Ad Valvas 1975-1976 - pagina 145
AD VALVAS — Ä1 NOVEMBER 1975
Drs. Kapteyn (Bureau Buitenland)
S
Overlegkommissie voor KOBfN
vindt samemverking soms hobbyistisch
Ontwikkelingssamenwerking integrer in normale universitaire gebeuren „Gaande weg ben ik tot de ontdekking gekomen, dat de hele internationale samenwerking, ook voorzover die gericht is op ontwikkelingssamenwerking, veel meer geïntegreerd dient te worden in het normale fnnctioneren van de universiteit. Het ontwikkelingswerk moet niet als iets bqzonders of als een visitekaartje van de Vrije Universiteit gezien worden." Tot deze conclusie komt drs. R. C. E. Kapteyn, na 2 jaar werkzaam te zijn als hoofd van het Bureau Buitenland. Dit Bureau Buitenland onderhoudt nauwe relaties met de Stichting der Nederlandse Universiteiten en Hogescholen voor Internationale Samenwerking, beter bekend onder de Engelse naam Nuffic (Netherlands Universities Foundation for International Co-operation). De VU heeft 't Bureau Buitenland destijds eigenlijk opgericht ais een senaatsbureau om contacten met christelijke instellingen in het buitenland te leggen, maar langzamerhand heeft het bureau zijn beleid vooral bepaald tot de ontwikkelingssamenwerking met universitaire instellingen in de Deide Wereld. Binnen het Bureau Buitenland, dat op dit moment 6 medewerkers telt, kan men 3 hoofdcategorieën onderscheiden. In de eerste plaats de zorg voor buitenlandse studenten. De studentendekaan P. Ernsting zorgt voor het wel en wee van deze studenten. Ten tweede zijn er de projecten, die de VU in de ontwikkelingslanden uitvoert. De organisatorische begeleiding is in hqpden van drs. K. L. Braber. Een takengebied dat net in opkomst is en waar op dit moment hel bureau een ondersteunende functie heeft, is het bijvak ontwikkelingsproblematiek. Deze taak is van tijdelijke aard, totdat het bijvak een vaste vorm heeft gekregen. Als laatste categorie verzorgt het Bureau het secretariaat van de Commissie Internationale Samenwerking (C.I.S.) Het secretariaat ligt onder de hoede van mej. N. Meijster. De C.I.S. is een soort universiteitsraadcommissie en heeft een sterk adviserend karakter bij de goedkeuring van de Projekten. Het geheel staat onder leiding van de heer Kapteyn. Zelf zegt htj over zijn functie: „Het is moeilijk hierover iets te zeggen. In de eerste
Door Rudi Agerbeek maal één miljoen kosten voor een periode van ten hoogste 5 jaar; deze criteria zijn overigens aan veranderingen onderhevig. De betreffende hoogleraar werkt het inhoudelijke van hel pioject met of zonder vakgroep verder uit. De C.I.S. kijkt, of het project wel past binnen het beleid van de VU en brengt er adviezen over uit. Het Bureau Buitenland helpt vooral met de organisatorische vormgeving en beoordeelt op grond hiervan of hel plan goed in elkaar zit en of het inderdaad te maken heeft met ontwikkelingssamenwerking. Daarna wordt het project door de betreffende faculteit bij het CvB op tafel gelegd. Vanaf dat moment is het geen project van de hoogleraar meer, maar een project van de VU. Het CvB dient het plan bij de Nuffic in. waar het door onafhankelijke deskundigen wordt beoordeeld. Uiteindelijk stuurt de Nuffic dit project samen met andere projecten, die tijdens de jaarlijkse projectenronde door verschillende universiteiten en hogescholen aangeboden zijn, door aan minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking voor een definitieve goedkeuring. Als dat het geval is, geeft minister Pronk de totale subsidie aan de Nuffic en deze verdeelt het geld weer onder de wetenschappelijke instellingen. Het project kan dan van start gaan, terwijl het Bureau Buitenland vooral bemoeienis heeft met de organisatorische begeleiding. Er dient opgemerkt te worden, dat het hier gaat om ontwikkelingssamenwerking en niet om ontwikkelingshulp. In het laatste geval is er sprake van eenrichtingsverkeer: hef rijke land zorgt alleen voor de opbouw. In de situatie van samenwerking is er veelal een asymmetrisch model te bespeuren, waarbij de Nederlandse partner veel meer inbrengt, maar de filosofie is, dat er samengewerkt wordt en dat deze relatie toegroeit naar een evenwichtig symmetrisch model."
