Ad Valvas 1975-1976 - pagina 149
AD VALVAS — 21 NOVEMBER 1975
SRVU-verklaring bij nieuw te noeme liege van Bestuur I'er 1 september 1976 moet een nieuw Kollege van Bestuur worden benoemd aan de Vrije Universiteit. Alle vqf zittende leden van dit Kollege treden op die datum reglementair af. De procedure voor de benoeming van vqf nieuwe leden is in volle gang. Van deze vijf dienen er twee te worden benoemd door het bestuur van de Vereniging ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderwijs op Gereformeerde Grondslag, gehoord de Universiteitsraad, één der leden is kwalitate kwa de rektor magnifikus (benoemd door het bestuur van de Vereniging op voordracht van de Universiteitsraad), terwijl de laatste twee leden direkt door de Universiteitsraad worden benoemd. De kandidaatstelling m.b.t. deze twee door de Universiteitsraad te benoemen leden sloot 1 oktober j.1. Een z.g. „selektiekommissie" van de Universiteitsraad welkt nu achter gesloten deuren verder, terwijl het Kollege van Dekanen bezig is een voordracht aan de Universiteitsraad voor te bereiden voor een nieuwe rektor magnifikus. Door middel van deze verklaring wil de SRVU duidelijk maken, wat hij verwacht van een Kollege van Bestuur van de Vrije Universiteit, een Kollege dat op grond van zijn positie te beschouwen is als een orgaan, dat een zeer belangrijke politieke rol vervult, niet alleen binnen de universiteit als zodanig, maar ook tussen de universiteit en overheid. De gedachte om een verklaring als deze uit te geven, komt vooral voort uit onvrede, die de SRVU heeft met de manier waarop het huidige Kollege van Bestuur deze politieke rol vervult, waarbij het veeleer te karakteriseren is als pleitbezorger, ja regelrechte uitvoerder van de door de regering gewenste politieke lijn, dan als konsekwente behartiger van de belangen van de universiteit.
Machtspositie Binnen de universitaire bestuursstmktuur is het Kollege van Bestuur een zeer belangrijk orgaan; zo moet men krachtens artikel II. 27 van bet VU-reglement de belangen van de universiteit bq de overheid behartigen, is het verantwoordeiyk voor de dagelijkse zorg voor huisvesting en beheer, en benoemt en ontslaat het Kollege het personeel der universiteit, alsook is het verantwoordelijk voor het „verdere dagelijkse personeelsbeheer"; ook voert het de korrespondentie namens de universiteit. Weliswaar is het Kollege van Bestuur voor al zijn handelingen verantwoording schuldig aan de Universiteitsraad, maar in de praktijk kan het een groot aantal stappen ondernemen, die zich aan een werkelijke kontróle onttrekken. Zo kan het, zich beroepend op zijn positie van werkgever, dienstbevelen naar het personeel doen uitgaan, die het feitelijk funktioneren van de universiteit in belangrijke mate kunnen beïnvloeden; voorts kan het bij het benoemingsbeleid een volstrekt onkontroleerbaar beleid voeren, en daarbij ook politieke motieven een rol laten spelen. Ook blijkt het Kollege van Bestuur volop mogelijkheden te hebben, om naar verhouding meer wetenscliappelijk personeel in tijdelijke dienst te benoemen ten opzichte van de vaste staf (een beleidsvorm van het huidige Kollege van Bestuur blijkens de plannen in het kader van de z.g. ,.flexibele formatieverdeling"), zelfs tegen de uitdiiikkelijke wil van fakiilteiten en de Universiteitsraad in; het enige wat het heeft te doen is domweg minder snel tot benoeming in vaste dienst overgaan, iets wat we op dit moment zien gebeuren. In het Voorontv/erp van wet ter verlenging en wijziging van de Wet Universitaire Bestuurshervorming (waarvan het wetsvoorstel komend voorjaar door de Tweede Kamer behandeld moet gaan worden) worden de bevoegdheden van het Kollege van Bestuur zelfs uitgebreid — een tendens overigens, die de SRVU zal bestrijden. Zo zou het volledige personeelsbeleid alsook het beleid ten aanzien van de stu-
Door Barend Middelkoop, namens SRVU dentenvoorzieningen geheel onder de verantwoordelijkheid van het Kollege van Bestuur komen te vallen. Het zal dan ook, zowel op grond van de uitgebreide taken en bevoegdheden van het Kollege van Bestuur, als ook op grond van de relatief geringe mate van kontroleerbaarheid in de praktijk, duidelijk zijn, dat het voor alle groeperingen aan de VU van het grootste belang is, dat er een goed, representatief Kollege van Bestuur komt, dat op adekwate wijze de belangen van de universitaire bevolking weet te behartigen, als ook opkomt voor de belangen van het wetenschappelijk ondervfijs in zijn geheel, en dat aan de V U in het bijzonder. Zoals gezegd, is de SRVU niet tevreden met het huidige Kollege van Bestuur. En we meenden niet beter duidelijk te kunnen maken, wat we dan wel verwachten van een Kollege van Bestuur, dan door de kritiek, die we op dit Kollege hebben, zo helder mogelijk uiteen te zetten.
