Ad Valvas 1975-1976 - pagina 289
AD VALVAS — 26 MAART 1976
Discussie tussen prof. Deurloo «?n prof. Graafland over Genesis 19
Manier Tan bijbel-lezen veridaart meningsverschil over homofilie
„Eén bijbel twee gedachten"
„De homosexuele houding is in de bqbel niet expliciet verboden, de homosexuele handeling wel. Dit is tegen de natuur en tegen Gods wil." Zie hier de opvatting van prof. dr. C. Graafland, hoogleraar in de gereformeerde dogmatiek aan de RU te Utrecht. Prof. dr. K. A. Deurloo, hoogleraar aan de GU en voorheen studentenpastor aan de VU, ziet niet goed hoe je zo'n scheiding tussen houding en handeling kunt maken. Voor hem is de homosexueel anders, maar niet font. Hij wil de homo dan ook niet plaatsen in de rij van de hoeren en de tollenaars, maar by de vrouw en het kind, die er in de bqbel soms ook niet al te best vanaf komen, maar die in de 20e eeuw een betere plaats verdienen en ook krijgen. Beide hoogleraren discussieerden met elkaar naar aanleiding van het verhaal in Genesis 19 in de aula van de VU, waar de IKON televisieopnamen maakte. De hoogleraren komen tot deze verschillende opvattingen, doordat zij elk de bijbel op een fundamenteel verschilende wijze hanteren. Nadat alle t.v.-camera's waren warm gelopen, de jus d'orange was aangerukt en een kleine bijbel door een grotere was vervangen, kon prof. Graafland beginnen met een korte uiteenzetting. De ongerechtigheid in Sodom en Gomorra is zeer hoog geklommen, de verdorvenheid is grenzeloos, zodat de steden rijp zijn voor de ondergang. De inwoners eisen van Lot de uitlevering van de twee vreemdelingen: „Breng hen bij ons naar buiten, opdat wij met hen gemeenschap hebben." Maar Lot wil dat niet, en biedt zelfs zijn dochters aan. De mannen van Sodom accepteren dit aanbod niet. „Dit wijst op een algehele wetteloosheid, die zich uitdrukkelijk toespitst in homosexuele zin", zo zegt Graafland. „Het geheel kan worden aangeduid als een op perverse wijze overtreden van het gebod van God om de naaste lief te hebben, hem te eren en hem recht te doen." Graafland acht het onjuist de homosexuele handeling uit dit verhaal te lichten, en het te zien als het belangrijkste. Het gaat om een reeks van handelingen, waarin de homosexualiteit wel een uitdrukkelijke plaats krijgt. De homofilie is volgens de hoogleraar in dit verhaal een exptonent van een verregaande zedelijke verwildering. Overal in de bijbel staan de^ homosexuele handelingen in een negatief licht, zij druisen in tegen Gods bedoeling. Het homosexuele handelen wordt duidelijk verbonden met het oordeel van God. We moeten, aldus Graafland, positief staan tegenover onze homofiele naaste. Het feit dat het tegen Gods wil is, moeten „wij echter in onze houding tegen over onze homofiele naaste verdisconteren, niet om te veroordelen, maar om te behouden." En hij zegt verder: „Het openlijk en legitiem haar gang laten gaan van de homofiele prakijk heeft te maken met een decadente cultuur, die zich rijp maakt voor de ondergang."
