Ad Valvas 1975-1976 - pagina 143
AD VALVAS — 21 NOVEMBER 1975 Preadvies
Cohen Jehoram
3
Koops nog steeds in ambtelijke
molen
Auteursrechtelijke status doctora ¥§ag Binnen de Academische Baad, en meer in het byzonder binnen de Comniihsie Algemene Vraagstukken Universitair Bibliotheekwezen (CAVUB, is de toegankelijkheidsstelling van doctoraalscripties al enige jaren omlerweip van gesprek. Al op 14 augustus 1972 zond de Acade mische Baad een brief n a a r de verschillende secties met de vraag of een regeling van de toegankeiykheidsstelliug gewenst wordt geacht. Een speciaal aspekt van deze zaak, de auteursrechtelijke status van de doctoraalscripties. Is in een preadvies behandeld door prof. mr. H. Cohen Jehoram en mr. W. B. H. Koops. Om de duidelijkheid van dit onderwerp te bevorderen zal hieronder zoveel mogelijk letterlijk de tekst van het preadvies worden gevolgd, dat overigens door de schrij vers 'notit.e' wordt genoemd. 'De auteur van een werk van let Recht tot openhaarmaken terk nde, wetenschap of kunst 'De ter inzagelegging van een heeft vermogensrechtelijke be scriptie in een bibliotheek is o n voegdheden, het uitsluitende getwijfeld een openbaarmaking, recht tot openbaar maken en ver waarvoor de student zijn toestem veelvoudigen en zogenaamde per ming zal hebben te geven. Voor soonlijkheidsi'echten, waaronder een weigering kan hij alle denk h e t recht op naamsvermelding. bare redenen hebben. Hij wenst Al deze aspecten van het auteurs bijvoorbeeld de scriptie nog uit te recht spelen een rol bU het ter werken tot een artikel of een inzage leggen van scripties.' proefschrift, misschien ook wil hij Wie is de auteur van een scriptie liever niet zijn n a a m verbonden en daarmee auteursrechthebben zien a a n een kwalitatief niet zeer de? hoogstaand obligaat werkstukje. 'Verscheidene secties van de Aca Met al deze beweegredenen houdt demische Raad hebben als h u n het auteursrecht zich uiteraard mening te kennen gegeven, d a t niet op. De a teur hesftr het sou hier niet alleen gedacht moet vereine verbodsrecht ten aanzien worden a a n de student die de van openbaarmaking.' scriptie heeft gesclireven, m a a r ook a a n de docent onder wiens verantwoordelijkheid de sci'iptie Veelvoudigen tot stand is gekomen. Hier moe ten wij ons echter rekenschap ge 'Hoewel de ter inzagelegging zelf ven van het object van auteurs nog geen verveelvoudiging is, im recht. pliceert hü wel de mogelijkheid W a t namehik Is beschermd? Niet van een zekere verveelvoudiging. de wetenschappelijke of andere Wanneer een bibliotheekgebr iker ideeën, die in de scriptie zijn ver de scriptie wil copiéren in een of werkt en die misschien in bepaal enkele exemplaren, voor eigen de gevallen zijn terug te voeren oefenstudie of gebruik, d a n is dit eerder tot de begeleidende en i n volgens de auteurswet — met i n spirerende docent d a n de sclirij • achtneming v a n de t h a n s gelden vende student, m a a r alleen de de richtlijnen met betrekking tot 'literaire' vorm van de scriptie. vergoedingen — geoorloofd. Het Wanneer dus het 'schrijfwerk' van lijkt ons niet meer d a n correct de de scriptie door de student is ver student, die zyn toestemming tot richt, en wij nemen s a n d a t dat ter inzagelegging moet geven, ook toch in de regel het geval is, dan op deze consequentie te wijzen.' kan alleen de st dent als auteur gelden in de zin