Ad Valvas 1975-1976 - pagina 384
I
AD VALVAS — 18 JUNI 1976 fjtV
informatiecentrum Informatiecentrum,
Preventie tandhederf Do preventie tegen tandhederf is Vooral belangrijk geworden nu de fluoridering van drinkwater voor lopig van de baan is. Dit zei prof. dr. B. Houwink, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van sociale tandheelkunde tijdens de jaarlijkse algemene ledenvergadering, waar van het openbaar gedeelte geheel aan dit onderwerp was gewijd. Tijdens de vergadering werd het projekt tandheelkunde, gezondheids voorlichting en opvoeding van de Katholieke Universiteit Nijmegen gepresenteerd. Dit projekt beoogt door een speciaal lesprogramma op kleuter en basisscholen een positief gezondheidsgedrag en een positieve houding ten_opzichte van gezond heid en gezondheidsproblematiek te bewerkstelligen en de kennis betref fende gezondheidsleer en gezond heidsproblematiek te vergroten. De medewerkers aan dit projekt willen dat een jaar lang gezondheidsleer wordt gegeven aan 72 klassen uit het kleuter en basisonderwijs. Na dit jaar wordt, aan de hand van een andere groep die niet dit soort on derwijs heeft gehad, via een me disch onderzoek een vergelijking ge maakt. Men hoopt binnen zeven jaar een definitief lesprogramma te kunnen ontwikkelen. Het onderzoek en het daarmee samenhangende ex perimentele lesprogramma omvat zaken als voeding, tandvetzorging, persoonlijke hygiëne, persoonlijke veiligheid en milieuhygiëne.
Huisarts
berispt
Het medisch tuchtcollege in Am sterdam heeft een huisarts berispt, omdat hij een leraar volledig en blijvend arbeidsongeschikt heeft verklaard. Daarbij heeft hij zich ifolgens het college op onvoldoende )nderzoek en medische gegevens, vJsmede zijn eigen — ondeskundig — oordeel gebaseerd. De docent, leraar aan een technische school, kreeg in mei 1973 ziekteverlof in verband met rug en hoofdpijn kütthten. In mei 1974 voelde de l e r a » zich weer in staat om aan het werk te gaan, maar de huisarts schreef als kontrolerend genees heer echter een keuringsrapport waarin hij de leraar arbeidsonge schikt verklaarde. Het tuchtcollege betrok in zijn over wegingen onder meer rapporten van zenuwartsen op grond waarvan het algemeen burgerlijk pensioenfonds in 1975 vaststelde, dat de leraar wel arbeidsgeschikt was. De huisarts heeft geen speciale psychiatrische, psychologische of verzekeringsge
ReeeptM UÊ •om Bei MINESTRONE VOOR 2 PERSO NEN Zonder me verder te wagen a a n een analyse van de minestrone uit de VUmensa: i deel van een kleine witte kool — 1 fijngehakte stengel selderij — één handvol blokjes wortel — klontje boter — klein blikje erw t e n — 50 gr. fijngesneden spinazie — 1 gesnipperde ni — 1 aardappel in blokjes — IJ liter bouillon — handje rust — half kopje m a c a roni — parmezaanse kaas — (eventueel) stokbrood — peper — t o u t — soeparoma. De kool, selderij, wortel eventjes fruiten in de boter. Doe d a a r n a in één grote p a n : deze gefruite groentes, de bouillon, erwten, rust, spinazie, aardappelen, ui, m a c a roni, peper, zout, aroma. Ijaat de soep 3540 minuten koken op een laag pitje. Meng er dan ï blikje tomatenpuree of een scheut tomatenketchup doorheen, en laat j e soep nog ca. 15 minuten door koken. Als er van deze 15 minuten 10 tot 12 voorbij z\jn, strooi Je de parmezaanse kaas erbij, 2»dat deze l a de nog resterende m i n u t e n l a c h t wor4t. Vooral als j e gewone geraspte kaas gebruikt is dat l a a t . ite belongrl^l Oom B en
neeskundige opleiding genoten. Het tuchtcollege vindt daarom, dat hij zijn eigen mening, dat de leraar beter niet meer voor de klas kon staan, door terzake deskundigen had moeten laten toetsen. Op het ter rein waarom het gaat kan de op vatting van de huisarts volgens het college nauwelijks meer waarde hebben dan die van een „ontwik kelde" leek. Verder heeft de arts volgens het college tenminste de schijn gewekt, de belangen van het schoolbestuur hoger te waarderen dan die van de patient. Het college heeft besloten, zijn uitspraak te publiceien, omdat het al vaker te maken heeft gehad met „een dergelijk lichtvaardig oor deel van controlerende of keuren de artsen oiptrent iemands psy chische geschiktheid voor de ver vulling van enige functie".