Huidige Kollege van Bestuur In het onderstaande zullen we dan ook ingaan op de rol, die het Kollege van Bestuur heeft gespeeld in een aantal belangrijke universitaire kwesties; een rol die we allereerst in zijn algemeenheid zullen schetsen aan de hand van één der belangrijkste politieke thema's voor de studentenvakbond van de afgelopen jaren, de boycot van de duizend gulden wet; tegeUjk een politiek item, waarop de SRVU en het huidige Kollege van Bestuur — althans, vier van de vijf leden van dit moment — het hardst met «Ikaar in konflikt kwamen. Konsekwent stelde het Kollege in wat het noemde „de kollegegeldkwestie" tegenover de belangenstrijd van de studentenvakbond — geplaatst in het kader van een algemeen-maatschappelijke strijd vóór externe dcmokratisering van het onderwijs — een botte machtspolitiek, uniek voor een Kollege van Bestuur in Nederland, en slechts gericht op het zo snel en zo efficiënt mogelijk breken van de boykot van de gehate duizend gulden wet van ex-minister jhr. De Brauw. Een onbuigzaamheid van optreden, die de toenmalige minister van onderwijs. Van Veen, in februari 1973 naar de telefoon deed grijpen, om de Vrije Universiteit te bedanken voor het „taktvol" optreden ten aanzien van de bezettende studenten, die juist het hoofdgebomv hadden verlaten. Rektor magnifikus Diepenhorst zag hierin aanleiding de kwesties van de achterstand van de personeelsformatie van de VU Van Veen nog eens nadrukkelijk op het hart te binden. Een misleidcndhcid van optreden in september 1973, toen het Kollege voorstelde of het geen kwaad kon de „vijfhonderd gulden promesse" te ondertekenen in plaats van aktief mee te doen aan een volledige kontinuering van de boykot vaii de duizend gulden; was het niet de heer Brinkman, die ons verzekerde dat staatssekretaris Klein niet tot invordering van deze — imuiddels verlopen — promesses zou overgaan alvorens het nieuwe studiefinancieringsstelsel zou zijn ingevoerd? Hoezeer blijken goedgelovige studenten zich te hebben vergist! Klein immers tracht zelfs tegen aandrang vanuit zijn eigen partij in toch tot invordering over te gaan . . . . Een onredelijkheid van optreden, die in het najaar van 1973 zelfs leidde tot het doen uitgaan van dienstbevelen naar het personeel, waarin het met ontslag op staande voet werd bedreigd, als het niet aan de kontróle op de betaling van het kollegegeld zou meewerken, ongeacht het standpunt van de (sub) fakulteitsraad. Een hardheid van optreden voorts, die niet aUeen zich uitdrukte in een voortdurend dreigen met polilie-optreden tegen bezettende studenten, maar ook tot een daadwerkelijk — tot dl ie maal toe — inroepen van
politiehulp in november/december 1973; de laatste maal nota bene op het moment, dat de Universiteitsraad beraadslaagde over een bemiddelingsvoorstel van de SRVU! Een ondemokraties optreden tenslotte, die tot uitdrukking kwam in de suggesties, die in de „Discussienota over bezettingen" (augustus '74) door het Kollege van Bestuur werden gedaan voor sankties tegen bezettingen, en die het gevaar van een regelrechte aanval op de studentenvakbond impliceerden, en daarmee een aanval op het recht van organisatie. En door dit alles heen het voortdurend gebrek aan bereidheid tot overleg, de weigering tot op dit moment de SRVU te erkennen als vakbond van studenten, waarmee geregeld overleg dient plaats te vinden (zoals elders in den lande overigens wel gebruik is).