van de auteurs wet en komen alleen hem alle ge Citeren noemde bevoegdheden toe. Mocht 'Volgens de auteur.swet is citeren het zich in sommige faculteiten toegestaan "binnen de grenzen toch voordoen, dat de docent ook van hetgeen n a a r de regels van bij het directe schrijven is betrok hot maatschappelijk verkeer r e ken, dan 70U er snrake kunnen delijkerwijs geoorloofd is". Zo al 7\]n van een coauteursschan van ergens deze grenzen onzeker zijn, docent en student, hetgeen bete dan uiteraard op dit nieuwe ge kent riat de auteursrechtelijke be bied van citeren uit een zo be voegdheden a a n hen beiden toe perkt openbare om niet te zeggen komen.' obscure, bron als een scriptie verzameling in een universiteits bibliotheek. Volgens de wet dient bij citeren de vindplaats vermeld te worden. Het valt alleen m a a r te hopen, d a t m e n zich hieraan houdt en dat dit niet een aanleiding wordt tot veelv'ldig plagiaat. Hierbij valt nog op te merken dat "het wettelijk plagiaat" slechts een de auteurswet niet aangepakt worden. De 'onderwijsinspectie /al vooral de Erger nog is, d a t dit soort dief discussie in de scholen over de stal ook niet zichzelf bestraft in contourennota (nota over nieuw die zin, d a t hd als zodanig wordt onderwijsstelsel) moeten stimuleren. opgemerkt. De vakgenoten k u n Ze moet waar nodig voorlichting en nen niet zelf constateren dat de toelichting geven. Minister Van Ke man zijn ideeën van elders heeft. raenadc van onderwijs en weten schappen heeft dit gezegd op een bijeenkomst van het rijksschooltoe zicht in Breda.
op seholen ^ediseisss'ëren
Van de inspecteurs wordt niet ge vraagd de nota te verdedigen of aan te vallen. Wel zullen ze moeten uiteenzetten waarom bepaalde keu zen zijn gemaakt en wat de voor en nadelen zijn van alternatieven. De inspecteurs moeten vermijden zich uit te spreken voor of tegen bepaalde politieke uitgangspunten. Hij wees de inspecteurs op het in gewikkelde van een discussie over de contourennota, omdat alles met alles blijkt samen te hangen. De minister stelde nog eens, dat hij en zijn collegabewindslieden de komende jaren voor enorme taken staan: talrijke onderwijsontwikke lingen en vernieuwingen moeten tot stand komen. Dat kan alleen als de inzet van velen, binnen en bui ten het onderwijs is verzekerd, meende hij, en als het onderwijs beleid werkt volgens duidelijke en voor een grote meerderheid aan vaardbare normen. In het proces van bewustwording van deze vraag stukken kan en moet de inspectie een belangrijke rol vervullen, aldus minister Van Kemenade.
Ohrlstelijk beroeps onderwijs in Zwolle uitgebreid
Met ingang van de cursus 1976/ 1977 zal in Zwolle een school voor middelbare en hogere beroepsop leiding van de verenigin van chris telijk nijverheidsonderwijs voor Zwolle en omstreken starten. Deze opleidingen worden ondergebracht in een zelfstandig gebouw naast de christelijke huishoudschool die een belangrijke streekfunctie heeft. De middelbare school krijgt een oplei ding voor M H N O (middelbaar huishoud en nijverheidsonderwijs), voor inas en voor kvjv (kinderver zorgingjeugdverzorging). Daar naast komt er een vierjarige hogere beroepsopleiding keno (kinderver zorging en opvoeding). In 1976 zul len er in ons land drie protestants christelijke kenoopleidingen zijn.
./
De bron van deze ideeën is n a melijk volledig begraven in zo'n scriptie verzameling.'