Vietnanise artsen studeren hier door Negen artsen uit het zuidelijk deel van Vietnam volgen in ons land een postuniversitaire opleiding. Hiermee heeft de deelname aan de bouw en inrichting van een gepre fabriceerd ziekenhuis onder auspi ciën van het medisch comité neder land Vietnam een vervolg ge kregen. Zes van de negen artsen blijven een half jaar, de anderen een jaar. Vijf van hen krijgen een nascho ling aan de afdelingen gynaecologie en verloskunde aan de universiteiten in Leiden, Amsterdam en Gronin gen. Een Vietnamese arts is aan de slag gegaan op de afdeling kin dergeneeskunde van de Vrije Uni versiteit. D e overige drie wijden hun aandacht aan maagdarmziek ten en medische parasitologic in Nijmegen. Dit interuniversitair project krijgt financiële steun van het ministeiie voor ontwikkelingssamenwerking en medewerking van de Stichting voor internationale samenwerking van de Nederlandse universiteiten. De in teruniversitaire werkgroep hoopt met de stageplaatsen ook de beno digde ondeiwijsmiddelen en het noodzakelijke instrumentarium bij een te brengen om wat in Neder land wordt geleerd ook in Vietnam toe te passen.
Eerste uraad
Limburg
In de eerste universiteitsraad van de Rijksuniversiteit Limburg (R.U.L.) zijn twaalf leden via vrije verkiezingen gekozen. Zij moeten formeel nu benoemd worden door de kroon. Buiten deze twaalf zul
len nog drie leden worden aange zocht, die niet tot de universitaire gemeenschap behoren zodat de uni versiteitsraad uiteindelijk uit vijftiet leden zal bestaan. Uit het wetenschappelijk personee werden gekozen H. Philipsen, Vi Wijnen, J. Greep, J. Jongen en G van der Vusse, uit het nietweten schappelijk personeel F. Devile, J Lasker, H. Oosterhof, R. Tilly en J. Serards, van de studenten K. van Vught, R. Starmans, J. Zuidweg, R Castermans en F . Bongaerts. Aan de verkiezing#n nam 90 procent van het wetenschappelijk personeel deel, van het nietwetenschappe lijk personeel 85 procent en van de studenten 73 procent.
Nieuwe rector
Eindhoven
Prof. dr. P. van der Leeden, ge woon hoogleraar in de natuurkunde aan de technische hogeschool in Eindhoven is bij koninklijk besluit benoemd tot rectormagnificus van deze hogeschool. Prof. Van der Leeden zal per 1 september prof. dr. ir. G. Vossers opvolgen. Deze laatste is rectormagnificus van de th sedert 1 november 1971. Prof. Van der Leeden, geboren op 1 oktober 1910 in Den Haag, stu deerde wis en natuurkunde aan de rijksuniversiteit te Leiden, waar hij op 5 juli 1940 promoveerde op een proefschrift „geleiding van warmte en elektriciteit door metalen". In 1941 werd hij benoemd tot lector in de natuurkunde aan de technische hogeschool Delft. Prof. Van der Leeden was medeoprichter en eer ste voorzitter van het veibond van wetenschappelijke onderzoekers. Na een korte periode in Bandung te hebben doorgebracht, keerde hij in 1954 naar Nedeiland terug. Sedert 195^ ^verkte hij mee aan de voor bereiding van de technische lioge school Eindhoven.
