Ad Valvas 1975-1976 - pagina 137
AD VALVAS — 14 NOVEMBER 19T5
Subfaculteit
bestudeert
tivee-taligheid
Friesland
og vaal itie Er wordt in Nederland veel aandaciit besteed aan het buitenland, terwyl men het niet interessant vindt als er in Nederland, vlak naast de deur, een taalsysteem bestudeerd kan worden. Dit is de mening van de docenten aan de Friese subfaculteit aan de VU, mevrouw dr. A Feitsma en dr. H. D. Meijering. De positie van Friesland in Nederland kan volgens hen vergeleken worden met die van het Franstalige gebied in Canada. De houding ten opzichte van de Friezen is de laatste twintig jaar echter wel verbeterd. Openlijk zal niemand zich uitspreken tegen het Fries, maar de gedachten die erover bestaan zyn moeilijker te peilen. Aan de subfaculteit Fries wordt veel basisonderzoek in Nederland gedaan. Hierbij worden ook de studenten ingeschakeld. Een veel bestudeerd onderwerp is de tweetaligheid in Friesland. Het fijne is nu dat onderzoek- en observatieterrein heel dicht bij de deur liggen. Maar de Nederlandse belangstelling ligt jammergenoeg te veel in het buitenland volgens de docenten. Het specifieke van het Fries zit hem in de sociale positie, de underdogpositie. Het Fries dat in de gezinnen wordt gesproken wordt namelijk maatschappelijk veel minder gewaardeerd. Het Nederlands heeft dus een economische betekenis, terwijl het Fries een ideologische, emotionele betekenis heeft. De studie van het Fries en de literatuur kan niet geschieden zonder oog te hebben voor de maatschappelijke en psychologische context. Zoals het Nederlands op bepaalde terreinen zijn positie van volledige taal enigszins verliest, bijvoorbeeld bij de luchtvaart en bij het promoveren in de universitaire werld, zo is het Fries juist op weg een volledige taal te worden. Het Fries is ontgroeid aan het dialectstadium waarin het Gronings zich nog bevindt. Het Nederlands bevindt zich weer in een verder stadium. De beide docenten karakteriseerden het Engels en het Russisch als volledige talen.
Door Don Bijlsma het Fries als abstracte taal, maar om een taal die ook daadwerkelijk door mensen wordt gesproken. Het Fries zou ook meer in het gewone Nederlandse literatuuronderwijs moeten worden ingepast, want er bestaan goede Friese schrijvers. Het klimaat voor het Fries is gunstiger dan twintig jaar geleden. De algemene tendens was toen, dat de men-
sen het Fries als tweede taal in Nederland maar lastig vonden en men dacht dat het een Friese gril van korte duur was. Nu wordt er meer gezegd: „Jullie hebben eigenlijk wel gelijk dat je het Fries niet laat schieten." Een soort mentaliteitsverandering dus. Een groot bezwaar vinden beide docenten het feit, dat er in Nederland van alles wordt bestudeerd dat zijdelings te maken heeft met de Friese taalsituatie, maar dat de Friese taalsituatie op zichzelf maar weinig interessant gevonden wordt.
Culturele autonomie
De gelijkwaardigheid van het Fries aan het Nederlands zou volgens beide docenten beter erkend kunnen worden. Zo gaf men als voorbeeld dat in rechtzalen wel Fries gesproken mag worden in Friesland, maar dat bijvoorbeeld spooi-wegpersoneel
,y6X^PEcifiEKe v/)N Her TR\eó ZIT HEM /A/
in Fliesland geen Fries hoeft te verstaan. Dr. Meijering vergeleek de situatie met die van Quebec in Canada. De Gaulle kwam toendertijd in Quebec, dat franstalig is, en schreeuwde „vive Ie Quebec libre", indirect gericht tegen de Engels georiënteerde regering. Al eeuwen werd in Frankrijk de positie van de Bretons benadeeld. De Bretons riepen nu ook „Bretagne libre", in de hoop dat De Gaulle het nu ook wel met hen eens zou zijn.