Frappante cijfers
A/UFF/C
5U5iO)£^
plaats ben ik ambtenaar binnen de algemene dienst, die rechtstreeks onder hel College van Bestuur valt. Daai naast ben ik secretaris van de Commissie Internationale Samenwerking. Ik heb als adviserend lid van die commissie uiteraard een andere rol dan als ambtelijke stafmedewerker voor het CvB. Beiden liggen overigens in eikaars verlengde; zo heb ik met het Bureau Puilenland de voorbereiding en de uitvoering van het intenationale beleid te doen, dus in dezelfde verhouding als het CvB ten opzichte van de Universiteitsraad."
Lange iveg . Vooidat een project ten uitvoer wordt gebracht, moet het een lange en moeilijke weg afleggen. De heer Kapteyn zegt hierover; „Men kari zeggen dat er een initiatief is van een universitaire instelling in een ontwikkelingsland, die behoefte heeft aan ondersteuning. Zo'n universiteit komt in contact met een faculteit of hoogleraar aan de VU en gezamenlijk komen zij tot een plan om een project te gaan uitvoeren. Een project kan maxi-
ervaring met diverse projecten opgedaan en de Nuffic is tot de conclusie gekomen, dat de één miljoen grens en de duur van 5 jaar niet de juiste criteria zijn voor een goed samenwerkingsbeleid. Daarom is de Nuffic van plan meer mogelijkheden te openen voor een bredere aanpak, terwijl de één miljoen giens en het 5-jaren termijn naar alle waarschijnlijkheid niet gehandhaafd zullen worden. Hierdoor kunnen langere termijn contracten tussen Nederlandse universiteiten en universiteiten in ontwikkelingslanden plaatsvinden. Kapteyn: „Wij hebben alvast, gelijklopend met de beleidsbijstelling van de Nuffic, zo'n beetje dezelfde criteria voor onze toekomstige projecten vastgesteld. In dit verband hebben we een plan in voorbereiding om een breder samenwerkingsprogramma met de University of Botswana, Lesotho and Swaziland (UBLS) op te bouwen, dal in een langere termijn-relatie moet resulteren. In dat samenwerkingsprogramma denken wij niet alleen maar aan het typische universitaire weik, dat wij te leveren hebben. Wij kunnen misschien een bijdrage leveren in de opleiding van middenkader, bijv. de opleiding van verpleegsters en leraren. De VU tracht een dergelijk programma met Indonesische universiten aan te knopen, zoals met de Gadjah Mada Universiteit in Djokjakarta, waar wü reeds enkele Projekten hebbeó lopen. Daar zijn wü nu bezig het het opzetten van een project, dat meer multidisciplinair is gericht op het terrein tussen sociale geneeskunde en niet-westerse sociologie. De heer Braber heeft o.a. over dit project overleg jtepleegd in Indonesië!"
Terugblik
Terugblikkend op 2 jaar noeste arbeid is de heer Kapteyn niet ontevreden o\'er wat het Bureau Buitenland heeft bereikt. Er moet echter nog veel werk verzet worden; dat beschouwt hij als een proces op lange termijn. Naar de onderwijskant is voor het bijvak ontwikkelingsproblematiek een belangrijke taak weggelegd. Wat de onderzoekskant betreft moet er, volgens hem, veel meer multidisciplinaire samenwerking komen tussen de faculteiten of vakgroepen. Naar de kant van het universitaire weik is het noodzakelijk, dat binnen de bibliotheek het documentatiecentrum meer aandacht krijgt. Immers, dit centrum is van belang voor het internationale samenwerkingsbeleid, de ontwikkelingsproblematiek en de toekomst van onze westerse samenleving.
In hel jaarverslag 1974 van de Nuffic is onder meer een hoofdstuk gewijd aan de verstrekte subsidies over de instellingen van weten-" schappelijk onderwijs. Daarbij valt direct op, dat de subsidie aan de VU (meer dan 3 miljoen van 1970 t/m 1974) duidelijk hoger is dan die aan de overige instellingen.
