Ad Valvas 1975-1976 - pagina 232
AD VALVAS — 13 FEBRUARI 1976
Maatschappijbewust onderzoek noodzaak volgens Trip
Noachs zondvloed was 10.000 jaar geleden '
iU s
Wetenschappelijke medewerkers van de Universiteit van Miami in Florida menen nieuwe bewijzen te hebben gevonden voor de waarheid van de bübelse beschrijving van een zondvloed. Ook uit andere bronnen xgn verhalen overgeleverd over enorme overstromingen. De beslissing in welke richting het wetenschappelijk onderzoek gestuurd moet worden (door middel van financiën) kan niet los gezien worden van het regeringsbeleid in het algemeen. Dat er bU de sturing dus een politieke keuze moet worden gemaakt is onvermgdelgk. Maar dit is geen enkel bezwaar als de keuze maar gebaseerd is op goede adviezen van een ieder die erbij betrokken is. Dit zei de minister van Wetenschapsbeleid F. H. P. Trip in het televisieprogramma „Horizon". De uitspraken volgden op een enigszins lyrisch filmpje over vier Amerikaanse wetenschappers. Een groot deel van het wetenschappelijk onderzoek in Nederland vindt plaats aan door de overheid gesubsidieerde instellingen als universiteiten, hogescholen en het TJ4.0. Aan wetenschappelijk onderzoek wordt in ons land zo'n vier miljard per jaar uitgegeven. Enerzijds is het wel te begrijpen dat de overheid die door haar subsidies een groot deel van het onderzoek betaalt een zekere richting aan het onderzoek wil geven. Anderzijds zal er echter over gewaakt moeten worden dat het richting ^even niet een te politiek karakter krijgt. Minister Trip zei dat het wetenschappelijk onderzoek beter moet worden afgestemd op de maatschappelijke behoefte. Hierbij maakte hij onderscheid tussen zuiver wetenschappelijk, fundamenteel onderzoek en het meer toegepaste onderzoek. Dit laatste is door het geven van opdrachten goed bestuurbaar, terwijl het bij het zuiver wetenschappelijk onderzoek meer van het initiatief van de onderzoeker afhangt. Dit onderzoek kan natuurlijk wel na jaren tot praktisch bruikbare resultaten leiden. Als richting waarin gestuurd moet worden noemde minister Trip: „Een richting die past bq datgene wat de maatschappg vandaag nodig heeft.'.' Hij noemde onderzoek dat rekening houdt met groeigrenzen zoals het gebrek aan ruimte, bet milieu, de grondstoffen en de energie. Ook noemde hij onderzoek met betrekking tot de ingewikkelder wordende maatschappelijke relaties bijvoorbeeld studie van de arbeidsmarkt „die kennelijk niet meer zo vanzelfsprekend werkt als we wel dachten". Hoewel de grens tussen fundamenteel en toegepast onderzoek niet duidelijk te trekken is, schatte de minister het overheidsbedrag, dat voor onderzoek dat niet direkt voor de maatschappij bruikbare re-
sultaten oplevert, beschikbaar is, op zo'n 500 miljoen, wat hij vrij groot vindt tegen de achtergrond van het geheel.
Besteding
middelen
Over hoe de verdeling van de beschikbare middelen over het zeer ruime terrein van wetenschappelijk onderzoek zal plaatsvinden zei de minister: „In de nota Wetenschapsbeleid die ik vorig jaar aan de Tweede Kamer heb aangeboden, is sprake van adviesorganen, waarin een drietal groepen, namelijk overheid, wetenschappers en mensen uit de samenleving, vertegenwoordigd zijn, die voor een bepaald aandachtsgebied bijvoorbeeld de volksgezondheid, de defensie of de ruimtelijke ordening bepalen wat op dat gebied aan onderzoek moet gebeuren en al die adviezen zullen dan tezamen het wetenschapsplan vormen dat door de regering aan het parlement moet worden aangeboden. Door de verschillende vakministers zal dus samen met de minister van wetenschapsbeleid een afweging moeten plaatsvinden van bijvoorbeeld volksgezondheidsonderzoek ten opzichte van ander onderzoek en dat is geen eenvoudige zaak. Het houdt dan ook direkt weer verband met het beleid ter zake. Je kunt het onderzoek op het gebied van de volksgezondheid bijvoorbeeld niet los zien van het beleid in het algemeen met betrekking tot dezelfde volksgezondheid. En in die afweging zul je keuzen moeten maken. Dat zullen ook politieke keuzen moeten zijn, dat kan niet anders, maar wel gebaseerd op goede adviezen van iedereen die erbij betrokken is."
