Ad Valvas 1975-1976 - pagina 5
s
AD VALVAS — 22 AUGUSTUS 1975
Kritische waardering AR voor nota wetenschapsSieleid De Academische Raad is verheugd over het feit dat minister Trip in zijn Nota Wetenschapsbeleid bij de behandeling van de complexe problematiek van het beleid ten aanzien van de wetenschapsbeoefening in Nederland niet van allesomvattende, imiforme organisatiestrukturen uitgaat, doch allerlei deelproblemen beklemtoont die aangepakt moeten worden. Het is volgens de Raad inderdaad beter aanzetten te geven tot veranderingen, die aansluiten op wat er is en die gericht zijn op handhaving en verbetering van niveau, demokratisering, coördinatie en inspelen op aktuele problemen. De Nota kan als een aktiviteitenplan worden beschouwd dat aansluit op de in hel kader van de Academische Raad ontwikkelde gedachten. Niettemin worden in deze nota voorstellen betreffende organisatorische strukturen gedaan, waarmee hij niet kan instemmen. Realisering van deze voorstellen zou ten gevolge hebben dat het formuleren en voeren van het wetenschapsbeleid een ,.ambtelijk recital" wordt in plaats van een concert der betrokkenen. Tot deze conclusie is de Academische Raad gekomen tijdens zijn op 20 juni jl. gehouden plenaire zitting, waarin het commentaar van de Raad op de Nota Wetenschapsbeleid van minister Trip is vastgesteld. Dit geschiedde aan de hand van een concept-commentaar, opgesteld door de onder voorzitterschap van de Utrechtse hoogleraar prof. dr. J. Th. G. Overbeek staande Werkgroep ad hoc Universitair Onderzoek vafl de Academische Raad (WUO). Het werkstuk bevatte het resultaat van een intensief landelijk consultatieproces, waarin de Nederlandse imiversiteiten en hogescholen him visie gaven o p de Nota Wetenschapsbeleid. Het concept-commentaar van de W U O steunt mede op hetgeen de Academische Raad de laatste jaren heeft gesteld met betrekking tot het wetcnschaps- e« ondeizoekbeleid.
Verecnderingsproces In zijn thans vastgestelde commentaar op de Nota Wetenschapsbeleid wijst de Academische Raad op de positieve rol. die deze nota kan spelen in het stimuleren van het veranderingsproces dat het universitaire wetcnschaps- en onderzoekbeleid mede onder invloed van de demokratisering van het universitaire bestd ondergaat. Dit proces dient, naar de geest van de Nota, te gaan in de richting van een open ontwikkelmgsstrukluur, vi'aarin de Academische Raad en zijn organen een rol van betekenis blijven spelen. De universitaire wetenschapsbeoefening wordt in de Nota Wetenschapsbeleid echter eenzijdig en ontoereikend behandeld. De eenzijdigheid ligt daarin' dat de samenhang tussen het wetenschappelijk onderzoek en het wetenschappelijk onderwijs onvoldoende aandacht krijgt. Dit is te meer bezwaarlijk daar het onderzoek aan de universiteiten en hogescholen door de groeiende onderwijslast bij gelijkblijvende middelen hoe langer hoe meer een sluitpost dreigt te worden, wat het wetenschappelijke karakter van dit onderzoek aantast.
RWO Wat de opzet van de Raad voor het Wetenschappelyk Onderzoek betreft verschilt de Academische Raad van mening met minister Trip. Het voornaamste punt van kritiek op dit orgaan, dat ZWO zou moeten opvolgen, richt zich tegen het plan de inbreng hierin van de universiteiten en hogescholen te beperken, terwijl de invloed van de minister van Onderwijs en Wetenschappen bij de samenstelling ervan onevenredig groot zou worden. „Zelfs al zou het tweede-geldstroomonderzoek een relatief klein deel uitmaken van de totaal voor het universitaiie ondeizoek ter beschikking komende middelen, is de zware reduktie van met name de universitaire vertegenwoordigers in de RWO onaanvaardbaar", aldus de Academische Raad. Naar zijn oordeel dient men eerder te denken aan een brede opbouw vanuit de universUaire disciplines, met daarnaast een bescheiden representatie van de ander bij de organisatie van het ondel zoek betrokken instantie, te weten het ministerie.
