Ad Valvas 1975-1976 - pagina 281
AD VALVAS — 19 MAART 1976
^%^\itii%
Herdenkingsprogramma
het hele jaar door
ï Plafond kapaciteit 100-jarig landbouwonderwijs bereikt
Een eeuw lang heeft men de kapaciteit in het Nederlandse landbouwonderwijs redelijk goed kunnen aanpassen aan de vraag, maar nu lykt bet plafond min of meer bereikt. De sterk toegenomen belangstelling voor het landbouwonderwös en de geringer geworden financiële mogelijkheden beginnen een sta-in-de-weg te vormen en de donkere wolk van de numerus fixus komt langzamerhand bovendreven. Studeren er by de Landbouwhogeschool in Wageningen momenteel viermaal zoveel studenten als vijftien jaar geleden, bij het hogere landbouwonderwijs heeft men driemaal zoveel leerlingen ingeschreven als toen, terwijl het middelbaar en lager landbouwonderwijs tweemaal zoveel leerlingen kent. Precies een "eeuw geleden kwam het landbouwondrewijs, en in het kielzog daarvan het onderzoek en de voorlichting, van de grond in Wageningen, dat dan ook het centrum van de herdenking is, waarvoor een het hele jaar durend programma werd opgezet. Had het Wageningse gemeentebestuur in 1873 besloten aan de plaatselijke HBS een tweejarige landbouwkursus te starten, al vrij snel na dit experiment — in 1876 — sloot de overheid daarop aan en begon het eerste rijkslandbouwonderwijs. In Wageningen, omdat men er een paar jaar ervaring had, maar bovendien door de aanwezigheid van klei-, zand- en veengronden en zijn centrale ligging in het land. Een klein begin in een tijd waarin niet minder dan ongeveer de helft van de Nederlandse beroepsbevolking in de landbouw zijn brood verdiende. Nu is dat nog slechts zeven procent. Weliswaar was in 1776 al de Maatschappij ter Bevordering van den Landbouw opgericht, maar de werkelijke ontwikkeling van het landbouwonderwijs in ons land kwam pas honderd jaar later op dreef. En daarna ging het redelijk snel. In 1917 werd het geleidelijk aan universitair geworden karakter van het Wageningse landbouwonderwijs in de wet vastgelegd. Een jaar later volgde de officiële opening van de Landbouwhogeschool door de minister van landbouw. Begonnen werd met 29 hoogleraren en 220 studenten. Vergeleken met de situatie van vandaag een heel ver,schil: het aantal professoren en Jektoren is nu ruim 100, overig wetenschappelijk personeel 500, terwijl het aantal studenten schommelt om 'de 4.000. Ook overigens heeft het landbouwonderwijs een hoge vlucht genomen. Momenteel zijn er tien hogere landbouwscholen met 3.000 leerlingen, vijftig middelbare met 8.000 leerlingen en 185 lagere agrarische scholen met 20.000 leerlingen. Verder bestaan er leerlingenstelsels, vak- en praktijkscholen, terwijl ook landbouwkursussen worden gegeven. Bij elkaar vinden ongeveer 5.000 mensen in dit onderwijs hun werk. Met de ontwikkeling van het landbouwonderwijs zijn de kosten navenant gestegen. Dit jaar zal de overheid 418 miljoen aan deze onderwijssektor spenderen.
Groei De Landbouwhogeschool in Wageningen — in het spraakgebruik „de LH" —, tegelijk wieg en bekroning van het vaderlandse landbouwonderwijs, telt binnen zgn eigen fakulteit op het ogenblik 22 studierichtingen. Vergeleken met het jaar 1942 is dat een fikse uitbreiding, want toen waren het er nog slechts vyf. Maar gezegd moet worden dat onder die 22 richtingen ongeveer de helft uit vakken bestaat die niet of nauwelqks meer het karakter van de typische landbouwwetenschappen dragen, zoals bijvoorbeeld iandschapsarchitektuur, ekonomie, levensmiddelentechnologie en agrarische sociologie van de niet-westerse gebieden. De LH is zich breder gaan oriënteren sinds de periode voor de Tweede Wereldoorlog, waarin bodem, plant en dier op de voorgrond stonden: mens en maatschappij kwamen erbij. De ontwikkeling in deze is echter nog gaande. In het onderwijs is die veralgemenisering merkbaar, maar het onderzoek is nog hoofdzakelijk van landbouwkundige aard. Het onderzoek is grotendeels onderwijs gericht. De LH kent daarnaast ook een kleine dertig onderzoeksinstituten, die organisatorisch losstaan van de LH, maar mestal wel onder het Ministerie van Landbouw en Visserij vallen. In 1876 werd het eerste ervan gesticht. De instituten verrichten over het ïa^êmeen prak-
Door Jan van der Veen tijkgericht onderzoek, dat strikt binnen de nlandbouwkundige Sektor blijft, waarmee een onderscheid met de LH zelf bestaat. Jaarlijks levert de LH nu ruim 400 ingenieurs af, waarvan ongeveer
tien procent vroeg of laat promoveert. Sinds de oprichting zijn er meer dan 4.000 studenten afgestudeerd, terwijl zo'n 600 van hen hun studie afrondden met een piomotie.
