Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1975-1976 - pagina 43

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1975-1976 - pagina 43

13 minuten leestijd

AD VALVAS — 19 SEPTEMBER 1975

Onderwijsbegroting 1976 in tel(en van bezuinigingen

pin. PRIK

¥. V F IK MB (

Het onderwas en de wetenschaps1>eoefening g a a n in 1976 Toljrens de ontwerpbegroting van h e t ministerie v a n Onderwas en Wetenscliappen ƒ 16.980,4 miljoen liosten. De vergelökbare staging van de begroting 1976 ten opzichte van die van h e t vorige j a a r bedraagt ƒ 471,4 miljoen. Voor nieuwe maatregelen en intensiveringen is in de be,groting 1976 een bedrag opgenomen van ƒ114 miljoen op jaarbasis. BU dit laatste gaat h e t onder meer om uitgaven ten behoeve van toe t e kennen faciliteiten voor de verdere ontwikkeling van h e t H.B.O., verhoging van de post onderhoud gebouwen van de universiteiten en hogescholen, aanpassing van de personeelslasten van academische ziekenhuizen en verhoging van h e t Investeringsbedrag voor de vervanging van a p p a r a t u u r in universiteiten en hogescholen. Voor de uitbreidlrig van h e t personeel van h e t departement van O W is in dit kader ƒ 6208 miljoen en voor de uitbreiding van de aktiviteiten van de d e p a r t e mentale voorlichtingsdienst ƒ 1050 miljoen uitgetrokken. Bvj de keuze van de budgettaire beperkingen is er volgens de m e morie van toelichting n a a r gestreefd de prioriteiten van h e t beleid tot uitdrukking te brengen. Zo Is bijvoorbeeld besloten tot verdere versobering en rationalisering van de bouw in h e t wetenschappelijk onderwijs. Bij de toewijzing van middelen ten behoeve van de W.O.-lnstellingen is, gezien de krappe budgettaire situatie, uitgegaan van de financiële ruimte die in h e t kader van meerjarenafspraken •1975-1978 is bepaald. De bUstellingen die op deze ruimte hebben plaatsgevonden zijn, volgens de memorie van toelichting, zodanig gekozen d a t zij 'het goed functioneren van de instellingen voor W.O. In geen enkel opzicht in gevaar brengen. Zo is d a n ook niet getornd a a n ' d e oorspronkel\)lc overeengekomen • (bejJerkte) Jaarlijkse uitbreiding van h e t t o t a a l der formaties met 415 p l a a t sen per Jaar.' Wel hebben de bewindslieden een begin gemaakt met h e t drultken van de gemiddelde salarislast, die in de eerstvolgende drie Jaar m e t circa 1,8 pet. moet worden verminderd. De verlaging voor 1976 bedraagt 0,3 pet. ongeveer. T e -

vens is h e t gemiddelde t o e n e mingspercentage voor periodieke verhogingen en bevorderingen teruggebracht van 2,5 n a a r 2 (voor de rijksoverheid in h a a r geheel geldt een gemiddelde van 1 pet.).

Verdeling

De t h a n s beschikbare financiële ruimte voor de W.O.-instellingen is gedeeltelijk verdeeld a a n de h a n d van gegevens die in de begrotingen van de instellingen voor 1976 zijn opgenomen, n a toetsing a a n de informatie die uit h e t bilateraal overleg met hen was verkregen. Een gedeelte van de middelen is ter nadere verdeling a a n gehouden. Over de verdelingsmethode is in augustus J.1. met de Colleges van Bestuur van de i n stellingen overleg gepleegd. De nadere verdeling zal in ieder geval voor de behandeling van de begroting 1976 a a n de Tweede K a m e r worden voorgelegd. Minister Van Kemenade en staatssecretaris Klein hopen nog "in d e eerste helft van dit p a r l e mentaire j a a r een beleidsnota a a n de staten-generaal a a n t e bieden, waarin h u n gedachten over h e t hoger onderwijs nieuwe stijl worden uitgewerkt. I n deze n o t a zal ook worden ingegaan oP de onderwijskundige samenwerking en de gelegenheid tot wederzijdse horizontale doorstroming van studenten tussen W.O. en H.BO..