Opstelling KvB hij andere kwesties
Ten aanzien van een groot aantal kwesties blijkt het Kollege van Bestuur de belangen van de universiteit volstrekt niet „by de overheid te behartigen", zoals het in de oïficiële taakstelling heet. Ten aanzien van de externe demolsratiscring van het (wetenschappelijk) onderwijs hebben we een schrijnend voorbeeld gezien in de manier waarop het Kollege van Bestuur de kollegcgeldboycot heeft aangepakt. Ten aanzien van het personeelsbeleid — dat de naam heeft het slechtste van alle Nederlandse universiteiten en hogescholen te zijn — hebben we al gewezen op de oneigenlijke methode om de „flexibiliteit" in de personeelsformatie te vergroten door een wetenschappelijk medewerker niet in vaste dienst
te benoemen, ook al heeft hij daar dergraving van de rechtspositie van het wetenschappelijk personeel in tijdelijk dienstverband, en een uitdrukking van het feit, dat dit Kollege van Bestuur niet inziet, dat het personeelsbeleid een zelfstandige recht op; een onaanvaardbare onrol dient te spelen naast onderwijsen onderzoekbeleid aan de universiteit. De kritiekloze wijze, waarop met name de salarisverlaging voor student-assistenten in eerste instantie is doorgevoerd door het Kollege van Bestuur is een volgend voorbeeld van meer dan slaafse navolging van „Haagse" richtlijnen; zelfs staatssekretaris Klein vond de manier waarop dit plaats vond getuigen van onbehoorlijk bestuur blijkens zijn brief van 15 oktober j.1. aan de instellingen voor wetenschappelijk onderwijs.
Een zelfde slaafse navolging — in Kriteria nieuw Kollege plaats van een konsekwent opkovan Bestuur men voor de belangen van de Vrije Vanuit deze — globale — evaluatie Universiteit — zien we op het gevan het optreden van het huidige bied van begrotingsbeleid. Zonder Kollege van Bestuur komt de vakprotest of kritiek slikte het KoUege van Bestuur de voor jaren vastge- ' bond van studenten tot een aantal kriteria, naaraan de leden van een legde bezuinigingen op het wetenvolgend Kollege van Bestuur zouschappelijk onderwijs, zoals vervat den moeten voldoen, willen zg aanin de nota Meerjarencijfers w.o. vaardbaar ziin voor de studentenHeette het een jaar geleden nog, vakbond, de SRVU: dat zeker een universiteit als de V U zich niet aan een diskussie over • de leden van het KoUege van Beversobering zou mogen onttrekken, stuur zullen loyaal moeten werken dit jaar beweert het Kollege van binnen de struktuur, zoals die door Bestuur zelfs, dat er van bezuinide Wet Universitaire Bestuurshergingen geen sprake i s . . . . Op bevorming en VU-reglement gegeven grotingsgebied is het KoUege met wordt; zij zullen de positie van het zijn „flexibele formatieverdeling" KoUege van Bestuur dienen op te zelfs voorloper en promotor gevatten als ondergeschikt aan de weest van het Haags bezuinigingsUniversiteitsraad; beleid, door een politiek, die we al • de leden van het KoUege van Bein Ad Valvas van een jaar geleden stuur zullen geneigd moeten zijn tot moesten kenschetsen als kortzichverder meedenken en meedoen bintig en opportunisties. nen bet proces van verdere dcmokratisering, ook in de organen, die vooralsnog buiten het kader van de W.U.B, vallen (zoals de Centrale Diensten); • de leden van het Kollege van Bestuur zullen oog moeten hebben voor de onderscheiden belangen van staf, tas en studenten binnen de universitaire gemeenschap en maatschappij; • de leden van het KoUege van Bestuur moeten deze belangen willen behartigen en de belangen van de VU in het algemeen, in plaats van een te sterke gerichtheid op het beleid, dat in Den Haag geformuleerd wordt, en tenminste vanuit die belangen het beleid van de overheid krities beoordelen; • de leden van het KoUege van Bestuur zullen open moeten staan ten opzichte van nieuwe organisatievory% men van de geledingen binnen de universiteit, zoals bijvoorbeeld de kiesverenigingen; • de leden van het KoUege van Bestuur zullen bereid moeten zijn tot geregeld georganiseerd overleg met de studentenvakbond aan de VU, de SRVU. De SRVU nodigt aUe kandidaten voor een funktie in het nieuwe