Ad Valvas 1975-1976 - pagina 127
AD VALVAS — 7 NOVEMBER 197S
11
Imago-onderzoek wijst uit:
Wetenschapper brildragend, kaal, oud, haveloos gekleed Een zeer intelligent, praktisch en logisch persoon, meestal wat excentriek, ~zo luidde het doorsnee-antwoord op de vraag: „als ik aan een wetenschapper denk, dan denk ik a a n . . . " Dit is de openingsvraag van een onderzoek naar het image van de wetenschapper, dat door de Engels« bladen New Scientist en New Society werd gehouden en waarvan de resultaten onlangs bekend gemaakt zijn. Een van de conclusies di£ eruU kunnen worden getrokken, is dat nog steeds stereotypen van de wetenschappers gangbaar a ^ en dat wetenschappers zichzelf vaak heel anders ^en dan niet-wetensdiappers. De meerderheid van de respondenten denkt dat de wetenschapsman voorzichtig, kalm en reatistiscfa is, dat hy atheïst is en dat b ^ veel wegheeft van „wat iedere^i is". De meerderheid was het sterk oneens met de uitspraak dat wetenschapsmensen zich „niet van iets buiten luin eigen onderwerp bewust zijn", maar ook met de stelling dat „de wetenschapsman veel moeite doet zijn werk aan een groot publiek uit te leggen". Deze algemene resuhaten zijn volgens New Scientist nog niet zo opmerkelijk als de verschillen die er waren tussen de groep van wetenschappers en die van niet wetenschappers die meededen aan het onderzoek. De wetenschapsmensen zien zichzelf benaderbaar, sociaal Voelend, open en niet-conventioneel, met een brede belangstelling en als zijnde populair. De niet-wetenschappers daarentegen zien hen als zijnde op een afstand, teruggetrokken, geheimzinnig en conventioneel, met weinig interesses en nogal impopulair. Met de stelling: „wetenschapsmensen hebben de neiging over mensen te denken in statische termen", waren de wetenschappers zelf het oneens, niet-wetenschappers waren het ermee eens. Wat de verantwoordelijkheid van hun werk betreft, waren de wetenschapsmensen het erover eens dat ze hun werk zouden stoppen als ze dachten dat het schadelijk was. (Wiskundigen en ingenieurs waren het hier overigens niet mee eens). De niet-wetenschappelijke werkers waren hierover nogal sceptisch en de meesten van hen waren het er niet mee eens. Onder een wetenschapper werd verstaan iemand die het grootste deel van zijn tijd aan onderzoek besteedt, dus iemand die actief bezig is met het ontdekken van nieuwe kennis. Alle andere respondenten werden beschouwd als niet-wetenschapper. De laatste groep vormde 37 % van het totaal, maar het was geen dwarsdoorsnede van de bevolking, alleen al omdat ze een selectie vormde uit het lezersbestand van de beide bladen (de vragenlijst werd in mei van dit jaar in de twee tijdschriften gepubliceerd). Een groot aantal antwoorden op de openingsvraag legde het verband tussen de wetenschapsman en objectiviteit. Iemand met „een objectieve en onderzoekende geest" en „een objectieve zoeker naar waarheid" waren bij deze vraag nogal karakteristiek. Het is volgens New Scientist zeer goed mogelijk dat objectiviteit een mythe is, die gedeeltelijk door de wetenschapper in stand wordt gehouden en die wellicht door hem op het publiek wordt geprojecteerd.
