Ad Valvas 1975-1976 - pagina 213
AD VALVAS — 30 JANUARI li>76
9
Philip C. Bom in proefschrift over academici in kring rond V.S.-president in jaren ^60
Huwelijk universiteit-overheid sohadeliik voor beide ..^on huwelijk tussen universiteit en overheid moet worden vermeden. Ten dergelijke verbintenis tussen die twee kau alleen resulteren in de o-vc hcersing van de een of de ander: de universiteit dreigt een verleng^''': van de overheid te worden, of, zoals we hebben gezien in de jaren 7i3tïg, de regering dreigt een verlengstuk te worden van de universiteit." "'"ot de7e konklusie komt de deze maand tot doctor in de sociale - etcnschappen gepromoveerde Philip C. Bom in zijn dissertatie ,^cademo<Tacy: American Scholarship and Statemanship in the Sixties". De heer Bom, wiens promotor prof. dr. G. Kuypers was (koreferent prof. dr. Frank C. Colcord jr.), vindt volledige scheiding van universiteit en overheid echter ook niet de oplossing, „want de sferen van het menseli|ik leven zijn onderling verbonden ". Volgens Bom zal het de kunst zijn om met verstand een scheiding uit te denken waarbq het aparte karakter van beide wordt erkend, terwijl er toch een harmonische verhouding tussen de twee gehandhaafd blgft De studie is gewijd aan academi-:, merendeels generalisten, die adviserende posities bekleeddden of een politieke gedragslijn meebepalende funktie hadden in de kring rond de president van de Verenigde Staten in de jaren zestig, die zowel grote verwachtingen schiepen als desillusies gaven waar het de rol van de sociale wetenschappers in de politiek aanging. De jaren zestig een nieuwe verhouding tussen univormden een periode waarin zich versiteit en regering begon te ontwikkelen: die van een direkte dienstbaarheid van de universiteit aan de regering. Hierdoor verzwakte, aldus Bom, de identiteit van elk van beide. „MQn hypotfaes« is, dat, wanneer iemand zich beweegt van de ene sfeer naar de andere en tracht zQn institutioneel gezag over te brengen van één gebied naar een ander, de onkreukbaarheid van beide sferen gecompromitteert wordt," zegt hg. „De filosofische ideeën, die aan deze studie ten grondslag liggen, rusten op het principe dat de gehele maatschappy is verdeeld in sferen, die onderling verband met elkaar honden, maar waarbij elk toch 2;ön eigen gezag, verantwoordelijkheid en vrijheid heeft" Bijzondere aandacht wordt in het proefschrift besteed aan de vraag hoe de genoemde academici hun eigen rol en die van de president zagen en de spanningen die ontstaan wanneer individuen en instellingen de academische en politieke verplichtingen bewust of onbewust verwarren.
Historie Historisch gezien hebben de universiteiten studenten opgeleid voor leidinggevende en staatkundige posities. Somstij ds gingen individuele professoren zelf in de politiek, maar een verlicht staatsman als Thomas Jefferson gaf toe, dat een „boer achter de ploeg" even goed politieke beslissingen kon nemen als een professor in de moraal-filosofie. De moraal-filosofen waren even verdeeld over politieke problemen, zoals stemrecht en slavernij, als de gewone politici. Zij waren niet in staat het uitbreken en de felheid van een Burgeroorlog te voorkomen en wellicht droegen zij daar zelfs toe bij. Na de Burgeroorlog hoopte een nieuwe generatie sociale wetenschapsmensen een positieve en pragmatische reconstructie van politiek en maatschappij tot stand te brengen. De nieuwe universiteiten zouden het algemeen welzijn op indirecte wijze ten dienste staan. Professoren zouden samenwerken met politieke leiders om progressieve en pragmatische wetgeving tot stand te brengen (New Freedom en New Deal). Maar de academici konden ook de felheid van twee wereldoorlogen niet vermijden en droegen er het hunne toe bij. De Eerste en de Tweede Wereldoorlog vei deelden het land en de studentenwereld..
Academische inslag In de jaren zestig namen professoren direct deel aan de politiek èn als academicus in de sociale wetenschappen èn als een toonaangevende pressiegroep. De regering van president Kennedy had een academische inslag. De houding tegenover de politiek en de aanpak van de politieke gedragslijn was wetenschappelijk.
