Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1975-1976 - pagina 335

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1975-1976 - pagina 335

14 minuten leestijd

AD VALVAS — 1 MEI 1976

11

Centrale interfakulteit diskussieert met werkgroep doelstelEing Als enige fakuUeit heeft de centrale interfakulteit eind vorig jaar vrijwillig ^en positief gereageerd op het verzoek van de werkgroep doelstelling, een kommissie van de universiteitsraad, om over het werk van de laatste van gedachten te wisselen. Tot dusver hebben vier, naar verluidt vruchtbare gesprekken plaatsgevonden. E r zullen er nog een of meer volgen. In het kader van die diskussies werden door de centrale interfakulteit een serie stellingen gebruikt, die men graag publiekelijk bekend wil maken. Ze luiden als volgt: • Doelstelling en Wet Universitaire Bestuurshervorming (WUB) Tot aan de invoering van de WUB van 1970 was a het onderwijs, b het beheer en c het bestuur van de V.U. toevertrouwd aan hoogleraren en lectoren alsmede de leden van de Colleges van Directeuren en Curatoren, die allen hun instemming met de grondslag moesten betuigen. De WUB heeft, zonder de vrijheid van onderwijs in ons land te willen inperken, de mogelijkheid gecreëerd voor andere groepen van het personeel der universiteit en voor studenten om te participeren in beheer en bestuur. Deze participatie zal aan de V.U. gerealiseerd kunnen worden mits daarbij onverlet blijft, dat a het onderwijs en b het beheer en c het bestuur slechts kunnen worden toevertrouwd aan hen die ofwel de doelstelling van de universiteit voor hun persoonlijke rekening willen nemen dan wel aan de realisering ervan in positieve zin willen meewerken en zich voornemen dat te doen. In deze zij opgemerkt dat artikel 42 juncto 2 van de WUB nadrukkelijk ruimte laat voor eigen regeling inzoverre deze door de eigen aard van de bijzondere universiteit of hogeschool wordt vereist. Hieruit volgt, dat de V.U. de mogelijkheid heeft eigen regelen te treffen ten aanzien van het kiesrecht, b.y. zo, dat aan alle studenten het actief en aan die studenten die instemming betuigen met de doelstelling het passief kiesrecht wordt toegekend. Wie dat voor zichzelf onbevredigend vindt, zal het probleem slechts dan „democratisch" benaderen, indien hij de V.U. rechts of links laat liggen en zijn krachten wijdt aan de opbouw resp. afbraak van „neutrale" universiteiten. • Voorkeur van studenten in verband met ricHting van een universiteit altyd te honoreren Prof. mr. I. A. Diepenhorst verklaart in het Centraal Weekblad van 12 maart 1976 dat geen student tegen zijn uitdrukkelijk uitgesproken voorkeur aan de V.U. is geplaatst door zgn. plaatsingscommissies. Er moet zorgvuldig voor worden gevi'aakt, dat mensen die bezwaar hebben tegen het bijzondere karakter van de V.U. of tegen het feit dat zij, inzoverre zij niet kunnen instemmen met de strekking van de doelstelling van de universiteit, niet ongeclausuleerd kunnen deelnemen aan beheer of bestuur van de universiteit, toch tegen hun op de V.U. worden geplaatst. Zelfs moet aan „spijtoptanten" die zich als zodanig kenbaar maken, zoveel mogelijk de mogelijkheid worden geboden om eventueel nog tijdens hun studie naar een andere universiteit te vertrekken. • Studenten serieus te nemen? Als men studenten niet op hun woord en daad meent te kunnen geloven, omdat ze nog geen overtuigde aanhangers van een bepaalde politieke of religieuze overtuiging zouden kunnen zijn (zo studentenpredikant L. Ringnalda op de zitting der Geref. Synode van 4 maart 1976 volgens de weergave van Trouw van 5 maart 1976), dan zal men er onmogelijk voor kunnen pleiten hen te laten participeren in beheer en bestuur van een universiteit die vanuit de aanvaarding van een bepaalde religieuze overtuiging is gemotiveerd.

