Ad Valvas 1975-1976 - pagina 299
AD VALVAS — 2 APRIL 1976 Nu vijf studentenpsychologen
3
op de VU
Samen met studenten zoeken naar oplossing problemen
,v^
Hf
*
Onlangs is aan het bureau studentenpsychologen een vijfde psycholoog aangesteld. Het gaat om dt; beer Claus, sinds 16 februari werkzaam bij deze dienst. Een van de vragen, die toen bij me opkwam, was de volgende: zijn de problemen, die de studenten kennen de laatste jaren misschien groter of meer geworden en is daarom een vijfde studentenpsycholoog aangetrokken? Deze vraag werd tq'dens een gesprek met vier van de vijf studentenpsychologen heftig ontkend. De heer Maten zegt hierover: „Ik geloof niet dat je het zo mag stellen. We beschikken niet over feiten, die in die richting wijzen. De voornaamste reden dat er biimen ons bureau een vijfde man is aangetrokken, overigens iets wat ons al lange tijd bezighield, is geweest, dat het werk ons teveel werd." Maar hoe zit het met de toeloop van de studenten op het bureau studentenpsychologen? Doordat er een toename van het aantal studenten op de VU te constateren valt, zou je denken, dat ook het bureau studentenpsychologen daardoor meer mensen bij zich krijgt. Maar feitelijke gegevens hierover ontbreken, hoewel het wel een logische gevolgtrekking is dit zo te stellen. Het zou ook kunnen zijn, dat de drempel voor de studenten om naar een studentenpsycholoog te gaan verlaagd is. „Dat hoeft helemaal niet. Je kan ook zeggen, dat het een stuk bekendheid of onbekendheid met het bureau is. Je kunt uit een toename van het aantal studenten niet zomaar concluderen, dat de drempel daardoor verlaagd zou zijn. Er valt absoluut geen conclusie te trekken over waarom er meer of minder studenten komen." Dit zegt mevr. Veltman, kort na het oprichten van het bureau studentenpsychologen in 1963 werkzaam bij dit bureau.
Drempel? Het woord drempel lokte overigens een vrij fel woordenspel uit. Wanneer spreekt men van een drempelverhoging-of verlaging? Gesteld werd, dat er geen stabiliteit lig in die drempel. Voor de een ligt de drempel erg hoog. Mensen, die denken, dat hun problemen niet de moeite waard zijn om er met een deskundige over te praten, of mensen, die tegenover de buitenwereld niet willen laten merken, dat ze in moeilijkheden zitten en daarvoor een psycholoog consulteren, omdat ze bang zijn, dan met een scheef oog zullen worden aangekeken, ervaren de drempel als heel hoog. Maar er zijn ook mensen die van de aangeboden mogelijkheden gebruik maken en dus veel makkelijker naar een psycholoog gaan. Zij kennen misschien evengoed min-
Kennismaking mei nieuwe uitgeverij Gedurende de periode van 6 tot en met 9 april kan men nader kennis maken met de Engelse wetenschappelijke uitgeverij Holt-Saunders Ltd. (een combinatie van Holt, Rinehart Winston Ltd. en W. B. Sounders Company Ltd.). De nieuwe uitgeverij gaat in de toekomst met de Vu-boekhandel samenwerken. Men kan de presentatie van de uitgeverij, bestaande uit boeken op het gebied van psychologie, sociologie, economie en medicijnen, tussen 10.00 en 17.00 u. aan de halzijde van de boekhandel bezichtigen.