Moralistisch gemorrei Na de korte inleiding van Graafland krijgt prof. Deurloo de gelegenheid zijn visie openbaar te maken. Volgens hem gaat Genesis 19 niet over de homofilie, zoals wnjj het kennen, is het niet historisch en is het geen gegeven brok van het woord Gods waarvoor we moeten buigen. Genesis 19 is een onderdeel van de serie Abraham-verhalen en mag niet los gezien worden. Centraal staat Abraham, die op weg is de geschiedenis in naar een gezegende relatie met God en de medemens. Het verhaal van Sodom is door de vertelier gepakt als een volksmotief, dat vaker in de bijbel aan de orde komt. Deurloo:,, De verworden sexualiteit is in de bijbel vaak de uitdrukking van een gecorrumpeerde maatschappij, van het onderbreken van goede relaties. Als we Genesis 19 zouden opvatten als een historische beschrijving, van een maatgevend historisch gebeuren en als het woord Gods gaan toepassen, dan maken wij daarmee mensen kapot. Gelukkig is de bijbel niet een ons zo vastleggend historisch boek, maar een oproep om op eigen wijze en in eigen tijd kritisch met Abraham op weg te gaan." En Deurloo besluit zijn inleiding met de zin: „Wie niet theologischpolitiek wenst te lezen, vervalt tot individuele religie en moralistisch gemorrei in de marge van de maatschappij." In de discussie die zich hierna ontspon, bleek al spoedig dat beide
Door Guus Herbschleb heren totaal verschillende uitgangspunten hanteren bij het lezen van de bijbel. Voor Deurloo is de scheiding tussen de homosexuele gezindheid en het homosexuele handelen totaal onbijbels. „Je bent iets en dan moet je ook doen wat je bent," zegt hij. Graafland vindt dat Deurloo de feiten wat al te gemakkelijk onder de tafel schuift, als deze zegt dat het om het grote geheel en in dit geval om Abraham en Lot gaat. Voor hem is ieder detail belangrijk en dus het woord van God waarvoor we wel moeten buigen. Volgens hem neemt Deurloo zijn toevlucht tot het grote gebeuren en verliest hij daarbij bepaalde zaken uit het oog. Deurloo reageert: „Maar kan je dan steeds weer een tekst pakken en zeggen: dit is nu het woord van God? Zo kan ik echt niet met de bijbel omgaan. De bijbel is een heel raar boek, soms sta je er vreemd tegenover en geloof je er geen pest van. Het geheel van de schrift is wel Gods woord. Het gaat niet om allerlei teksten. Inderdaad is het zo dat de homofilie er niet zo plezierig afkomt in de bijbel. Maar op dit punt weten we nu in deze tijd méér.' De bijbel is geen bron voor mens-kennis!" Graafland geeft toe, dat hij ieder gegeven van de schrift laat gelden, „hoe primitief dat misschien wetenschappelijk gezien je in de oren klinkt". Deurloo: „Maar is het niet zo dat Sodom aan de orde komt vanwege Lot, en dat Lot aan de orde komt vanwege Abraham? Moet je daar geen rekening mee houden om te weten te komen waar het werkelijk om gaat?" Graafland bevestigt dit wel, maar zegt toch andere accenten te leggen. Hij wil vanuit de details de lijnen doortrekken naar het geheel van de schrift.
Anders zijn Iemand in de zaal vroeg zich af waarom de homofilie in de bijbel er zo slecht afkomt. Volgens Deurloo is dat niet gemakkelijk te zeggen. Wel is het volgens hem duidelijk dat wij nu meer van de homofilie afweten dan bij voorbeeld Paulus. „We moeten de homosexueel naar voren halen, zoals de vrouwen en de kinderen, die alle verschillend zijn, anders, maar beslist niet fout."