Stereotype Vooral de niet-wetenschapper denkt bij een wetenschapper in stereotypen. 9 % denkt dat wetenschappers een brede variëteit aan mensen zijn; „er is geen stereotype", overeenkomend met de uitspraak dat de wetenschapsman veel gelijkenis vertoont „met ieder ander mens". Bona een kwart van de respondenten geeft beschrijvingen van uiterlgke kenmerken. De uitspraak „een man in een witte jas met een bril, die in een laboratorium werkt" kwam buitengewoon vaak voor. Vijftien procent van het totaal noemde de witte jas, waaronder 6 % van de wetenschapsmensen en 20 % van de nietscience studenten. Merkwaardig is dat ruim de helft later een tegengesteld antwoord geeft, namelqk op de stelling: „de meeste wetenschappers werken in .laboratoria en dragen witte jassen". Volgens NS een indicatie voor het spontane stereotype beeld dat men heeft. Andere vaak genoemde uiterlijke kenmerken waren: brildragend, kaal, oud, haveloos gekleed. Sommige van deze eigenschappen werden gedetailleerd opgegeven: brillen waren vaak „goudgerand" of „dik zwart gerand" of zonder rand.
Het haar werd vaak beschreven als glad, zorgvuldig achterovergekamd of opstaand in willekeurige plukken. Soms werd van dit soort uitspraken door de respondent zelf
fictieve figuren voorkomen, zo staat een „professor Branestawn" op de tweede plaats. Wat ook nogal eens voorkwam was dat men zijn collega's noemde als men dacht aan wetenschapsmensen, zonder namen te noemen. Een of twee respondenten schreven „ikzelf".
Uitersten Op deze vraag kwaaien ook nog twee extreme groepen antwoorden voor, die hetzij erg vriendelijk, hetzij erg vijandig tegenover wetenschap en wetenschapsmensen stonden. De laatste groep was voornamelijk te vinden onder lezers van
met dieren werden dikwijls genoemd als zijnde de morele verantwoordelijkheid van de wetenschapper. Hem werd verweten vaak blind te zijn voor de gevolgen van zijn werk. De tweedeling vriendelijk/ vijandig liep door alle vragen die door deze respondenten werden beantwoord. De antwoorden van de vriendelijke groep kwamen overeen met die van de wetenschappers zelf. De vijandelijke groep antwoordde als de niet-wetenschappers, dus antwoorden als: teruggetrokken, geheimzinnigdoend en irapopulair. Wetenschap werd mschreven als eenzaam, vervelend, monotoon en angstaanjagend. Een meerderheid in beide groepen was
het eens met „wetenschappen wor« den door het publiek gerespecteerd". Naar de leeftijd waren do middengroepen minder enthousiast over de wetenschap dan de jongeren en de ouderen. Voor New Scientist was het bestaaa van stereotypen iets dat onder ogen moet worden gezien. Als de stereotypen het resultaat zijn van zijn gebrek aan kennis, dan is het belangrijk dat men wordt voorgelicht, om de vooroordelen weg te nemen. Het zou anders wel eens kunnen leiden tot ongecontroleerde acties tegen de wetenschap en de wetenschapsmensen. (Chem. Weekblad)
Vort Weizsäcker in rede na promotie:
'Oorlogsvraagstuk nog niet opgelost' Prof. dr. C. F. voa Weizsäcker, ile een eredoctoraat aan de W heeft gekregen tegdijk met de Braziliaan Dom Helder Camara en de Nederlandse metereoloog H. C. Bijvoet, heeft meteen na zijn erepromotie cea Icorte rede uitgesproken, waarvan wc hier op veler verzoek de essentie weergeven. Wanneer men als achtergrond het beroep heeft waarvan de beoefenaren de moderne wapens hebben ontwikkeld, ofschoon ze oorspronkelijk niets anders wilden dan de waarheid zoeken, dan kan men niet om de vraag heen: wat is van -dit zoeken naar waarheid het gevolg geweest voor mensen? Persoonlijk ben ik van mening, dat niet ieder physicus naar de politiek zou moeten overstappen om daar actief te zijn. Wel zou iedere physicus iedere natuur-wetenschapper, iedere wetenschapper in zijn dagelijks werk, ook bij zijn onderwijstaak, moeten wijzen op de politieke en maatschappelijke gevolgen van zijn handelen; er over moeten nadenken en er weldoordachte zaken over moeten zeggen (..)