Internationale
afstemming
Over hoe de zaken er internationaal bijstaan en de afstemming van Nederlands en buitenlands onderzoek op elkaar zei de minister: „Er zijn zeer veelvuldige en intensieve contacten die de wetenschappers internationaal hebben zoals op allerlei congressen. MeQ leest eikaars publikaties en zoekt elkaar op. Dat is wel goed geregeld dacht ik. Veel minder gelukkig ben ik met de manier waarop de landen onderling hun wetenschapsbeleid afstemmen, dat is zelfs binnen een intensief samenwerkingsverband als de E.E.G. 'nog maar nauwelijks op gang is en 't zal nog een hele lange weg zijn voordat we kuimen zeggen dat er ook internationaal
Op symposiym gepleit voor proefdierkundig instituut Proefdierkunde wordt nog steeds beschouwd als een hulpwetenschap. Tot op heden bestaat er geen concrete opleiding in deze wetenschap. In het verleden had de Utrechtse faculteit der diergeneeskunde reeds plannen om een proefdierkundig centrum op te richten, maar ze zijn nooit uitgevoerd. In Utrecht werd een symposium van de Stichting Dier en Maatschappij gehouden, waar versdiillende organisaties bijeen kwamen, om over de voorwaarden en mogelijkheden voor een opleiding in de proefdierkunde te discussiëren. Dit initiatief ging voornamelijk uit van de Stichting Landelijke Werkconmiissie Laboratoriumdieren, de Biotechnische Vereniging en de Nederlandse Vereniging voor Proefdierkunde. Zij zijn van mening, dat een specifieke opleiding noot^keIjjk is, omdat binnen dit vakgebied veel wetenschappelijk werk verricht wordt. De organisaties pleiten daarom voor een proefdierkundig instituut met een eigen onderzoeken onderwijstaak. Enkele deelnemers aan het symposium zijn voorstanders van een interfacultair of zelfs van een interuniversitair instituut, waarbij de reeds aanwezige kennis op de verschillende universiteiten en researchcentra en van de mogelijkbeden tot samenwerking als basis moeten dienen. Een ander onderwerp, dat velen
op het symposium bezighield, was het aanvragen van een ministeriële vergunning voor het uitvoeren van proeven met dieren; alleen als aan bepaalde eisen wordt voldaan, kan men een vergunning verkrijgen. Iedereen was het er over eens, dat een dergelijke vergunning niet de juiste oplossing bood. Een vergunning voor een duidelijk omschreven experiment of groep van experimenten is te prevaleren boven alle andere oplossingen. „Een vergutming per proef zou een funeste invloed hebben op het wetenschappelijk onderzoek", aldus prof. dr. E. Noach van de faculteit der geneeskunde in Leiden. Volgens een andere deelnemer zijn de bewindslieden onbekend met het feit, dat jaarlijks duizenden experimenten met proefdieren uitgevoerd worden. Met een afzonderlijke vergunning voor elke proef moeten er toch zeker 300 extra ambtenaren ingeschakeld worden. „Een nodeloze bureaucratie" was dan ook zijn conclusie. R.A.
een door de regeringen goed op elkaar afgestemd wetenschapsbeleid Ik vind het jammer dat dit nog niet zover is, want er vindt natuurlijk een enorme hoop onderzoek plaats dat ook voor andere landen van belang is. Wetenschap is nu eenmaal grensoverschrijdend, ook in die zin dat je er geen-paspoort voor nodig hebt, en wat je weg geeft hou je zelf ook nog een keer, dus de internationale samenwerking op het gebied van de wetenschap ligt erg voor de hand." (I>.B.)
