Ad Valvas 1975-1976 - pagina 329
A D V A L V A S — 7 M E I 1976
5 DISTRIKT 70: SOCIALE WETENSCHAPPEN
Kiesvereniging
Staf-VU, een progranimagebonden
fractie:
ezer weet wat er met zijn stem gebeyrt Twee jaar-geleden werd vanuit verscheidene fakult^iten de kiesvereniging STAF-VU opgericht om binnen de geleding van de wetenschappelyke staf kandidaten te stellen voor de universiteitsraad (UR) op basis van een beleidsprogramma. Destijds werden in di'ie distrikten kandidaten gesteld, die alle drie werden gekozen. Eén van hen moest om gezondheidsredenen tussentijds aftreden. Bij de komende verkiezingen zijn in meer distrikten kandidaten gesteld, zowel uit de kring van de medewerkers in tijdelijke en vaste dienst als uit die van de docenten. Zo komt ook in de kandidaatsstelling de voor de KSVU belangrijke eenheid van het wetenschappelijke korps tot uiting.
I'Sis. Wim M. van der Vooren, 33 jaar; tien jaar werkzaam op de V.U.; is th3ns^ wetenschappelijk medewet ker bij de vakgroep Handelswetenschappcn en tevens stagecoordinator aan de economische faculteit. Verder is hij lid van de Beleidsadviescommissie Audiovisuele hulprniddelen; daarvoor was hij penningmeester van de SSH en senior-vootzitter van de Uilenraad. DISTRIKT 7: SOCIALE WETENSCHAPPEN
M a r t i n Hetebrij, geboren in 1942, studeerde a a n de VU van 19601967, sociologie met als specialisatie sociale psychologie; gewerkt a a n V ü vanaf 1968-1973 bij s u b fac. SKW, d a a r n a bij subfac. PAW; heeft in beide subfaculteiten zich bez^gehouden met de methoden en technieken van sociaal onderzoek; is twee keer lid geweest van de voorlopige subfaculteitsraad SKW; heeft interesse voor wetenschapsbeleid. DISTRIKT 8: CIF E N SOCLALE G E O G R A F I E EN BIBLIOTHEEK
De invoering van de Wet Universitaire Bestuurshervorming binnen de Vrije Universiteit betekent, dat alle leden van de universitaire gemeenschap betrokken dienen te worden bij bestuur en bejeid. Bovendien staan de univei siteiten voor belangrijke beslissingen op het gebied van ondel wijs, onderzoek en personeelsbeleid. D e KSVU wil daarom op een zakelijke basis de diskussje over zich voordoende vraagstukken uitdrukkelijk stimuleren. Dit gebeurt door het instellen van werkgroepen voor de diverse beleidsgebieden, het " organiseren van studiedagen, een regelmatig kontakt met kiezers en kiesdistrikt, intern overleg en standpuntbepalingen naar buiten. De KSVU wil niet alleen bij verkiezingen een rol spelen, maar ook in ruimere zin binnen de universiteit optreden; zo wil ze ook door de besturende instanties van de universiteit erkend worden. WAAROM E E N PROGRAMMAG E B O N D E N FRAKTIE?
L. K. A. Eisenga, geboren in 1942; studeerde klinische psychologie aan de V.U. en werd in 1968 medewerker aan de afdeling Theoretische psychologie. Promoveerde in 1973 op een historisch-theoretisch onderwei p.
iili¥irSit@it-
€iiiiirwljsfilriil Het bureau Studium Generale van de Technische Hogeschool Eindhoven heeft een nieuw collegedictaat uitgegeven: 'UniversiteitOnderwijsfabriek'. Hierin staan vier voorSi'achten die in h e t voorj a a r van 1975 werden gehouden in de Studium Génerale-cyclus Universiteit-Onderwijsfabriek'. In de eerste voordi-acht bespreekt prof. dr. Ir. J . D . Janssen (hoogleraar afdelijig der Werktuigbouwkunde T. H. Eindhoven) de totstandkoming van liet nieuwe cuiTiculum in zijn afdeling. Prof. dr. C. E. Vervoert (hoogleraar faculteit der Sociale Wetenschappen Rijksuniversiteit Leiden) gaat in zijn lezing in op de ideeën en idealen die in h e t verleden richtir^ggevend waren voor de plaats van de universiteit in de samenleving. Onderwijsmodellen voor tertiair onderwijs worden besproken door dr. M. A. J. M. Matthijssen (Stichting Interuniversitair Instituut voor Sociaal-Wetenschappelijk Onderzoek te^ Amsterdam). Als vertegenwoordiger van een experimentele universiteit komt in liet dictaat ir. Uffe Saebye (Univei-siteit van Boskllde, Denemaken) a a n h e t woord. Het dictaat is verkrijgbaar door overmaking van ƒ 2,— plus ƒ 0,90 verzendkosten op giro 2315221 t.n.v. T. H. Eindhoven, onder vermelding 'dictaatnummer 9.017'. Het dictaat is voorts verkriigbaar by de T.H.-boekhandel en de dicta tencentrale.