Pijlers Direkteur van het landbouwondek« wijs bij het Ministerie van Landbouw en Visserij, ir- P- ^^n der Schans, meent dat de ontwikkeling lot nu toe in wezen op drie pijlers berust: de opvoeding van de produktiviteit en de verbetering van de levensomstandigheden van de agrarische bevolking; de opneming van het landbouwonderwijs in het geheel van de onderwijsvoorzieningen en de toepassing van de landbouwwetenschappen buiten het eigenlijke
4'
De vakgroep luchtverontreiniging doet metingen in Arnhem terrein van de land- en tuinbouwproduktie. De vooi lichting op landbouwkundig gebied is van meet af aan nauw vei bonden geweest met de ontwik-
De Dreijen, de grootste concentratie van LH-gebouwen
Angola-actie
Prof. Prins op dies-rede in Wageningen:
Westerse landen profiteren van bestrijding analfabetisme Ondanks de intensieve pogingen van de Verenigde Naties om de ongeletterdheid in de wereld de kop in te drukken, neemt het analfabetisme elk jaar toe met zo'n 3 miljoen volwassenen en 5,5 miljoen kinderen. In het begin van de zeventiger jaren waren er reeds 113 miljoen kinderen, die geen school bezochten en 810 mUjoen analfabete volwassenen. Deze kritische woorden sprak prof. dr. F. W. Prins, hoogleraar in de pedagogiek en de algemene didactiek aan de Landbouwhogeschool Wageningen, tijdens zijn diesrede ter gelegenheid van de 58e verjaardag van deze hogeschool. Volgen pi of. Prins kan een vermindering van het analfabetisme pas verwezenlijkt worden, indien de bestrijding afgestemd wordt op de gehele levenssituatie van de analfabeet. Tegenwoordig is het nog zo, dat in een ontwikkelingsland gemiddeld slechts een van de drie kinderen onderwijs kan genieten. Dit uitverkoren kind komt dan in een ovei-volle klas terecht, waar een overbelaste leraar een wereldvreemde en meestal westerse taal staat te onderwijzen. De westerse onderwijsmethoden en modellen werken bijzonder selecterend onder de kinderen. De weinigen, die zich kunnen handhaven, oriënteren zich automatisch op het koloniserende land van weleer, terwijl ze steeds meer van hun eigen land vervreemden. Uiteindelijk profiteert dus het betreffende westerse land van de bestrijding van het analfabetisme. In zijn diesrede noemde prof. Prins verschillende richtlijnen om tot betere resultaten te komen. Zo pleitte hij voor onderwijs van kinderen, tussen 5 en 8 jaar, omdat deze categorie kinderen vrijwel alles nog spelenderwijs kan leren, zolang het onderwijs maar gericht blijft op hun eigen milieu en in hun eigen taal geschiedt. De financiële middelen dienen voornamelijk besteed te worden aan het opleiden van meer leerkrachten, het verkleinen van de klassen en de invoering van didactisch verantwoord onderwijs-
materiaal. Bij de bestrijding van het analfabetisme onder volwassenen moeten Zij gescheiden worden van de kinderen, omdat volwassenen een andere aanpak nodig hebben. Hierbij moet minstens, zo niet meer, aandacht besteed worden aan
volwassen vrouwen, omdat 70% van de analfabeten vrouwen zijn. Bovendien werken de meeste vrouwen op het land en de landbouw is juist een van de belangrijkste steunpilaien, waarop de opbouw van een ontwikkelingsland rust. Volgens prof. Prins is ondeiwijs in een ontwikkelingsland pas doeltreffend, indien zij de vorm heeft van een diie-jarige basisschool, waar men zich vooral concentreert op onderricht in lezen, schrijven, rekenen en specifieke bijv. agrarische bekwaamheden. Het onderwijs moet dus niet een klakkeloze nabootsing van westerse schoolmodellen zijn, aldus prof. Prins. (R.A )
