Ad Valvas 1975-1976 - pagina 53
Z6 SEPTEMBER
23e JAARGANO — NUMMER 6
1975
DEZE WEEK; • Het gebouw van de fakulteit Wiskunde en Natuurwetenschappen op de campus komt langzaam maar zeker klaar: nu is de R-vleugel opgeleverd; de christelijksociale organisaties hebben dringend behoefte aan wetenschappelijke hulp, een uitdaging voor de VU, pag. 3. • Wie is eigenlijk de VU-beiaardier?; met het sociaalwetenschappelijk onderzoek in ons land is het niet best gesteld, zo blijkt uit een rapport van de kommissieHoogerwerf, pag. 5. • AJles over het Vesvu-kongres over ekonomie en staat, pag. 9. • Mr. Van Andel stapt uit het tuchtcollege van de VU, omdat dit niet optreedt tegen bijvoorbeeld Fharetra, dat onlangs 'grof en opzettelijk beledigend' aan het publiceren sloeg, pag. 11.
Gebitsveilig snoepje
Meer dan de helft wetenschappelijk personeel wil vervroegd pensioen Uit een enquête onder leden van de Vereniging van academici bij het wetenschappelijk onderwijs (VAWO) is gebleken dat 64 % van het wetenschappelijk personeel voor het 65ste levensjaar met pensioen wenst te gaan. 55 % wil die pensioengrens bij voorkeur onder de 60 leggen. Dertig procent van de ondervraagden kiest voor de „normale" pensioengrens van 65 jaar en slechts 6 procent kiest voor een pensioengrens tussen 65 en 70 jaar. De cijfers spreken nog sterker als men weet dat van de 599 VAWO-leden die de enquête invulden (21 %) maar liefst 205 kroondocent zijn (35 % • 123 hoogleraren, 82 lectoren). Zoals bekend kunnen kroondocenten hun werk continueren tot hun 70ste levensjaar. Van deze mogelijkheid werd tot nu toe zeer veel (ca. 90 % gebruik gemaakt).
zonneklaar dat er een relatie moet bestaan tussen leeftijd en de extra belasting die voortgaande democratisering en toenemende onderwijsbelasting geven. Tegelijkertijd zullen de betrokken ministers iets moeten gaan doen aan de door het VAWO-onderzoek belangrijk gesignaleerde drempel om toch maar te kiezen voor een vervroegd pensioen: het vaak te geringe aantal dienstjaren voor de pensioengrondslag.
Uit de VAWO-enquête blijkt een algemene teleurstelling en een bijna fatalistische houding ten aanzien van de ontwikkeling in het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. De ondervraagde wetenschappers konden ook redenen opgeven waarom ze voorstander zijn van vervroegde pensionering. In de vragenlijsten staan zeven redenen met name genoemd. Afgezien van de hoge score die het etliische motief „plaats maken voor jongere weikzoekcnde vakgenoten" haalde — werd 263 keer ingevuld — is het opvallend dat met name „de te geringe mogelijkheden voor eigen onderzoek" hoog scoort: 133 keer. De ondervraagde VAWO'ers mochten bij de motiveringsvraag meerdere antwoorden geven. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat de Posthumus-problematiek door de invullers niet als een belangrijke reden voor vervroegd pensioen wordt gezien. Minder dan 10 % van het totaal aantal respondenten (57 keer op 599 geënquêteerden) gaf „Posthumus" als reden. Hoger scoorden „de zwaardere onderwijsbelasting" (87 keer) en „de democratisering" (72 keer). De te snelle ontwikkeling van het eigen vak werd 70 keer als reden opgegeven en de toekomstige integratie van het WO met het HBO 27 keer. 296 keer werden aanvullende en niet genoemde redenen opgegeven. Het is duidelijk dat zich bij de motiveringen veel overlappingen voordoen in vraagstelling en antwoorden. In hoeverre dekken zwaardere onderwijsbelasting en Posthumus elkaar en is hier sprake van een verdergaande verhindering van ondei zoekmogelijkheden? Hetzelfde geldt ten aanzien van de democratisering en de tertiaire onderwijs integratie.
De te vormen ambtelijke commissie die dit vraagstuk zal moeten gaan bestuderen gaal hopelijk niet te snel met vervi'oegd pensioen.
