Ad Valvas 1975-1976 - pagina 34
AD VA LVA S — 12 SEPTEMBER 1975
*
*
^
*
>
^
Het belang van een professionele Kort na het invoeren van de WVO (1968) is op een aantal plaatsen In Nederland gestart met „de nieuwe lerareiiopleiding", die in 4 ä 5 jaar studenten opleidt voor een bevoegdheid in tn'ee vakken in de 2e en/of 3e graad. Deze opleidingen hebben een experimenteel karakter, onder meer omdat by het begin ervan niet vast stond óf de opleiding, zoals nieii die van plan was, zou leiden tot het gewenste resultaat By de nieuwe lerarenopleidingen heeft men er van de aanvang af naar gestreefd de vakinhoudelijke kennis, die men^ wU bybrengen, te integreren in de opleiding voor het toekomstige beroep..
In 'de beginperiode werden de kol leges algemene didaktiek vaak mas ^ saai gegeVen: één hoorkoUcge aan een groep van honderd« "studenten ~of een meervoud daarvan, komend van verschillende studierichtingen. De kolleges vakdidaktiek werden vaak verzorgd door een leraar, die daartoe door de universiteit in. een deelbetrekking van bijv. éénvijfde weektaak .werd aangesteld. De ver zorging van de stage van de kant van de universiteit beperkte zich tot louter administratie.
Het past bfj de doorStromingSgé dachte, dat het voor studenten na Door dr. J. H. Raat het behalen van een 2e graadsbe voegdheid niet alleen mogelijk moet zijn vervolgens de studie aan te Het woord „professioneel" ia ver De jaren daarna tot nu foe laten, vangen voor de korresponderende band met „de imivcrsitaire leraren vooral in de laatste jaren, een sterk Ie graadsbevoegdheid maar dat de kan twee betekenissen toenemende belangstelling zien van opleidingen zo op elkaar zijn afge opleiding" De ene is, dat de opleiding de universiteit voor de lerarenop stemd, dat na de'2e graad alleen hebben. gericht moet zijn op het toekomstig leiding. aanvullende studie noodzakelijk is beroep van leraar; de andere, dat Er komen (werk)kolleges zowel voor de Ie graad. opleiding tot leraar op een pro voor speciale didaktiek voor bijv. Onder meer om dit te bereiken be de basis geschiedt. hoogstens 25 studenten; er is meer staan er overeenkomsten tussen de fessionele verschillende nieuwe lerarenoplei De huidige minister van onderwijs gelegenheid voor de begeleiding dingen en universiteiten. Enerzijds en wetenschappen heeft het laatste van de stage onder meer dooi bij geven deze overeenkomsten aan de öp het oog. De„professionalisering eenkomsten van mentoren. 2^wel universiteiten een zekere inspraat van de voorbei eiding op het ambt de beschikbaarheid, vaak veel meer bij het vaststellen van studiepro van leraar", zo leest men in de me dan éénvijfde weektaak in een toe gramma's voor de 3e en de" 2« morie van antwoord (zitting 1973 nemend aantal gevallen fulltime, graadsbevoegdheid. De universitei '1974, 11281, blz. 11) achten de be als het aantal didaktici neemt toe. ten garanderen anderzijds, dat het windslieden „dringend geboden". Het is echter van belang ook aan het eierste te denken: een professio Organisatie nele opleiding is pas mogelijk, als Op 6 juni j.1. werd tgdens de 2e de opleiding gericht is op het toe Het is duideiyk, dat elke nniversi congresdag „Universitaire lera komstige beroep van onderwijsge teit een zekere organisatie kent van „de onderwijskundige voorberei renopleiding" .aan de KU Nij vende. ding". De vakdidakticï van de ver megen de Verenging Universi Terloops wordt hier nog gewezen schillende waar taire Lerarenopleiding Neder op het standpuntn van sommigen, voor men studierichtingen, een onderwysbevoegd land opgericht. De voorzitter dat de universiteit alleen of althans heid kan behalen en de algemeen van het voorlopig bestuur van in de eerste plaats tot taak heeft didactici zullen veel moe VULON, dr. J. H. Raat, didac studenten in te wijden in het om ten plegen. Voor een overleg goede oplei ticus aan de subfaculteit natuur gaan met de wetenschap. Na een ding zijn formatieplaatsen, finan kunde van de VU, geeft in het wetenschappelijke vorrning zou een ciële middelen en ruimte nodig. bygaande artikel een overzicht academicus in staat zijn de weten Voor de ontmoetingsplaats en voor van een aantal aspekten van de schap in de situatie van zijn toe de verzorging van de materiële niversitaire lerarenopleiding, komstig beioep op adeltwate wijze middelen is het hebben van een be