Advertentie

Uitnodiging aan belangstellenden voor de funktie van

LID VAN HET COLLEGE VAN BESTUUR van de Vrije Universiteit te Amsterdam Krachtens het Reglement voor de Vrije Universiteit 1972 (V.U.R.) is het college van bestuur belast met het dagelijks bestuur van de universiteit. Het bestaat uit vijf leden: twee leden uit het wetenschappelijk personeel in vaste dieHst te Jsenoemen dooR de universiteitsraad, twee leden tê-benoemen door het bestuur der Vereniging en de rector magnificus. De voorziter van het college van bestuur wordt uit de-leden door het bestuur der Vereniging benoemd. De door de universiteitsraad te bencetnen leden dienen te beschikken over een beiioorlijke bestuurlijke ervaring, in teamverband te kunnen werken, duidelijk oog te hebben voor de algemene belangen van de universiteit en volledig bereid te zijn in het kader van de W.U.B, hun bestuurstaak te vervullen. Benoeming vindt plaats voor een periode van twee jaar. Overeenkomstig de'bepalingen van het V.U.R. treden alle thans zittende leden van het college van bestuur rond 1 sejitember 1976 af. Door alle betrokkenen is de wens geuit dat omstreeks 1 december 1975 bekend is hoe de sk- " menstelling van het college in september 1976 zal zün. Met het oog op een goede samenwerking binnen het college van bestuur ligt het in de bedoeling de kandidaten voor het nieuw optredende coUege met elkaar in kontakt te brengen alvorens de formele voordrachten worden gedaan. Allen die belangstelling hebben voor de funktie van door de universiteitsraad te benoemen lid van het college van bestuur, alsmede degenen die de aandacht willen vestigen op mogelijke kandidaten, wordt vetzocht zich schriftelijk vóór dinsdag 30 september 1975 te wenden tot de voorzitter van de selektiekommissie, dr. P. Kuijper, kamer 2E-6J»j3aafÖgebouw. . ' , .- , ^-k- t. • •

W a t h e t toelatingsbeleid betreft streeft de regering e r n a a r om op zo kort mogelijke termijn een selektiesysteem uit t e werken, waarmee de toelating tot de W.O .­instellingen op bevredigen­ der wijze k a n worden geregeld. N a a r h e t zich l a a t aanzien zal de invoering van h e t aangekondig­ de nieuwe stelsel van stucUefinan­ ciering niet met ingang van h e t kursusjaar 1977­'78 plaatsvinden, omdat de door de betrokken bij­ zondere kamerkommissie gevolg­ de procedure niet in h e t tijdsche­ m a van Klein was voorzien.

Onderzoek Ten aanzien van i e t wetenschap peiyk onderzoek a a n de univer­ siteiten en hogescholen m e r k t de memorie van toelichting op, iat de belangrijkste beleidslijn h i e r ­ voor gedurende de komende j a ­ r e n zal zijn. d a t h e t stelsel van bekostiging door twee geldstro­ men gehandhaafd bUJft. Om a a n de met de eerste geld­ stroom in de ogen van de b e ­ windslieden klevende bezwaren tegemoet te komen is h e t univer­ sitair onderzoek als afzonderlijke p a r a m e t e r in de planningspro­ cedure opgenomen. Dit m a a k t het, aldus de memorie van toelichting, mogelijk kriteria te ontwikkelen voor de toewijzing van de eerste geldstroom, een taakverdellngs­ en zwaaii«pimtenbeleid te o n t ­ wikkelen en een landelijke ver­ antwoordingsplicht voor dit o n ­ derzoek te eisen. De bewindslieden wijzen erop, d a t tengevolge van de prioriteiten­ afweging binnen h e t departement als geheel en de krappe budget­ taire situatie h e t totale voliune a a n aktiviteiten in de sektor van de direktie onderzoeksbeleid voor 1976 onder sterke d r u k ia komen te staan. D a a r n a a s t zijn er op enige gebieden van onderzoek — namelijk de geestes­ en m a a t ­ schapp^Jwetenschappen — be­ langrijke knelpunten die een r e ­ ëel accrès van de financiële m i d ­ delen voor die sektoren noodza­ kelijk maken. Dit accrès kan, a l ­ dus de memorie van toelichting, onder de gegeven omstandighe­ den slechts worden gerealiseerd door een decres in een andere sektor, te weten die van de n a ­ t u u r ­ en levenswetenschappen. Een gelijke bezuiniging op alle betreffende begrotingsposten wordt door de bewindslieden af­ gewezen, omdat dit zou beteke­ nen d a t elke prioriteitenstelling onmogelijk zou worden en boven­ dien elke flexibiliteit uit h e t be­ leid zou verdwijnen. Zij geven derhalve de voorkeur aan bezui­ nigingen elders. Deze betreffen allereerst de opheffing van h e t Ned. Centraal Instituut voor H e r ­ senonderzoek, van h e t Bureau van de Wetenschappelijke R a a d voor de Kernenergie, alsmede de beëindiging van de extra steun a a n computersclence. (A.R.)