Vluchtneiging
Een en ander maakt de resultaten van deze VAWO-enquête natuurlijk niet sterker, maar de aanwyzing dat er sprake is Van een toch wel verrassende vluchtneiging binnen het wetenschappeiyk personeel blijft staan. Cijfermatig is die neiging niet hard te maken. Maar het is duidelqk dat de praktik — veel kroondocenten werken door tot hun 70ste, de wetenschapper in het algemeen gaat ook na z'n pensionering vaak nog door met
Advertentie
VU Boekhandel ^^-S
Studieboeken
'^^KP'
fakulteiten
Door Reg ten Zijthoff wetenschappelijk werk — hier botst met de toekomstvisie van de generatie die momenteel aan het werk is (van de respondenten bleken er bijna 500 onder de 55 Jaar). Van het totale aantal respondenten komen er 217 uit de bèta-faculteiten, 178 uit de alfa-faculteiten, 93 uit de gamma-faculteiten (sociale wetenschappen en economie) en 85 uit de medische faculteiten. De 26 overigen vallen buiten deze disciplineindeling (bestuursambtenaren enz.).
Ook anderen
Enigszins opgelucht vermelden de VA WO-onderzoekers mevr. mr W. V. d. Kolk-Bal en drs. L. J. de Viies dat er „gelukkig ook nog wel mensen zijn die niet vervroegd met pensioen zouden willen". Maar slechts 231 wetenschappers blijken de genoemde reden „plezier in het werk'" te ondersteunen. Verscheidene invullers zouden eigenlijk wel met pensioen willen gaan maar laten twee redenen (veelal in combinatie) prevaleren: de faciliteiten voor studie en onderzoek vervallen en het inkomen loopt te sterk terug (resp. 94 en 110 respondenten). Uit de voorlopige resultaten van het VAWO-onderzoek blijkt niet hoeveel en welke combinaties van antwoorden zijn gemaakt. De bedoeling is dat een sterker gedetailleerd en uitgesplitst onderzoekverslag later in het jaar volgt.
Beleid
Misschien dat een aantal uitkomsten nog sterk zal veranderen, want het blad VAWO-visie heeft zijn lezers opgeroepen alsnog de enquête over vervroegde pensionering in te vullen. Wat je ook verder over dit onderzoek op dit moment met een enigszins natte vinger te berde kunt brengen, het is duidelijk dat de resultaten een meer wetenschappelijk opgezette enquête onder alle docenten en onderzoekers bij universiteiten en hogescholen rechtvaardigen. Willen de verantwoordelijke bewindslieden een enigszins verantwoord beleid gaan voeren ten aanzien van de vervroegde pensionering dan zijn duidelijke cijfers over de bereidwilligheid en de verlangens van de betrokkenen dringend noodzakelijk. En dat beleid — gekoppeld aan een inkomenspolitiek — zal er moeten komen. Al was het alleen maar vanwege een snellere doorstroming van wetenschappelijk personeel en het scheppen van een grotere flexibiliteit bij het wetenschappelijk personeel. Want uit de VAWO-enquête, die vooral is ingevuld door kroondocenten en wetenschappelijke medewerkers in de hogere rangen blijkt
(V.K. Groningen)
U-raad stemt in met
Üud-premier Drees spreekt voor lAN Op-vrijdag 3 oktober spreekt op de diesvergadering van de studentenvereniging ÏAN oud-premier dr. Willem Drees. Hij geeft zijn visie op studenten van tegenwoordig en op hun functioneren in de maatschappij. Drees, geboren in 1886, werd in 1904 lid van SDAP, waarvan hij in 1911 voorzitter werd. In juni 1945 werd hij minister van Sociale Zaken en in 1948 ministerpresident. Tien jaar later trad hij bij de val van zijn kabinet voorgoed uit de regering. Hij is de oudste minister van staat in Nederland.
De reclame, die Verkade maakte voor het snoepje Fay heeft niet alleen protest opgeroepen van hooggeleerde vakmensen. Naar aanleiding van het artikel in Ad Valvas van 19 september, waarin prof. Houwink over het „gebitsveilige" snoepje sprak, zei Rob Daniels zei, 26 jaars student in de andragogie, ons: „Ik heb ook 'n klacht bij de codecommissie ingediend, nog voordat prof. Houwink dat gedaan had. Mijn protest is vooral gericht tegen de opmerking: „ik hoef niet van je af te blijven, waarom ook". De snoepjes bevatten 30 tot 35% sorbitol. Een consumptie van meer dan 40 gram per dag wordt over het algemeen afgeraden omdat deze stof diarree zou kunnen veroorzaken. Je moet er dus wel degelijk van af blijven", aldus Rob Daniels. Daniels heeft geprobeerd contact met prof. Houwink te zoeken in de hoop sterker te zijn in een gezamenlijk protest. Houwink liet echter via zijn secretaresse weten niet geïnteresseerd te zijn in samenwerking. „Jammer", vindt Rob Daniels„Toen ik hoorde, dat prof. Houwink ook had geprotesteerd, dacht ik meteen, ik zal contact met hem opnemen zodat we samen iets kunnen doen." Prof. Houwink en Rob Daniels zullen nu afzonderlijk stryd leveren tegen Verkade. De klachten zullen in oktober behandeld worden.