waarbij bij details zoveel moge te gebruiken. Tenslotte wordt opge paalde struktuur noodzakeUJk. Ze Ujk buiten b^eschouwing laat. merkt, dat onder universiteit hier ker niet minder is dit ook van be steeds mede de hogeschool wordt lang om de bevoegdheden en ver begrepen. antwoordelqkheden in een bepaald voor studenten na het behalen van centraal punt vast te leggen. de 2e graadsakte mogelijk is door Hudige situatie te stromen naar de studie voor de Het kan evenzeer duidelijk zijn, dat bevoegdheid vande Ie graad. In de huidige situatie geeft een het niet eenvoudig is tot een goede Het is voor de hand liggend de doktoraal diploma een zogenaamde organisatie te komen. De verant vraag te stellen of de nieuwe lera akte van bekwaamheid van de I e wooidelijkheid vodh het afgeven renopleidingen ook niet de oplei graad in het betreffende vak. Om van de onderwijsbevoegdheid ligt ding voor de bevoegdheid van de tot leraar te kunnen worden be bij de verschillende (sub)fakulteiten. Ie graad zouden verzorgen. Dat noemd, moet men daarnaast een Het vraagt veel overleg om met een zou immers een grotere eenheid in bewijs kunnen overleggen van „vol aantal verschillende studierichtin het stelsel van de bevoegdheden be doende pedagogische en didaktische gen — het gaat al gauw om een tekenen en daardoor ook de door voorbereiding". Men moet oni een aantal van 10 ä 15 — tot zinvolle stroming bevorderen. Bovendien andere uitdrukking te gebruiken, afspraken te komen voor een ge zou tegemoet kunnen worden geko een bewijs kunnen overleggen van hele of gedeeltelijke delegatie van men aan bezwaren, die er bestaan een voldoende „onderwyskundige een zekere verantwoordelijldieid. tegen onder meer de universitaire voorbereiding". In grote Iqn aan Het overleg is moeizaam, omdat in lerarenopleiding. gegeven kan men stellen, dat een een tijd van veel ingrijpende veran getuigschrift van met goed gevolg deringêh en van toenemende demo afgelegd doktoraal examen een be toatisering er toch al veel verga Universiteit niet alleen wgs van bekwaamheid van.de Ie derd moet worden. Een tweede re Op ZQU minst zouden de nieuwe graad is, welk bewgs samen met den is de beperktheid van de mid lerarenopleidingen n a a s t de uni een bewgs van voldoende onder delen (formatieplaatsen en finan versiteit de gelegenheid moeten wgskundige voorbereiding «en Ie ciën), die er de oorzaak van is dat veel overleg noodzakelijk is om tot krqgen op te leiden voor de be graadsbevoegdheid geeft een redelijke verdeling te komen. voegdheid van de Ie graad. De onderwijskundige voorberei In deze discussie is het standpunt ding omvat drie komponenten: al van de centrale overheid tot nu toe, gemene didaktiek, vakdidaktiek, een Twee modellen dat de* opleiding voor de Ie graad hospitum. BIJ het hospiteren woont uitsluitend aan de universiteit zal de aanstaande leraar een aantal les De ontwikkeling van de universi plaats vinden. Tenminste voor wat sen bij van een ervaren docent (de taire lerarenopleiding in de richting betreft de zogenaamde „universitai mentor). Het is uiteiaard de bedoe van een toenemende professionali re vakken" (zoals wiskunde, frans, ling, dat hij gedurende die stage ook sering laat zien, dat op dit ogen geschiedenis; niet voor onder ande zelf een aantal lessen geeft. Bij de blik in het algemeen gesproken re de musische vakken). algemene didaktiek (de kolleges twee modellen van de institutionali Het standpunt om de Ie raadsop „algemene onderwijskunde", „on sering zyn waar te nemen. Van bei leidingen alleen aan de universiteit derwijskunde") en de speciale di de zal een korte karakterschets te situeren wordt door twee belang daktiek (de didaktiek van een,be worden gegeven. rijke argumenten bepaald: een opti paald vak) maakt de student kennis Van een sterk centraal instituut maal gebruik van de beschikbare met algemene en meer speciale be (bureau, interfakultaire vakgroep) middelen maakt een duplicering ginselen van kennisoverdracht, on voor de lerarenopleiding — tenmin van de opleidingsmogelijlcheden be derwijs in het algemeen en in een ste voor het pedagogisch, didakti zwaarlijk; door de opleiding voor zeker vak in het bijzonder. sche deel ervan! — binnen een uni de Ie graad alleen ään de universi De didakticij die deze kolleges ge versiteit kan een sterke stimulans teit te doen' plaats vinden