Ad Valvas 1975-1976 - pagina 151
. AD VALVAS - - 21 NOVEMBER X975
- 11
Studenten in opstand tegen overbodige proef met ratten
Vivisektië-konflikt ter sprake in centraie o sKommissie
„Ha, eindelijk komt het overleg op gang", zegt de jaargroep. „Er is altijd overleg mogelijk geweest", zegt prof. A. A. Knoop van de afdeling fysiologie van de Medische Fakulteit. Dit zijn de reakties van de partijen in een konflikt rond het prakfikum fysiologie, dat 10 november j.l. in de centrale onderwijskommissie aan de orde is geweest. De onderwqskonimissie is het adviesorgaan voor de fakiilteitsraad van de Medische Fakulteit. Meestal neemt de raad de adviezen van de kommissie onverkort over. Wat is de historie achter dit konflikt? leder jaar alterneren voor het praktikum fysiologie voor tweedeen derdejaars studenten geneeskunde de vegetatieve en animale benadering. Vorig jaar was de animale benadering aan de bsurt (met dierproeven) en zijn er konflikten gerezen. Een groep van ongeveer 30 studenten had geen principiële bezwaren tegen vivisectie, maar wel tegen een overbodige pi oef die volgens hen tijdens het praktikum wtrd gedaan. Het betrof hier een proef met de ischiadicus van een rat met betrekking tot elektrische impulsen. De studenten betwijfelden 'het nut van de proef, omdat óf de voorafgaande of de daarop volgende proef van hetzelfde principe uitging, waarbij werd gewerkt met een nagebootst zenuwmodel' (uit een brief aan de centrale onderwijskommissie). Voorts had de groep bezwaren 'tegen het feit dat het hier het' gebruik van een levend proefdier betrof en tegen het grote aantal proefdieren dat werd gebruikt: één per twee studenten' (ibidem). Het leek hen zinniger, dat er in plaats van de proef met de lat een demonstratie werd gehouden over dit onderwerp, wat volgens hen heizelfde effekt zou
Geen uitreiking jaarlfjicse prijs sportgeneeskunile Er wordt nog veel te weinig onderzoek op het terrein van de sportgezondheidszorg verricht. Dat is de mening van de jury die de jaarlijkse prijs voor sportgeneeskunde uitreikt. De prijs zal dit jaar niet worden uitgereikt, omdat er geen inzending bq was die naar de mening van de jury, die onder voorzitterschap staat vaM prof. dr. P. A. Biersteker, a a n alle kriteria voldeed. Het aantal inzendingen was dit jaar zeer gering. De prijs (ƒ5000,—), in 1973 ingesteld op initiatief van de Nederlandse Bottelaai-s van Coca-Cola niet medewerking van de Nederlandse Sport Federatie, heeft tot doel h e t onderzoek op h e t gebied van de spoi-tgezondheidszorg in de ruimste zin in ons land te stimuleren. Wel is a a n twee artsen, die niet tot de inzenders behoren, een a a n moedigmgsprüs toegekend. Het zijn de jeugdarts G. Rijksen (Wezup), vanwege de praktische toepassing van methodieken bij het geneeskundig onderzoek en het 'sportadviseren' van jeugdigen, en de majoor-arts A. G. M. F . Brok, hoofd medisch centrum Inpectie Geneeskundige Dienst Koninklijke Landmacht, wegens zijn stimulerende ' e n koördinerende aktiviteiten ten behoeve van de sportgeneeskunde in h e t algemeen en de militaire gezondheidszorg in h e t bijzonder. De piTjs bedroeg ƒ 1000,—. I n 1973 werd de prijs voor sportgeneeskunde uitgereikt a a n dr. J. A. Leusink voor zijn studie 'Fit, vet. vetvrij en vi'ije vetzuren'. I n 1974 ging de prijs n a a r een onderzoeksteam van h e t Jan Swammerdam Instituut van de Universiteit van Amsterdam voor de studie 'Invloed van extra Uchamelyke oefening'. Voor de prijs voor 1976 kunnen studies, proefschriften en algemene putalikaties (tijdschriftartikelen) tot 1 september 1976 worden ingezonden. Het adres vaii h e t jiUT-sekretariaat is: postbus 350, Amstelveen.
Door Jef Quekel sorteren als wei ken met een proefdier.