Nieuwe Amnesty poster „De B R I E F " is de naam van de nieuwe Amnesty poster getekend door Jan Nobel uit Nijkerk, gediukt door de Utrechtse Zeefdrukker Peter Hendrikse en uitgebracht door de Werkgroep Soest en omstreken van Amnesty International. Na storting van ƒ 6,35 op postgiro 3444670 tn.v. Amnesty Soest ontvangt men de poster franco thuis veipakt in vei zendkoker.
Jan Bijlenga, 42 jaar; lid kiesvereniging Staf-V.U.; aan de bibliotheek der Vrije Universiteit verbonden als wetenschappelijk bibliotheekmedewerker voor geschiedenis, en tevens als onderbibliothecaris van de alpha-afdeling binnen de bibliotheek. Sinds 1974 lid van de Universiteitsraad. DISTRIKT 80: CIF E N SOCIALE G E O G R A F I E E N BIBLIOTHEEK
Utff
-•'r»
lÄ^fc-i' i^-'J Dr. A. O. Kouwenhoven, 45 jaar; studeerde sociale geografie aan de Univ. van Amsterdam; werkte 4 jaar als leraar VWO, kwam in 1961 bij de V.U. als wetenschappelijk bibliotheekmedewerker; van 1967-heden lid bibliotheekdirectie en plv. bibliothecaris; per 1 juni 1976 benoemd tot lector sociale geografie aan de V.U.
Begefelilliig van Sy rf naamse stiitoten De minister van onderwijs en volksontwikkeling van Suriname heeft in overleg met zijn ambt-* genoot van Nederland, een commissie benoemd om hem op korte termijn van advies te dienen int a k e begeleiding van Surinaamse studenten in Nederland. De commissie nodigt hierbij studenten en andere geïnteresseerden uit om problemen en eventuele oplossingen schriftelijk a a n h a a r voor te leggen Ook suggesties met betrekking tot de begeleiding ziJn van h a r t e welkom.
Bij een programmagebonden fraktie weet de kiezer, wat er met zijn stem' gebeurt. Verder schept de struktuur van de kiesvereniging voor de fraktie de mogelijkheid gebruik te maken van de deskundigheid van de kiezers. De gekozen kandidaten van de KSVU hebben in het programma een beleidskader waaraan ze zijn gebonden en waarop zij hun standpuntbepalingen ba' seren. Naar buiten treden ze in fraktieverband op, wat nauwe samenwerking en taakverdeling tussen de fraktielèden mogelijk maakt. Binen de U.R. streeft de KSVU naar zo breed mogelijke samenwerking. Onderling wantrouwen en automatische blokvorming vei zwakken de positie van de raad. DOELSTELLING E N POLITIEKE KEUZE D e doelstelling van de Vrije Universiteit als bijzondere universiteit heeft een oriënterende, stimulerende en kritische funktie. Waar een ieder die aan de V.U. studeert of verbonden is, vooralsnog geacht mag worden de doelstelling te respekteren, zijn stringentere eisen voor bestuur en beleid overbodig. Ze hebben bovenvdien een onnodig diskriminerend effekt. Een koppeling van doelstelling en partij-politieke keuze, hetzij positief hetzij negatief, dient te worden afgewezen. Uitspraken in deze richting zijn op een eksklusieve interpretatie van de doelstelling gebaseerd, geven blijk van een verontrustende onverdraagzaamheid die juist een bijzondere universiteit als de V.U. misstaat. Ook zijn ze in strijd met een demokratische gezindheid en zijn uit rechtspositioneel oogpunt niet onbedenkelijk. ONDERWIJS Onderwijs is een maatschappelijk belang en behoort dat te zijn. Dat geldt voor het hele ondei-wijs. Ook het universitair onderwijs moet een eigen bijdrage leveren aan de samenleving. Het gaat niet aan om tenkoste van het wetenschappelijk onderwijs andere vormen van onderwijs op een gemakkelijke manier te stimuleren. Ongefundeerde be-
De samenstelling v a n deze oommissie is als volgt: voorzitter: S. a L. Campagne, ex-dlrekteur vall het voormalig kabinet van de gevolmachtigde minister van Suriname, di's. algemene taalwetenschappen, drs. culturele antropologie. Leden: mej. Linda J . Muller, studente biologie, V.U., H. B. M. Lal]i, student sociologie V U , dr. G. Samson, wis- en natuurkunde, kernfysicus, medewerker Wilhelmina Gasthuis, drs R. L. J. M. Siheerder, en drs L. A Beeloo, medewerkers ministerie van onderws en wetenschappen. Sekretaris: A. F . Verwey, medewerker van het bureau onderwijszaken van de ambassade van Suriname, Galvanistraat 126, Den Haag.