vermeld dat het een mythe was. Een ander vaak voorkomend antwoord op, nog altijd, de openingsvraag was het noemen van namen van personen die kennelijk wetenschapsmensen typificeerden. Vooral de wetenschappers zelf deden dit nogal eens. New Scientist stelde uit de namen een top-twintig samen van de meest genoemde. Bovenaan staat Archimedes. Aardig is dat op de lijst ook niet-wetenschappers en
Het oorlogsvraagstuk is niet opgelost. Op kleine schaal vinden overal in de wereld oorlogen plaats en voor degenen die erbij betrokken zijn, zijn ze nooit klein. Een grote oorlog is niet uitgesloten, ook vandaag niet. De zekere mate van rust die in de wereld is ingetreden hangt New Society en bestond merendeels samen met het feit dat de verantuit niet-wetenschappers. De vrien-^ woordelijke mensen, politici en wedelijke groep, die groter was, kwam tenschappers, het gevaar hebben voornamelijk van New Scientist-le- herkend en zich hebben ingezet zers en was in het algemeen opti- voor een politiek die een catastrofe mistisch over de wetenschap en zag voorkomt. Structureel echfer (..) is haar als oplossing voor problemen. het begin van een Derde WereldDeze groep vond vaak dat de maat- oorlog niet uitgesloten en evenmin schappij de wetenschapsmensen on- door de moderne militaire techniek. derschatte. In de vijandige groep Want de afschrikkings-capaciteiten was men beducht voor de gevaren die een oorlog op het ogenblik zeer van de wetenschap. Experimenten onwaai schijnlijk maken, verouderen
Tegenstelling èn verwaittscbp tussen Griekse en Joodsohristelijke cultnur Theoretische kennis en praktisch levensinzicht, contemplatief en actief leven zijn niet zonder meer terug te voeren op resp. Griekse en Joodsctaristelijke invloeden op onze cultuur, daarvoor zijn ze te nauw verweven in de geschiedenis. Er is niet alleen tegenstelling, ook verwantschap! Griekse en Joodschristelüke kuituur hebben beide als basis de concrete leefgemeenschap en de aanvaarding van een buiten en boven de wens gelegen norm. Aanvankelijk had ook de europese kttltuuT deze basis als vanzelfsprekende vooronderstelling.
Op ons verzoek schreef Blauw een samenvatting kollege in het kader van dium generale (4 nov.). pag. IZ.
prof. 3. van zijn het stuZie ook
Vanaf de 16e eeuw is deze vanzelfsprekendheid niet meer aanwezig, omdat geleidelijk aan het oriëntatiepunt van buiten de mens naar binnen de mens verschuift; vastheid is er dan alleen als een eigenschap van de mens absoluut wordt gesteld: bewustzijn, verstand, zedel^ke aanleg, wil, vitaliteit, practlsche zin. Bovendien is er een sterke tendens naar indlvidualismes dat de gemeenschapszin aantast en vervangt door introspectie. Daardoor verstart de buitenwereld tot object. Deze tendens wordt versterkt
door een verandering in denkklimaat tengevolge van de opkomst van de natuurwetenschappen, beoefend volgens mathematische methoden en experimenteel. De 19e eeuwse industrialisatie verhevigt en vermeldt het proces van objectivering, en van 'verding-lichung'. Reactie daarop kondigt zich aan in een term als 'vervreemding' bü Hegel en Marx. Toch biyft de correctie bü een indivuduallstisch mensbeeld staan mede ten gevolge van een al zover voortgeschreden vervreemding van de wereld als concrete levensgemeenschap, die de maatschappy alleen nog maar als bedreiging kon verstaan voor de vrijheid van de mens. Hier wreken zich neoplatonische invloeden die niet alleen de kerk, maar l^eel de europese kuituur hebben aangetast. Na een intellectuele revolutie in