met de doelstelling wordt gevraagd, is gelet op de eis van instemming _ met de doelstelling gesteld aan het wetenschappelijk peisoneel in vaste dienst (afgezien van dispensatie), geen voldoende grond. Als men die opvatting huldigt, beschuldigt men dan ook grote delen van het wetenschappelijk personeel in vaste dienst van valsheid in geschrifte. Indien die beschuldiging gegrond was, zou dat betekenen, dat zo'n faculteit had opgehouden deel uit te maken van de V.U. Men zal dan daaruit de noodzakelijke consequenties moeten trekken. • Instituties eenljelenimering voor de doorwerking van het christelijk geloof? Noch pater J. van Kilsdonk noch de studentenpredikanten van de V.U. zullen de stelling aannemelijk kunnen maken, dat in het algemeen het christelijk geloof in „neutrale" instituties meer bevruchtend heeft gewerkt, waar geen institutionele vormgeving respectievelijk waarborgen voor de mogelijkheid van zo'n doorwerking hebben gefunctioneerd. Evenmin valt aan te tonen dat een „bijzondere" universiteit per definitie minder „openheid" zou vertonen dan „neutrale". • ,Openheid" als reactionair ideaal Het in zichzelf besloten blijven én het ongeclausuleerd „tolerant" en „open" zijn, kunnen, net als Scylla en Charbybdis voor de argeloze passant, beschouwd worden als gelijkelgk levensgevaarlijk voor een christelijke universiteit. • „Dialoog" vanuit handhaving van eigen uitgangspunt De eis om in dialogische relatie te blijven met allen, doet niets af aan de christelijke norm die de doelstelling van de V.U. stelt voor beheer en bestuur, onderwijs en onderzoek. • Verschil in mate van relevantie van de doelstelling van de V.U. voor verschillende faculteiten? Heeft de christelijke levensovertuiging minder „impact" op het werk in de bêta-faculteiten dan elders? In het resultaat van het wetenschappelijk werk in deze faculteiten speelt de mens in het veld van onderzoek geen, dan wel een geringere rol dan in de overige. Maar niet in het werk van de faculteit (universiteit) als opleidend, onderwijzend, mensen-vormend instituut. Echte „werkgemeenschap" berust ook in mindere mate op gemeenschappelijkheid van veld van onderzoek dan op overeenstemming in motivatie. De werkgemeenschap in de geest van de doelstelling van de V.U. moet beschouwd worden als essentiële voorwaarde voor de realisering van de doelstelling van de V.U. op het terrein van onderwijs en onderzoek.

• Is de bedaeling van de doelstelling van de V.U. duidelijk? Men kan met recht stellen dat niet alle consequenties die aan de „doelstelling" verbonden zijn even duidelijk zijn. Dat wil echter niet zeggen, dat (omgekeerd) de doelstelling zelf niet duidelijk zou zijn. • De S.R.V.U. en de doelstelling van de V.U. De S.R.V.U. (zie Johan de Jong en Barend Middelkoop in Ad Valvas van 6 februari 1976, blz. 2) poneert, dat haar veizet gericht is tegen pogingen om de doelstelling van de V.U. ondergeschikt te maken aan rechtse politieke doeleinden, die de doelstelling zelf onverlet laat. Het bestrijden van -(rechtse) politieke doeleinden laat de doelstelling van de V.U. echter slechts dan onverlet, indien het niet vanuit een vermeend „neutrale" religieuze positie gebeurt, en zeker niet wanneer het gegrond wordt in een anti-cluistelijke levensbeschouwing. • De eigen aard van het wetenschappelijk bezig zijn en het maatschappelijk nut De noodzakelijke betrokkenheid op en de dienstbaarheid van de V.U. aan de samenleving kan slechts beschouwd worden vanuit haar eigen aard, nl. die van wetenschap en onderwijs, die een eigen zelfstandigheid ten aanzien van de maatschappij impliceren.

