaties, het indoaesiese v<Ak wordt slechts op grond waarvan hij mede het geëvenaard door de onuitblusbare eredoktoraat verwierf. liefde voor de rascistiese universi- Ten vierde: de reusachtige belanteit in Potchefstroom, Zuid-Afrika". gen van het Nederlandse bedrijfsleVerderop: „Worden deze kontakten ven worden met cijfers bewezecb. (met de onderdrukking en het re- Met name: Hoogovens-AKZO-Phigiem welgezinde figuren en instel- lips. lingen, B.R.) nu gebruikt om eens klare taal te spreken over de situa- Ten vijfde: het GUA'U/ITC Protie in Indonesië, of om de onder- jekt in het Serajudal heeft tot doel drukte oppositie te steimen?" Hier- de haven van Tjilatjap beter toevan is niets gebleken uit het schrif- gankelijk te maken. Geruchten doen telijk materiaal dat de samenstellers de ronde over de militaire beteketer beschikking werd gesteld. Naast nis van deze haven en een evendeze algemene zaken gaat men na- tuele Amerikaanse basis, terwijl der in op de VU-kontakten met In- zeker is dat in dit gebied grote buidonesië: tenlandse belangen op het spel Ten eerste: Het filosofie-projekt staan. (Zie komm^ntaar hierbo(B.B.) speelt zich af op het gebied van het ven). Sinds deze treurige dag blijken de buitenlandse investeringen van buitenlandse bedrijven sterk te zijn toegenomen, terwijl Indonesië daarnaast het belangrijkste konsentratieland van de Nederlandse ontwikkelingshulp is. Deze tendenties komen in het rappoit aan de orde. De SRVU stelt, dat de wandaden van het korrupte generaalsbewind voor een groot deel mogelijk worden gemaakt door de buitenlandse hulp, een geldstroom die in de zakken van de generaals terecht komt, een geldstroom waarmee de generaals zuiveringsakties op touw zetten, waardoor de steeds weer groeiende tegenstand de kop wordt ingedrukt. De voorbeelden in het rapport spreken voor zich.
Dat al het voorgaande (gebaseerd op geruchten en speculatieve kanttekeningen) „we! iets duidelijk maakt over de verhoudingen rond Cilacap waar kennelijk buitenlandse adviseurs" (tk dank U) „eu dwangarbeiders gezamenlijk de ontwikkeling ter hantl nemen" maakt m.i. wel iets duidelijk over de samenstelleis die zich niet ontzien situaties en personen verdacht te maken zonder dat zij ook maareen Ik ben een groot voorstander van een redelijk gevoerde discussie over het al dan niet verlenen van ontwikkelingshulp aan bepaalde landen en over de voim waai in deze hulp gegoten kan/moot worden. Als de discussie echter ontaardt in een aaneenrijging van halve en hele onwaarheden, ongefundeerde verdachtmakingen en uit hun verband gerukte citaten lijkt mij de discussie zinloos en bovendien door safeit hebben om op te steunen, rende karakteitrek van de genoemde publicatie mag in dit verband genoemd worden de literatuurlijst waarin op een totaal van 61 nummers er 37 geciteerd worden als „overgenomen in". De sterkste hierbij is wel no. 53 „Nederlandse Legerkoerier 1975", overgenomen in „de Waaiheid" 10-9-75 (sic). Waaiom o waarom niet bij de bron te biecht gegaan? Tenslotte dit: ik ben mij er heel menstellers niet gewenst. Als typesië grote misstanden bestaan zoals bijv. de politieke gevangenen, de corruptie, de ongelijkheid in beloning, de onvrijheid van meningsuiting etc. Ik geloof echter niet dat het Indonesische volk gediend is met een soort hooghartig „ga terug naar af, U ontvangt geen f 200,—". Alleen door aanwezigheid van buitenlanders wordt al een zekere mate van matiging betracht, daarnaast heeft onze hulp hopenlijk ook nog goed van bewust dat er in Indonezij in ieder geval bij tot de kennisname van ideeën en opvattingen in andere delen van de wereld. Uit de besproken publicatie ademt echter een geest die niees te maken heeft of wil hebben met de nod«> van een volk en land in opbouw, die zich niet geroepen voelt tot daadwerkelijke hulpverlening, maar die alleen vanuit zijn bepa'kte en zeer nauwe gezichtshoek gehjk wil hebben en krijgen en die zich daartoe niet ontziet anderen die zich wel met de actieve uitvoering van een nuttig direct effect en draagt kwaad daglicht te plaatsen. Als iemand bezig is te verdrinken kunt U natuurlijk een discussiegroep instellen die moet uitmaken of hij nou wel of niet gered moet worden en zo ja hoe. U kunt hem ook eerst uit het water vissen en dan bediscussiëren hoe in de toekomst te handelen. Ik ben voor de laatste aanpak.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975
Ad Valvas | 396 Pagina's