Ad Valvas 1975-1976 - pagina 277
AD VALVAS — 19 MAART 1976
5 letsel zün voor het lidmaatschap der partij.
Rector magnificus prof. Diepenhorst over de moeilijkhedenen rond de doelstelling
Het is zaak van oprechtheid om geestelijk absolutisme ook absolu rtisme te noemen, om geestelijke onderdrukking uit hoofde van een omvattende staatkundige overtui ging ook als onderdrukking te be stempelen. Het internationale com munisme in Rusland en China, de twee grote mogendheden die ieder op eigen wijze leiding bieden, ken nen te afschuwelijk geestelijk im perialisme dan dat zij aanvaardbaar zouden zijn. Wie het lezen van de Waarheid aanbeveelt of het lid maatschap van de Communisti sche Partij Nederland bepleit is wat hij ook moge aanvoeren als bestuurder der Vrije Universiteit op welke plaats ook, niet accep tabel en mag, al is hij mogelijker wijs gekozen, geen zitting krijgen. Stellig zal men spoedig zich minder dan tot dusver bloot geven en enkel als verholen communist zijn weg zoeken. Alleen uit gedachtenwisse liug, artikelen, redevoeringen en stemgedrag kan dan blijken wat iemands bedoelingen zijn. Zonder tot angstdromen te vervallen is het nog wel reëel om enige infiltratie aan de Vrije Universiteit aanwezig te achten. Duidelijk is van wie in het jongst verleden machtsmis bruik, bezettingen en staking uitin gen. Enkel de niet tot heksenjacht uitgroeiende waakzaamheid van hen, die de doelstelling onderschrij ven, kan verhoeden dat zich meer ernstige, verkeerde ontwikkelingen voordoen.
Coiiiinunistisch sympathisant athisant als bestuurder aan VU niet iet acceptabel acceptaoei De huidige moeilijkheden rondom de doelstelling — of grondslag — van de Vrije Universiteit zijn op zichzelf beschouwd niet zo verrassend. Want de geschiedenis leert hoe er steeds enige onzekerheid bestond als het er op aan kwam nauwkeurig te omschrijven wat nu het kernpunt vormde. Er kan wel met beslistheid in bepaalde geschillen gekozen worden — denk aan de zaak de Savornin Lohman —; er was gebondenheid aan de openbaring; men wilde zich stellen op de grondslag der gereformeerde beginselen, wat in 1880 een andere gevoelswaarde bezat dan 20 of 30 jaren later. Maar met de nadere bepaling, laat staan met een opsomming van de gereformeerde beginselen wilde het niet lukken. Men was in 1965 niet dichter bij de oplossing dan in hef aanvangsjaar der universiteit. Sedertdien hebben „aangepaste" formuleringen in de Statuten der Vereniging en Reglement der Vrije Universiteit de gereformeerde be ginselen laten vallen om met nieu we omschrijvingen toch vastheid te willen scheppen. Het zou niet de bedoeling geweest zijn veel te ver anderen. Wel wenste men te ver duidelijken en enige veruiming te scheppen, waarbij strikt genomen die verruiming het voornemen niets te wijzigen ontkrachtte. De in de Statuten genoemde grondslag „van het evangelie van Jezus Christus, dat naar de openbaring in de Hei lige Schrift de mens in zijn gehele leven roept tot de dienst en de ver heerlijking van de ene God, Vader, Zoon en Heilige Geest en daarin tot dienst van de medemens" en de doelstelling uit het Reglement om alle arbeid „te richten op het die nen van God en zijn Wereld", ma ken toetreding van lutheranen en roomskatholieken mogelijk. Natuurlijk moeten deze laatsten zelf willen, omdat de nieuwe for muleringen ook „niet luthers" en „niet roomskatholiek" gelezen kunnen worden. Tevens is er de in essentie gehandhaafde naam van de „Vereniging voor wetenschappelijk onderwijs op gereformerde grond slag". In feite ofschoon wat hecht heid en omvang betreft achteruit gaand, is er voor de universiteit een band met name aan hen, die zich calvinist noemen. Dat af en toe strubbeling optreedt, ligt in de lijn der verwachting. Op grond van het jongste verleden laat zich voorspel len dat binnen afzienbare tijd zal moeten beslist worden of men de docentenplaatsen in een hele studie richting zal laten bezetten door hen die vroeger niet konden toetreden, en of men zeer gevoelige leerstoe len wil openstellen voor geestver wanten in iets ruimer zin. Eigen lijk is gelet op de katheder voor middeleeuwen en nieuwere geschie denis dit reeds zonder noemens waardige deining te veroorzaken, gebeurd. Men