Mareel van Dam moet „mooi Zeist" bouwen
Kapteyn: „Hier zijn enkele oorzaken voor te geven. De VU werd nl. nog nooit een project geweigerd. Dit betekent, dat de VU altijd met goed voorbereide projecten kwam, die aan de doelstelling van het ontwikkelingsfonds van de Nuffic beantwoordde. Trouwens de VU heeft altijd een hard en consequent beleid gevoerd, gericht op 't belang van het betreffende ontwikkelingsland. Een 2e oorzaak is, dat de VU vrij dure projecten heeft ingediend. Ons eerste project, de stedelijke ontwikkeling en slumverbetering in Pakistan, dat overigens net is afgewerkt, heeft meer dan één miljoen gekost, omdat er veel medewerkers aan dit project deelnamen en veel ramp en het werk belemmerden." Tot nu toe zijn 7 projecten van de VU goedgekeurd. Een greep hieruit: kindergeneeskunde in Tanzania, de hydrologische en geomorfologische analyse van het Serajoedal in Indonesië; deze analyse is opgezet in samenwerking met de Gemeentelijke Universiteit Amsterdam en het Instituut voor Luchtkartering en Aardkunde te Enschede, en het districtbestuur op het platteland in Zambia. In een 5-tal jaren heeft men veel
De studentenvakbond USF in Utrecht eist van staatssecretaris Marcel van Dam (Volkshuisvesting) dat hy snel toestemming geeft voor de bouw van „mooi zeist", een wooncomplex voor totaal 2700 alleenstaande jongeren in Zeist. • De USF (utrechtse studenten faculteiten) reageert hiermee op uitlatingen, die de staatssecretaris in Utrecht zou hebben gedaan, dat hij tevreden is over de bouw van 70 kamers voor jongeren in Utrecht. De USF schat het aantal woningzoekende jongeren in Utrecht op 15.000. Volgens de studentenvakbond hebben de ministeries van onderwijs en wetenschappen en van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening de bouw van „mooi zeist", waar in eerste instantie 900 man en in een tweede fase 2700 jongeren kunnen wonen, al jaren opgehouden. De USF noemt dit onbegrijpeUjk, en dat temeer, omdat de heer Van Dam indertijd als bestuurslid van de stichting studentenhuisvesting in Utrecht de plannen heeft toegejuicht. Sinds 1972 liggen de bouwplannen bestekklaar in de la van de stichting studentenhuisvesting.
Kapteyn; „Voordat ik hier kwam, is er een heleboel gebeurd. Mijn voorganger, de heer Van Noord, heeft geweldig veel aan de opbouwfase gedaan; ik heb me vooral op de consolidatie ervan gerichl en getracht dit zoveel mogelijk beleidsmatig vast te leggen."
Negatieve tendenzen
De heer Kapteyn constateert ook negatieve tendenzen: „Ik geloof, dat hel beleid op internationale samenwerking een beetje hobbyistisch is. Er zijn een aantal hoogleraren of medewerkers in verschillende faculteiten, die het leuk vinden ontwikkelingswerk te doen. Zij hebben echter de neiging vooral aan het wetenschappelijk belang in hun eigen discipline te denken. Daarom worden ook vele projecten van andere universiteiten afgekeurd. Bovendien bestaat binnen de faculteiten een beetje de angst voor de risico's, die men met dit soort werk kan lopen. Men kiest liever de gemakkelijkste weg van: „gewoon met ons wetenschappelijk terrein bezighouden". Alleen als men met geld en personeel over de brug komt, dan willen ze wel. Ik vmd dit een van de remmingen op het werk. Ondanks de bezuinigingen op financiële en personele middelen kan men bij het leggen van prioriteiten in'zijn eigen programma nog een heleboel andere dingen doen. Ik heb 8 jaar als stafmedewerker in de sociale faculteit gezeten en zelf een Nuffic-project in Zambia gerund, zodat ik wel ongeveer weet wat de mogelijkheden zijn. Er zijn, en dit hangt samen met dat hobbyisme, slechts enkelen, die zich, hiervoor inspannen. Naar mijn mening is de ontwikkelingssamenwerking nog helemaal niet geïntegreerd in het normale universitaire werk en dat is iets waar ik voor wil knokken. Ik zie de integratie als hèt doel, dat ik in de periode, die mij resteert, wil bereiken."