/Khe /\L\AieeiK( /K MB /SLIOB B K'.

Klein wil regeling eigen praictljic

Staatssecretaris Klein (Onderwgs) wil zo spoedig mogeiyk komen met een uitgewerkte regeling voor het voeren van een eigen praktijk door gewone hoogleraren en lectoren. In antwoord op vragen van het Twee­ de­Kamerlid Beekmans (D'66) zegt de bewindsman dat het gewoonte is geworden dat medische hoogleraren en lectoren, zonder dat hiervoor de vereiste vergunning van curatoren

Veranderingen in positii en status academicus Op het lustrumcongres van de vereniging l A N dat op woensdag 1 oktober in de aula van de VU wordt gehouden zal een belangrgke plaats worden ingeruimd voor de discussie over de vraag in hoeverre de status van de academicus, voortvloeiend uit de hem toegekende waarde, op de helling gaat in het licht van een steeds dreigender wordende werkloosheid onder afgestudeerden. De academicus is al lang niet meer algemeen inpasbaar op de arbeids­ markt. De groeiende discrepantie is een (politiek) probleem waarvan de contouren zich steeds scherper aan het aftekenen zijn. Is de student, met zijn huidige opleiding, in staat, in plaats van lijdend voorwerp te zijn, over wiens rug heen de beslis­ singen genomen worden, zich in te zetten als actief participant in de discussie over zijn veranderende toekomstige positie? Het congres tracht hiertoe mede een aanzet te geven. Vooral van belang is het om zich, met het oog op de aan het eind van het jaar te verwachten Nota Hoger Onderwijs, over de be­ langrijkste aspecten hieromtrent al­ vast een beeld te vormen. De overwegingen om een academi­ sche studie te volgen zijn o.i. aan een herziening toe. Ze zijn voor een groot deel verouderd, want we kun­ nen ons niet aan de indruk onttrek­ ken dat de academische studie lang­ zamerhand overgewaardeerd wordt. Een overwaardering die onterecht intact blijft, terwijl het beeld van „de wetenschapper" als eindpro­ dukt definitief herzien dient te wor­ den omdat dit stamt uit een tijd dat werkloosheid in het jargon van een afgestudeerde niet voorkwam.. De wetenschapper behoorde per de­ finitie tot de elite. Hoewel de uni­

efensohapsbydget 1976 eerste äp naar meerjarenplan De overheid heeft een bedrag van ruim ƒ 2,25 miljard uitgetrokken voor de wetenschapsbeoefening in 1976. Hierin is begrepen ƒ 1080 miljoen voor het onderzoek a a n de universiteiten en hogescholen. Dit blijkt uit h e t wetenschapsbudget 1976 van minister Trip, waarin voor het eerst is getracht in grote lynen een inhoudelijke beschrijving te geven van dat deel van h e t op toepassing gerichte onderzoek dat door de overheid wordt gefinancierd. Hiermee is een eerste stap gedaan in de richting van een meerjarenplan voor de wetenschapsbeoefening. Volgens minister Ti-ip wordt het wetenschapbeleid gevoed door en staat in wisselwerking met het beleid in tal van sektoren, m a a r het richt zich in z^n totaliteit op het algemeen regeringsbeleid. Hierin heeft met het optreden van het huidige kabinet een ingrijpende herschikking van prioriteiten plaatsgehad. Het voorheen sterk overheersende ekonomische groeit beginsel heeft plaats gemaakt voor een sterk genuanceerd en geclausuleerd beleid, gericht op selektieve groei. Daarbij wordt-een kritische Instelling gekozen Jegens nieuwe techixologi?che ontwüjker llngen en voorrang gegeven a a n