Volgens de geoloog Cesare Emiliani van de Universiteit van Miami kan met grote mate van waarschijniykheid worden aangetoond, dat ongeveer 10.500 jaren geleden de zeespiegel 4,5 tot 9 meter steeg.
hun theorie menen de wetenschappers te hebben gevonden in fossiele vondsten van polaire oorsprong in de Golf van Mexico en in het oorspronkelijke stroomdal van de Mississippi.
Maar deze natuurramp heeft volgens Emlliani toch niet zo'n grote omvang gehad, dat een ark op een bergtop kon stranden. De oorzaak van de verhoging van de zeespiegel meent de wetenschappelijke staf van Emiliani te moeten toeschrtjven aan een plotseling smelten van de ijsmassa's aan de noord- en zuidpool. Bewyzen voor
Een anglikaanse theoloog uit de 17e eeuw had de bijbelse zondvloed gedateerd op 2.500 Jaar voor Christus. Volgens de Amerikaanse geologen zat de theoloog er ver naast. Dichter btj de Juiste datum was de Griekse filosoof Plato, die de ondergang van de legendarische stad Atlantis op 8.500 Jaar voor Christus schatte.
Academische Raad voldeed niet na democratisering De Academische Baad heeft niet aan de verwachtingen voldaan van de wet universitaire bestuurshervorming (WUB), waarmee de democratisering van universiteiten en hogescholen gestalte kreeg. Van de drie hoofdtaken heeft de advisering het meest accent gekregen. Wat de samenwerking betreft is slechts bescheiden succes geboekt. De derde hoofdzaak bestond uit overleg. Zowel de instellingen als de regering zijn er debet aan, dat nogal eens de noodzakelijke ruimte heeft ontbroken om de taken van de Academische Baad en zijn organen uit te voeren. Hiertoe heeft een commissie geconcludeerd, die op verzoek van staatssecretaris Klein van onderwijs en wetenschappen de positie van de Academische Raad onderzocht. De raad vervult als beleidsvoorbereidend orgaan op het interuniversitaire niveau een functie die niet genegeerd kan en mag worden. Dit geldt, aldus de commissie zowel voor de raad als geheel als voor 45 secties, de ongeveer twintig commissies en het bureau. De commissie komt tot de slotsom, dat er in de positie van de raad een aantal ernstige knelpunten is waar te nemen. Het organisatiepatroon is ondoorzichtig en niet samenhangend. De secties functioneren slecht met betrekking tot him coördinerende taken tussen (sub) faculteiten. De besluitvoorbereiding is te arbeidsintensief en te tijdrovend. Het belangrijkste knelpunt betreft de besluitvorming in de Academische Raad. Het komt nogal eens voor, dat de universiteiten en hogescholen hun delegaties naar de raad een min of meer bindend mandaat meegeven. Van een open discussie en meningsvorming is dan geen sprake. Het zwaarte punt van de besluitvorming van de raad ligt
niet in de vergadering van de raad, maar binnen de afzonderlijke instellingen. De raad kan daardoor zijn taken niet goed uitvoeren. Bovendien wordt zo afbreuk gedaan aan de eigen verantwoordelijkheid van de academische raad, meent de commissie. De commissie betracht grote terughoudendheid bij het doen van voorstellen over wijzigingen en aanvuUingen van de WUB en schort haar eindoordeel over de Academische Raad op tot de be-
Protest tegen foto in Pharetra In het novembernummer van Pharetra, het blad van de SRVU, staat op de achterpagina een portret van Lex Oude Weernink, VUSO-raadslid in de UR. In het artikel worden enkele opvattingen van Lex aan de kaak gesteld en wordt diens achternaam op vele manieren verbasterd (Oude Beerput, Oude Teerink, Oude Leerling, etc). Lex Oude Weernink, die een en ander moeilijk kan verkroppen.
