Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1975-1976 - pagina 125

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1975-1976 - pagina 125

10 minuten leestijd

AD VALVAR—J NOVEMBER 1975

NUFFIC: promotor van wereldwijde universitaire samenwerl(ing

V zult het woord NUFFIC tevergeefs ia Uw Engelse woordenboek op­ zoeken: het vormt d^ initialen van de ,^Netherlands Universities Foun­ dation for International Co­operation". De Engelse naam voor een Ne­ derlandse stichting heeft men gekozen hg de oprichting in 1952 om zich gemakkelijker in het buitenland te kunnen presenteren. En misschien is de NUFFIC daar wel bekender dan Nederland zelf: vele buitenlanders wisten de weg naar het paleis Noordeinde in Den Haag, waar tot 1948 Koningin Wilhelmina vertoefde, te vinden — hetzij om zich te laten registreren als deelnemer aan een van de cursussen voor inter­ nationaal onderwijs, hetzQ om advies in te winnen over de waarde van hun diploma's in Nederland, hetzy voor het volgen van een talencursus of het deelnemen aan een van de andere activiteiten. De NUFFIC is voortgekomen nit het bewustzgn dat ook de Neder­ landse universitaire wereld zich in­ spanningen moest getroosten om by te dragen tot de ontwikkeling van de landen in de Derde Wereld. Daarby vond men bundeling van de gemeenschappelijke activiteiten der instellingen in één organis­atie geboden. De NUFFIC heeft gedurende een aantal jaren betrekkelijk eenzaam deze gemeenschappeiijke opdracht uitgevoerd. Daarbij was aanvanke­

van de Nationale commissie voor­ licliting en bewustwording ontwik­ kelingssamenwerking (NCO) bij zijn afscheid als directeur van het IMWOO gezegd: „De NUFFIC kan een belangrijke rol spelen bij de to­ tale coördinatie van onderzoek dat verricht wordt ten behoeve van de Derde Wereld. Daarin kan ze zo­ wel de rol vervullen van een ge­ weten als van wegwijzer". Daartoe heeft dé NUFFIC onder meer de organisatie op zich geno­ men van de conferentie over „We­

ring van de internationale cursus Europese Integratie te Amsterdam en een M.Sc­cursus „Bodem en Wa­ ter" te Wageningen, hebben geen direct verband met een universiteit of hogeschool. De relaties met de universiteiten en hogescholen lopen doorgaans via een voor elk instituut ingestelde raad van beheer of be­ stuur, waarin de desbetreffende uni­ versiteit en hogeschool en de part­ ner (veelal de NUFFIC) paritair zijn vertegenwoordigd. Om de mo­ gelijkheden voor een nauwere sa­ menwerking met de universiteiten en hogescholen te onderzoeken is onlangs door de NUFFIC een werkgroep ingesteld die zich met de concrete mogelijkheden voor uit­ bouw en verdieping gaat bezighou­ den. Aan de door de 13 instituten geor­ ganiseerde (60) cursussen nemen per jaar ongeveer 1400 afgestudeer­ den deel, die minstens drie jaar praktijkervaring hebben. Ongeveer 80 % van hen zijn uit ontwikke­ lingslanden afkomstig. De cursussen zijn betrekkelijk kort van duur (doorgaans een jaar) en richten zich hoofdzakelijk op men­ sen die meer gespecialiseerd willen worden voor hun huidige betrek­ king in eigen land, waardoor het in andere Westeuropese landen wijd veispreide probleem van de „brain diain" kan worden vei meden. Er wordt naar gestreefd, de pro­ gramma's zoveel tnogelijk aan te passen aan de behoeften van ont­ wikkelingslanden. Hiertoe is het

' TA' ':

Wat is 'ontwikkelingsrelevant'

noodzakelijk dat docenten praktijk­ ervaring opdoen of hebben verwor­ ven in die gebieden. De meeste in­ stituten heM)en stafleden in dienst die over een dergelijke ervaring be­ schikken. De deelnemers worden, door een jaar samenzijn met colle­ ga's uit een grote verscheidenheid van landen, in de gelegenheid ge­ steld, hun professionele en culture­ le horizon te verbreden. De cursussen worden voor eea be­ langrijk deel gefinancierd door do minister voor Ontwikkelingssamen­ werking, die voor 1975 ook onge­ veer 1100 beurzen heeft beschik­ baar gesteld.

Follow­up De laatste jaren zijn op initiatief van de NUFFIC in tal van landen en speciaal in de Aziatische regio zgn. „alumni associations" opge­ richt. Deze verenigingen, waarvan oud­cursisten deel uitmaken, heb­ ben o.a. tot taak het geven van voorlichting over de desbetreffende cursus in Nederland aan landgeno­ ten die in ons land gaan studeren, het bekendheid geven aan interna­ tionale opleidingsmogelijkheden in Nederland en het introduceren van

%.