kan het niet stellen buiten enige waarborgen, dat er in de geest van de universiteit zal worden ge werkt. Er moet bij het aanvaarden van een onderwijs en onderzoek functie, om het even of men deze taken van onderwijs en onderzoek in de afzonderlijke gevallen bijeen houdt dan wel splitst, bereidheid zijn het bekende universitaire doel te verwezenlijken. Datzelfde geldt in beginsel voor bestuur, dat los kan staan van onderwijs en onder zoek, voor administratie in wat be perkte betekenis, voor het werk zaam zijn in technische en aanver wante diensten. Bij tijden is er mis schien niemand voor een post te vinden, die geestelijk achter de uni versiteit staat, terwijl toch broodno dig de desbetreffende werkkring moet worden vervuld. De zaken kunnen in zulk een geval eerlijk met de meest gerede „andersdenkende" kandidaat worden besproken en wetend wat men aan elkaar heeft, krijgt de betrokkene dan mogelijk ontheffing van de eis met de doel stelling in te stemmen; hij behoort deze te eerbiedigen; zijn medewer king tot realisatie voor zover moge lijk wordt verwacht; het geven van [„tegenstuur" is hem niet geoor floofd.
Oprechtheid 'Voor en na is twijfel geuit of zulk 'een overschrqven van de doelstel ling veel uithaalt. Het antwoord moet luiden dat een andere garan tie niet te verkrijgen is en dat het zonder iets dergeiyks niet gaat. Naar vanzelf spreekt is over het Innerlijk en dus over de wezenigke 'oprechtheid nooit met zekerheid te oordelen .Daarom ^dient iemand te
Prof. I. A. Diepenhorst
worden vertrouwd zolang zijn uitingen of handelingen niet met hetgeen hij verklaarde in strijd kwamen. Dat op het ene gebied de doelstelling veel gemakkelijker zichtbaar kan worden gemaakt dan op een ander terrein is buiten kijf. Voor alle wetenschappen speelt echter wat de beoefenaar er nu eigenlijk mee beoogt, hoe de ver bindingen met andere takken van onderzoek worden gelegd, op wel ke wijze op de diepste levensvragen wordt teruggespeeld. Beslist zorg baart dat bij meer dan een de eer ste geestdrift verflauwt, enige sleur optreedt of zekere twijfel zich ken baar maakt, en men niet meer zo krachtig gelooft in de verwerkelij king van het ideaal, terwijl dit laatste zelf terugwijkt. Niet gunstig is in dit verband het dalend kerke lijk meeleven. Hoe men de zaak ook keert of wendt, zij die zeggen geen behoefte aan aansluiting bij een kerk te gevoelen terwijl zij met de doelstelling weinig moeite ver klaren te hebben, zijn meestal niet „steunpilaren" der universiteit. Dit feit reeds — het wordt in zijn omvang inderdaad wel onderschat — tast voor sommiger besef de ge loofwaardigheid van een christelijke universiteit aan. Bijna nog meer moeite hebben zij met wat door hen beschouwd wordt als het „plukken uit de staatsruif". De Vrije Uni versiteit heeft zich van subsidie meester gemaakt, is in haar „wer kers" rijk geworden, mist overtui gingskracht, omdat zij in een ge kerstend, een gedoopt egoïsme op versteviging van „christelijke", in werkelijkheid heel wereldse posi ties uit is. Materialistisch gerede neerd kan men natuurlijk vragen waarom zij die met de Vrije Uni versiteit instemmen èn anderer ho ger onderwijs moeten bekostigen èn dan nog eens alles voor zichzelf zouden hebben te betalen; er is nog zoiets als rechtsgelijkheid. Funda menteler is de overweging dat heel eenzijdig in dit verband over macht wordt gesproken. Het is ene licht vaardige versimpeling in de eerste plaats om alle macht als verkeerd te bestempelen, in de tweede plaats om het oefenen van wetenschappe lijke invloed klakkeloos met macht te vereenzelvigen. Bovendien wordt totaal vergeten hoe juist een chris telijke universiteit verontrustend, hervormend, leven wekkend met al haar arbeid poogt te wezen. Tekort komingen mogen bij de beoorde ling niet de doorslag geven. Instel lingen voor wetenschappelijk onder wijs in de eerste plaats als machts blokken te beschouwen, is onrecht vaardig. Dat overigens zelfzucht, bedacht zijn op eigen standje, ja loezie, en geestelijke liliputterheers zucht vooral onder middelmatige academische figuren welig tieren is duidelijk. Het zichzelf bij hun werk wegcijferen der grotere karakters komt daardoor te scherper uit.
