Ad Valvas 1975-1976 - pagina 275
3
AD VALVAS — 19 M A A R T 1978
Een student: 'Een gemeenschap met één soort mensen is onnatuurlijk*
Is Uilenstede een getto? studentenhuisvesting. Een veelbesproken onderwerp, maar nimmer afgerond. Een onderwerp waar velen over denken en praten. Het zou te ver voeren „studentenhuisvestingsproblemen" in zijn geheel te belichten daarvoor is het veel te uitgebreid. Maar de problematiek kent vele deelonderwerpen, waarvan dit er een is: In hoeverre zijn studentengemeenschappen getto's te noemen?
Ik heb er zelf niet zoveel last van, ik ben vaak weg en ik heb ook veel vrienden die hier komen en geen student zijn." Dat zijn de woorden van Coen van Voorthuizen, student sociale geografie, al een jaar op Uilenstede.
Studentenflats: vaak torenhoge betonnen gebouwen, triest en troosteloos. Ooit is de volgende uitspraak gedaan: „Hoogbouw trekt wanhopigen aan." Men kan erom lachen, zich er vanaf keren met woorden als: „Ach, zo erg zal het wel niet zijn, ik geloof er niet zo in." Maar aan de andere kant kan men zich afvragen, waar zo'n gezegde vandaan komt. Er moet toch een kern van waarheid inzitten? Het is heel goed voor te stellen, dat je gek kan worden van eenzaamheid op zo'n studentenflat, waar niemand elkaar kent, waar men zich in zijn kamer opsluit, steeds minder met mensen in contact komt, zo diep valt in een afgrond, die eenzaamheid heet. Uiteindelijk geen uitweg meer ziet en van vijfhoog naar beneden springt. Maar misschien is het niet hoog genoeg, niet definitief genoeg. Je gaat niet dood, maar je blijft leven, de tekenen van je wanhoop voor altijd bij je dragend. Spring dan maar liever van de allerhoogste verdieping, dan ben je zeker van je einde. Maar in hoeverre zijn deze verhalen waar? Zijn het uit de lucht gegrepen vertelselen, fantasieën of is het werkelijk waar? Is het inder'daad zo dat studenten die in een studentenflat wonen geïsoleerder leven leiden dan niet-flatbewoners? En hoe is dit op Uilenstede? Er bestaan genoeg rapporten over, er zijn genoeg onderzoeken naar gedaan. Een van die rapporten is het rapport Verhallen. Dit rapport geeft een verslag van een onderzoek, gedaan in april 1973, uitgevoerd door de sociaal-psycholoog H. J. G. Verhallen, in opdracht, van de R.S.A. Voornaamste vraag was: „Keimen flatbewoners andere, zwaardere problemen dan niet-flatbewoners?", in het bijzonder Uilenstedenaars tegenover andere VU-studenten-kamerbewoners. Een overzicht van wat uit dit onderzoek gebleken is kan men vinden in Ad Valvas van 21 september 1973 en van 1 maart 1974.
Zou je niet liever in Amsterdam zelf willen wonen? „Nee, absoluut niet. Al die auto's enzo, dat vind ik evengoed verschrikkelijk. Bovendien heb je hier in de buurt nog een mooie omgeving, het Amsterdamse Bos en nog meer. Of ik het niet vervelend vind dat ik tegen een flat aankijk? Nee, ik slaap toch meestal overdag."