Konferentie 'W nschap en techniek voor ontwikkelingslanden'

*f

lijk de belangrijkste taak het geven van onderwijs aan buitenlander». Maar gaandeweg werd het duidelijk dat binnen de Nederlandse unlver­ sheiten de noodzaak van internatio­ nale samenwerking verder door­ drong en daarmee de wenselijkheid van een centrale die de activiteiten op dit gebied binnen elk van de universiteiten ter hand kon nemen. Met de bureaus­buitenland van de Vrije Universiteit van Amsterdam, de Katholieke Universiteit van Nij­ megen en de Landbouwhogeschool van Wageningen voorop hebben al­ lengs alle Nederlandse universitei­ ten een dergelijk bureau opgezet. Tegelijkertijd werd binnen de uni­ versiteiten de belangstelling voor ontwikkelingsvraagstukken ook ver­ groot door de leergangen ontwikke­ lingsproblematiek, die de NUFFIC sinds 1962 jaarlijks in een aantal universiteiten heeft georganiseerd en die nu door deze instellingen zelf worden verzorgd. Een belangrijke stoot tot grotere bewustwording binnen de Neder­ landse universiteiten van hun ver­ antwoording tegenover de buiten­ wereld en met name tegenover de Derde Wereld is gegeven door de conferentie die de NUFFIC met en* in de Universiteit van Utrecht in 1967 heeft georganiseerd ter uitwer­ king van de taken op dit gebied. Deze heeft er mede toe geleid dat de NUFFIC in 1969 coördinatie toevertrouwd kreeg van het pro­ gramma voor universitaire projec­ ten van ontwikkelingssamenwerking (PUO) die tussen universiteiten uit ontwikkelingslanden en Nederland­ se instellingen van w.o. worden op­, gezet. Over de rol van de NUFFIC heeft prof. dr. E. W. Hommes, voorzitter

De

NUFFIC­bibliomeek

tenschap en techniek voor ontwik­ kelingslanden" (zie elders op deze pagina). Toen na de tweede wereldoorlog duizenden studenten uit ontwikke­ lingslanden gingen studeien in Europa en Noord­Amerika, ging deze stroom grotendeels ons land voorbij. Dat was om twee redenen begrijpelijk: in de eerste plaats de taalbarrière en vervolgens de lange studieduur in vergelijking met het Angelsaksische systeem dat in de voormalige Britse koloniën was in­ geburgerd. Er was echter in ons land een grote bereidheid, speciaal onder de 5000 uit het voormalige Nederlands­Indié teruggekeerde academici, om de opgedane tropi­ sche ervaring dienstbaar te maken aan de ontwikkelingslanden. In 1950 nam prof. Schermerhorn het initiatief tot oprichting van het In­ ternationale Training Centrum voor Luchtkaartering (ITC). Een jaar la­ ter volgde het Internationaal Agra­ risch Centrum te Wageningen. In 1952 richtten de gezamenlijke universiteiten en hogescholen de Stichting der Nederlandse Universi­ teiten en Hogescholen voor Inter­ nationale Samenwerking (NUFFIC) op, die op haar beurt het Institute of Social Studies (ISS) in het leven riep. Thans zijn er 13 instituten voor in­ ternationaal onderwijs werkzaam met als „big four" het Internatio­ nale Instituut voor Luchtkaartering, het Internationaal Agrarisch Cen­ trum, de Internationale cursussen te Delft en het Instituut voor Sociale Studiën. De meeste instituten, met uitzonde­

In hoeverre komt het weten­ schappelijk onderzoek in het .ka­ der van de Nederlandse ontwik­ kelingssamenwerking met de lan­ den van de Derde Wereld die lan­ den echt ten goede? Wat is nn precies 'ontwikkeUngsrelevant' ond^Toek? Hiervoor wordt van 15 tot en met 17 december nage­ dacht en gesproken op een door de Stlchtinir der Nederlandse Universiteiten en Hogescholen voor Internationale Samenwer­ king (NXJFFIC) in Leiden geor­ ganiseerde konferentie. De zin van de konferentie Is in wezen op dchzelf al gegeven, maar wordt nog vergroot door de toegenomen begrotingsbedragen voor ontwikkelingshulp, die In 1974 ƒ1430 miljoen en In 1975 ƒ 1855 mUjoen beliepen, en volgens de regeringsplannen tot 1978 1,25% van het bruto nationaal Produkt zullen gaan uitmaken, wat ongeveer zal neerkomen op ƒ3,5 mUjard. De konferentie, waarvan het thema luidt 'Wetenschap en techniek voor ontwikkelingslanden', wordt gezien als een vervolg op de NUPPIC-konferentie van 1967 in Utrecht. Daarop kwam men tot de konldusie dat de universiteiten en hogescholen een eigen taak ten opzichte van de Derde Wereld hebben. De konferentie van 1967 leverde een impuls op voor het programma voor universitaire Projekten van ontwikkehngssamenwerldng (PUO) en de oprichting van de bureaus buitenland aan de w.o.-insteUingen. Tijdens de komende konferentie draait het erom die eigen taak inhoud te geven. Ter voorbereiding van de konferentie heeft de NUFFIC aan alle Nederlandse universiteiten en hogescholen gevraagd een delgatie van 15 man samen te stellen. Ter konkretisering van het kon-

Nederlandse deskundigen. Daar­ naast verzorgen vele „alumni asso­ ciations" lezingen, filmvoorstellin­ gen en tentoonstellingen over alge­ mene Nederlandse onderwerpen.