de 17e eeuw, een politieke in de 18e en 19e eeuw, lijken wij in de sociale revolutie terecht gekomen, met alle kenmerken van een echte kultuurcrisls: ontsnappingspogingen, intellectuele (en religieuze) kwezelachtigheid, onbekwaam20e eeuw in het stormveld van een heid, omkering van het bestaande, alsof de norm het feitelijk met een minteken is (subtiele en grove negatieve dialectiek). De remedie van een rationele doorlichting en therapie van de maatschappij faalt, omdat het kwaad uitsluitend als buiten de mens gelegen, vóór en önredeiyk wordt gezien. Joods-christelijke traditie ziet het kwaad juist inherent aan de mens, niet aan zijn rede, maar aan zijn bestaan als mens èn medemens tegelijk. Onrecht, ontrouw en hoogmoed moeten niet verinnerlijkt en vergeestelijkt worden, maar in de concrete leefgemeenschap van mensen aangewezen èn bestreden worden. Daartoe is een maatstaf van liefde nodig, die van buiten en boven de mens komt, maar in en door de mens moet worden gerealiseerd. Deze liefde die meer is dan de griekse, platonische eros, is zo concreet gehouden dat daarop ideologie, utopie en alleen-maarkennis stukbreekt. Deze kritische maatstaf en maatstaf voor alle (maatschappij-) kritiek is verwoord door Paulus, die geloof en hoop erbij tenachter stelde, in 1 Korinthe 13. J. Blauw
om de tien jaar en moeten om de tien jaar opnieuw worden uitgedacht.
Beveiliging Br wordt door de grote mogendheden op het ogenblik een politiek gevoerd van beveiliging tegen een grote oorlog en daarvoor moeten we dankbaar zijn. Het is echter allerminst duidelijk dat deze politiek op den duur succesvol zal zijn, ook omdat ze vereist, dat souvereiniteitsrechten zullen worden opgeofferd. Daartoe is geen enkele grote mogendheid bereid. Dit hangt nauw samen met binnenlandse structuren die het regeringen onmogelijk maken stappen te zetten, ook a! wordt daarvan de noodzakelijkheid ingezien. Psychologisch hangt dit samen met het basis-verschijnsel: angst. In deze situatie is er geen andere hoop dan aan de ene kant het gevaar uit te stellen en aan de andere kant in de daarmee gewonnen tijd het bewustzijn ingang te doen vinden dat radicale veranderingen in het wereld-politieke systeem nodig zijn, opdat de vrede kan worden veilig gesteld. (..) Hoe moet dit bewustzijn er uit zien? Ten eerste geloof ik, dat alle grote politieke problemen zijn op te lossen met het verstand; verstand dat naar waarheid zoekt moet daartoe voldoende zijn. Ten tweede: het functioneren van het verstand (..) wordt ernstig belemmerd door het zoeven genoemde psychische mechanisme van de angst: men kan de consequenties, die zouden moeten worden getrokken, niet verdragen, men duift het verstand niet tot het einde toe te volgen. Ten derde: wanneer ik de mensen goed beoordeel, dan kan de angst alleen worden overwonnen door naastenliefde. In de nuchtere politieke beraadslagingen zou dit woord moeten worden opgenomen. Er bestaat geen ander woord waarmee de zaak kan worden aangeduid. Alleen door naastenliefde kan ieder van ons zich er toe brengen de anderen, die hem bedreigen, zo aan te zien, dat hij hen niet wil bedreigen. Ten vierde: alleen door God kan men zijn naaste liefhebben. Daarom is het geloof dat we waarheid nodig hebben, tegelijk een aansporing om God tv zoeken. U merkt dat ik „zoeken" en j,geloven" hier door elkaar heb gebruikt. Ik geloof dat beide woorden juist zijn. (Met dank aan VU-inagazine)
Ad Valvas per post thuis? Zie colofon op pagina 2
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975
Ad Valvas | 396 Pagina's