ISaamsvermelding anonim iteit
en
'Uiteraard moet de n a a m van de auteur vermeld worden, dat wil zeggen de student. Moet tevens de n a a m vermeld worden van de docent? Eén sectie van de Acade mische R a a d meent, d a t de t e naamstelling gezamenlijk overwo gen moet worden. Dit lijkt ons, heel beperkt begrip is. D a t h a n g t samen m e t h e t reeds beschreven beperkte object van het auteurs recht. Alleen de vorm van het geschre vene is beschermd, niet de i n houd. Iemand die dus in een we tenschappeiyke verhandeling de ideeën brengt, zonder bronver melding, die hij in een ter inzage gelegde scriptie heeft gevonden, kan, als hij er m a a r voor heeft gezorgd niet de letterlijke tekst van de scriptie te citeren, ook met althans op auteursrechtelijke gronden niet juist, behalve in h e t uitzonderlijke geval van co auteursschap, zie hierboven. Het is een heel andere kwestie, of de n a a m van de docent ge
**'
Prof. mr. H. Cohen
'
Jehoram
>
Mw^m^j
noemd moet worden niet als a u te r, m a a r als begeleider van de scriptie. Het is goed denkbaar d a t de docent e r geen bezwaar tegen zou hebben, dat een scriptie i n tern als proeve wordt aanvaard, m a a r wel dat n a a r buiten de i n druk k a n ontstaan, d a t zijn n a a m of die van zijn instituut, laborato rium of kliniek daarmee verbon den is. Overigens zou dit bevor derend k u n n e n werken voor een goed peil van de scripties.'
Tot zover de tekst van de opstel' Iers, die voor zover bekend nog steeds een wat genoenid k a n wor den ambtelijk leven leidt. H e t is niet bekend wat de wezenlijke plannen op dit gebied zijn. Of het ooit tot een landelijke rege ling zal komen is nog niet te zeg gen. Voor sommige secties uit de Academische Raad bleek zo'n soort regeling al te bestaan. Ande re secties verklaarden er geen be hoefte a a n te hebben. (P.E.)
Universiteitsraad tvas er lang mee bezig
Richtlijnen herprogrammering iggen zwaar op de maag Er is op de 83e vergadering van de Universiteitsraad lang en over tuigend gesproken over het con ceptministeriële beschikking richtlijnen herprogrammering de conceptuitspraak van het College van Bestuur n a a r aanleiding hiervan en een voorstel van de PKVfraktie, dat er in grote lij nen op neer kwam, dat de richt lijnen v a n de minister o n a a n vaardbaar zijn. Na een langdurig debat werd het PKVvoorstel verworpen met 23 stemmen tegen, 10 voor en 2 ont houdingen. De conceptuitspraak van het College van Bestuur werd aangenomen met 19 stemmen voor, g tegen en 8 onthoudingen.
is aangenomen en dat we er met z'n allen h e t beste van moeten zien te maken. Hij is van mening, dat het belangryk is dat de uni versiteiten en andere instellingen van hoger onderwas in de Acade mische Baad h u n goede wil t o nen. Veel belang hecht hij a a n de eenheid binnen de Academische Raad. Toch was ook hij niet zonder kri tiek. 'De minister en zijn advi seurs realiseren zich waarschijn lijk niet wat die marginale toet sing betekent. Maar als we bij de
Genotm iddelen Tijdens de rondvraag merk te de heer K. Smit (PKV) op dat hij wat minder sigaret ten op tafel vond dan te doen gebruikelijk is. Hij h a d daar op zich zelf geen enkel bezwaar tegen, m a a r vroeg zich wel af of de ruimte op gevuld zou k u n n e n worden met wat hij noemde minder schadelijke genotmiddelen. Voorzitter P. Kuiper a n t woordde, dat ook hii geen bezwaar h a d als minder schadelijke genotmiddelen zouden worden meegenomen, mits men m a a r binnen het r a a m v a n de wet zou blyven. Uit een interr ptie bleek d a t het hier niet om pepermunt jes ging. ^
I n het algemeen werd de concept uitspi'aak van h e t College van Bestuur — de richtlijnen zijn te gedetailleerd — niet slecht o n t vangen in de Universiteitsraad. Al kwam de PKV met een geheel a n d e r voorstel en besloot de T A S fraktie bij monde van de heer R. Kapteyn om zich van stemming te onthouden. Unaniem was de r a a d van m e ning, d a t er vooral moeilijkheden te verwachten konden zijn in de tijd die m e n heeft om de pro gramma's voor te bereiden. Alge meen werd d a n ook gepleit voor een soepeler tijdschema. Ook wa ren er nogal wat vragen over wat de minister precies bedoelt m e t marginale toetsing. Bedoeld wordt de zinsnede in de riclitlijnen, waarin wordt gesteld d a t de m i nister gerechtigd is inlichtingen te vi'agen over de voorgestelde programma's, teneinde te voor komen d a t de marginale toetsing oppervlakkig geschiedt. Ook was er nogal wat bezwaar tegen wat wordt genoemd de i n ternationale vergelijking. I n h e t concept van het College van B e stuur staat, dat zoiets wellicht de krachten v a n de afzonderlijke fa culteiten te boven gaat.