zuinigingen op het W.O. dienen te worden afgewezen. Het onderwijs moet aan een zo groot mogelijke groep mensen zoveel mogelijk kansen op vorming en ontwikkeling bieden. Daarom zullen ook bij het W.O. toegangsbeperkende' maatiegelen met grote terughoudendheid moeten worden toegepast. Kwalitatief goed ondeiwijs voor zoveel mogelijk mensen dient uitgangspunt te zijn voor het onderwijsbeleid. De legeringsnota „Hoger onderwijs in de toekomst" dient kritisch getoetst te worden aan dit uitgangspunt. Immers, kwalitatief goed onderwijs kan alleen maar worden ontwikkeld in samenspraak met onderwijsgevenden en onderwijsvragenden en niet met behulp van een aantal centrale richtlijnen welke de inhoud van het hoger onderwijs tot in kleine details bepalen. Op basis van gelijkwaardigheid zal een programmatische en organisatorische kodrdinatie moeten worden opgebouwd van W.O. en H.B.O. welke doorstroming tussen W.O. en H.B.O. mogelijk maakt (en niet slechts van W.O. naar H.B.O., zoals de nota Hoger Onderwijs in de toekomst in feite voorsteld). In het algemeen kan onderwijsvernieuwing slechts plaats vinden, niet door centralistisch overheidsbeleid binnen het kader van een bezuiniging op het hoger onderwijs als randvoorwaarde, maar slechts op basis van inspraak van alle betrokkenen binnen een intern gedemokratiseerde onderwijsgemeenschap aan de instellingen. ONDERZOEK Goed wetenschappelijk onderzoek aan de universiteit is-noodzakelijk om verschillende redenen. In de eerste plaats vergt het wetenschappelijk karakter van de opleiding intensief kontakt met aktuele research. In de tweede plaats maakt de — nog steeds — onafhankelijke positie van de universiteit het mogelijk om slagvaardig op wetenschappelijke of maatschappelijke behoeften in te spelen. Door een optimaal gebruik van haar beleidsruimte zal de universiteit zich aan de samenleving moeten presenteren, daarmee woidt een basis gevonden voor diskussies over universitaire onderzoeksbudgetten op landelijk nivo. In brede zin wordt het onderzoek gedragen door de maatschappelijke relevantie ervan. Daarnaast zullen het belang voor het onderwijs en intern wetenschappelijke kriteria de uiteindelijke keuze van onderzoeksprojekten mede bepalen. Tussen „onderwijs"- en „onderzoeks-struktuur" zal een duidelijke relatie dienen te bestaan en een rigoreuze en definitieve scheiding tussen „onderwijsstaf" en „onderzoekstaf" dient vermeden te worden. Koördinatie van universitair en buitenuniversitair onderzoeksbeleid op landelijk nivo — met behoud van eigen zelfstandigheid — is geweest. Centrale besturing dient te worden tegengegaan. Een grotere rol van de sekties van de Akademische Raad kan een goed tegenwicht zijn tegen de neiging tot centralisatie. D E WUB E N D E INTERNE DEMOKRATISERING Met de invoering van de Wet Universitaire Bestuurhervorming (WUB) in 1970 is een eerste aanzet gegeven om de nauwe samenhang van onderwijs, onderzoek en beheer op verschillende nivo's binnen de universiteit te bewaren en de samenwerking van de geledingen te realiseren. Dit mede ten behoeve van het op een zo hoog mogelijk peil brengen van onderwijs en onderzoekt Leidende gedachten zijn hieibij ondermeer: opbouw vanaf de basis, recht tot meebeslissen van alle geledingen, eenheid van het wetenschappelijk korps en openbaarheid van bestuui. Een dooi' alle betrokken gedragen strukturele kontinuiteit van bestuur is daarmee in de plaats gekomen van een in hoofdzaak persoonsgebonden kontinuiteit. Onduidelijkheden, ambivalenties en leemtes in de huidige wet dienen