V.l.n.r.: prof. Deurloo, prof. Graafland en de gespreksleider Jan Greven. Aldus Deurloo. „En het komt er in de bijbel en in Israël nogal slecht af, omdat Israël in die tijd huiverig stond tegenover de sexualiteit, voor zover die een godsdienstig tintje had, de vruchtbaarheidsreligie. Je moet allerlei teksten die dingen verbieden dan ook zien in het culturele klimaat van die tijd." Graafland vindt echter, dat je met dat 'anders zijn' van de homofiel erg voorzichtig moet omgaan. „Op grond van de bijbel durf ik niet te zeggen, dat de homofiel als zodanig een uitgestotene zou zijn; er is echter géén sprake van een volwaardig legitiem anders zijn. Dan zit ik met het gebod van God, het is tegen Gods goede bedoeling met de mens. Voor niemand is dat goed, ook niet voor onze homofiele naaste. Je bent onderworpen aan wat de schrift zegt, ook al gaat dat in tegen allerlei waarschijnlijkheden, of ethische en eigentijdse gedachten." Als je, zoals Deurloo doet, naar de bedoeling gaat zoeken achter de teksten, dan komt die bedoeling volgens Graafland vaak tegenovergesteld uit en is dan meer conform aan de hedendaagse gangbare mening. Een homosexueel uit de zaal gaf te kennen gelukkiger te zijn met de lijn Deurloo, dan met de lijn Graafland. „Deze zou mij zelfs de put in kunnen helpen," aldus de spreker. Volgens hem is het godsonmogelijk, dat een mens op aarde gezet is met een compleet vermogen om lief te hebben, dat hij dan zijn hele leven zou moeten onderdrukken. Graafland zei hierop te beseffen, dat hij wellicht wat moeilijk overkwam op sommige mensen, en dat hij beslist niet de populaire rol speelde. „Mijn standpunt tegenover de homofiel is niet onmenselijk, dat kunt u niet uit mijn woorden opmaken. Maar vanuit mijn verstaan van de schrift kan ik niet anders zeggen, dan ik zeg." Aldus Graafland. Deurloo merkte op, dit punt een
Herinsohrijving 1976-1977 Voor een ongestoorde voortgang van uw studie, delen wij u thans reeds de voor u belangrijke data mede in de komende procedure van her-inschrijving voor het studiejaar 1976/1977. Houdt bij het maken van vakantieplannen met deze data rekemng. Donderdag De uiterlijke datum waarop uw her-inschrijvingsfor1 juli 1976 muiier in ons bezit moet zijn. Donderdag De uiterlijke datum waarop de door u verschuldigde 12 aug. 1976 bedragen aan college- en inschrijvingsgelden moeten zijn ontvangen. Het her-inschrijvingsformulier wordt verstuurd naar het studieadres. De nota en acceptgirokaart worden verstuurd naar uw vakantieadres. Voorzover u op bovengenoemde data nïet zelf aanwezig bent, zorg dan dat iemand anders handelingen voor u kan verrichten, overleg desnoods met het bureau studentenadministratie, (tel. 0205483650, 5482681).
testcase te vinden, of je de bijbel goed leest of niet. „Als het zo gebeurt, dan denk ik dat er iets mis is." Aldus de hoogleraar, die zei beslist niet het populaire standpunt te willen innemen. „Ik spreek alleen, net als mijn collega, vanuit mijn visie op de bijbel."
Verifiëren Opvallend in de hele discussie was, dat Graafland bij elke vraag zich verschanste achter de woorden uit de bijbel, de tekst zoals die er staat, en dat hij daardoor soms ook in een moeilijke situatie gedrukt werd. Hierdoor beantwoorddo hij soms vragen niet, maar draaide er met lange volzinnen om heen. Er werd gevraagd, hoe Graafland nu eigenlijk aan de scheiding komt tussen homofiele houding en handelen. De vragensteller dacht, dat Graafland toch ook vanuit zijn ervaring met de homofiele medemens tot de conclusie gekomen was: dat kan niet verboden zijn, dat is te gek om los te lopen. Om dat op te lossen gaat hij wellicht splitsen, maar dus duidelijk ook vanuit een eigentijds beeld. De vragensteller dacht dan ook dat het verschil tussen de twee hoogleraren misschien kleiner was dan zij zelf dachten. Graafland beweert dat dat moeilijk is te verifiëren, hij zou dat nog eens moeten bekijken. Hij blijft zeggen dat het onmogelijk is met twee gegevens op stap te gaan: de bijbel èn de huidige nieuwe inzichten en praktijk. Deurloo vraagt zich dan af, wat dan eigenlijk het woord Gods is, is dat alleen dat stuk boek, dat op tafel ligt? Een concreet anwoord blijft uit. Wel zegt Graafland dat we te allen tijde de religieuze dimensie moeten blijven zien. Op dit punt blijft de discussie een beetje in een kringetje ronddraaien. Graafland weet weinig nieuws te zeggen en formuleert het zelfde steeds op verschillende wijzen om de felle aanvallen van Deurloo het hoofd te kunnen bieden. Deurloo zegt bijna „atheist"' te zijn en vindt de term „God" de meest misverstane term die er is. Hij betoogt verder: „Er is gezegd in de zaal dat Deurloo naast de schrift de huidige culturele situatie beschouwt, en dat Graafland meer bijbelgetrouw is. Zelf denk ik dat ik meer bijbelgetrouw ben dan mijn collega." Graafland krijgt de lachers op zijn hand als hij zegt: „Een soort bijbelgetrouwe atheist dus..."