Geen rampgebied De belangrijkste conclusie, die toen getrokken is, is dat Uilenstede zeker geen rampgebied is. Rampgebied in die zin, dat Uilenstedenaars geïsoleerder, apatischer zouden zijn dan andere student-kamerbewoners. Het ging in dit onderzoek voornamelijk om sociale contacten en integratie binnen de studentengemeenschap. Over het naar buiten treden is toen nauwelijks gesproken. Uilenstede, leefgemeenschap voor studenten, zowel van de GU als vaa de VU, biedt onderdak aan ongeveer 3000 mensen, waarvan er 1800 van de VU zijn, 1200 van de GU. Bijna 3000 studenten samengeveegd onder de rook van Amsterdam in een betonnen stadje. Hoe kan men hier eigenlijk een zekere mate van integratie realiseren met omwonenden, maar bovenal, hoe kan men van het beeld „getto" afkomen, voor zover dit zo gezegd mag worden? Arie van Dijk, algemeen consul van Uilenstede zei er het volgende overt „Is er inderdaad sprake van gettovorming? Je moet ten eerste eens gaan bekijken, waarom Uilenstede is gebouwd? Waarvoor zijn dit soort studentenvoorzieningen ontstaan? Dat is vanwege het tekort aan kamers. Men is in zekere zin gedwongen hier te gaan wonen, omdat er in de stad geen ruimte is. De bouw alleen al geeft een soort van isolatie aan. Aan alle kanten omringd door afscheidingen, je krijgt er een eiland-idee van.
Door Renée Blok Daarbij het feit dat er een bepaalde soort mensen woont, studenten, dat roept het beeld op van een geisoleerde gemeenschap, wat een getto-achtig karakter draagt. Maar daar staat dit tegenover: De mensen blijven hier wat langer hangen, ze wonen hier gemiddeld drie jaar, zo erg kan het dan ook niet zijn, anders zouden ze wel sneller weggaan." Ja, maar in de stad bestaat een groot gebrek aan woonruimte, de mensen kunnen misschien niet eens weg. „Dat is niet helemaal waar. Zelf denk ik, dat wanneer de mensen werkelijk liever in het centrum wonen, ze na een half jaar of negen maanden toch wel iets gevonden moeten hebben als ze er een beetje moeite voor doen."
VU-studenten op GU-flats Opmerkelijk is, dat de drie hoogbouwflats van de GU momenteel door ongeveer 600 VU-studenten bewoond worden, en dat alle VUflats vol zijn. Een van de redenen zou kunnen zyn, dat de VU-studenten minder bezwaar hebben tegen het wonen op Uilenstede, omdat ze dan op korte afstand van hun universiteit wonen, terwijl GU-studenten hun faculteiten in het centrum hebben, Uilenstede is voor hen veel t« afgelegen. De wachtlijst voor VU-woonruimte op Uilenstede is aanzienlijk. Aan het begin van het studiejaar bedraagt ze ongeveer 700 intekenaars, dalend tot ongeveer 200 tegen het einde van het jaar. Het verloop is niet zo groot, ongeveer 40 per maand op 1800 studenten. De wachttijd is gemiddeld een jaar. Woont men eenmaal op Uilenstede, dan blijft men er gemiddeld drie jaar zitten. Gezien deze gegevens, kan men wel aannemen dat men over het algemeen niet zo negatief oordeelt over studentenflats, over Uilenstede in dit geval, als men zich aanvankelijk over het algemeen voorstelt. Verdere argumenten zijn, dat er op Uilenstede genoeg faciliteiten bestaan voor ontspanning, bijvoorbeeld de sporthallen, de sociëteit enz. Over het algemeen zijn de eenheden gevarieerd samengesteld, er wonen studenten van verschillende studierichtingen, mannen en vrouwen. Maar hoe denken de studenten er zelf over? Zijn ze inderdaad ontevreden met hun woonsituatie, althans de woonvorm zoals die op Uilenstede bestaat, of valt het allemaal wel mee? Ik vroeg een aantal mensen naar hun mening. „Getto vind ik veel te sterk, dat roept heel andere associaties op. Een getto is voor mij raciaal, joden enzo. Inrichting vind ik een veel beter woord. De mensen zijn hier niet helemaal normaal. Trouwens, het is een fout in het vestigingsbeleid, dat zoiets als Uilenstede gebouwd is. Dat er hier allemaal studenten wonen, en geen anderen.
Agenda u-raad De agenda van de 90e T7-raadsvergadering — a.s. dinsdag van 14-18 uur in de ur-zaal — vermeldt o.Hh de nota prognose meerjarencijfers 1977-'81. (Hierover wordt in 'Ad Valvas' yan 26 maart bericht.)
