Ad Valvas 1975-1976 - pagina 189
AD VAL VAS — ia JANUARI 1976
S
Dr. Klein: nu beperken, na 1980 verdergaan
Wijzigingen WUi: inliouden van democratiseringspas De wetenschappers in vaste dienst van universiteiten en hogescholen zullen ook juridisch de beslissingsbevoegdheid hebben ais het wetsontwerp wordt aangenomen, dat staatssecretaris Klein van onderwijs en wetenschappen vorige week woensdag bij de Tweede Kamer heeft ingediend. Met dit wetsontwerp wordt de wet uit 1970 (wub), waarmee een democratische bestuursvorm voor universiteiten en hogescholen werd ingevoerd, gewijzigd en met vier jaar verlengd tot 1 september 1980. Tot de belangrijkste vcranderhigen wordt ook gerekend de invoering van Er dienen nu enige beperkingen te komen om na 1980 met het democratiseringsproces verder te kunnen gaan, aldus staatssecretaris Klein van onderwijs en wetenschappen in een toelichting op het wetsontwerp. Bepaalde -delen van universiteiten en hogescholen konden, volgens Klein, niet de rijkdom aan die met de wub in 1970 werd geboden. Hij meende, dat wat de universitaire democratie betreft geen stap terug is gedaan. De gedetailleerdheid van de bepalingen is toegenomen. De zeer grote vrijheid die de wub gaf, is volgens de staatssecretaris op de meeste plaatsen goed gebruikt. Goed lopende democratiseringsprocessen hoeven van de wijzigingen en aanvullingen geen stap terug te vrezen. Daarvoor is ruimte "door de gelegenheid tot experimenteren.
Conform
Polak
Het voorstel om de wet universitaire bestuurshervprming (wub) te verlengen komt overeen met het advies van de commissie-Polak. Een gefundeerde beoordeling van de werking van de wet in haar geheel is pas mogelijk als ze op alle niveaus volledig is ingevoerd en als daarmee enige tijd ervaring is opgedaan, aldus de memorie van toelichting bij het wetsontwerp. De bewindslieden willen dat tijdig voor september 1980 de bestuurlijke organisatie van de universiteiten definitief wettelijk is geregeld. In de regeling van de universitaire bestuursstructuur konden nu niet alle knelpunten worden opgelost. Dat moet later gebeuren. Ze betreffen: positie en functie van de secretaris van de universiteit, plaats ea functie van het bureau, de universiteit, de bibliotheken, centrale diensten en andere componenten van de beheersorganisatie, het afleggen en afnemen van examens, de samenstelling van de coleges van bestuur, de functie van de
academische raad en verbetering van de geschillenregeling.
Vakgroepbestuur In het wetsontwerp is uitdrukkelijk opgenomen, dat het bestuur van de vakgroep voor tenmmste de helft bestaat uit leden van het wetenschappelijk corps: hoogleraren, lectoren, houders van onderwijsopdrachten en in de vaste dienst benoemde wetenschappelijke medewerkers van de vakgroep. De faculteitsraad bepaalt voorts hoeveel vertegenwoordigers de andere wetenschappers, het niet-wetenschappelijk personeel en de studenten kunnen aanwijzen voor het bestuur. Tenminste tweederde van de overige leden van het vakgropsbestuur moet bestaan uit wetenschappers in tijdelijke dienst en uit niet-wetenschappelijk personeel. De voorzitter van een vakgroep kan een besluit ter vernietiging voordragen bij de (sub)faculteitsraad, die binoen een maand moet beslissen. De voorzitter van het gekOEen vakgroepsbestuur is ook voorzitter van een eventueel dagelijks bestuur van de vakgroep. Voor de wetenschapsbeoefening kunnen vakgroepen bij een of verschillende universiteiten werkgroepen instellen, die jaarlijks een onderzoekprogramma vaststellen. Dit programma moet worden goedgekeurd door de faculteitsraad en de vaste commissie voor- de wetenschapsbeoefening. Heeft een faculteit subfaculteiten, dan wijzen de subfaculteitsraclen uit hun midden de leden aan van de faculteitsraad, geledingsgewijs en met inachtneming van het beginsel van een gelijkwaardige vertegen•wooixUglng vao de subfaculteiten. Is er geen reglement voor de faculteitsraad vastgesteld voor het wetsontwerp wet wordt, dan kan de universiteitsraad, en in laatste in-