minister met betrekking tot de marginale toetsing nog iets wil len bereiken d a n zullen we ops aaneen moeten sluiten.' I n de tweede ronde van de be handeling besteedde iedereen veel a a n d a c h t a a n de termijn, waar binnen de herprogrammering moet worden gerealiseerd. Na een kort debat besloot m e n die termijnbehandeling over te la t e n a a n de klankbord kommissie.
Eenheid
Algemene
Namens het kollege zei prof. I. A. Diepenhorst, dat m e n er van moet uitgaan d a t de wet n u eenmaal
I n een brief van de heer P . L a n ser namens de PKVfraktie is ge steld, dat in de beide redevoerin
beschouwingen
gen die op 1 september werden gehouden, een groot a a n t a l zaken zijn 'behandeld' welke het afge lopen j a a r in onze universiteit a a n de orde zijn geweest en/of het komend j a a r ter sprake zul len komen. De PKV is in h a a r brief van m e ning dat hoewel de redevoeringen in de Universiteitsraad worden gehouden, de standpunten in de R a a d worden genegeerd. I n het schriftelijk antwoord van het Kollege v a n Bestuur wordt gesteld, d a t in februari 1974 een rapport is uitgebracht over de viering van de academische plech tigheden. D a t rapport is door de Universiteitsraad, het College van Decanen en het College van B e stuur aanvaard. H e t kollege zag dan ook geen reden om op de ge troffen regelüig terug te komen. De heer G. van Roon (k.v. Staf VU) vond dit antwoord niet zo bevredigend en opperde of h e t niet mogelijk zou zijn om a a n het begin van het zittingsjaar een soort algemene beschouwmgen te houden. Deze algemene beschou wingen zouden k u n n e n reageren op de redevoeringen van het Col lege van Bestuur. Namens het kollege stelde de heer H. J. Brink man, dat hij niet veel heil zag in algemene beschouwingen die geen konkreet onderwerp zouden be vatten. Hij verklaarde weinig houvast te hebben a a n dat soort zaken. Na een kort debat, waaruit bleek dat er meer medestanders voor de algemene beschouwingen in enige vorm te vinden waren, besloot de r a a d de zaak in h e t voorjaar o p nieuw ter diskussie te stellen.
Rapport
introduktie
Namens de kommissie Introduktie eerstejaars 1975 is verzocht h e t eindverslag van de kommissie v a n de agenda af te voeren. Als reden werd opgegeven, dat men zelf met het eindverslag niet zo gelukkig was. Onder andere door tijdge brek en ziekte was ér niet uit gekomen wat m e n zou willen. Verzocht werd om w a t meer tijd zodat er een beter en eensluiden der eindrapport op tafel zou k u n nen komen. Aan dat verzoek is voldaan. (PE.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975
Ad Valvas | 396 Pagina's