verdelingsOndanks belofte Klein promessen toch betalen
model Het College van Bestuur heeft zich niet willen vastleggen op de kwantificeringsprocedure, zoals geschetst bö het nieuwe model voor de interne verdeling van de ministerieel toegewezen personeelsplaatsen. Dit, omdat het voor bepaalde fakulteiten misschien niet nodig zal zijn de procedure te volgen. Het CvB zal overigens de (sub) fakulteiten zoveel mogelyk laten meepraten. Aldus CvB-lid drs. Brinkman tijdens de dinsdag gehouden vergadering van de universiteitsraad. De begrotingskoiTimissie had het gepresenteerde model, waarbij wordt uitgegaan van een zgn. vaste voet, weinig konkreet genoemd' (woorden als 'kunnen') en daarom een procedure geopperd waarbij een maximale mogelijkheid tot herziening van de kwantificering van het model (de cijfermatige invulling ervan) voor de (sub) fakulteiten wordt gegarandeerd. Het nieuwe model regelt in principe de wijze van formatieplaatsen-verdeling voor meerdere jaren en legt zo de basis voor een automalasche begroting van personeelsplaatsen, aldus de kommissie in haar nota. Daarom oordeelde zij het wenselijk de invulling ervan met zoveel mogeiyk inspraak en instemming van de (sub)fakulteiten te laten verlopen. Over het model zelf was de raad het, met uitzondering van de PKV, ovesr het algemeen wel eens. Het model (zie A.V. 19 sept.) wordt gezien als een betere verdelingsmethodiek, (JvdV)
Onlangs hebben vele duizenden niet-bursalen tot hun verbazing een cheque in de brievenbus gekregen om de promesse van ƒ 500,—, die zij in 1973 hebben ondertekend, te betalen. In het geval dat de betrokkenen de promesse niet kunnen voldoen, moeten z^j een rentedragende lening tegen bijna 9 tot 21 % afsluiten. Het Landelijk Overleg Grondraden (Log) heeft zich fel uitgesproken tegen deze maatregel, omdat staatssecretaris Klein beloofd heeft pas met de invordering van de promessen te beginnen, wanneer een nieuw stelsel van studiefinanciering tot stand is gekomen; bovendien vermeldt de jongste miljoenennota, dat dit stelsel pas in het studiejaar '77/'78 kan worden ingevoerd. Het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen ontkent echter, dat Klein ooit zo'n belofte heeft gedaan. Het ministerie verwijst daarbij naar een brief van 18 juni 1973, waarin Klein aan de Tweede Kamer heeft bekend gemaakt, dat alle promessen tussen september en november 1975 voldaan moeten worden. De bewindsman opperde ook de mogelijkheid, dat de promessen eventueel in een nieuw studiefinancieringssysteem kunnen worden opgenomen. Dit houdt dus in, dat het verplichte collegegeld van ƒ 500,— bij de studieschuld wordt bijgeteld en in gedeelten kan worden afbetaald, aldus het ministerie. Een feit is, dat staatssecretaris Klein in een schrijven van 5 juli aan de Colleges van Bestuur te kennen heeft gegeven, dat „de datum, waarop de promesse vervalt nader zal worden bepaald". In deze brief ging Klein verder met: „Dat tijdstip zal zodanig worden gekozen, dat het nieuwe stelsel van studie-
financiering kan zijn ingevoerd, zodat ten behoeve van alle betrokkenen, die de wens daartoe te kennen geven de promesse in dat stelsel zal kunnen worden opgenomen. Teneinde daarop niet vooruit te lopen, zal over het geleende bedrag geen rente worden berekend." Dit laatste is in duidelijke tegenspraak met de beslissing van staatssecretaris Klein om diegenen, die de promessen niet kunnen voldoen, te verzoeken een rente dragende lening af te sluiten. (R.A.)
Advertentie
[typistes i magazijnkrachten I paramedische ll<rachten uitzendbureau
Heiligeweg 22.02.41'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975
Ad Valvas | 396 Pagina's