Raad van Advies

Uitslag lezersonderzoek januari vorig jaar

Ad Valvas

van

effstandige opinievormin moet taboe blijven De universitaire gemeenschap is het er in hoge mate mee eens dat Ad Valvas behalve nieüwsorgèan geen* zelfstandig opinievormend blad is en slechts meningen en opvattingen vanuit de universiteit registreert. Dit blijkt uit het eerst nu gepubliceerde resultaat van het vorig jaar januari gehouden lezersonderzoek, waarbij gevraagd werd in hoeverre men met de redaktieformule instemt. De formule houdt in dat de redaktie slechts informatie verstrekt en opinies van civitasleden weergeeft. De instemming met deze sinds 1973 gepiaktiseerde redaktieformule is het kleinst bij het wetenschappelijk personeel (67,2%) en het grootst bij het technisch en administratief personeel (86,9%), terwijl de studenten daar tussenin liggen (80,8%). Sterke afwijzing van de formule, die destijds door de zogeheten kommissie-Traas werd geconcipieerd en door de universiteitsraad werd goedgekeurd, kwam in het geheel niet voor. Het oordeel over het Ad Valvas van de onderzoeksperiode (1974) blijkt gunstig te zijn. Met was redelijk tevreden met het blad, dat ook redelijk intensief werd gelezen. Over het algemeen toonden de toenmalige lezers zich verder wel tevreden met het systeem van verspreiden van Ad Valvas via afhaal-

voor Wetenschapsbeleid

in jaaradvies

bakken. Opmerkelijk is dat als reden voor het niet wekelijks lezen van het blad hoofdzakelijk n a a r voren kwam dat men het niet in handen kreeg. Uit het lezersonderzoek is gebleken dat de mate van instemming met de gehanteerde redaktieformule niet tot een, grotere tevredenheid met het blad zoals het er in de onderzoeksperiode (1974) uitzag, leidde. Drs. T. Westra, verbonden aan het Instituut voor Toegepast Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek, die h e t lezersonderzoek verrichtte, vindt d a t dit erop wijst dat de formule in het redaktiebeleid van toen nog niet voldoende herkenbaar werd gerealiseerd. Het rapport van het lezersonderzoek is" ter kennisneming aan de universiteitsraad gestuurd. Het wordt waarschijnlijk op grotere schaal voor belangstellenden beschikbaar gesteld. De lezersenquête — de eerste in de 23-jarige geschiedenis van het universitaire weekblad — werd in opdracht van het college van bestuur en de universiteitsraad gehouden door het Instituut voor Toegepast Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek onder een kwart van d e studenten (2583) en alle personeelsleden (2890). De respons was hoog: zo ongeveer 50% van de ondervraagden reageerde. (J. V. d. V.)

1976:

Nieuw onderzoek entameren blijft steeds noodzakelijk „In de begroting 1976 blqven de uitgaven voor wetenschappelijk onderzoek niet gelyk, maai^Iopcn in feite met drie procent terug". Dit scturijft de Raad van advies voor het wetenschapsbeleid (RAWB) m zijn zojuist gepubliceerde Jaaradvies 1976. De Raad is het met die ontwikkeling niet eens. Hfl wil daarom dat het Kabinet zal vasthouden aan zijn oorspronkelijke beleidsvoornemen om de bestaande onderzoekcapaciteit constant te houden. Maar zelfs dan zullen zich naar de mening van de Raad bijzondere en nieuwe problemen voordoen. „Het zal immers èn uit een oogpunt van het oplossen van maatschappelijke problemen èn uit een oogpunt van ontwikkeling van de wetenschap noodzakelijk zijn steeds nieuw onderzoek te entameren. Bij een constant reëel volume van onderzoek betekent het entameren van niéuwe aktiviteiten een stopzetting van bestaande aktiviteiten". De RAWB schiijft aan de Regering dat momenteel verdergaande maatregelen noodzakelijker zijn dan heiprogrammering van onderzoek per instituut. „De keuze wat zal moeten worden beëindigd eist een zorgvuldige afweging en evaluatie van lopend onderzoek, hetgeen niet kan geschieden zonder kennis van dit onderzoek" — zo stelt de Raad. Aan het verkrijgen van deze