Nieutve

onttvikkelingen

Een interdepartementale commissie, waarin de ministers voor Ontwikke­ lingssamenwerking, Onderwas en Wetenschappen en Landbouw ver­ tegenwoordigd zijn, heeft onlangs een nota gepubliceerd waarin een aantal wyzigingen ten aanzien van het internationale onderwijs wor­ den aangekondigd. Een belangrijke wijziging betreft de zg. projecttiena­ dering. De kenmerken hiervan zijn: heldere formulering van de doe­ stellingen, een duidelgke relatie tus­ sen doel en middelen, het bereiken vau het gestelde doel via beurzen, deskundigen, materialen, literatuur en onderzoek en voorts een evalua­

Vervolg op pagina 10

onderzoek

it.

­ . . V .f

De voorgevel van paleis Noord' einde, uiaarachter de NUFFIC i3 gehuisvest.

ferentlethema heeft men getracht tot een afbakening te komen van vier hoofdthema's en elf subthema's, die aanleiding zouden moeten zijn tot een Interdisciplinaire disktissle erover tödens de konferentie. Deze zijn: a. de rurale ontwikkeling en Informal urban sector', waar onder vallen voeding en gezondheidszorg, onderwijs, organisatie en participatie, werlügelegenheld; b. aangepaste produktaevormen en techni^en, waar onder vallen landbouw, settlement3pa.tronen, energie, gezondheidstechnlelc, aangepaste technieken voor platteland en stedelijke centra; e. internationale samenhangen, waar onder vallen marges van self-reliance, schaarste; en d. organisatorische en materiele voorwaarden voor onderzoeksbij stand, waarbij het gaat om de volgende vragen: welke organisatorische en materiële voor-

Leestafel In verband met de NUPFICkonferentie in december is op de VU een leestafel ingericht op 6 B-06, waarop literatuur volgens de konferentielijst ter inzage ligt,, terwijl ook materiaal uit de futm'ologische en milieu-koUektle van de VU en knipsels van de docmnentatleafdeling sociale wetenschappen aanwezig zijn. Openingsuren: 10-16 uur. De leestafel werd op verzoek van het bureau buitenland van de VU georganiseerd door de heer W. A. de Smit, hoofd docimientatie-afdelüig soc. wetenschappen «1 wetensclu^pelljk assistent voor de fcoUektles futurologle en milieuvraagstukken, Ev. inlichtingen z^n te verkrijgen onder telefoormr. 548431B of 548 4689.

waarden ztjn zowel In de ontwikkelingsland als In Nederland nodig, opdat door de Nederlandse instellingen in een ontwikkelingsland op vruchtbare wljze een bydrage geleverd kan worden ajui ontwikkellngsrelevant onderzoek? en welke mechanismen zijn nodig om de relatie bestuiu-ders-onderzoekers (veldkwekers) te stroomlijnen?

Fysicawinkel TH Eindhoven Aan de afdeling der technische natuurkunde van de XH Eindhoven zal een fysicawinkel worden gevestigd. Dit service-instituut is bestemd voor belangengroeperingen die niet terecht kunnen bü de al bestaande onderzoekinstellingen. De winkel richt zich op onder meer actiegroepen op het gebied van verkeersveiligheid, milieu en energie. Het, idee van de fysicawinkel Is uitgewerkt door enkele studenten. De raad van de afdeling der technische natuurkunde is thans met het plan accoord gegaan. Vanaf januari 1976 zullen studenten stage kunnen lopen bij de fysicawinkel die echter deze week al operationeel geworden is. Het idee van de wetenschapswinkel leeft volgens de TH al ette-

lijke Jaren in de tmiversitalre wereld. Bekend zijn de wetswinkels, daarnaast is er In Utrecht een chemiewinkel en kent de afdeling bouwkunde aan de TH Eindhoven het bouwkundig adviesbureau voor buurtbewoners, een 'winkel' voor problemen op bouwkimdig gebied. Op het gebied van de natuurkunde bestond zo'n 'winkel' echter nog niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975

Ad Valvas | 396 Pagina's

Ad Valvas 1975-1976 - pagina 125

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975

Ad Valvas | 396 Pagina's