Vertrouwen Het zwijgen over het eerste-geldstroomonderzoek in de Nota Wetenschapsbeleid zou daaruit kunnen worden verklaard dat ministser Trip de ontwikkeling van het universitaire wetenschapsbeleid aan de betrokken instellingen wil overlaten, ware het niet dat de Nota op dit puntn „niet een ongerept vertrouwen" uitstraalt. Kritiek in de Nota op verschillende aspekten van het universitaire onderzoek doet de Academische Raad constateren dat er geen rekening wordt gehouden met de biimen de instellingen en de Raad zelf in gang gezette aktiviteiten op dit terrein, wat door hem als onterecht wordt ervaren.
Maatschappelijk Bij de becommentariëring van verdere onderdelen van de Nota signaleert de Academische Raad o.m. dat de onderlinge samenhang van de vier doelstellingen van het te voeren wetenschapsbeleid (afstemming op maatschappelijke behoeften, kwaliteitsbevordering, doelmatigheidsbevordering en demokratisering) onvoldoende zijn besproken, laat staan onderzocht. Bvenmia wordt ten aanzien van de voorstellen met betrekking tot de omzetting van ZWO in RWO geadstrueerd
dat daarmee de vier doelstellingen worden gerealiseerd. Voorts is er in de Nota niet genoeg aandacht geschonken aan de organisatie en coördinatie van het interdisciplinaire univei-sitaire onderzoek, dat in belangrijke mate kan bijdragen tot het oplossen van maatschappelijke vraag.stukken. De Academische Raad wijst erop, dat de maatschappelijke dimensie van het universitaire onderzoek groter is dan in de Nota Wetenschapsbeleid wordt gesuggereerd. Hij is dan ook de mening toegedaan dat het niet juist is aan de universiteiten en hogescholen alleen de zorg toe te vertroxiwen voor ene bepaalde sector van de wetenschapsbeoefening, die vaag als „fundamenteel onderzoek" wordt omschreven. Het accent in het universitaire onderzoek ligt minder zwaar op zuiver wetenschappelijk onderzoek dan in de Nota wordt gesteld en de instellingen van wetenschappelijk onderwijs moeten ook daarom bewust worden betrokken bij de uitvoering van nationale onderzoekprogranmia's. Ook was de Raad van mening dat via de tweede geldstroom niet direct toepasbaar onderzoek m.n. aan de hogescholen, gefinancieerd zou moeten kunnen worden. D e Werkgroep ad hoc Universitair Onderzoek van .de Academische Raad zet inmiddels haar beraad voorts over voorstelIeB omtrent procedure« en struktuur ten behoeve vaa eea intra- en inttenmiversitair wetcnschaps- en onderzoekbeleid, die -ai naar verwacfafing in het najaar aan de Raad seal voerleggen.
Joh. Jansen veertig jaar aan de VU
Op 2 september zal het 40 jaar geleden zijn dat de heer J o h . Jansen in dienst trad van de Vrge Universiteit en wel aan de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen gevestigd aan de Lairessestraat 174. De heer Jansen is op 18 april 1919 te Enkhuizen geboren. N a het behalen van het mulo-diploma op 16jarige leeftijd werd hij als jongste bediende aangesteld op de administratie van de faculteit. In 1936, toen de heer Jansen zijn functie aanvaardde was het laboratotium nog een stuk lager dan het nu is, zo ook het aantal studenten en medewerkers, als wel het aantal subfaculteiten. Met de groei van de faculteit, groeide ook de heer Jansen mee en één van de belangrijkste taken waar hij mee werd belast was de administratie van bet studiefonds dat onder beheer stond van prof. J. Coops. Uit dit fonds werden uitkeringen gedaan aan studenten die daar om één of andere reden behoefte aan hadden. Deze taak werd bij het aanvangen van het cursusjaar 1942/43 aanmerkelijk verzwaard, toen door de bezetter de rijksstudiebeurzen werde» ingetrokken en het aantal behoeftige studenten aanmerkelijk toeaam. Ook waren er in die tijd veel illegale activiteiten waar hij zodanig bij was betrokken, dat hij in 1943 het „vege lijf' moest redden door onder te duiken. In de vijftiger jaren is het aantal studenten, mede door het oprichten van de subfaculteit Biologie, zo sterk toegenomea dat het laboratorium met twee verdiepingen moest worden uitgebreid. Werd in die tijd de technische ondersteuning van de
Nieuwe verpleegicundige opleiding van start Afgelopen maandai; waren studenten en b e t bestuur van de (prot. chr.) Hogere Beroeps Opleiding voor Verpleegkundigen op de VO bflecu ter gelegenheid van h e t eerste studieaajr van de opleiding. Gediskussieerd werd over de problemen waarmee de nieuwe opleiding kampt. Een van de sprekers, de heer C. A. R. G r a a m a n s , sprak o.a. over de plaats van de hbo er i n de zlekenhiüzen. Men is geneigd nogal sceptisch tegenover de ziekenverzorgers nieuwe stijl te staan. Dit komt grotendeels voort uit een soort onwennigheid. Men heeft zolang geleefd met de hiërarchie waarin de p l a a t s van de a r t s en die van de verpleger duidelijk was, d a t men niet goed weet wat m e n m e t deze nieuwe mensen a a n moet. Zijn h e t n u ziekenverzorgers, die de s t a t u s van de arts gaan a a n t a s t e n doordat ze op medisch gebied een hoop g a a n opsteken. Of zijn h e t misschien ziekenverzorgers, die de status van de verpleegster oude stijl omver zullen werpen door qua medische kennis boven h e n uit te groeien.