Defensie en doorstromers

Onder het kopje „Defensie en doorstromers" weid er in Ad Valvas van 2 april '76 de aandacht op gevestigd dat voor een bepaalde categorie studenten de spelregels voor het verkrijgen van uitstel van eerste oefening enigszins waren verruimd. De studentendecanen hadden dat in maart gelezen in een afschrift van een door staatssecretaris Van Lent ondertekende brief. Wat zij toen niet wisten, was dat de staatssecretaris antwoordde op een schriftelijk verzoek van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen en dat in laatstgenoemd verzoek slechts één bepaalde categorie doorstromers werd aangeduid, namelijk jongelui die eerst een Mavo (Mulo) • Wanneer houdt een bijzondere opleiding hadden voltooid, daarna zonder doubleren een Havo-diploma universiteit op te bestaan? hadden gehaald en vervolgens, wederom zonder doubleren de vijfde en De Vrije Universiteit houdt op te zesde klas van het Atheneum hadden doorlopen. Deze categorie doorbestaan wanneer zij ophoudt te stromers moest na de basisschool wel acht jaar onderweg geweest zijn, streven naar de doorwerking van voordat ze ook het v.w.o.-achter zich konden laten en dat zou voor haar doelstelilng op alle terreinen vrijwel allen betekenen dat de uitstelregels op hen niet konden worden en o p alle niveaus waarop zij functoegepast. Daarom is uitsluitend voor deze categorie de grens één jaar tioneert; en niet wanneer een beverlengd. paalde faculteit niet zou bestaan, Omdat dit uit de brief van de staatssecretaris niet zo duidelijk viel af te of een bepaald specialisme of wanlezeh, werd in het Ad Valvas artikeltje van 2 april geschreven „jongelui, neer het studentenhestand drastisch die eerst een MAVO of HAVO-diploma behaalden"- terwijl er had moekleiner zou worden. ten staan „jongelui die eerst een MAVO en vervolgens een HAVO• Faculteitsraden en de diploma behaalden". doelstelling De verruiming geldt dus niet voor hen, die na een jaar brugklas (eventueel cèh jaar MAVO) op d HAVO-afdeling zijn verder -gegaan en na Voor de opvatting, dat in sommige faculteiten van de V.U. geep raden ' het^ HAVO-diploma nog twee jaren atheneum hcbbea -meegemaakt. U of besturen zouden kunnen wor-' ziet: het is ook hier weer een twestie van beperkte reikwijdte. den scvormd wanneer instemming Bureau Studentendecanen