vanuit deze centrale strekking te worden verbeterd en aangevuld. Voordat het funktioneren van de WUB kan worden geëvalueerd moet zij eerst op de verschillende nivo's zijn ingevoerd. De evaluatie van de WUB binnen de universiteiten moet niet van bovenaf worden ingeperkt en bemoeilijkt door tussentijdse wetswijzigingen die de strekking van de geldende wet, zoals boven vermeld, aantasten. Het huidige wetsontwerp tot verlenging en wijziging van de WUB bevat een aantal verslechteiingen, zoals o.a. de uitbreiding van bevoegdheden van het College van Decanen zonder kontrole mogelijkheden, en het aantasten van het beslissingsrecht van de universiteitsraad over zaken betreffende het personeelsbeleid. In plaats van deze verslechteringen t.o.v. de nu geldende situatie zouden juist een aantal verbeteringen op basis van evaluatie moeten worden ingevoeld. PERSONEELSBELEID Het is belangrijk dat het personeelsbeleid regelmatig in de U.R. aan de orde komt. De KSVU hecht grote waarde aan de ontwikkeling van een goed personeelsbeleid. Ze beeft in de afgelopen periode in de U.R. een belangrijk aandeel gehad in de beleidsdiskussies over de hierop betrekking hebbende nota's. Het personeelsbeleid is niet ondergeschikt aan het beleid ten aanzien van het onderwijs en onderzoek, maar heeft een eigen zelfstandige en volwaardige funktie. Om deze reden moet met name worden gelet op de plannen met betrekking tot het gebruik van de mogelijkheid tot aanstelling in tijdelijke dienst: het zogenaamde doorstromingsbeleid en de herstrukturering van het wetenschappelijke korps. D e KSVU zal zich verzetten tegen een oneigenlijk gebruik van de aanstellingsmogelijkheden in tijdelijke dienst. Zij wil zich inzetten voor een recht op onderzoekstijd voor de gehele\ geleding van het wetenschappelijk personeel. In het aanstellings- en benoemingsbeleid aan de V.U. speelt de doelstelling een nogal eksklusieve en vaak onduidelijke rol. De KSVU streeft naar een aanstellings- en benoemingsbeleid dat doorzichtig en zonder verrassingen is. Dit geldt evenzeer voor de beoordeling. Er is een uitgewerkte beoordelingsprocedure nodig met vastomlijnde kriteria en een mogelijkheid tot beroep. D e begeleiding mag geen eufemisme zijn. De KSVU stelt zich achter het streven naar het „leegmaken" van de laagste schalen. BEGROTINGEN De inhoud van ondel wijs en onderzoeksprogramma's valt in eerste instantie onder verantwoordelijkheid van de werkeenheden. De mogelijkheden van het begrotingssysteem dienen zo ruim te zijn dat er keuzemogelijkheden openstaan voor de werkeenheden : nivellering en uniformiteit op budgettaire gronden worden afgewezen. De mogelijkheden dienen echter tevens zo beperkt te worden dat een zgn. inhoudelijke begroting niet alleen leidt tot een reële vraag, maar ook tot een reële verdeling. Uit een goede begroting moet men kunnen aflezen welke bezuinigingen onaanvaaidbaar zijn en welke wensen redelijk. INTERNATIONALE SAMENWERKING Kort geleden is een delegatie van de Vrije Universiteit in Zuid-Afrika geweest. Ze heeft daar zowel gesprekken gevoerd aan de overwegend blanke universiteit van Potchefstroom als aan de zwarte universiteit van Botswana. Dit beleid lijkt op een zigzagpolitiek die op zijn minst op gespannen voet staat met de strekking van een destijds door de U.R. genomen besluit. D e KSVU-fraktie heeft het verbreken van hef kulturele verdrag met Potchefstroom uit volle overtuiging gesteund en zich steeds verzet tegen het vooitzetten van een naar haar mening zinloze, kompromitterende en onduidelijkheid scheppende relatie. Samenwerking met ^ universiteiten die enige vorm van diktatuur of racisme verdedigen is onaanvaardbaar. In de Commissie Internationale Samenwerking (CIS) van de U R. zal de diversiteit aan opvattingen over internationale samenwerking meer dan tot dusver gebruikelijk is, tot uiting moeten komen. v I K.S.V.U.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975
Ad Valvas | 396 Pagina's