Minister F. H. P. Trip (wetenschapsbeleid) heeft een commissie Ingesteld, die een rapport zal moeten uitbrengen over de wiJze waarop de in het Wetenschapsbudget 1976 door de regering geuite beleidsvoornemens met betrekking tot de Stichting Nederlands Orgaan voor de Bevordering van de Informatieverzorging (NOBIN) kunnen worden uitgevoerd, en over de voomeningen die in vei'band hiermee dienen te worden getroffen. De commissie moet uiterlijk eind december van dit Jaar advies uitbrengen over de wijze waarop de personele consequenties dienen te worden opgevangen. In het op Prinsjesdag door minister Trip aan de Kamer aangeboden Wetenschapsbudget geeft de regering te kennen, met ingang van 1 januari a.s. de subsidiering van het NOBIN door de Ministeries van Onderwijs en Wetenschappen en van Economische Zaken te beëindigen. De door de NOBIN gefinancierde en nog lopende projecten zullen vanaf genoemde datum worden voortgezet onder verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van onderwas en wetenschappen, en worden gefinancierd binnen het kader van de mogelijkheden van de begroting van het Ministerie van O. en W. De Stichting NOBIN zal in de bestaande opzet blijven voortbestaan met handhaving van haar hoofdtaken, welke gericht zijn op de bevordering van een adequate informatieverzorging In Nederland op het gebied van wetenschap en techniek en het bedrUfsleven. Echter zal worden bezien, of het onderstemiend apparaat van het NOBIN, dat in omvang zal moeten worden venninderd, bij TNO kan worden ondergebracht. Voorzitter van de door minister Trip in overeen.stemming met minister Lubbers (economische zaken) en staatssecretaris Klein (o. en w.) ingestelde commissie is drs. C. H. Stefels, secretaris ir. J. P. W. Schneider. In de commissie zijn vei'tegenwoordigd de minister voor wetenschapsbeleid, de minister van economische zaken, de staatssecretai-is van onderwijs en wetenschappen en de Centrale Organisatie TNO. Het NOBIN verkoos een waarnemerschap bij de vergaderingen van de commissie boven een lidmaatschap.
Surinaamse universiteit mogelijk te kostbaai „Het wordt een belachelijke zaak voor ons om met minder dan 400.000 mensen een volledige universiteit op te zetten. Het kost eigenlijk al te veel om drie faculteiten in leven te houden." Dit zegt de gevolmachtigd minister van Suriname in Nederland W. F. van Eer in het blad Overzicht van de stichting voor internationale samenwerkiug van Nederlandse universiteiten en hogescholen. Het noveraber-nnmmer is geheel gewyd aan bet hoger onderwijs in Suriname. De Universiteit Van Suriname, ge- kosten van de bestaande faculteiten vestigd in Paramaribo, telt 3 facul- groeien Suriname nu al boven het teiten, n). de medische, juridische hoofd. en de sociaal-economische faculteit. Het dilemma voor Suriname is volWal de juridische faculteit betreft gens Overzicht dat er in feite te is sinds januari 1975 tussen de Uni- weinig potentieel is voor een eigen versiteit van Amsterdam en Surina- universiteit, maar dal bij het ontbreme een samenwerkingsovereen- > keu ervan de studenten vluchten komst gesloten. Er wordt onder naar het buitenland, o.a. naar Nemeer voorzien in de uitwisseling derland. Nu rijst de vraag, of de van gastdocenten, het organiseren oude voorwaarden (Nederlandse navan stages voor Surinaamse docen- tionaliteit en diploma, gelijkwaardig ten in Nederland en in hel houden aan een VWO-diploma) veranderd van seminars over juridische onder- moeten worden inzake de toelating werpen in Suriname. Een soortge- van Surinaamse studenten voor een lijke overeenkomst heeft de Leidse Nederlandse studie. In ieder geval Universiteit met de medische facul- staal vast, dat Nederland jegens Suteit in Suriname gesloten. Zij is nu riname veel heeft goed te maken. o.a. verantwoordelijk voor de op- Ondanks vele eeuwen van koloniaal leiding van Surinaamse artsen. bewind zijn er tussen Nederland en Voor een goede vorm van samen- Suriname culturele en economische werking zal het ook noodzakelijk banden gegloeid. Nederland is verzijn, dat de Surinaamse universiteit plicht ook andere, meer relevante contacten zoekt met universiteiten onderwijsvoorzieningen voor Surivan het Caraïbische gebied. name toegankelijk te maken. Tevens moeten bijzondere voorzieningen Maar deze toenadering zal niet zo getroffen worden voor de opvang vlot verlopen, omdat het huidige en de begeleiding van Surinamers, Surinaamse onderwijs geheel op het terwijl een uitgebelde en eerlijke Nederlandse systeem is afgestemd. voorlichting moet komen om te Het zal trouwens een krachttoer voorkomen, dat verkeerd gemotiblijven om de 3 bovengenoemde veerde beslissingen over een toefaculteiten in stand te houden; de komstige studie genomen worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975
Ad Valvas | 396 Pagina's