Principes Eerst stapten enkele studenten afzonderlijk met hun bezwaren naar de praktikumleider, later gingen er twee namens de jaargroep. Volgens hen werden zij gekonfronteerd met een afwijzende houding en steeds kwam de redenering terug 'dat men voor zijn principes maar wat over moet hebben'. Want inmiddels had de praktikumleiding de gewetensbezwaarders uitgesloten van een ander praktikumonderdeel (de zogenaamde konijn enproef, waar de groep evenwel geen bezwaren tegen had) en van het theoretische gedeelte van het praktikum. Deze maatregelen resulteerden in een lager cijfer voor het praktikum. Het kon de studenten ongeveer anderhalf punt schelen, wat weer wat kon uitmaken bij de algemene totaalbeoordeling. (Er zijn overigens geen studenten voor het jaar gezakt door deze moeilijkheden, J. Q.). De groep studenten vond dat er sancties werden gezet op hun bezwaren en zagen hun piincipes onvoldoende gerespekleerd. Op 25 april 1975 schreven zij een brief aan de centrale onderwijskommissie, waaruit hierboven is geciteerd. Daarin stelden zij 'dat het niet terecht is dat de afdeling fysiologie hen belet aan een onderdeel van het onderwijsprogramma mee te doen. Zij worden nu op tweeërlei wijze gedupeerd: hun wordt een ge'deelte van het ondeiwijs onthouden en tevens worden zij gedupeerd bij de beoordeling van het praktikum, nu zij twee in plaats van één praktikummiddagen hebben gemist'. Zij verzochten de onderwijskommissie in deze zo spoedig mogelijk een uitspraak te doen.
Uitleg Maandag 10 november is het dan zover. De studenten hebben met de moeilijkheden niets meer te maken omdat zij over zijn gegaan naar het derde respektievelijk vierde jaar. De kwestie is in zoverre nog aktueel
Werkgroeii contourennota Ter voorbereiding van de behandeling van de contourennota door de Academische Raad heeft de dagelijkse raad een werkgroep ingesteld, waarvan de samenstelling is als volgt; Dr. A. B. Zuur, lector algemene chemie RU-Leiden; Dhr. B. van Raalte, student-adviseur college van Bestuur RU-Groningen; Prof. dr. R. Braams, hoogleraar moleculaire biofysica RU-Utrecht; Prof. dr. B. Leynse, rector magnificus EU-Rotterdam; dhr. G. Korthof, student, lid academische raad, GUAmsterdam; dhr. J. H. Raat, wetenschappelijk hoofdmedewerker VU-Amsterdam; drs. R. F. M. Peters, medewerker afd. onderwijs KU-Nijmegen; ir. C. Hordijk, wetenschappelijk medewerker, THDelft; prof. dr. G. D. Rieck, hoogleraar fysische chemie TH-Eindhoven; Mevr. ir. B. ten Zeldam-Hartelust, voorzitter hogeschoolraad LHWageningen; drs. G. A. M. van den Heuvel, lid college van bestuur KH-Tilburg; drs. J. H. M. Ham, studentendekaan TH-Twente. De commissie voorbereidend hoger onderwijs van de raad wordt gevraagd uit haar midden een lid voor deze werkgroep aan te wijzen.
dat er door de thans te nemen maatregelen volgend jaar als de animale benadering weer aan de beurt is, moeilijkheden kunnen worden voorkomen. Wat is er, gezien de twee sterk uiteenlopende reakties waarmee dit stuk opende, op de vergadering van de centrale onderwijskommissie precies gebeurd? Schrijver dezes was er voor de objektiviteit graag bij geweest maar tot een paar uur "voor de opening kon niemand vertellen of de vergadering openbaar was (dat bleek niet zo te zijn: slechts op voorafgaand verzoek kon men aanwezig te zijn). Desgevraagd deelt prof. dr. J. P. Kuiper, voorzitter van de ondei'wijskommissie, mede dat volgens de nog niet goedgekeurde notulen er een struktureel overleg op gang zal komen tussen de afdeling fysiologie en de jaargroepen. Prof. Knoop van de afdeling fysiologie houdt in zijn telefonische reaktie, die wegens drukke weikzaamheden kort moet blijven, in die zin een slag om de arm dat hij niet uitgebreid kan reageren omdat hij met zijn vakgroep nog overleg moet plegen. Dat zal volgende week gebeuren (de week van 17 november, J. Q.). Wel wil hij zeggen dat de studenten altijd welkom zijn geweest, dat er niet kan worden gediskussieerd als de studenten niet komen en dat het een heel andere zaak is een gesprek te voeren met studenten die coute que coüte polariseren ('een vakbond', zei hij ter verduidelijking). Zoals gezegd zijn de studenten blij met het behaalde resultaat, dat overigens vanuit hun optiek pas een resultaat is te noemen wanneer de notulen zijn goedgekeurd. Het wachten is nu op het overleg tussen prof. Knoop en de vakgroep.