^#-'
Goedkoop Een laconieke houding, je zou dus denken dat het helemaal niet zo rot is om daar te wonen. Een andere mening is Nienke Krijger, studente theologie toegedaan. „Ik vind het als kamer op zich, zonder direct op de omgeving te letten, wel praktisch. Bovendien erg goedkoop. Ik heb het veel te druk om na te denken over waar ik nou woon. Als ik er wel de tijd voor zou hebben, zou ik wel moeite doen iets anders te zoeken in de stad, maar ik heb er gewoon geen tijd voor. Ik woon hier ook niet echt, ik slaap en werk hier, ik heb hier een onderkomen. Getto, ik vind het wel een erg negatief beeld oproepen. Je leeft hier wel geïsoleerd ja. Het is volgens mij onnatuurlijk te leven in een gemeenschap met maar één soort mensen, ongeveer van dezelfde leeftijd, in dit geval studenten. Maar nogmaals, ik heb geen tijd erbij stil te staan. Ik vind het aan de andere kant ook niet rampzalig. Als ik hier ben, wordt ik er weer aan herinnert, dat ik studeer, het helpt m» me te concentreren op mijn studie. Leuk is het niet, maar voor mija studie is het wel belangrijk." Twee uitgesproken meningen tegenover elkaar, welke is zwaarwegender? Ik wil hieruit geen vaste conclusies trekken. Wel valt inderdaad te bevestigen wat in het rapport Verhallen uit 1974 staat, nameUjk dat het op Uilenstede beslist geen ellende is, van rampgebied is zeker geen sprake. Over het algemeen zijn de reacties op vragen hoe men het vindt op Uilenstede te wonen, niet direct negatief; er kleven wel bezwaren aan, voornamelijk het feit, dat er alleen maar studenten wonen. „Ja, maar je studeert nu eenmaal, logisch dat je in een bepaalde kring verkeert. Dat is net zo goed als je ergens anders woont. Het woord getto werkt veel te sterk door, ik krijg dan het gevoel buitengesloten te zijn, afgesloten van de maatschappij." Dit zei Henk Ploetsema student natuurkunde. Als de stichting studentenhuisvesting in de toekomst overgeheveld gaat worden naar Volkshuisvesting, zal men uitwerken in hoeverre het mogelijk is om ook niet-studenten, met name werkende jongeren, woom-uimte aan te bieden op Uilenstede. Ook zij zijn een minderheidsgroep, die het moeilijk genoeg heeft met het zoeken en vinden van geschikte woonruimte. Het is echter nog niet meer dan een plan, wat nog helemaal moet worden bestudeerd, in een begmstadium. Maar is dit eenmaal een feit, dan is al een stuk integratie gerealiseerd, en is van het woord getto in ieder geval geen sprake meer, als dat woord überhaupt gebruikt mag worden.
Advies gevraagd over taak dienst Pers en Voorlichting „In het kader van de totale communicatie van de VU zal het adviesbureau Hollander en van der Mey b.v. een advies uitbrengen ten aanzien van de taakomschrijving van de dienst Pers en Voorlichting. In het verleden is ooit wel op papier gezet wat deze dienst is, maar een specifieke omschrijving van wat de diverse functies binnen deze dienst inhouden is nooit op papier gezet." Dit schrijft het College van Bestuur» Het hoofd van de afdeling Pers ea Voorlichting, de heer G. R. Knoop, heeft het initiatief hiertoe genomen, en wel uit de volgende overwegingen: de wens, om de dienst pers en voorlichting zo doelmatig mogelük te lat«i functioneren; 'n optimale taakverdeling binnen de dienst te bewerkstelligen met de beschikbar« formatieplaatsen; een deskundige bemanning van da dienst te verkrijgen, juist nu 'er enige vacatures te vervullen zijn; eea zekere bedrijfsblindheid te doorbreken; het doen van voordeel met mogelijk ten dele gerechtvaardigde kritiek op do dienst peis en voorlichting. Na oriënterende gesprekken heeft het College van Bestuur het adviesbureau de volgende opdracht gege-
Grooimoeders lijd Enkele schoolkind^ea in de Gelderse plaats Brummen leren dat een appel en een ei samen vijf «enten kosten. Sommen over rente hanteren een rentevoet van 2,5 procent. Dit alles komt doordat e«i school gebruik maakt van rekenboekjes uit grootmoeders tijd. Raadsleden hebben er nu bij B en W op aangedrongen er voor te zorgen dat het rekenonderwijs wordt aangepast aan deze tijd.