Landelijk Overleg Grondraden tegen afscSiaffing kinderbijsla Met grote verontwaardiging heeft het liandelök Overleg van Grondraden (LOG) de uitlatingen vernomen van premier Den Uyl mbt de door hem voorgestane afschaffing van de kinderbijslag voor inkomens boven de ƒ 24.000,—. De kinderbijslag is een sociaal recht en als zodanig een onmisbaar deel van het inkomen geworden. Voor kinderen vanaf 18 jaar, vmml de studerenden, die volledig dagonderwijs volgen, zijn deze plannen des te verontrustender. en -trek zal een dergelijke InperZestig procent van de studenten king van de voor de studiefinanis wait hun inkomen betreft volciering beschikbai^ gelden tot geledig afhankelijk van de kindervolg hebben, dat een nieuw stelbüslaig, voor deze groep betekent sel waarschijnlijk uitsluitend uit de afschaffing van de kinderleningen (renteloos en rentedrabijslag dan ook dat zij plm. ƒ 4000,— per'jatö'-nilftäet RWjêém. *gend) zal bestaan. Iedereen gaat er dus op achteruit, ook studenVoor de overigen is de kinderbyten met minder draagkrachtige slag een onmisbaar deel van hun ouders, een groep voor wie staatsinkomen, het is mal een onmistaaa-e aanvulling op hun toch al secretaris Klein zegt juist te willen opkomen. Vele zullen daarveel te lage studiebeurs. om van studeren afzien, vooral Bovenstaande geldt voor de huivoor kinderen uit de lagere en dige situatie, er is echter een plan middeninkomens zal dit een (te) voor een nieuw studiefinanciegrote barrière zijn. ringsstelsel: het Plan Klein. De middelen hiervoor zouden, uit Het Landelijk Overleg van Grondde kinderbijslag gelden moeten raden wüst een dergelijke tenkomen. In dat plan wordt voordens dan ook met ki-acht van de gesteld iedere 18-jarige en oudere hand. Het is een maatregel waarstudent een basisbeurs van in niet de belangen van de stuƒ 3300,— ipv kwiderbijslag te gedenten en hun ouders voorop ven (die vaak veel hoger ligt). In staan, en zal de externe demodat plan heeft ook nog een gering cratisering van het onderwijs, op aantal mensen recht op een aanzijn zachts gezegd, belemmeren. vullende toelage tot maximaal Het spreekt zich dan ook uit ƒ 3050,—. tegen afschaffing van de kinderIn vergelijking met het huidige bijslag en -aftrek en dat de al' stelsel, en wel de maximale toeingevoerde en nog op stapel lage, zou iedere student minstens staande rentedi'agende studie ƒ 2000,— en maximaal ƒ 5000,— leningen. rentedragend bij moeten lenen. Dit leidt tot studieschulden van Namens het LOG, zo'n ƒ 100.000,— of nog meer. J. Rigter Afs.ql}^ing van de lOndeiJjüsJfiti;, secr, st^K^ietißanc^SRVU ^
stantie de minister hierin voorzien. Een wezenlijke taak van het college van bestuur is het voortdurend toezien op al wat de universiteit aangaat: naleving van wetten, regeringen, richtlijnen, aanwijzingen en r^lementen. Ook behoort er toe besluiten van de universiteitsraad voor te bereiden, bekend te maken en uit te voeren. Het college van bestuur heeft voorts de zorg voor de huisvesting en het doelmatig beheer van de financiën en de roerende en onroerende goederen. Het moet binnen het kader van de ministeriële richtlijnen en aanwijzingen het personeelsbeleid voeren. In de wet wordt vastgelegd, dat de Kroon bepaalt voor hoe lang de rector magnifies wordt benoemd. Geschrapt is, dat hij voor tenminste twee jaar wordt benoemd. De benoeming geschiedt na overleg met de universiteitsraad uit een voordracht, die het college van dekanen opmaakt. Dit college heeft een adviserende functie in het bestuur van de universiteit en moet eens per jaar verslag uitbrengen.