P.csident Kennedy icon '^ 'v"'nig belangstelling voor de mogelijke bijdragen van het Congres en voor de perspectieven die politici, politieke partijen en het volk konden bieden. De president zou het land regeren met de toestemming van een „apolitieke" academische elite. In de economie van het land zou men een technische aanpak volgen. Een verfijnde strategie van vrede, van modernisering, zou worden toegepast in de wereldpolitiek. De academici in de regering van president Kennedy zouden rationeel en revolutionair zijn in hun optreden jegens de wereld van het communisme. Ze trachten de negatieve, ideologische nucleaire militaire taktiek van de vorige regering te boven te komen met hun „beperkte" doch „revolutionaire" oorlog teneinde het tij van de wereldgeschiedenis te keren ten gunste van de vrijheid. Kennedy was een man met een visie, maar dikwijls was het moeilijk voor hem om beslissingen te nemen. President Johnson zette in essentie de academische stijl van zijn voorganger voort. Academici prezen hem als de „Education President". Hij volgde hun richtlijnen in een noodzakelijk geachte revolutie in het onderwijs als de weg naar sociale en economische gelijkheid.
LOG: 'Ryksstndietoelamn
zestig. President Johnsons openbare filosofie van „creatief federalism me" bevorderde het ideaal van academici als partners in de politiek, d.w.z. als prominente pressiegroep in de vorming van de „Great Society". Tezelfdertijd droeg de nadruk op consensus, wat werd verward met toestemming, bij tot bet versluieren van ideologische meningsverschillen.
Zij lieten toe dat de president een dwingend leiderschap uitoefende teneinde de noodzakelijke progressieve revolutie in het onderwijs tot stand te brengen. Tegengesteld aan de grote verwachtingen had empirische research in de sociale wetenschappen de neiging de verlichte ideeën van het onderwijs te ondermijnen. De professoren van Nieuw Links hadden hun twijfels over de wijze waarop de academische elite de Amerikaanse politiek uitvoerde. In de rol van een zeer hoorbare pressiegroep drongen professoren van de Teach-in beweging er bij collegae-academici in de regering op aan, onsi hun onrealistische oorlog stop te zetten in naam van het gezonde verstand en de menselijkheid. „De oorlog van de professoren" kwam hun onbeperkt en vooral contra-revolutionair voor. Liberale academici in de regering werden beschuldigd van verraad jegens de rede, waarbij de principes van de waarheid werden uitgewisseld tegen de geneugten van de macht.
De verwachtingen van de „Great Society" bleven onvervuld, gedeeltelijk vanwege de buitensporige beloften welke niet konden worden nagekomen. In het bijzonder koesterden academici de verwachting dat zij meer bekwaam waren om te regeren dan het gewone volk en de politici. Zij namen zonder meer aan, dat academische bekwaamheid een bekwaamheid in het nemen van politieke beslissingen garandeerde. Het bleek dat de knapste geleerden niet noodzakelijkerwijs de beste staatslieden zijn. Zij zijn even feilbaar in wereldzaken als politici.