vea: het advies zal moeten inhouden de taakstelling, organisatie en werkwijze van de dienst als zodanig en een taakomschrijving van de dienst als geheel en van iedere medewerker afzonderlijk. Het profiel en taakomschrijving van nieuw aan te trekken medewerkers en het doorlichten van de werkzaamheden zoals die nu worden verricht, waarbij met name aandacht besteed moet worden aan de vraag of bepaalde activiteiten grotere aandacht dienen te verkrijgen respectievelijk of ds dienst oneigenlijke taken vefticht. Als laatste punt wordt genoemd de verhouding tussen de dienst en andere diensten bestuursorganen, faculteiten e.a. Ad Valvas (en VU-Magazine) zullen niet bg het onderzoek betrokken worden, omdat zij een afzonderlijke regeling van hun status hebben; ze vallen niet onder de verantwoordelijkheid van Pers en Voorlichting. Om te weten te komen hoe men over de dienst Pers en Voorlichting denkt zullen aller lei mensen geïnterviewd worden Leden van de Universiteitsraad er het College van Bestuur, vertegen woordigers van de faculteiten diensten, de RSA en de Vereniging er alle medewerkers van de dienst zelf zullen ondervraagd worden Aan de hand hiervan zal het adviesbureau uiteindelijk een advie? uitbrengen, waarna een profiel za^ worden opgesteld. (R.B.i
Bijna helft van Nederland vindt abortus acceptabel Een ottderzoe van Sfimezo Nederland (Vereni^g voor medisch verantwoorde zwangerschapsonderbreking in Nederland) heeft uitgewezen, dai ruim 4 5 % van de Nederiandse bevolking vanaf 18 jaar abortus op verzoek acceptabel vindt, terwql 48 % van de Nederlanders van mening is. dat abortus eveneens toegepast dient te worden, indien het gaat om grote gezinnen en de moeder geen kinderen meer wenst. Opvallend hierbij is, dat een aantal jaren geleden bovengenoemde cijfers nog rond de 28% schommelden. Dit percentage werd voornamelijk gevormd door jonge, hoog-
geschoolde, niet-kerkelijke, politiekprogressieve personen met een goed inkomen en wonend in steden. Tegenwoordig blijken ook andere bevolkingslagen de abortus te aanvaarden op grond van veranderingen in opvatting en gedrag aangaande sexualiteit en gezinsvorming. Een vermindering van de eerbied voor het leven had weinig invloed op het resultaat van de enquête. Het rumoer rond de abortuswetgeving kristalliseert zich in 2 hoofdlijnen. Aan de ene kant zijn er mensen, die de harde lijn voorstaan en aan de andere kant bestaat er een groep, die een vrije vorm van de wetgeving willen hanteren. Voor abortus in slechts bijzondere gevallen pleit ongeveer 44% van de bevolking, terwijl 42% meent, dat alleen een arts de bevoegdheid moet bezitten om in abortuskwesties te beslissen. Opmerkelijk is, dat juist by de tegenstanders van abortus minder eerbied voor het leven (oorlog, doodstraf) te bespeuren valt, terwijl er een duidelijk verband bestaat tussen aanvaarding van abortus en vrijwillige euthanasie, zo weet het Stimezo-onderzoek te vermelden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975
Ad Valvas | 396 Pagina's