Onbudsman voor persosieel iü Leiden De Leidse Universiteit heeft een ombudsman voor haar personeel benoemd. Hiermee heeft de universiteit voor een onderwijsprimenr gezorgd, omdat nog geen andere Nederlandse universiteit stappen in die richting heeft ondernomen. Met een personeelsbestand van 4.000 man dreigde de overzichtelijke controle en de menselijke kant verloren te gaan tussen al die formele handelingen en beslissingen. Daarom werd besloten een vertrouwensman aan te stellen. En waarom ook niet? Als studenten met problemen zitten, hoeven ze maar naar een decaan te stappen en bijna altg'd krijgen ze een (bevredigend) antwoord op hun moeilijkheden. Personeelsleden kunnen ook met iets in hun maag zitten en dan is het niet zo gemakkelijk direct een vertrouwensman te vinden. De heer L. F. Molle is de eerste universitaire ombudsman. Dit werk is hem niet vreemd, want hij heeft voor zijn benoeming aan de Leidse Universiteit veel ervaring opgedaan. Van 1966 tot 1972 was hij nl. voorzitter van de personeelsdelegatie van de universiteit, terwijl hij actief deelnam bij de democratiseringsbeweging in de jaren zestig. De heer Molle ziet het welzijn van het personeel als de kern van zijn werk. Anderen, zoals docenten, studenten en derden, kunnen ook bij hem terecht, maar in de eerste plaats komt het personeel aan bod; voorzover hun problemen betrekking hebben op zaken binnen de universiteit. Kenmerkend voor zijn functie is aan de ene kant de corrigerende taak, die hij uitoefent, bijv. groeperingen op de universiteit tot elkaar brengen; gevallen, die in de ambtelijke molen zijn blijven steken, weer op gang brengen en als praatpaal fungeren. Aan de andere kant moet hij, waar mogelijk, preventieve maatregelen treffen om erger te voorkomen. Verder heeft de heer Molle volledige bevoegdheid om elk personeelslid te ondervragen, indien dit noodzakelijk is bij het oplossen van een of ander probleem. Tot nu toe hebben 25 personeelsleden de hulp van de heer Molle ingeroepen en niet zonder resultaat. Over het geheel genomen heeft hij weinig tegenwerking ondervonden. Alleen in het begin stond de afdeling personeelszaken wat vreemd tegen zijn functie aan te kijken. Zij vroegen zich af, of hij zich niet teveel met hun zaken zou gaan bemoeien. Zij zullen echter aan de ombudsman moeten wennen, omdat hij ambtelijk veel met deze afdeling te maken krijgt.
Prof. Beker in Studium
Generale:
Namen zijn belangrijk voor Rosenstock Op 12 november j.l. werd door Prof. Dr. E. J. Beker (R.U. - Utrecht) een lezing gehouden in het kader van het studium generale 1975/1976 met als titel: „De naam en de taal bij Rosenstock-Huessy." Twee belangrflke uitspraken van Rosenstock zijn: „Zonder vrede vervalt de rede" en „de taal is een scheppende kracht voor de toekomst." Hieronder volgt een korte samenvatting van Prof. Bekers' lezing. Rosenstock leefde van 1888 (Berlijn) tot 1973 (Vermont). Hij groeide op in een joods milieu. Net voor W.O. 1 begon hij zijn loopbaan als privaatdocent in de geschiedenis van het recht aan de universiteit van Leipzig. Hij voelde zich na korte tijd gekooid aan de universiteit. Hij wilde het liefst in het maatschappelijk leven staan en zijn werk daar doen, waar hij met zoveel mogelijk sectoren van de maatschappij in aanraking kwam. In 1929 stichtte hij in Frankfurt zijn beroemde Akademie der Arbeit. Hij verenigt daar vertegenwoordigers van alle klassen en verschillende generaties om zich heen. Zijn kerngedachte — het „rechte spreken" overbiugt de kloven tussen de generaties, klassen, standen en naties — probeert hij daar te realiseren. Het rechte spreken is voor hem de gemeenschapsstichtende factor. De maatschappij is daarvan afliankelijk. Na een jaar wordt de Akademie opgeheven omdat juist de docenten hun status als mensen van de wetenschap niet menselijk kunnen doorbreken, d.w.z. niet werkelijk kunnen horen voordat zij spreken. In 1933 wordt hij met 't anti-semitlsme geconfronteerd, wijkt uit naar de V.S. en komt in Harvard terecht. In Breslau had hij voordien als hoogleraar een werkgemeenschap willen creëren die ten dienste stond van de toekomst van de vredesgemeenschap. Hij sterft in Vermont. Waarom vindt Rosenstock de namen zo belangrijk? Namen zijn
voor hen uitdrukkingen van de revolutionaire krachten, die de taal en liet rechte spreken beheersen.