College van
Bestuur
De verantwoordelijkheid van hel college van bestuur voor het beheer van de studentenvoorzieningen is in het wetsontwerp ook verduidelijkt. Het beleid op dit gebied behoort evenwel uitdrukkelijk tot de taak van de universiteitsraad. Daarmee wordt het algemeen beleid bedoeld en niet het beheer, aldus de memorie van toelichting. De buiten-universitaire leden van de universiteitsraad zijn er voor een zo breed en geschakeerd mogelijke inbreng van ideeën van buiten. Herbenoeming verdient naar de mening van de bewindslieden niet altijd aanbeveling. Het deel uitmaken van een universitaire gemeenschap achten de bewindslieden onverenigbaar met een buiten-universitair lidmaatschap bij een andere instelling van wetenschappelijk onderwijs. In het wetsontwerp wordt nader geregeld, dat onder 'deskundigen' bij benoemingscommissies voor hoogleraren en lectoren niet de personen vallen, die alleen op grond van het behoren tot een bepaalde geleding, aanspraak maken op lidmaatschap van zo'n commissie. Voor vergoedingen in verband met bestuursfuncties wordt een artikel voorgesteld, dat de grondslag biedt
een schorsings- en vernietigingsrecht op besluiten van bestuursorganen op het midden- en basisniveau, die van de (sub)facuiteiten en de vakgroepen. Dr. Klein en minister Van der Stee van landbouw en visserij vinden dat het repressief toezicht met grote omzichtigheid en terughoudendheid moet worden toegepast: het mag niet leiden tot een drastische verandering in de van oudsher grote mate van zelfstandigheid van faculteiten inzake onderwijs en wetenschapsbeoefening. voor regels op dit punt, die door de kroon gesteld worden.
Kritiek De mogelijkheden tot democratisering van de universitaire besluitvormingsstructuren worden op een aantal essentiële punten teruggedrongen, aldus de landelijke werkgroep PvdA-studenten over het wetsontwerp. De leden van de groep zijn actief in de PvdA, in commissies en in besturen van universiteiten en hogescholen. Zij meent, dat de bewindslieden-partijgenoten met het voorstel zonder overleg ingaan tegen eerder door de partij ingenomen standpunten. Het wetsontwerp is strijdig met de strekking
Als iedereen werkelijk
van keerpunt '72 en met de opstelling van de PvdA-fractie in de tweede kamer, die in 1970 tegen de wub stemde, aldus het commentaar van de groep. De kritiek van de Werkgroep richt zich onder andere op de studenteninvloed in de vakgroepen. Deze invloed wordt geminimaliseerd. De vakgroepen vormen in de universiteiten en hogescholen het basisniveau waarop over concrete onderwijs- en onderzoekswerkzaamheden wordt beslist. Ook versterkt het wetsontwerp de hierarchische rangorde bmnen het wetenschappelijk corps. Voorts worden bevoegdheden van gekozen organen overgeheveld naar niet gekozen organen waar het gaat over personeelsbeleid en beheerstaken, aldus de werkgroep.