. is verleend, in academische zieken­ huizen particuliere patiënten behan­ delen. Strikte toepassing van het vergun­ ningstelsel acht de bewindsman op dit moment niet meer dan papieren betekenis hebben. Het probleem ligt volgens Klein bij het vraagstuk van de honorering van de universi­ taire medici in relatie tot het inko­ mensniveau van medische specia­ listen in de vrije praktijk. Als mo­ gelijke oplossing noemt hij toeken­ ning van ambtelijke toelagen boven het universitaire salaris voorzover dit op grond van de marktsituatie noodzakelijk is en beëindiging van de mogelijkheid hiernaast particu liere inkomsten te verwerven. {A.N.r­

verbetering van h e t leefklimaat. Minister Trip meent, dat, wU het wetenschappelijk onderzoek de nodige ondersteuning a a n het beleid k u n n e n g?ven, vooral de onderlinge samenhang vanuit facetten als milieubeheer alsmede energie en grondstoffengebruik in h e t oog moeten worden gehouden. Samenwerking tussen de verschillende •ypetenschapjjeliJke. dispipiines zal daarvoor nodig zijn. Het wetenschapsbudget zal in de toekomst d a n ook niet alleen meer inhoudelijk en taakstellend worden, m a a r vooral gepresenteerd worden als een geïntegreerd ger heel. ' (A. R.)

versiteit de laatste jaren wat meer naar de maatschappij is toegekomen is het nog niet in die mate geschied dat men zich voldoende realiseert dat een structurele werkloosheid onder academici in de nabije toekomst zeer waarschijnlijk is. In zo'n situatie is er sprake van statusinconsistentie, nl. dat de maatschappelijke positie van de afgestudeerde niet meer overeen blijkt te komen met de status die hij gewend was te hebben. Kleine aanwijzingen van een veranderend normen- ?n waardenpatroon doemen reeds voorzichtig op. Zo worden aanvangssalarissen van academici al verlaagd, maar is met al deze nivellering het probleem de wereld uit? Ook worden arbeidsplaatsen op middelbaar niveau door academici bezet. Echter bewerkstelligt dit niet alleen een „druk naar onderen" op de arbeidsmarkt waardoor anderen niet aan bod komen? Een ander aspect is dat men dan maar niet gaat studeren, omdat je toch niet aan de slag komt, hoezeer dat m.n. de ouders pijn zal doen. Immers met z'n allen hoger op komen was één van de leidende gedachten in ons land toen je groei nog met een hoofdletter schreef.

Groeigrenzen en gelijke kansen Matiging en grenzen aan de groei is het motto van vandaag, maar ook: gelijke kansen. Het is nog steeds zo dat^slecbts 7 % van de studenten afkomstig is uit de laagste inkumcnsgroépen. De huidige onderwijsstruKtureu zijn ni^t in staat^ die twee zaken (matiging versus gelijke kansen) uit hun paradoxale verband lo^ te maken. Het.groeisyndrootn ds Jfop in diukken door de universiteit >veei slechts toegankelijk te maken voor een kleine schare uitverkorenen, juist genoeg om de vraag op de arbeidsmarkt mee te beantwoorden, lijkt ons evenzeer een veiweipelijkc zaak^ Een naderbijkomende structurele werkloosheid onder wctenschappelijk-gcbchoolden kan slechts worden ppgelost indien er een diepgaande verandering plaatsvindt in het iiniveisilaire bestel enerzijds en de houding van de aibeidsmarkt anderzijds. De discussie hiervoor staat nog in de kindeischoeneii. Met het congres willen we de pp gang kamende opinievoirping inventariseren <n êen aanzet geven tot nadere bewustwording en bezinning- rond deze materie. »„

CongrescommisSTe I.A.N., Christiftqn Scfineider en Henk Schulte NórdhoU

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975

Ad Valvas | 396 Pagina's

Ad Valvas 1975-1976 - pagina 43

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975

Ad Valvas | 396 Pagina's