Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1975-1976 - pagina 95

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1975-1976 - pagina 95

10 minuten leestijd

AD YALVÄS — U OKTOBER 191S

Advieskommissie werkt aan hedrijfsgedemokratiseerd systeem

Personeelsbeoordeling zaak van onder en boven „]k heb niet het idee dat de zaak van de personeelsbeoordeling zo verschrikkelijk leeft aan de universiteit. Het zou best kunnen zgn dat het personeel het beoordelingssysteem met een flink stuk wantrouwen zal ontvangen. Voor velen is zoiets een bedreiging. Maar mensT'ijn is beoordelen. Altijd worden er vergelijkingen en waarderingen gegeven. De taal is vol van gezegden die dat duidelijk maken. Wat wij nu doen in de Adviescommissie Personeelsbegeleiding is in wezen niets anders dan s>stematiseren, toespitsen en formaliseren van wat je in de dageiykse praktijk altijd al deed. De dingen worden er duidelijker door. Je wordt je beter bewust van je eigen kwaliteiten, van je gebreken ook. Dat is het hele eiereten. Het is niet iets nieuws, dat 'erby' komt."

Prof. Sanders (vrz): 'Huidige praktijk mist objektiviteif Dat zegt prof. dr. C. Sanders, voorzitter van de A C P . D e kommissie zal naar verwachting omstreeks kerstmis dit jaar een (derde) diskussienota met konkrete aanbevelingen voor de personeelsbeoordeling aan het college van bestuur uitbrengen. Zij doet dit echter in samenspraak met de zogenaamde klankbordgroep, samengesteld uit ongeveer dertig leden van het technisch en administratief, alsmede het wetenschappelijk personeel, die een zo goed mogelijke representatie van de VU-medewerkers vormen. D e groep bestaat voor de helft uit tasseis en voor de helft uit wp-ers.

keken naar wat men bij de andere

w.o.-lnstellingen doet en deed men aan literatütironderzoek. Vanuit de basis En zo kwam het diskussieproces op gang tussen de daartoe in het leven geroepen ACP en de klankbordgroep. Algemeen uitgangspunt werd het streven naar een evenwichtige aandacht voor en belangenbehaitiging van werkers en werkgemeenschap, van het individu en de kollektiviteit. Uitdrukkelijk werd vastgesteld dat de adviezen vanuit de basis in de resultaten zouden moeten worden verwerkt. Verschillende groepen in de univeisiteit zoudendaaitoe woiden geraadpleegd, zoals o.m. de (sub)fakulteitsbestuien, bibliotheekdiiektie etc. Tenslotte zal binnen niet al te lange tijd de universiteitsraad zich over het defini-' tieve voorstel uitspieken. ,,Momenteel is er nog geen basisDoor Jan van der

Prof. dr. C.

Sanders

Het meedenken door de klankbordgroep t e k e n t de a a n p a k v a n h e t al sinds 1973 durende onderzoek. De werkgemeenschap van de VU moet zelf mede vorm geven aan een beoordelingssysteem, zodat het een — tot op zekere hoogte — eigen (gemaakt) stuk werk is als het eenmaal afgerond gaat funktioneren. Geen voor de werknemers wezensvreemd systeem, uitsluitend ontwikkeld in en geïntroduceerd vanuit een centraal punt in de organisatie, zoals in het bedrijfsleven voorkomt. Dat mag het niet zijn, konkludeerde de hoofdafdeling personeelszaken medio 1973 na een pril bezoek aan de managementontwikkelingsafdelingen van AKZO, Hoogovens, KLM, Shell en Unilever. Zoiets schiet voorbij aan het, met name in de beginfase, zo uiterst belangrijke bewustwordings- en verinnerlijkingsproces bij de medeweikers in hun konkrete vv^eiksituatie, had men geleerd. Ook weid er ge-

Veen

model voor een systeem", zegt prof. Sanders. „Dat hangt samen met de komplexiteit van de materie. Als je over personeelsbeoordeling spreekt, heb je het eigenlijk over het hele personeelsbeleid. Uitbouw van één onderdeel vereist uitbouw van het geheel. Het huidige systeem funktioneert in elk geval helemaal niet optimaal. Als je kijkt uaar beoordelingen van mensen die net voor een bevordering staan bijvoorbeeld en je zou de antwoorden op de vragen naar begaafdheid, werktempo enzovoorts statistisch bekijken, dan zou je waarschijnlijk moeten konkluderen dat er aan de VU vrij veel genieën rondlopen. Kijk. dat soort dingen moet er uit. Beoordelingen moeten 'objektief' zijn. Wetenschappelijk kun je beter spreken van intersubjekticf: meerdere mensen moeten zich op verantwoorde wqze uitspreken. Daaraan gaat op het ogenblik de zaak mank." Die 'objektieve" beoordeling vraagt getrainde beoordelaars in zijn opvatting „Andeis zie ik de zaak niet