meewerkt
Energiebesparing vap Icwart miijoen Als iedereen z^n best doet zoveel mogelijk energie te besparen, kan dat voor VU en AZVC dit jaar een besparing van naar schatting een miljoen gulden opleveren. Dat is de voorspelling van ir. L. van der Meer, hoofd van het Energiecentrum, die er echter wel bij aantekent dat men daarbü uit moet gaan van een zachte winter. De noodzaak om te besparen wil ir. Van der Meer persoonlijk heel ruim zien: 'We moeten zuinig eijn met de bronnen die de natuur <ms geeft.' Algemeen gezegd zijn de oliecrisis van 1974 en de economische'eis kalmer aan te doen zeer beslist van invloed. Desgevraagd geeft hU nader aan hoe men op gas, water en electra kan besparen, op de noodzaak waarvan de heer C. de Niet (college van bestuur) in zün nieuwjaars^>eech summier had gewezen. Puntsgewijs kmnt het hierop neer: • Geen licht laten branden als men niet pp de kamer of in de zaal is; • De zonwering niet verder laten zakken dan nodig is (geen kunstlicht nodig, en zoveel mogelijk zonnewarmte); • Geen toestellen of apparaten aan laten staan als men de werk-
ruimten verlaat; het koelwater in de laboratoi-ia afzetten; • Ramen en deuren zoveel mogelijk gesloten houden en sluiten bij het verlaten van het gebouw. 'Sinds de energiecrisis van '73 z^jn de verbrulkcyfers van de energie veel lager geweest. De zachte winters speelden daarby natuurlijk wel een rol. Voor dit jaar is bijvoorbeeld begroot op 24 miljoen kubieke meter gas. We hopen voor dit jaar met 17,5 miljoen kubieke meter uit te komen, maar het is wel zaak dat ledereen meewerkt,' aldus Ir. Van der Meer. (JvdV)
stuurgroep geformeerd om pogingen in het werk te stellen de voortzetting van het bijvak te verzekeren. Om dit mogelijk te maken moest deze cursus geïnstitutionaliseerd worden in een bepaalde vorm van samenwerking tussen de vakgroepen bestuurskunde, kulturele antropologie internationale betrekkingen, missiologie en oecumenica, niet westerse sociologie, ontwikkelingseconomie en sociale geografie In 1972 begon aan de Vr^je Universiteit de interfacultaire cursus ontwik- der niet westerse gebieden. (Al deze vakgroepen hadden hun medekelingsproblematiek, bedoeld als doctoraal bgvak. Het resultaat was zeer werking aan de cursus toegezegd). teleurstellend; er namen 150 studenten aan de colleges deel, van wie slechts 15 het tentamen aflegden. Het daaropvolgende cursusjaar deden De stuurgroep werd hierbij geassinauwelijks 3 studenten van de'honderd tentamen. Dit mtslukken wijtte steerd door de Commissie Internationale Samenwerking, waarvan het men vooral aan de organisatorische problemen, die nog versterkt werden secretariaat bij het JBureau Buitendoor het feit, dat er geen mensen beschikbaar waren voor de organisaland ligt. tie van het bijvak. In het cursusjaar 73/74 werd onder auspiciën van de Nuffic weliswaar Een en ander is te lezen in het steun en advies verleende. Nadat een ontwikkelingsproblemaeindverslag 1974/1975 van de Inter- een aantal (sub)faculteiten (bijv. tiek cursus de GU en VU georganifakultaire Kursus Ontwikkelings- godgeleerdheid, rechtsgeleerdheid, seerd,voor maar deze cursus was echter problematiek aan de VU, dat on- pedagogie/andragogie, psychologie niet bedoeld doctoraal bijvak. langs is verschenen. We willen eni- sociaal kulturele wetenschappen) Ondanks dat eralsgeen definitief antge aandacht besteden aan het ont- en diverse instituten positief op dit woord voor de problemen gestaan en de ontwikkeling van deze- imti£ttief reageerden" en huft mede-'" vonden liet de stuurgroepwerd in sepwerking toezegden, nam de subfacursus. tember 1974 toch het doctoraal bijDe voorbereidingsprocedure van culteit NWS/CA de cursus ontwik- vak ontwikkelingsproblematiek van kelingsproblematiek onder haar het bijvak was reeds in 1971 van start gaan, nadat het C.v.B. in eerstart gegaan. De organisatie lag bij hoede. ste instantie genoegen nam met een organisatorische het Aktie Komité Hulp Ontwikke- Bovengenoemde lingslanden VU, terwijl het Bureau problemen bedreigden echter het (Ver%olg op pa0ia 11) bestaan van de cursus. Er werd ee^ Buiteijland,. hiefbij organisatorische
Eindverslag
1974 j 1975 wijst uit:
Cursus Ontwikkelingsproblematiek giïfg inèt prollemen van start
Hmém*MWï'Wéi^wèèM%-t'M'fHiMêmUifm^éMi I! l'*liW*^#tll>*Ä^ i sit -^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975
Ad Valvas | 396 Pagina's