Overtreding Op de vraag wat Graafland doet met teksten, waarin staat dat zondaars gestenigd moeten worden, antwoordt bij, na geconstateerd te hebben dat dit wel erg stereotype wagen zijn, dat by dit oordeel ernstig neemt als Gods woord. Het gaat om de ernst van de overtreding. Het leven tegen Gods wil in is de dood. We overleven het alleen, omdat Christus voor ons de dood is ingegaan.
Deurloo vindt dus dat de homofiel erbij hoort, voor 100 %: „Ik zou willen zeggen; in Christus is man, noch vrouw, slaaf nog vrije, Romein noch Griek, homosexueel noch heterosexueel." Waarop diens collega opmerkt, dat dit toch echt niet in Romeinen 1 staat. Deurloo over de bekering: „Iedereen moet zich bekeren, de homofiel ook. Maar dit betekent niet dat de homofiel zijn homofilie moet afleggen." „Maar wel zijn homofiele handeling," zegt Graafland. Al met al komt Deurloo tot de conclusie dat de manier van bijbellezen zoals Graafland die aanhangt 'niet door de beugel kan'. De conclusie van Graafland is dat Deurloo woorden onder de tafel schuift en bijbelse uitspraken zo interpreteert, dat het tegenovergestelde eruit komt. De televisieopnamen, die op deze avond gemaakt zijn, worden uhgezonden door de IKON op vrijdag 9 april a.s. om ongeveer 23.00 uur onder de titel: „Eén bijbel, twee gedachten". Een titel die, zoals gebleken is, de inhoud goed dekt
Besluiten universiteitsraad De universiteitsraad nam in zqn vergadering van 9 maart jl. de volgende besluiten: • De raad benoemt de heer J. D. Gort tot lid en de heer J. van Baars tot voorziter van de beleidsraad Ad Valvas. • De raad neemt enige maatregelen in verband met de tijdsduur van zijn vergaderingen. • De laad besluit de diskussie over zijn samenstellingsformule niet te heropenen. • De raad aanvaardt de door het moderamen voorgestelde procedure tot verkiezing van zijn voorzitter en besluit voor de (eenmalige overgangs)-periode september 1976-februari 1977 de thans zittende yoorzitter tot voorzitter te kiezen. • De raad stemt er mee in dat de heer E. H. van Olst het deke. naat van de subfakulteit der psychologie gedurende één jaar (tot september 1976) vervult. • De raad keurt de samenwerkingsovereenkomst met de Universiteit van Amsterdam terzake van de interfakulteit der lichamelijke opvoeding goed. • De raad stelt het tijdschema introduktie eerstejaars 1976 vast. • De raad wijst een aantal extra kredieten toe (I.D.B., fakulteit der geneeskunde, Valeriuskliniek en fakulteit der wiskunde en natuurwetenschappen). • De raad stelt de hierziene begroting 1976 vast.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975
Ad Valvas | 396 Pagina's