Theologische hogeschool Utrecht erkend BiJ Koninklijk Besluit is de Katholieke Theologische Hogeschopl te Utrecht erkend als opleiding tot het doctoraal examen in de godgeleerdheid. Daarmee is de Katholieke Theologische Hogeschool geiyk berechtigd met alle rijksuniversiteiten in ons land. Bij Koninklijk Besluit ziJn tevens de aanstellingen bekrachtigd van alle hoogleraren en lectoren aan de Katholieke Theologische Hogeschool, ook van hen, die buiten Nederland hun doktoraal hebben behaald. Op de Hogeschool studeren momenteel 27 studenten. Er is een vorm van samenwerking met de Theologische Pakulteit van de Rijksmiiversiteit te Utrecht. De de Katiholieke Th«)logische Hogeschool is de laatste Rooms-Katho-
keling van onderwijs en onderzoek. Dit woi telde in het feit dat in de voor de landbouw kommervolle jaren rond 1880 het idee veld vi'oa dat niet alleen volgens wetenschappelijke methode moest worden geproduceerd, maar dat er tegelijkertijd voor moest worden gezorgd dat zoveel mogelijk agrariërs met die methodieken bekend raakten. Een in 1886 ingestelde staatskommissie veiwoordde dat onomwonden. Rijkslandbouwleraren trokken het land door om voorlichting aan de boeren en tuinders te geven. Veelal „snel werk" om verbetering in de produktietechnieken te bewerkstelligen. Maar het was een stapje verder. Tussen 1930 en 1940 — de smartelijke crisistijd — werd de voorlichting verzorgd door bedrijfskonsulenten, die na 1950 hulp kiegen van bedrijfseconomische onderzoekers. Centraal in de voorlichtmg staat de individuele benadering van boer en tuinder. De herdenking van honderd jaar onderwijs, onderzoek en voorlichting in de landbouw is dan nu begonnen. Korte tijd geleden vond de feestelijke openingsbijeenkomst in Wageningen plaats en tot het eind van het jaar is er vrijwel elke maand een jubileumaktiviteit op een van de drie terreinen. De meeste aktiviteiten worden in de plaats gehouden waar het allemaal begon: Wageningen.
lieke Theologische opleiding, die, sinds de oprichting in 1967, officieel is erkend. Al eerder werden de Katholieke Thealogische Hogeschool te Amsterdam, en de Katholieke Theologische opleidingen te Heerlen en TUburg door de staat erkend. Deze Theologische opleidingen werden in 1967 opgericht als een bundeling van de groot-semenaries van de RoomsKatholieke bisdommen en de Theologische opleidingen van de verschillende orden en congregaties.
De burgeroorlog in Angola is afgelopen. Na eeuwenlange onderdrukking van het koloniale Portugal en een bloedige broederoorlog is Angola eindelijk onafhankelijk geworden, maar het heeft icen grote tol moeten betalen. Honderdduizenden mensen zijn dakloos en lijden honger. Veel is er verwoest en de Angolese economie staat er beroerd voor. Angola staat nu voor de zeer moeilijke opgave met de algehele opbouw te beginnen, maar het land kan in deze situatie het zware karwei onmogelijk alleen aanpakken; Angola heeft de hulp van het buitenland hard nodig. Daarom moeten er grote hoeveelheden voedsel, landbouwzaden, gereedschappen, werktuigen en medicamenten naar Angola gestuurd worden. I n 1975 heeft het Angola-comité en de Mondlane Stichting goederen ter waarde van 1,2 miljoen gulden naar dit geteisterde land kimnen verzenden, maar dit is slechts een druppel op de gloeiende plaat; er dient veel meer te gebeuren om dit grotendeels verwoeste land met zijn doodarme bevolking er boven op te helpen. Er wordt nu een dringend beroep gedaan op de Nederlandse bevolking om Angola te stetmen. In deze maand zal in Nederland nogmaals een landelijke verzamelingsactie Geef om Angola' ondernomen worden. ledere bijdi-age is welkom. Men kan storten op giro 26655, Amsterdam, Da Costastraat 88. (R.A.)
HORTUS BOTANICUS De hortus botanicus aan de Van der Boechorststraat is vrij toegankelijk. Groepen bij voorkeur na afspraak, tel. (548) 4142. Openingstijden: maandag t/m vrijdag van 8-17 uur.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975
Ad Valvas | 396 Pagina's