wordt ven en die de vefantwoordelijlcheid uit gaan om te komen tot een opti tweesporigheid vermeden (zoals n}i hebben voor het hospiteren zijn male opleiding. Het bezwaar kan nog wel het geval is: de akte moB voor het merendeel oudleraren met zijn, dat de (vak)didaktici primair én het doktoraaldiploma geven een een zekere onderwijskimdige be thuis horen bij het instituut, terwijl lesbevoegdheid van de Ie graad). langstelling, die geacht kunnen wor de binding met de eigen (sub)f8kui» Van de zijde van de universiteit den zich — alleen en via onderling teit voor de lerarenopleiding in het wordt hieraan nog het argument overleg en samenwerking — dcKM: ^ eigen vak juist zo belangrijk is, zo toegevoegd, dat het op zijn minst studie en training te hebben be wel voor de (vak)didaktikus als bijzonder wenselijk is de opleiding kwaamd tot lerarenopleider. Een Voor de (8Ub)fakulteit. tot leraar voor onder meer het opleiding van de opleiders bestaat Een geringe centrale institutionele voorl>ereidend wetenschappelijk on er niet. binding van de didaktici binnen een derwijs, dat is: de universiteit Bij de veranderingen binnen de uni universiteit echter kan leiden tot versiteit behoort een wijziging van een versnippering van krachten. Het het Akademische Statuut (1956), van de grond komen van een ver Professioneel dat bepaalde minimumregels be antwoorde lerarenopleiding hangt Aan het v o o r l o p i g e stand schrijft voor de onderwijskundige dan te veel af van toevallige fakto punt van de minister om de Ie voorbereiding. Men kan stellen, dat ren binnen een (sub)fakulteit. Het graadsopleiding aan de universiteit vanaf dat moment in zekere zin kan voorkomen, dat de ontwikke te laten bestaan verbindt hg een sprake is van een „universitaire le ling van de lerarenopleiding dan belangrqke voorwaarde om tot een rarenopleiding", zij het dat weini stagneert omdat binnen een sub definitieve beslissing in dezelfde zin gen die opleiding vanaf dat jaar als fakulteit de ne, vaak „halve", vak te komen: de universitaire leraren „professioneel" zullen kunnen ken didaktikus niet voldoende zijn stem 'kan latea Korettj Het voordeel kan schetsen, i opleiding moet professioneel syn.
zijn, dat binnen een (sub)fakulteit met een daartoe gunstig klioiaat een kleine groep didaktici — niet gehinderd door veelvuldig overleg — "een inhoudelijk uitstekende op leiding kan kreëren.
denkt, dat veei studterlclitingen (kunnen) uitlopen 09 een onderwys bevoegdheid, i« bet duideiyk, dat een zoirgvuldig overleg geboden ts. „Van 't Streven naar professionali sering gaat een forse druk uit op de cursusduur. Dit wordt nog versterkt doordat schier alle studierichtingen Zeker cDeriwicht mede bij de opleiding van leraren Het lykt er voorlopig op, dat een betrokken zijn" (memorie van ant zeker evenwicht gevonden kan wor woord Zitting 1973197411281, blz. den tussen een centraal instituut 11). Toch zijn de bewindslieden van (bureau, interfakultaire vakgroep) •het ministerie van onderwijs en we voor de pedagogischdidaktische tenschappen van mening, dat de voorbereiding ^an aanstaande lera eerstegraads opleiding voor leraren ren enerzüds en fakultaire vakgroe uitsluitend aan en door de instellin pendidaktiek anderzyds, met on gen van wetenschappelijk onderwijs derling goede werkafspraken. . geschieden (o.e. eveneens blz. 11). Bij een voortgaande ontwikkeling Ondanks de boven geschetste moei van de universitaire lerarenoplei lijkheden wordt deze mening ge ding past het de facultaire vakgroe deeld door de AcadeHiischc Raad. pen van grote fakulteiten (letteren, „Voor wat ^betreft,de plaats van de wiskunde en natuurwetenschappen) t^erstegr^s§g^djpg..,^s„4de Raad te splitsen in kleinere subfdkultaire •''"Vati'^feordeel dat*4eze opleiding, al vakgroependidaktiek. Met het oog thans voor die COLvakken welke daarop zou het wenselijk kunnen aan de instellingen van w.o. gedo ^ijn het stichten van werkverban ceerd worden, uitsluitend aan die den van de fakultaire vakgroepen instellingen zal geschieden", in een didaktiek over te slaan en direkt brief hierover van de Academische over te gaan tot het instellen van Raad aan de minister van onder subfakultaire vakgroependidaktiek. ' wijs en wetenschappen op 9 mei Het is ook mogelijk alleen te den 1973. ken aan fakultaire vakgroependi Aan het vraagstuk hoe