Onjuist gebruik woord 'Universiteit'
Utrechtse universiteit klaagt over KUR In een brief van 9 februari j.1. heeft het College van Bestuur van de Byksuniversiteit te Utrecht een klacht ingediend bQ de Reklame Codecommissie tegen een advertentie van de Kring van Utrechtse Bepetitoren B.V. De afgelopen 6 maanden heeft de K.U.K. in diverse dagen weekbladen advertenties geplaatst onder de kop Universitair AvondonderwQs voor iedereen. De Universiteit meent dat de term Universitair, toegevoegd aan avondonderwqs dat niet door de Universiteit wordt Terzmrgd, misleidend is met betrekking tot de herkomst van een aangeboden dienst (art, 7 van de Code). De Universiteit heeft op 11 november 1975 de K.UJR. reeds gewezen op het onjuist gebruik van het woord universitair. Uit een brief van 18 januari J.1. van de dat de K.UJl. onderwijs waarvan K.UJl. aan de Universiteit blijkt beweerd wordt dat het van universitair niveau is, hetzelfde acht al3 imiversitair caiderwüs. Het College van Bestuur meent dat de advertentie ook om meer redenen onzorgvuldig te noemen is. Het behalen van de begeerde academische titel wordt voorgesteld als iets wat zonder meer
oordeling van de KUB is afgerond. Daarbij speelt ook mee, dat voorzitter prof. dr. G. Brenninkmeyer van de Academische Raad plannen heeft aangekondigd om de organisatie van de raad te verbeteren. Bovendien is het volgens de commissie vooral zaak dat de mentaliteit van de universiteiten en hogescholen ten aanzien van de Academische Raad verandert. De raad heeft wel dringend behoefte aan passende richtlijnen en spelregels voor de interne en externe relaties. Het aantal secties wordt te groot geacht. Het uitstel van de commissies dient te worden bijgesteld. De besluitvorming moet worden verbeterd. Dit kan door spelregels voor de manier waarop de delegatie van de instelling of het lid van het dagelijks bestuur van de raad zich kan voorbereiden op de vergadering, meent de commissie.
binnen ieders bereik ligt, zelfs — als het meezit — binnen twee Jaar. Het College meent dat de K.U.R.cliënt zorgvuldig moet worden voorgelicht 'over de buiten twijfel zware weg die hij heeft te gaan, zeker Indien hiJ niet in het bezit Is van een V.W.O.-diploma, voordat de hoofdprijs Is gewonnen.' Het College heeft de Codecommissie verzocht de nodige maatregelen te nemen om aan deze misleidende reclame een eind, te maken.
schrijft in een open brief aan de redaktie van Pharetra, dat deze redaktie zonder schriftelijke toestemming een portretfoto heeft overgenomen uit het laatste verkiezingsnummer van Ad Valvas. Dit is volgens Oude Weernink in strijd met artikel 20, lid 1 van de Auteurswet. Het lijkt hem niet bevorderlijk voor een goede samenwerking, wanneer de redaktie van Pharetra de achternaam van een lid van de universiteitsraad op beledigende wijze verdraait. Hij eist daarom „in het eerstvolgende nummer van Pharetra excuses, bestaande tenminste VA. van de plaatsingsruimte van het door mij gewraakte artikel". In volgende nummers van Pharetra geen excuses, wel kreeg Lex schriftelijk antwoord op zijn brief. De redaktie zegt dat het negatief van de foto eigendom was van de Pharetra-fotograaf Eduard de Kam (deze was nl. tot juni vorig jaar tevens fotograaf bij Ad Valvas). De brief gaat verder: ,JEïet is bij Miaretra al evenmin als elders in de Nederlandse pers gewoonte, mensen van wie een foto wordt geplaatst, hiervoor hun toestemming te vragen." Het lijkt de redaktie van Pharetra niet bevorderlijk voor een goede samenwerking „wanneer universiteitsraden indirekte morele ondersteuning verlenen aan lieden, die menen zich op de vuist met de studentenbeweging te moeten verstaan. De brief eindigt met: „We begrijpen dat je wat boos op ons was. Geeft niet h<K)r. Wij zijn ook wel' eens wat boos op jou." (GM.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975
Ad Valvas | 396 Pagina's