Buitenlandse schoolreizen vaak statuskwestie Een schoolreisje kost per leerling gemiddeld ƒ190,— en daar komt meestal een flink bedrag aan zakgeld bij. Volgens de stichting voor educatieve reizen is een duidelijk stijgende lijn in de buitenlandse schoolreizen merkbaar. Er is zelfs sprake van een sneeuwbaleffect; het voorbeeld van de ene school wordt onmiddellijk door de andere opgevolgd. Vooral gymnasia, athenea en lycea maken relatief meer en langere reizen dan bijvoorbeeld een mavoschool. Dit schrijft de stichting toe aan het feit, dat de eerste categorie leerlingen uit een betere fmancieel en sociaal milieu komt. Sommige scholen hebben een schoolfonds om de stijgende kosten het hoofd te bieden, maar meestal moeten de ouders zelf de hele reis bekostigen, wat soms tot kritiek en heftige woordewisselingen leidt. Maar uit prestige proberen vele ouders de steeds duurder wordende reizen op de een of andere manier toch te financieren. Het voortgezette onderwijs ziet
Klein op symposium Contactcentrum
Onderwijs:
Hogere opleiding geen garantie meer voor plaats in maatschappij
Geen onderzoek naar omvang praktijk van specialisten staatssecretaris Klein van onderwijs laat geen onderzoek instellen naar de omvangr van de gegroeide praktijk, waarbg docenten, specialisten in dienst van een universiteit, naast hun inkomsten uit dienstbetrekking inkomsten ontvangen door behandeling van particuliere patiënten. Gesignaleerd is, dat de praktijk bestaat, daarom is het beleid er al op gericht aan het bestaandegebruik een einde te maken. Er komen nieuwe richtlijnen met betrekking tot de Inkomsten van docent-specialisten, die een eigen praktijk hebben, aldus de bewindsman in zün maandag gegwen antwoord op schriftelijke vragen van het Tweede-Kamerlid Beekmans (D '66). Voor inschakeling bij het gevraagde onderzoek van de fiscale inlichtingen en opsiportngsdienst voelt de staatssecretaris niets. Deze dienst zovi dan worden gebruikt voor buiten het fiscale vlak liggende doeleinden.
„Het lijdt geen twijfel dat de arbeid voor grote groepen hoger opgeleiden in de toekomst geen passende arbeid in de traditionele zin meer zal zijn. We moeten tot een verandering van het begrip arbeidsethos komen, tot een verandering in ons gehele cultuurpatroon. Onderwijs moet niet langer in de eerste plaats gezien worden als een toeleveringsbedrijf van geschoolde mankracht voor de arbeidsmarkt. Onderwijs is een middel tot persoonlijke ontplooiing, tot verruiming van eigen inzichten. In de termen van de Contourennota: onderwijs is een goed op zich; voorop staat daarbij, dat iedereen weliswaar recht heeft op onderwijs, maar dat je daarmee niet zonder meer een plaats in de maatschappij koopt. Het grootste probleem daarbij is dan weer, dat de hele opzet van ons huidige onderwijssysteem juist gebaseerd is op de traditionele opvatting dat het een toeleveringsbedrijf voor de beroepenwereld is. Wijziging of althans aanpassing van de bestaande structuren kan niet wachten, totdat er in een zonnige toekomst eens veranderingen in ons cultuurpatroon gaan optreden. Vooral niet omdat we in toenemende mate met frustraties te maken krijgen." Dat zei staatssecretaris dr. G. Klein (onderwijs en wetenschappen) in Rijswijk (Z.H.) op een symposium van het Contacteentrum Onderwijs.
gens ramingen zal voor bijna alle studierichtingen in het wetenschappelijk onderwijs een overschot aan afgestudeerden ontstaan; • het onnodig opschroeven van de eisen voor bepaalde betrekkingen. Hoger opgeleiden gaan lager opgeleiden vervangen, ook op plaatsen waar dat niet nodig is; • omdat de capaciteit in het tertiair ondel wijs niet voldoende is om de wassende stroom studenten op te vangen, is er, vooralsnog tijdelijk, een numerus fixus ingevoerd bij bepaalde studierichtingen in het w.o. Daardoor zijn we weer met een selectieproblematiek komen te zitten.