Studenten Heeft invloed de gewgzigde samen stelling van de studentenbevolking? In eik geval strekt zich tot hen als studenten niet uit de verplichting om iets te onderschrijven of wil men te „beamen". De enige eis die gesteld wordt is dat men wetend wat de Vrfl'e Universiteit wil en waarvoor zg zich inzet, zulks al thans tijdelgk aanvaardt Indien er overigens van een redelijk gedrag sprake is — nil contra Deum aut bonos mores — verloopt alles soc'
Marxisme
Rector magniilcu» prof. mr. I. A. Diepenhorst pel. De docenten zullen natuurlijk er voor zorg moeten dragen zich voor de nogal talrijke nietgeest verwante leerlingen op een begrij pelijke manier te uiten: ietsvat dreigt het gevaar van een geheimtaal — ofschoon in het algemeen bij weten schapbeoefening het hechten aan helder, niet nodeloos gekunsteld of geleerd woordgebruik zeker een zwakke stee uitmaakt —; men zal enigermate op de gescbakeerdheid der stof bedacht dienen te zijn, maar dat is dan ook alles. Nauwkeurige overweging vraagt het van kracht worden der Wet Univer sitaire Bestuurshervorming. Zij bracht de democratisering, het deelnemen aan het bestuur van de bekende drie universitaire geledin gen: het wetenschappelijk perso neel, zij die aaministratielE en tech nisch de universiteit dienen en de studenten. Aan bijzondere univer siteiten dienen zich nu de volgende punten ter beslissing aan; is van het wetenschappelijk personeel ieder beroepbaar tot een bestuursfunctie die benoemd is, onverschillig of hij onder de dispensatieregeling valt ja dan neen. Dezelfde vraag duikt op bij uit administratieve en tech nische diensten afkomstige moge lijke vertegenwoordigers. Ik meen dat tenzij nog weer een bijzondere dispensatie gegeven wordt — deze moet reglementair mogelijk zijn, wat op het ogenblik niet het geval is — de algemene regel dat de doel 'stelling moet worden onderschre ven geldt. Deze algemene regel is met het oog in de eerste plaats op de studenten, van wie men oor deelde dat zij niet alles op betrek kelijk jeugdige leeftijd voor hun re kening behoeven te nemen, metter daad verruimd. Voor hen die in de universiteitsraad zitting nemen, dan wel worden gekozen in besturen van faculteits of van subfaculteits raden wordt gevraagd dat zij met de doelstelling instemmen of deze kennen en bereid zijn naar vermo gen in haar geest bij het besturen der universiteit te werk te gaan. Zelfs is men bereid gebleken om van het bestuur van faculteiten en subfaculteiten tijdelijk dezelfde ruimte te scheppen.