V6 MOSXCtt (,BU90N VftT Mee«. Her SLKfiA*. pftATev, on TA eeM ^etcfi, ve«KKt/tfA4r r e scweppeiv/;

Sfj pAftRoM PACf)r»K,OAr ll^gV U,J>ftOR aeipfv..,..,..

en taken en de vervulling daarvan, kapaciteiten en achtergrondgegevens van het personeel, en de mogelijkheden van horizontale en vertikale mutatie.

Werhoverleg vertrouwen

Onder de instrumenten die het personeelsbeleid pi aktisch vorm moeten geven springt de personeelsbeoordeling naar voien, met daaiaan verbonden haar complement, het werkoverleg. Uit de tweede diskussienota van april dit jaai wordt duidelijk dat men het accent in de personeelsbeoordeling in de eerste plaats op de direkte werksituatie wil leggen, omdat beoordelen immers tegen de achtergiond van het werk en de te verrichten taken geschiedt. Wat in dat werkoverleg besproken wordt blijft intern en wordt met doorgegeven aan de centrale instanties (hier speelt onderling vei trouwen een zeer grote lol uiteraard!). De zakelijke informatie over personeelsleden daarentegen, met name nodig voor salarisvoorziening, loopbaanplanning, vakature vervulling etc. wordt zo systematisch e n objektief mogelijk wel doorgegeven aan de centiale instanties (personeelszaken). Dat is „voor het goed runnen van het universitaire bedrijf beslist noodzakelijk. Stemmen die ervoor pleiten de personeelsbeoordeling slechts als een instrument te gebiuiken om de eigen beperkte werkgemeenschap te dienen, zien dat aspekt over het hoofd," aldus prof. Sandeis.

De

van de giond komen," zegt hij*. „Je moet deskundigen hebben die zo'n systeem van haver tot gort kennen." Persoonlijk vindt hij dat er binnen de dienst personeelszaken een aparte afdeling personeelsbeooi deling zou moeten komen. Aan het hoofd daarvan een vaktechnicus, een bedrijfspsycholoog, die wordt bijgestaan door een aantal medewerkers. Het past in een gedemokratiseerde universiteit dat de personeelsbeoordeling niet meer uitsluitend een zaak is van de chef, maar het karakter heeft van een gesprek waarin die beoordeling tot stand komt, zodat ook het gedrag van de chef daarin beoordeeld wordt. Samen met de deskundige 'beoordelingbegeleiders' heeft dan een beoordeling plaats die meer realiteitswaarde heeft dan anders mogelijk zou zijn. In feite houdt zo'n nieuwe opzet een grotere openheid in. E r komen meer gegevens op tafel. En daarom woidt het belangiijk garanties voor de privacy van de betrokkenen te scheppen, „ledereen behoort te weten welke gegevens van hem of haar worden gebiuikt en doorgezonden," aldus prof. Sanders. „Er zal dan ook een beroepsprocedute moeten worden ingebouwd "

Rijpingstijd Het heeft lang geduurd voordat men nu langzamerhand in de konkietiseringsfase is teiechtgekomen. Pi of. Sandeis: „In de U R heb ik gezegd dat ik staande de vergadering een systeem kon. .aanbieden, maar ik heb erbij gezegd dat je, als je je niet goed op de materie bezint, grote kans loopt een bot systeem in te voeren, waarbij het alleen gaat om beleidsorgi(nisatorLsch -belangrijke informatie over de peisoneelsleden te verzamelen." Daarom weid eerst lang en breed gesproken ovei de uitgangspunten van de peisoneelsbeooi deling. Er werd eerst een algemene basisfilosofie op poten gezet, die eigenlijk het hele personeelsbeleid omvat. Gegeven de piimaire doelstelling van een universiteit — de onderwijs- en ondeizoektaak, alsmede de bevordering van maatschappelijk' verantwooidelijkheidsbesef — en de nadere bepaling daarvan dooi de specifieke doelstelling van de VU, formuleerde men wat voor bet realiseren daaivan nodig is: a. personeel dat aan bepaalde eisen voldoet en b. optimale werkomstandigheden voor h e t personeel. Men overwoog dat het peisoneelsbeleid weliswaar in dienst staat van onderwijs en ondeizoek, maar dat er,»4aarnaast eigensoortige doeJ.s.tel-, liggen, o p het gebied van w^ik^e^/, werkomstandigheden bestaan. Deze zijn, zoals het m de eei ste djskifssie-