de onderwijsuitgaven ten goede te laten komen aan een relatief klein aantal mensen; de rol' van de arbeidsmarkt. De door de arbeidsmarkt opgeroepen vraag naar hoger opgeleiden schijnt zichzelf voorbij te streven. Volgens de staatssecretaris waren dit ontwikkelingen die we in feite al jaren hebben kunnen zien aankomen. Een drietal meer recente zaken hebben ons evenwel met de neus op de feiten gedrukt: • de onrustbarende cijfers over de werkloosheid onder academici. Vol-
Overigens is de bewindsman van mening dat we niet bij de pakken hoeven neer te zitten, want er zijn op korte termijn maatregelen denkbaar die tot een verbetering van de huidige situatie kunnen leiden. Die maatregelen zijn van drieërlei aard: • ten eerste die maatregelen die erop gericht zijn een andere dan de traditionele relatie tussen ondei-wijs en arbeidsmarkt op te bouwen en die grotendeels binnen de huidige structuur van het onderwijs gerealiseerd kunnen worden;
In zijn toespraak zei de bewindsman dat het huidige tertiair onderwijs de ontwikkelingen niet heeft kunnen bijhouden: het aantal studenten is sterk gestegen; de belangstelling van de studenten is gewijzigd en dat hangt samen met de massaficatie van het hoger onderwijs; er is een wijziging gekomen in de samenstelling van het aanbod. Een toenemend aantal ouderen wil alsnog gebruik maken van het tertiair onderwijs; de financiële ontwikkeling. Het is niet langer verantwoord om ongeveer een kwart van
Voor wie zich geroepen voelt zich met de Friese problematiek bezig te houden zij vermeld dat de Friese subfaculteit ongeveer dertig studenten telt. Fries kan gekozen worden als hoofdvak, bijvak en ook gewoon belangstellenden kunnen colleges Fries volgen. De toekomstmogelijkheden voor afgestudeerden liggen vooral bij het onderwijs in Friesland: middelbaar onderwijs en op pedagogische academies.
Naar schatting gaan per jaar zo'n 50.000 tot 75.000 middelbare scholieren op schoolreis (werkweek) naar het buitenland; doorgaans genieten Londen en Parijs de voorkeur.
Klimmeraspect Volgens mevrouw Feitsma bestaan er bij de Friese jeugd groepen die liever de Friese taal niet meer spreken en leren, maar ook bestaan er groepen jongeren die het Fries juist wel willen blijven spreken. Zij beschouwde de afkeer van het Fries bij sommige jongeren als een klimmersaspect: de jeugd denkt het in de maatschappij met de Nederlandse taal beter te kunnen krijgen dan hun ouders het vroeger hadden, en de ouders die natuurlijk het beste voor hebben met hun kinderen gaan soms met die gedachte mee. Het blijft dus nog de vraag waarmee de Friese jeugd het minst wordt benadeeld, en hoe ver hèt Fries in het onderwijs doorgevoerd moet worden. Op lagere scholen zou een stuk van het leerplan in het Fries gegeven moeten worden, want de taal komt niet voldoende tot haar recht als zij alleen als vak gegeven wordt. Het gaat niet om
De heer H. D. Meijering en mevrouw A. Feitsma.
iViet hij pakken neer zitten
de noodzaak van deze dure tripjes niet in, omdat het merendeel der schoolreizen veel geld, inspanning en (school)tijd kost. Trouwens, kinderen gaan veel meer dan vromer met hun ouders op vakantie, ook om cultwir op te doen. Dat het ook anders kan, bewijzen enkele scholen. Een scholengemeenschap in Zeist bijv. organiseert in plaats van buitenlandse reizen een zeiltocht of een kottertocht. Een mavo-school in Utrecht hield een werkweek op Terschelling, wat even leerzaam was als een schoolreis naar Parijs, terwijl de kosten per leerling tot ƒ70, — beperktbleven. De Rijksscholengemeenschap in Breda houdt elk jaar driedaagse kampen en werkweken in eigen land. Vele scholen zien de gevarieerde mogelijkheden binnen de grenzen over het hoofd; zij beschouwen verre reizen als een statuskwestie en schieten daardoor het werkelijke doel van de schoolreizen voorbij. (R.A.)
• ten tweede zijn er mogelijkheden om de structuur van het onderwijs 'odanig te wijzigen, dat met grotere lantallen en verschillende behoeften rekening kan worden gehouden. Dat moet met name gezien worden in het licht van de primaire doelstelling van het onderwijs: een middel tot zelfontplooiing aan te reiken; • ten derde is een aantal maatregelen, dat vanuit de arbeidsmarkt zelf moet komen. Uit bedrijfsleven en overheid, waarbij de overheid zelf het voorbeeld zal moeten geven.
Physician and wife are seeking to exchange homes and automobiles July 1976-june 1977, with someone living In western Holland who might be planning a sabbatical year In the New York city area for the same interval. If interested please write to: Professor Marvin Bierenbaum, Atherosclerosis Research Project, St. Vincent's Hospital, Montclair, New Jersey, USA.
CARILLON BESPELINGEN Elke dinsdag van 12.30-13.00 uur bespeelt universiteitsbeiaardier Bernard Winsemius het carillon van het hoofdgebouw.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975
Ad Valvas | 396 Pagina's