meer tijd in daktiek, eventueel onderscheiden de opleiding te vinden voor een naar de verschillende subfakultei voorbereiding op het beroep van ten, zonder een centraal instituut leraar wordt tegemoet gekomen Misschien wordt bij zo'n konstruk door bij de herprogrammerkig van tie veel onnodig overleg voorko het wetenschappelijk onderwijs men, zijn de verbanden minder „differentiatie in eindtermen" in te massaal en daardoor werkbaarder, voeren. terwijl de groep groot genoeg is Eén van de onderscheidingen in om een professionele opleiding te eindtermen is een „variant, die verzorgen. vooral gericht is op de voorberei In dit opzicht moet men konstate ding op een weikkring in het kader ren, dat de hogescholen een voor van de wetenschaps en kennisover sprong hebben op de universiteiten dracht" (Eerste werkstuk kommis als het gaat om te komen tot een sie voorbereiding herprogramme sterke struktuur; het gaat daar om ring wetenschappelijk onderwijs, een kleiner aantal en verwante vak blz. 4; mei 1973). ken (bijv. wiskunde, natuurkunde, De gehele beroepsvoorbereiding scheikunde); door het instellen van hoeft niet voor het doctoraal exa een bureau, een centrum of een men te geschieden. Een, relatief vakgroep onderwijskunde kan men aanzienlijk, deel vindt plaats in de snel tot een goede lerarenopleiding initiële fase, d.w.z. voor het docto komen. raal examen. „De gedachten van de bewindslieden over de parttime doctorale opleiding voor aanko Konsequenties mende leraren zijn nog niet uitge Professionalisering van de universi kristalliseerd; in ieder geval is dui taire lerarenopleiding wil zeggen: delijk dat de aankomende leraar al het opleiden voor het beroep van over enige hoogstnoodzakelijke pe leraar op een professionele basis. dagogischdidaktische kennis en be Dat houdt in elk geval een grotere kwaamheid zal dienen te beschik beschikbaarheid in van middelen: ken en dat die door het doctoraal formatieplaatsen en financiën. Te examen verworven zal moeten wor vens vraagt het een grotere beschik den. baarheid over de studietgd van de Het is allereerst zaak om te be student. En dit, terwgl het er naar slissen welke taken aan deze uit uit ziet, dat de beschikbare midde eenlopende postdoctorale mogelijk len, waarover de universiteiten zul heden toebedeeld dienen te worden len kunnen beschikken, niet zullen en welke onder de eindtermen van toenemen. Tevens bestaat er met de „initiële opleiding" behoren te het oog op de herstnikturcring de ressorteren", aldus het tweede noodzaak het geheel van de studie werkstuk van de kommissie v.h.w.o. tqd te verkleinen. Als men dan be van de Academische Raad (blz. 8).
De Ie graads bevoegdheid in de 'mammoetwef De Wei op het Voortgezet Onderwyg (de WVO, de „mammoet wet") beoogt een samenhangend geheel te geven van onderwösvow zfeningen voor bet gehele voortgezet onderwqs. Dit houdt niet alleen een betere doorstromingsmogeiyidieid in voor leerlingen, hoewel dat uiteraard het belangrIJlKt is. Er is voor de WVO ook een grotere eenheid gekomen in de subsidieregeling en in het alge meen in materiële voorwaarden en voorschriften, zoals byv. ook aangaande de scholenbouw. Tenslotte geeft de nieuwe wet een aantal bepalingen om tot een samenhangend geheel tt komen voor onderwysbevoegdbeden. De WVO kent drie bevoegdheden. Een 3cgraadsieraar kan les ge ven by het mavo en het lager beroepsonderwgs. Vopr het gevea van onderwijs by bet middelbaar beroettsonderwijs en hi de lagere Uassett van hef havo is een bevoegdheid van de 2c graad nodig. Een leraar mei een legraadsbevoegdheid kan benoemd worden 1^ het voorbereidend wetenschappeiyk onderwijs (het vwo, het gymna sium en het atheneum omvattend, indien deze scholen samengaan met het lyceum aangegeven), en het hoger beroepsonderwijs; ook voor het onderwys in de bovenbouw van het havo is een legraads bevoegdheid vereist Vergeleken met de situatie vóór de fnwerking treding van de mammoetwet kan men stellen: een bevoegdheid van de Ie graad geiykwaardig met die op grond van een akte mob ol een doctoraal getuigschrift; de 2e' graad korresponderend met het bezit van een moa akte; de 3e graad overeenkomend met de be voegdheid op grond van de onderwijsakte plus één of menr lo akten. I. nt'
'tl 1 fciy a I? 3
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975
Ad Valvas | 396 Pagina's