Niet rommelen Zr. Knier, stafdocente aa-n de HBOV-VU en een van de oprichters gaf liierover enige duidelijkheid. Het is niet de bedoeling te g a a n rommelen in de huidige situatie, zegt zij. Integendeel. Wel is m e n van mening dat er n a a s t de traditionele opleiding voor verpleegkundigen, de 'in-service t r a i ning' behoefte is ontstaan, die de mensen vanuit een brede basis k l a a r m a a k t voor het hele p r a k tijkveld van de gezondheidszorg. O m deze basis te krijgen is h e t n o dig, d a t de studenten een grotere kyk leren krügen op de economi-
sche, culturele en levensbeschouwelyke achtergrond van de p a tiënten. Aan vakken als psychologie, soelalè begeleiding van de patiënt, sociale vaardigheid wordt d a n ook n a a s t de medische vakken grote a a n d a c h t besteed. Terw^l m e n er
In de traditionele opleiding van uitgaat, d a t h e t progranuna gebaseerd moet ziJn op de behoeft e n van de ziekenhuizen wil m e n n u meer de n a d r u k leggen op de verpleegkundige als 'leerling'. Hij/zy moet de kans krijgen zich zodanig t e ontwikkelen d a t d a a r mee niet alleen h e t ziekenhuis gediend is m a a r tegelUkertiJd de verpleegkundige zelf. Bovendien vindt m e n d a t er over h e t algemeen teveel van de verpleegkun-
diverse subfaculteiten al gedecentraliseerd, met de administratie, waar de heer Jansen d e scepter zwaaide, was dit nog niet het geval. Met het gereedkojnen van het nieuwe natuurkundig laboratorium aan de Boelelaan in 1965, werd ook de administratie van natuur- ea scheikunde gescheiden. Op 29 april j.1. werd aan hem voor 40 jaar trouwe dienst een koninklijke onderscheiding uitgereikt. Zön jubileum zal worden gevierd op v r ^ a g 5 september om 15.30 uur in de kautine van het laboratorium aan de Laircssestraat 174, waar men i» de gelegenheäd wordt gesteld hem en z^n vrouw met dit heugeigke feit geluk te wensen. (J. Brederveld, WN)
dige, die verondersteld wordt o p alle emotionele situaties op de ziekenafdelingen adequaat te k u n n e n reage/en teveel geëist wordt. Een goede begeleiding van de stud e n t e n voordat atj de praktijk ing a a n is d a a r o m niet overlxxlla. Voordat deze ktjk op de verpleging geaccepteerd zal worden moet e r toch enige mentaliteitsverandering i n ziekenhuizen plaatshebben. Dit vooral ook m e t betrekking tot de t a a k van de verpleegkundige HBO. De nieuwe opleiding, die 4 j a a r duurt, waarvan 2 j a a r theorie en 2 Jaar praktijkstages bestaat al erdge jaren in Nymegen en Leusden. Beide instellingen zullen het volgend j a a r h u n eerste afgestudeerden de p r a k t y k insturen. De stichting HBOV valt onder h e t ministerie van Onderwijs en W e tenschappen. I n h e t bestuur zijn twee leden v a a de Vrflc Universiteit vertegenwoordigd. Verder bestaat h e t bestuur uit twee leden, van de Verenigde Protestanlse ziekenhuizen en Dlaconessenhulzen ea twee leden v a a h e t O r a n je-Groene Kruis. (m.e.>
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975
Ad Valvas | 396 Pagina's