Kollege van Bestuur uit, zich erover te bezinnen of zij tegen deze achtergrond denken te kunnen gaan werken, in goede samenwerking met de SRVU. Ten aanzien van de kandidaten, die de Universiteitsraad moet benoemen, c.q. voordragen, dringt zij er bij de Universiteitsraad en zijn selektiekommissie op aan, de gesielde resp. te stellen kandidaten aan tenop een van de étages van het minste deze laiteria te toetsen. hoofdgebouw waar een bord bijstond: geen jassen ophangen. In een mum van tijd hingen er wel 60 jassen. Die kon ie dus legaal weghalen. Een klusje. En gelukkig werden er ook ditmaal maar een paai snel teruggehaald. Maar nu kunnen die portiers wel pi at gaan op hun sociaal gevoel, maar als ze dan om die reden eens in het zonnetje vjorden gezet, dan horen daui toch ook degenen bij die hun weggehaalde, veiliggestelde, nou ia, hun „gevonden voorwerpen" onder het beheer van het bureau lieten. En voor wie het niet gelooft, ga maar eens kijken bij het bureau gevonden voorwerpen: KC-06 (hr. Kroon). Inteceptor
Van horen zeggen. Nu weten we dan eindelijk waar liet VU-bureaii gevonden voorwerpen zijn bestaansrecht ontleent, altlians voor een niet onaanzienlijk gedeelte. Het is de sociaah'Oelendheid van de dienstdoende portiers. Geweldig hoe zij zich in deze moeilijke periode van snel om zich heen giijpende werkloosheid inspannen om althans de werkgelegenheid op het bureau gevonden voorwerpen te blijven garanderen. Neem nu dat weekend laatst. Er staan twee eenzame rijwielen tegen het ijzeren hekwerk voor het VU-hoofdgebouw. Het ene op slot, het andere niet. De dienstdoende portier doorziet de situatie onmiddellijk: ze zijn gloednieuw en tja, de wereld is slecht. Wees sociaal man, denkt hij. Maandag zijn ze gestolen. Zet ze binnen. Safety first. Een dikke ketting eromheen. Klaar. De tijd verstrijkt. Een week, bijna twee weken. Weten de eigenaars veel. De wereld is slecht. De portier lacht. De 13e dag. Nog één nachtje slapen. Dan zijn het gevonden voorwerpen. Je kan wel stellen dat het goed zit nu. Zo helpen we elkaar: het bureau i's tevreden en de eigenaars ook, tenslotte. Hij herinnert zich het sukiesverhaal van zijn kollega die, al of niet uit overwegingen van tijdsbesparing fietsend, op een zondagavond de ronde deed door het hoofdgebouw. Zijn sociaal gevoel is ronduit benijdenswaardig. Maar liefst 75 jassen haalde hij van de kapstokken. De wereld is slecht, dus ... Maar ook hij moest wachten tot de 14 dagen om waren. Hij had geluk. Slechts 10 jassen werden als bijna-gevonden voorwerpen hij het bureau afgehaald. En dan dat boeiende geval waarbij de studenten zelfs hun medewerking gaven. Die kapstok die zou worden gesloopt
De houding van het Kollege van Bestuur ten aanzien van de wetherstrukturering is voornamelijk passief geweest — wat op zichzelf al te bekritiseren valt —, behalve op het moment dat het de Universiteitsraad aanraadde een halfslachtige motie te aanvaarden in plaats van de — tenslotte daadwerkelijk aanvaarde — ondubbelzinnige motie, die o.a. door de progressieve kiesverenigingen van wetenschappelijke staf, techniese en administratieve staf en studenten was opgesteld, en waarin het „onaanvaardbaar" over het wetsvoorstel werd uitgesproken. En wat te denken van het feit, dat het Kollege van Bestuur beide moties opstuurde naar Den Haag met de uitdrukkelijke vermelding, dat het achter de door de Universiteitsraad verworpen motie stond?! Ook het buitenlandbeleid, dat dit Kollege van Bestuur voorstaat, wijzen wij af. Zo blijkt het op de ondubbelzinnig door de Progressieve Kies Vereniging geformuleerde vraag: „Solidariteit met de onderdrukte zwarte meerderheid in ZuidAfrika, christen of niet, óf solidari-^ teit met de christenen in Zuid-Afrika, onderdrukker of niet?" een even ondubbelzinnig antwoord te hebben; nog steeds probeert dit Kollege van Bestuur de kontakten met de apartheidspolitiekverdedigers van de Zuid-Afrikaanse Potchefstroom Universiteit in stand te houden of zelfs opnieuw op te bouwen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975
Ad Valvas | 396 Pagina's