Naamdrager De geschiedenis en de vrede in de wereld hangen aan namen. Rosenstock meent dat het diepste geheim van de mens pas duidelijk wordt als je ermee rekent dat de mens naamdrager is. Hij is getypeerd als aangeroepene. Ieder mens staat onder de macht van een aanroep. Vanaf het begin is de mens gesteld t.o.v. een ander die hem aanriep. Daarom moet men de mens dialogisch verstaan. Hij bestaat bij de gratie
N a 2 maanden ervaring, constateert de heer Molle een duidelijke behoefte aan een vertrouwensman. Om de drie maanden zal hij aan het universiteitsbestuur een verslag van zijn bevindingen uitbrengen, zodat het College van Bestuur dit unieke experiment op de voet kan volgen. De heer Molle is er vast »van overtuigd, dat het experimentele jaar een succes wordt, wat tot gevolg heeft, dat de functie van ombudsman een definitieve plaats op de universiteit toegewezen krijgt. (R.A.)
HB O-protest tegen bezuinigingen Volgende week donderdag 27 november gaat het Hoger Beroepsonderwijs protesteren tegen de bezuinigingsplannen van minister Van Kemenade (onderwijs en wetenschappen). Aldus een bekendmaking van het landelijke HBO-aktiekomité. Op de aktiedag s t a a n de lessen stil en wordt de tijd a a n diskussies besteed, 's Middags worden in 20 steden — met het accent op Atnsterdam — bijeenkomsten gehouden. Men vindt de regeringsplannen fnuikend voor h e t H B O : wordt op het hele onderwijs één procent bezuinigd, bij h e t HBO alleen, m e t uitzondering van de pedagogische akademies, moet de buikriem voor tien procent worden aangehaald. Volgens de berekeningen zouden 600 docenten moeten afvloeien.
van de dialoog. Dus niet: „Ik denk dus ik ben", maar: „ik antwoord, daarom ben ik." Bij naam moet men dus denken aan aanroeping, toekomst en gemeenschap, aan toekomstige gemeenschap. Mensen moeten iets meedelen om zichzelf mee te delen en om zo in de gemeenschap te leven. Monologen vernietigen die taal en gemeenschap. Dialogen mikken op de toekomst van die gemeenschap. Maar de gemeenschap komf tot stand alleen als degene die aanroept hoort, d.w.z. dat hij de tijd van de aangeroepene zijn tijd laat zijn, onder de nood van die tijd zucht, die tijd draagt en als eigen tijd behandelt en zo zijn ; d inbeschikking stelt van de p - ' - c i o c pene. Rosenstock noemt cüt ''c gelijktijdigwording". Vanuit Ixivenstaande kernbegrippen formuleeit Rosenstock scherpe kritiek op de moderne samenleving. Ter illustratie: iemand die voortdurend zijn naam herhaalde, door zijn ouders gegeven, hield het onder de kwellingen van brainwashing langer uit dan anderen. (Wie niet een naam lief heeft definieert alleen maar. Bij hem wordt de mens een zaak). Een ander voorbeeld: ieder mens komt in de wereld als een mensje dat aangeroepen dient te worden door zijn ouders of anderen. Het eerste van de opvoeding is dat een kindje eraan went dat hij/zij een naam draagt. Pas daarna kun je met begrippen bij hem aankomen. Namen gaan aan begrippen vooraf. Het begrip gelofte bij Rosenstock wordt als volgt geïnterpreteerd. Als men zegt: .,waartoe U mij oproept, daaraan hangt het leven", dan spreekt men een gelofte uit. Dan wordt de taal beheerst door de belofte van de aanroep en de gelofte van het antwoord. Men kan de aanroep van de belofte ontwijken, zich verschuilen door het alleen in het begrip te zoeken en om zo de aanroep van zich af te houden. Rosenstock vraagt zich af in hoeverre de moderne tijd weet dat de hoogste vormen van taal liggen b i de aanroep met belofte en gelofte. Namen zijn — samenvattend — verbonden met aanroep, toekomst, gemeenschap, verandering, plaatsvervanging, en gelofte. Pauline Osse
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975
Ad Valvas | 396 Pagina's