Bewakingsdienst „Op woensdag 2 juni jl. weid door snel en efficiënt optreden van de bewakingsdienst een verdachte aan gehouden, die zich d.m.v. het in trappen van een zijruit toegang tot mijn auto had verschaft en daaruit velschillende voor mij belangrijke bezittingen had ontvreemd. Deze diefstal met braak werd gezien door een medewerkei van de be wakingsdienst die zich op de 12e verdieping van Ehoog bevond. Op aanwijzingen van deze medewerker werd verdachte door collega's in hun privé auto's op de Kennedylaan klemgereden en aangehouden. Door dit kordate optreden is mij een hoop ellende bespaard gebleven en via deze weg wil ik dan ook nogmaals de bewakingsdienst een pluim op de hoed steken." Aldus C, A. Copraij in het blad van de technische hoge school Eindhoven.
NEDERLANDS INTERUNIVERSITAIR KUNSTHISTORISCH INTITUÜT TE FLORENCE Het Interuniversitair Kunsthistorisch Instituut te Florence maakt bekend dat met ingang van 1 juli 1976 vrijkomt de plaats van
WETENSCHAPPELIJKE ASSISTENT(E) VOOR HALVE DAGEN Inhoud en functie van dit assistentschap, dat 1 januari 1971 werd Ingesteld en waarvan reeds twaalf studenten hebben geprofiteerd, zijn: Taak: De taak van de wetenschappelijk assistent (e) is: a. het ordenen en plaatsen van de binnenkomende kaartjes van de 'Bibliografia delle Arti Grafiche', een systmatische catalogus van literatuur betref fende de grafische kunsten. b. het bewerken van de Bartsch fotocollectie van het Instituut. Het Instituut heeft Ingetekend op de 'geïllustreerde Bartsch' en ontvangt van het Warburg Institute bij tussenpozen zendingen foto's van de door Bartsch in 'La peintregraveur' beschreven gravures van nietitaliaanse kunstenaars. (Het Duitse Instituut bezit het Italiaanse gedeelte, zodat t.z.t. de gehele serie in Florence aanwezig zal zijn.) De wetenschappelijk assistent(e) dient de foto's zodanig te ordenen en op te bergen dat zij op de meest efficiënte wijze benut kunnen worden'. Daar naast dient hij/zij zoveel mogelijk de na Bartsch aan het licht gekomen gegevens betreffende de ge fotografeerde prenten in het systeem teverwerken en bibliografische notities te verzamelen. De aan wezige foto's zijn reeds bewerkt.
hoofdgebouw
kamer
lD03,
tel.
5i8.3711.
TER I N Z A G E Commentaren op het sociaalwetenschappelijk onderzoek en beleid. 'sGravenhage, Staatsuitgeverij, 1976 39 blz. Bevat het commentaar van het Raad van advies voor het weten schapsbeleid, van de Sociaalwetenschappelijke raad van de Konink lijke Akademie van wetenschappen en de Nederlandse organisatie voor zuiver wetenschappelijk onderzoek op het in 1975 ver schenen rapport Sociaalwetenschappelijk onderzoek en beleid van de Verkenningscommissie Sociaal onderzoek (cie. Hoogerwerff).
* Taaradvies 1976 van de Raad van advies voor het wetenschapsbeleid. 42 blz. (kamerstuk 13 918; nr. 12) In het eerste hoofdstuk worden o.a. de uitgavenontwikkeling, de te stellen prioriteiten, het universitair onderzoek en de voorlichting over de wetenschap besproken; het tweede hoofdstuk is gewijd aan de ontwikkeling van het wetenschapsbudget tot een meerjarenplan voor de wetenschapsbeoefening terwijl in het laatste hoofdstuk de tfltgavenontwikkeling in de periode 1970'78 aan de orde komt. In de bijlage zijn een aantal voorstellen samengevat ter verbetering van vorm en inrichting van het wetenschapsbudget. Wetenschapsjoiirnalistiek. Nijmegen, Gelderlander pexs, 1976. 235 blz. J. T h . J. M. Willems Wetenschappelijke onderzoekers zijn nogal huiverig voor populaire berichtgeving over de resultaten van hun werk. De Nijmeegse bio loog en wetenschapsjournalist Willems heeft zijn proefschrift, waar op hij promoveerde tot doctor in de wiskunde en natuurweten schappen,'gewijd aan de communicatiebarrières tussen wetenschap pelijke onderzoekers en journalisten. Het onderzoek heeft betrek king op onderzoekers aan de betafaculteiten van Nederlandse uni versiteiten en hogescholen. Statistische gegevens van de ingeschrevenen aan de Vi^e Universi teit. 20 blz. Deze uitgave van het bureau studentenadministratie"fcevat gegevens over de studerenden in het «tudiejaar 1974'7S. Daar waar dit dien stig en mogelijk was zijn ook gegevens van voorgaande jaren bij gevoegd.