Verwarring
Herontdekking
Verwarring, niet verdraagzaamheid, kenmerkte de Amerikaanse universiteit aan het eind van de jaren
De tekortkomingen van de zestiger jaren zijn belangwekkender dan de lotgevallen van persoonlijkheden,
nodig
hield 120 miljoen achter'
LOG en L^H^O starten inkomensaktie Vorige week donderdag zijn het LOG (Landelijk Overleg van Grondraden) en het LOHBO (Landelijk Overleg van HBO-studenten) in Groningen gestart met hun inkomensactie, bij Rijksstudietoelagen, waar direkteur mr. J. Diepenhorst een lege portemonee en de volgende verklaring kreeg overhandigd: „Er zijn de afgelopen 2 jaar 120 miljoen gulden overgehouden van de studiefinancieringspot Geld dat ons toekwam en dat wij hard nodig hadden, is niet uitgekeerd! Deze situatie is ontstaan door een ernstige onderaanpassing van de nonnen voor rijksstudietoelagen, waardoor minder en lagere beurzen werden uitgekeerd. Sommige mensen gingen er zelfs 600 tot 700 gulden op achteruit en veel mensen kregen geen toelage meer." (Zie LGO-nota „Nieuwe normen voor de toelagen van het studiejaar 1975/76. Hiervan stond een verslag in dit blad in nov. '75). Ook de vorige jaren was de situatie niet anders. Het beursmaximum bleef sterk achter bij de prijsstijgingen en de toekenningsnormen zijn zover verslechterd dat vele studenten dit jaar honderden guldens minder hebben gekregen dan voorgaande jaren. Dit geldt niet voor alle HBO-studenten, omdat dit jaar de MBO-beurzen zijn opgetrokken tot W.O.-nivo. Deze optrekking betalen de HBO-studenten echter zelf, omdat zij nu te maken krijgen met een renteloze voet van 1200 gulden in hun toelage, waardoor zij hogere schulden krijgen. Over de toch al lage beurzen ontvangen de studenten de laatste jaren bovendien nog belastingaanslagen, die hen nog ernstiger in moeilijkheden brengen. Veel studenten kunnen niet meer rond komen. Zij staan rood bij de ^iro of -Ie bank, lenen geld bij vrienden of moeten erbij gaan werken. Uit gegevens van uitzendburo's blijkt zelfs dat studenten gemiddeld drie weken per jaar werken. Studenten die financieel onafhankelijk willen zijn en in hun inkomen voorzien door een student-assistentschap zijn dan de dans ook niet ontsprongen; zij kregen een salarisverlaging van 10%. Wij eisen dat de achtergehouden 120 miljoen alsnog wordt uitgekeerd. Om de financiële nood te verlichten eisen wij een uitkering ineens van zeshonderd gulden. Tevens zijn strukturele verbeteringen
van het studiefinancieringsstelsel noodzakelijk. Want de belangrijkste oorzaak van de gesignaleerde ontwikkelingen is het ontbreken van iedere wettelijke vastgelegde aanpassing van het beursmaximum en de toekenningsnormen. Zo zijn dit jaar de normen op grond waarvan een beurs wordt toegekend verhoogd met slechts 11,3%. Van een redelijke aanpassing had men kunnen spreken wanneer deze normen met 17,2% ofwel het percentage loonstijging over de betreffende periode waren aangepast. Nu dit niet het geval is, worden ieder jaar weer van ouders hogere bijdragen aan hun studerend(e) kind(eren) verwacht, bijdragen die zij, op grond van de werkelijke loon- en prijsontwikkeling, niet kunnen betalen. Afgezien van het feit dat er geen enkel redelijk argument te verzinnen valt, waarom ouders van studerende kinderen ieder jaar zwaarder belast moeten worden, wordt deze kwestie door het vastleggen van de lonen op de nullijn eens te meer urgent. Daarnaast hangt ons de afschaffing van de kinderbijslag v n -aftrek boven het hoofd. De oui'ers van een student zonder beurs k ijgen nu drie keer kinderbijslag er -aftrek, dat is 4000 tot 5000 gulden per jaar. Ook studenten met een h^Te of gedeeltelijke beurs krijgen vaak nog één of twee keer kinderbijslag en
-aftrek. Afschaffing hiervan betekent dat voor een groot aantal studenten het studeren financieel onmogelijk wordt gemaakt. De enige verandering die Klein in het vooruitzicht heeft gesteld zijn rentedragende leningen (8-10%). Daarmee worden de studenten dan afhankelijk gemaakt van de banken en krijgen zij zeer grote schulden, zodat het studeren daardoor piet minder afschrikwekkend wordt. De universiteit zal niet meer toegankelijk zijn voor kinderen uit lagere en midden inkomensgroepen. Het recht op onderwijs wordt hiermee ernstig aangetast. Recht op onderwijs houdt ook in recht op inkomen.