Compromis Deze oplossing is minder gelukkig omdat zij in een begrijpelijk pogen tot een „compromis" to gerakea
(foto: S. H. Speelman)
maakt dat men niet weet hoevelen werkelijk uit overtuiging de univer siteit dienen en hoevelen haar mis schien als noodzakelijk kwaad res pecteren: de af te leggen verklaring is ongesplitst. Ook bij deze rege ling zal men beginnen met iemand te geloven op zijn woord, om tege lijk indien nodig aan de overige uitingen in woord en daad van de betrokkenen de oprechtheid van het accoord gaan of althans van het respect en het tot op zekere hoog te proberen mee te doen op de naar buiten blijkende waarde te toetsen. Dit heeft met discriminatie niets te maken. Deze bestaat in be gunstiging of achteruitstelling zon der reden, dus uit pure willekeur. In een staatkundige democratie kan men toelaten in verband met het nagenoeg geen geesteUjke verplich tingen opleggend burgerschap dat ook zij worden gekozen in gewich tige posities naar de maatstaf der evenredigheid die het democratisch bestel langs wettelijke wegen wen sen te beëindigen. Openlijke revo lutionaire en verborgen ondermij nende activiteit behoeft niet te worden getolereerd. In zich op principes vastleggende organisaties die vrije toetreding kennen, sluit democratisering geenszins in dat niet met de bewuste organisaties sympatliiserenden, die onwülend zijn zich voor de doelstellingen in kwestie uit te spreken, verkiesbaar zouden zijn tot bestuurlijke func ties. De Vrije Universiteit kan met geen enkele reglementaire vorm instem men, die onder de tegenwoordige omstandigheden 't voor communis ten zou mogelijk maken aan be stuurlijke arbeid deel te nemen. Zou men van het blad de Waarheid wat goeds willen zeggen, niet dat het poogt zich in gehoorzaamheid aan het evangelie te richten op de dienst van God en zijn wereld. Wat ook de verdiensten van de Com munistische Party Nederland mo gen zijn, geenszins dat zy de mens in zijn gehele leven roept tot ver heerlijlcing van ene God, Vader, Zoon en Heilige Geest; integen deel wordt blijkens art. 4 der Sta tuten dier party alle propaganda welke tegen de ideologische gron welke tegen de ideologische grondslagen gericht is verboden, en zulks in weerwil van de goed gunstige tegemoetkomendheid dat godsdienstige overtuiging of lid maatschap van een kerk geen be,
Een apart vraagstuk vormt het christenmarxisme. Naar de eigen lijke historische betekenis genomen is het marxisme met religie en zeker met het christendom onverenigbaar. Marx' ethische bedoelingen zijn vervat in een atheïstich opgezet historisch materialisme. Daarom is het nog niet onmogelijk om de christelijke religie met marxistische sociale ideëen op zulk een wijze te verenigen dat de uitkomst daarvan als eenheid ook wordt ervaren. Zou deze nieuwere overtuiging uitslui tend op sociaal of ook op econo misch terrein worden voorgedra gen, dan ware zij daar op houd baarheid te beproeven en behoeft waar bij inachtneming van het al gemene doel der universiteit grote vrijheid voor uiteenlopende opvat tingen mits zü voortdurend worden getoetst, aanwezig is, geen buiten gewone zwarigheid te rijzen. De situatie wordt er echter niet een voudiger op als het christenmar xisme tot 'n omvattend stelsel wordt uitgebouwd, dat geen wetenschap ongemoeid laat en zelfs de treolo gie wenst te beïnvloeden, gezwe gen van recht, taalwetenschap of medische studiën. Het laat zich verdedigen, en is zelfs heel waar schijnlijk, dat het hier gaat om een algemene beschouwing, om wai men een generale conceptie noemt. Geestelijke bovenbouw wordt niet weggebroken. Ondertussen is ge noemde bovenbouw In deze ge dachtengang dusdanig door de on derbouw beheerst dat niet de alge hele zelfstandigheid van het gees telijk leven wordt aangetast — deze zelfstandigheid is er nooit dan in zeer beperkte vorm geweest — maar dat de eigenstandigheid van het geestelijk leven, dat de univer saliteit die het evangelie op oor spronkelijke wijze en die universi teit en wetenschap in meer afgelei de trant bezitten, ernstige, naar ve ler gevoelen zelfs onherstelbare averij oploopt. Verdringt in het christenmarxisme de ene helft der aanduiding het andere bestanddeel. Met het chris tenliberalisme is in het verleden nogal staat ontstaan, met het chris tennationaal socialisme is onophef bare zwarigheid gerezen. Het chris tenmarxisme, indien voor alles po gend de sociale boodschap van het evangelie te verstaan is van geheel andere aard dan het christenmar xisme dat zich geheel tot de be staande verhoudingen bepaalt en nagenoeg uitsluitend de teugel van omwentelingszucht vieren wil. Naar binnen toe heeft de Vrije Universiteit zich over de hier aan wezige vragen in onderscheiden studierichtingen reeds lang bezon nen. Het zou goed zijn de resulta ten van haar onderzoek te dezen ook wijder uit te dragen. Alsdan bestond gerede kans dat de uni versiteit, welke spijtig genoeg heden wat weinig de taal van de dag spreekt, en niet voldoende in de buitenwereld doorklinkt, zich op nieuw als bepleitster van omvatten de meer op de toekomst gerichte dan uit het verleden geputte inzich ten, kon opwerpen, die ver er van verwijderd een toestand van rust in te luiden tot evangelisch verant woorde activiteit aanzette.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975
Ad Valvas | 396 Pagina's