\

nota van december 1974 heet, gericht „op het welzijn van de personeelsleden en de humaniseiing van arbeid en aibeidsomstandigheden". Als centrale aspekten hiervan worden genoemd: goede werkomstandigheden, betrokkenheid in de besluitvorming, individuele ontplooiingsmogelijkheden en een goede regeling van de arbeidsvoorwaarden. Voor de opbouw van een personeelsbeleid waarin deze doelstellingen zover mogelijk worden gerealiseerd is veel informatie nodig. Onder andere over de huidige funkties

en

mensen

Het werkoverleg is i n h e t kader van de zgn. bedrijfsdemokratisering noodzakelijk veibonden aan of impliciet bij een dergelijke opvatting van de personeelsbeooideling. Het is het regelmatige of geregelde overleg tusen chefs en medewerkers over het weik, de taken en de wijze waai op die worden vervuld. Het weikoverleg, dat betrokkenheid bij het werk en medeverantwoordelijkheid voor te nemen beslissingen inhoudt, funktioneeit in de fakulteiten overigens veel betei dan bij de centrale diensten, waar het in 1974 van start ging. „Maar het hangt toch altijd ook van de mensen af," aldus prof. Sanders. Het gaat om een goed arbeidsklimaat, waarin de juiste man of vrouw op de juiste plaats aan het weik is, of het nu een lid van het wetenschappelijk personeel of een tas-ser is. Dat is voor de VU-organisatie én voor degenen die erin werken van belang. Zo snijdt het mes aan twee kanten. De aanzet is er. N u moet er 'gekonkretiseerd' worden. Wat zal de praktijk uitwijzen?

Herprogrammerlng in Academische Baad De dagelijkse raad van de Academische Raad zal de AR, die op 28 november in plenaire zitting bijeenkomt, een tijdschema voorstellen voor het herprogrammeriugsoverleg. Het gaat hier om het overleg dat binnen de instellingen van w.o., de Academische Raad en zijn organen zal moeten plaatsvinden omtrent de

Nieuwe rol voor katholiciteit in Nijmegen? G a a t h e t a l of niet katholiek zijn opnieuw een belangryke rol spelen bij benoemingen van i n h e t bijzonder h e t docentencorps van de universiteit v a n Nijmegent De Unie v a n Studenten en de Algem e n e Bond v a n Amhtenjiren, groep katholieke universiteit zijn. er bang voor. S a m e n hebben ze een open brief a a n de bisschoppenkonferentie van de r.k.-provmcie i n Nederl a n d geschreven over d e za9,lc De katholiciteit v a n de Nijmeegse universiteit vormt ondei-werp v a n diskussie i n de u-raadsvergadering v a n 28 oktober. D e ABVA schreef h e t CvB a l in september over de zaak. De USN zegt d a t de katholiciteit m elk geval bij h e t benoemingsbeleid niet h e t konfhkt gelovigen—met-gelovigen betreft, ' m a a r een konflikt is omtrent de demokratisering' ervan. .^

voorstellen inzake de inhoud en de samenstelling van de onderwijs- en examenprogramma's van de verschillende studierichtingen in het kader van de herprogrammering. Deze voorstellen moeten voor 1 mei 1977 ingediend zijn bij d e m i nistei van oiideiwijs en wetenschappen. Een definitief standpunt omtrent de concept-richtlijnen, die staatssecretaris G. Klein voor de herprogramraering heeft opgesteld, zal eveneens op 28 novembei woiden ingenomen De dooi drs. Ch. W. Ligtvoet voorgezeten departementale werkgroep inteumiversitaiie instituten heett een aantal vpoilopige stellingen gefoimuleerd, welke uitgangspunt' zouden kunnen zijn voor de opstelling van haar actvtej aap Kleftt'övélf* de mogelijkheden van een nauwere financiële betrokkenheid van de instedingen van w.o. bij de" mteruniversitaire instituten Het ligt in de bedoeliilg deze 'vooitópige stellingen" te behandelen in samenhang met het rappOit van de commissie ad hoc pioblematiek iiiteuiaivers!taiie instituten van de Academische Raad. Zo mogelijk z^l OQK dit_punt^ op de agenda woiden geplaatst van de AR-veigadering van 28 noveni-' ber

INFOBMATiË? Het Informatiecentrum-Vü voor feiten en meningen over ontJerwerpen als planning, wetenschapsbeleid en hierstrukturering

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975

Ad Valvas | 396 Pagina's

Ad Valvas 1975-1976 - pagina 95

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975

Ad Valvas | 396 Pagina's