Onaanvaardbare politiek Al deze verslechteringen voor studenten zijn een onderdeel van een heel pakket van maatregelen van de regering, die zij genomen heeft om, naar het heet, de economiese crisis te bestrijden. Een crisisbestrijding door bezuinigingen op de kollektieve voorzieningen en loonsverlagingen, niet door bezuinigingen op defensie of het aanpakken van de winsten van de grote concerns. Loonsverlaging en tegelijkertijd ook verlaging van vennootschapsbelasting ( = belasting op winst). Deze politieke keuze van de regering is onaanvaardbaar. Het LOG LOHBO zulen in actie komen voor het behoud en uitbreiding,van verworven rechten, voor bevordering van de externe democratisering en voor uitkering van de achtergehouden 120 miljoen gulden. De heer Diepenhorst reageerde niet op de verklaring, hij beloofde alleen het door te sturen naar staatssecretaris Klein, die verantwoordelijk is voor dit beleid. Het LOG LOHBO hebben bij de staatssecretaris een gesprek aangevraagd, waarbij zij opheldering vragen over
Philip C. Bom, geboren in 1938 te Yrseke, emigreerde op jeugdige leeftijd naar de Verenigde Staten, kwam in 1955 naar Nederland en studeerde politicologie aan de Vrije Universiteit. Na ziJn doctoraal examen keerde hij terug naar de V.S., alwaar hij de laatste 6 jaar verbonden was als docent aan het Gordon College, Wenham Mass. Vanaf september 1975 is de heer Bom „assistant professor" aan een nieuwe christelijke imiversiteit: St Stephe's University, St. Stephen, N.B., Canada.
partijen of programma's. Een herontdekking van het creatieve verband tussen universiteit en regering, een respect voor de onkreukbaarheid, vrijheid en verantwoordelijkheid van beide instellingen en voor bepaalde beroepen moet daaruit worden gewonnen. De basisverhouding tussen academici en politiek is niet een verhouding van waarheid tegenover macht. Ideaal gesproken is waarheid een operatief principe in zowel wetenschap als politiek. Boven alles moeten „de professor" en „de politicus" elkaar respecteren en waardering tonen voor eikaars werk. Het is essentieel, dat elk vrij is om zijn bepaalde taken binnen de grenzen van de instelling uit te oefenen. De taak van de politicus is te regeren. De taak van de academicus is kennis van de politiek te verwerven en over te dragen en begrip voor de politiek te wekken, niet: te trachten de politicus te vervangen. Het is essentieel dat de unieke en onderscheiden taken worden gehandhaafd in beide beroepen, teneinde verslechtering van beide instellingen te voorkomen.
de achtergehouden miljoenen. Het LOG LOHBO vinden dat dit geld alsnog gebruikt moet worden. Binnenkort zal ook aan de VU, evenals elders, de actie voortgezet worden. Er zal een krant uitkomen met nadere informatie. Verder zal er een handtekeningenactie komen en een meeting en demonstratie georganiseerd worden in A'dam om de volgende eisen te ondersteunen: ƒ 600 nu!, uitkering van de achtergehouden 120 miljoen; geen aantasting van kinderbijslag en -aftrek; geen rentedragende leningen; geen belasting op beurzen; grotere onafhankelijkheid van de ouders; geen inkrimping maar uitbreiding van de studiepot, voor meer en hogere beurzen; geen aantasting van de studentenvoorzieningen; goede voorzieningen voor HBO-studenten; geen salarisverlaging voor studentassistenten. Jakop Rigter, secr. studiefinanciering SRVU
Eredoctoraat voor
De faxnilteit toegepast« wetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven heeft Ir. F. J. Philips voorgedra^ein voor een erepromotie. De heer Philips is voorzitter van de Raad van Commissarissen van de N.V. Philips gloeUampenfabrieken. De promotie zal 2 februari plaatsvinden. De Katholieke Universiteit Leuven bestaat 550 Jaar en is daarmee de oudste universiteit uit de Nederlanden. Het eredoctoraat wordt de heer Philips verleend, omdat hU volgens decaan prof. dr. Ir. P. de Meester 'exponent is van de ingenieur-bedrijfsleider die voortbouwend op een mooie familietraditie een wereldbedriif ontwikkelde en leidt'. Tot degenen die op maandag 2 februari in Leuven een eredoctoraat zal worden verleend behoort nog een Nederlander: dr. A H. Boerma, tot voorkort directeur-generaal van de voedsel en landbouworganisatii van de Verenigde Naties.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975
Ad Valvas | 396 Pagina's