kennis moet dan ook hoge prioriteit worden gegeven. In zijn Jaaradvies besteedt de Raad uitvoerig aandacht aan de ontwikkeling van de uitgaven voor wetenschapsbeoefening en aan enkele belangrijke ondeidelen van het wetenschapsbeleid. Zo acht de RAWB het noodzakelijk dat thans concrete beleidsmaatregelen worden genomen opdat de universiteiten en hogescholen tot een veel nauwere samenwerking en coördinatie op ondei-zoekgebied komen. Daarbij zou de vorming van zwaartepunten een belangrijke rol kunnen spelen, omdat een bepaald onderzoekgebied dan geconcentieerd wordt aan één of hoogstens enkele instellingen. De Raad doet hiervoor enige concrete procedure voorstellen en vindt dat de ministers van onderwijs en wetenschappen en voor wetenschapsbeleid initiatieven moeten nemen voor een interuniversitair overleg hierover. De Raad is het niet eens met de overbrenging van het Nederlands Orgaan voor de Bevordering van de Informatieverzorging (NOBIN) naai TNO. „Van een nationaal beleid t.a.v. de wetenschappelijke informatie is nog geen sprake" zo schrijft de Raad. De RAWB vreest dat de achterstand die ons land op dit gebied toch al heeft, nog verder zal worden vergroot. Wat het energieonderzoek betreft, vei"wacht de Raad dat het gebruik van zonne- en windenergie ook op de lange termijn slechts van beperkte betekenis voor de Nederlandse energievoorziening zal blijven. „Verwacht moet worden dat de energievoorziening zeker tot het jaar iOOO — en veel langer indien niet spoedig belangrijke vorderingen worden gemaakt in het kernfusie-onderzoek — grotendeeds afhankelijk zal blijven van aardolie, aardgas, kolen en uranium". Veel belang hecht de RAWB aan onderzoek naar energiebesparing en energieomzetting, omdat hiervan ook op kortere termijn meer effect kan xvorden verwacht. Bovendien wil de Raad dat er een duidelijker beleid t.a.v. de kernenergie komt. De Raad 'constateert dat van on-

derzoekers zijde grote belangstelling is getoond voor de bouw van een Infra Rood Astronomische Satelliet — als opvolger van de Astronomische Nederlandse Satelliet (ANS). De RAWB wil echter dat het ruimte onderzoek door een verkenningscommissie wordt bezien zodat betere afweging van de deelgebieden kan plaatsvinden. Aan dit voorstel voegt het advies nog de opmerking toe dat een nieuwe grote nationale inspanning alleen zin heeft als Nederland ook in internationaal verband de nodige aktiviteiten ontwikkelt. De RAWB is het niet eens met de gedachte d^t het probleem van de kostenstijging in de gezondheidszorg in belangrijke mate opgelost kan worden door het medisch onderzoek te beperken of anders te richten. „De vraagstukken waar het hier om gaat zijn meer van organisatorische en politieke aard dan oplosbaar vanuit de wetenschap", zo schrijft de Raad. De Raad vindt de uitgaven voor de computerscience en de wetenschappelijk-technische informatieverzorging veel te laag, omdat het hier gaat om een terrein van zeer hoge prioriteit. Geconstateerd wordt dat in ons land de opbouw van een geïntegreerd informatie-, computer- en telecommunocatiebeleid ernstig wordt bemoeilijkt door een aanzienlijke versnippering van aktiviteiten en verantwoordelijkheden. De Raad steunt minister Trip in zijn voornemen het wetenschapsbudget om te bouwen tot een meerjarenplan voor de wetenschapsbeoefening. In het advies wordt geconstateerd dat de aard van de informatie en de wijze ' waarop deze wordt gepresenteerd in hoge mate bepalend zijn voor de mogelijkheid van een zinvolle bespreking in het Parlement. Daarom somt het advies een aantal punten op die in ieder geval in een toekomstig meerjarenplan moeten zijn opgenomen, wil dit werkelijk meer inhoudelijk en taakstellend worden. Als voorbereiding daartoe heeft do RAWB een analyse van de uitgavenontwikkeling gemaakt die voor het eerst op het gebruik van indexcijfers is gebaseerd. D e Raad heeft zijn Jaaradvies 1976 aan alle ministers toegezonden e a zijn voorstellen zo geformuleerti dat ze een rol kunnen spelen b j de opstelling van de begrotint 1977. Het stuk is thans gepubli« ceerd e n a a n de Tweede K a m e ï toegestuurd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975

Ad Valvas | 396 Pagina's

Ad Valvas 1975-1976 - pagina 335

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975

Ad Valvas | 396 Pagina's