Inventarisatiekommissie:
er iS geen beleid
Eindhovense studenlenfeven staat op laag pitje Het Eindhovense studentenleven is maar niks. Studie en studenten verenigingen in het veld van de technische hogeschool moeten teren op de aktiviteiten van enkelingen. Daar komt nog bij dat er aller wegen geldgebrek heerst. Ook de Eindhovense studentenkerk en de humanistische raadsman kla gen over te weinig animo. Op de huisvestingsmarkt neemt het aan bod van partjkulieren die kamers willen verhuren aan studenten af. En het bureau studentenpsycholo gen kan het maar moeilijk verwer ken dat er door gebrek van per soneel veel moet blijven liggen en meermalen een beroep op improvi satietalent moet worden gedaan. Al leen in de sport schijnt het goed te gaan: 40 procent, dwz. 1700 per sonen, hebben een sportkaart. Bovenstaande gegevens staan te lé zen in het rapport inventarisatie stu dentenaangelegenheden van de Eindhovense TH. De kommissie die
zich met de inventarisatie bezig hield meent dat de TH in feite geen beleid heeft op het terrein van de studentenaangelegenheden. En zo'n beleid is toch wel erg wen selijk, temeer omdat, aldus de rap porteurs, de T H onder haar studen ten een relatief hoog percentage studenten telt die afkomstig zijn uit milieus waar men met akademische studies geen ervaring heeft en dus ook niet met het leven naast (en na) de studie. De opstellers van het rapport noemen dit als „waarschijn lijk een van de belangrijkste oorza ken dat het Eindhovense studenten leven nogal armzalig is". „De T.H. moet het belangrijk ach ten, uit humanitair oogpunt, maar zeker ook als „producent" dat zij waardevolle ingenieurs aflevert. De vorming daarvan kan niet alleen in een technisch onderwijspakket met een snuifje maatschappij bewustzijn worden gerealiseerd." Aldus de kommissie inventarisatie.
c. deelname aan het door het Instituut opgezette pro ject 'Nederlandse kunstenaars in Florence en el ders in Toscane'. De werkzaamheden hieraan be staan uit het uitbreiden en uitdiepen van de reeds aanwezige documentatie die het Instituut t.z.t. hoopt te publiceren. Voorwaarden: De wetenschappelijke assistent (e) dient het werk voor een periode van tenminste drie maanden aan te nemen. Hij/zij moet het candidaatsexamen in de kunstgeschiedenis hebben afgelegd. Enige kennis van de desbetreffende onderwerpen wordt op prijs ge steld. Het kunnen lezen van Italiaanse teksten Is nood zakelijk. Salaris: De wetenschappelijk asslstent(e) werkt halve da gen. Hij/zij krijgt gratis onderdak in het Instituut en een verblijfsvergoeding van tenminste L. 155.000 ( = + ƒ 475,—) per maand. De reiskosten worden bij éen verblijf van zes maanden geheel, bij een van drie maanden voor de helft, vergoed. Opmerking: Het assistentschap is enerzijds bedoeld om kunsthistorisch apparaat van het Instituut toeganke lijk te maken en een Instituutsproject verder te ont wikkelen, anderzijds om een student in de gelegenheid te stellen in Florence wetenschappelijk onderzoek te verrichten. Zij, 1de hiervoor In aanmerking^wensen te komen, wor den verzocht zich te richten tot de directeur van het In stituut: Dr. B. W. Meijer, Istituto Universitarlo Olandese di Storia dell'Arte, Viale Torricelli 5, 50125 Florence (Italië).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975
Ad Valvas | 396 Pagina's