Door Renée Blok derwaardigheidsgevoelens of schaamtegevoelens ten opzichte van hun omgeving, maar zij weten zich hierover heen te zetten. Wat is het belangrijkste streven van bureau? Zelf zeggen de psychologen daarover, dat hun belangrijkste taak is het „verhelderen van de problemen van de studenten". Tegen het woord advies rees de nodige tegenstand. Is het niet zo, dat, hoewel niet concreet aan te wijzen, ieder gesprek een bedekt advies inhoudt? Wederom een heftige ontkenning. „We proberen de studenten hun problemen zelf op te laten lossen, via gesprekken. Dit is belangrijk, omdat men anders misschien gaat denken, dat men altijd wel geholpen zal worden met de moeilijkheden die op een gegeven moment naar vorren komen. Maar het gaat erom, zo zelfstandig mogelijk te zijn. Dat levert voor velen de nodige problemen op. Bijvoorbeeld mensen die uit een erg beschermd milieu komen, waar ze nauwelijks een bepaalde mate van zelfstandigheid hebben kunnen ontwikkelen. Deze mensen zullen het in het begin van hun studietijd erg moeilijk krijgen omdat ze dan uitsluitend op zichzelf aangewezen zijn, ze zullen nu een zelfstandig leven gaan leiden," Dit zegt mevr. Stam, een van de twee vrouwelijke studentenpsychologen. Buiten het probleem van de zelfstandigheid zün er natuuriyfc veel meer moeilijkheden, waarmee studenten naar het bureau studentenpsychologen komen. Bijvoorbeeld contactuele moeilijkheden, ook weer voortvloeiend uit het volkomen nieuwe leven wat je als student gaat leiden. Je moet nieuwe mensen gaan leren kennen, vaak krijg je je eerste vriendje of vriendinnetje, je doet je eerste sexuele ervaringen op, vaak dingen die de nodige moeilijkheden opleveren. Dan zün er ook nog de studieproblemen. Mensen, die na verloop van tijd tot de ontdekking komen, dat ze een verkeerde studiekeuze gemaakt hebben, omdat ze dachten dat het zo leuk was, of omdat ze toevallig voor vak X een goed cijfer hadden, of omdat het gebruikelijk Was in de familie om studie X te gaan doen. Een ander belangrijk taakonderdeel is preventieve hulpverlening, uitgaande van de zogenaamde nulde lijn. Deze preventieve taakstelling wordt o.a. gerealiseerd door het geven van voorlichting o.m, via praatgroepen. Dit zijn tot nog toe eenmalige groepen geweest tijdens de introductieperiodes van het eerste jaar, maar in de toekomst zal dat uitgebreid worden. Niet alleen binnen de VU wordt de aandacht op preventie gericht, er bestaat een landelijk overleg van studentenpsychologen die gecoördineerd bezig zijn. Binnen de VU wordt ook op verschillende nievaus gewerkt. Er zijn
contacten met studentenartsen en met studentendecanen. Men houdt elkaar van waar men mee bezig is op de hoogte, op die manier houdt men voeling met elkaar. „We spreken natuurlijk niet over cliënten met mensen buiten ons team, er wordt alleen gesproken over vrij algemene problemen. Datzelfde geldt voor contacten met studenten, daar noemen we ook geen namen tegen. Er wordt volkomen in vertrouwen gewerkt, er wordt ook geen informatie doorgespeeld aan ouders, docenten of wie dan ook, tenzij de student dit zelf goed vindt," aldus mevr. Stam. Met nadruk wordt gewezen op het bestaan en de ontwikkeling van de meer structurele kant van de psychologische hulpverlening. Het gaat voornamelijk om de manier waarop samengewerkt wordt met andere hulpverlenende instanties, ook van buiten de VU. Maar wat wordt nu precies bedoeld met structureel?
Structureel Een citaat uit de Beleidsnota zegt er het volgende over: „Op de tweede plaats komen de bijdragen van de studentenpsychologen aan collectieve en structurele welzijnsvoorzieningen. Dit is voor hen nog onduidelijk, omdat deze zaken pas de laatste jaren enigszins van de grond komen. De bijdragen leveren ze op de volgende manier: a) in regelmatig commissiewerk bijv. R.S.A. en R.O.S. b) in min of meer incidentele contacten met instanties of organisaties zoals bijv. consuls op Uilenstede, studiebegeleiders, c)
in projecten waaraan verschillende organisaties deelnemen zoals bijv. de sociale introductie, d) er zijn ook afdelingen zoals onderwijsresearch waarmee contact wordt gehouden met betrekking tot studievaardigheidstrainingen." In dezelfde beleidsnota wordt extra benadrukt, dat aan de structurele en preventieve hulpverlening de nodige aandacht moet worden besteed. Dit zou wel eens in het gedrang kunnen komen, omdat deze taken een veel minder urgent karakter dragen dan het therapeutische werk. Dit wordt door het bureau blijkbaar ter harte genomen, gezien de nadrukkelijke vermelding van het feit, dat men hard bezig is met het werken aan structurele welzijnszorg op verschillende niveaus. Hoe verloopt nu die samenwerking binnen liet bureau zelf? De heer Claus: „Voor zover ik dat na deze korte tijd kan zeggen, gaat dat erg prettig. Ieder doet wat hij aankan en je verwacht van de anderen dat ze dat ook doen. Ik kan ten alle tijden een beroep doen op mijn collega's en ik voel me hier erg lekker. We overleggen onderling wel over bepaalde problemen, maar het blijft allemaal wel binnen het bureau. Je kan niet zomaar te koop lopen met je werk (tegenover de buitenwereld) daar is het veel te intiem voor." Wat heeft u gedaan voor dat u op de VU kwam? „Ik heb gewerkt in een soort groepspraktijk van huisartsen en op de bedrijfspsychologische dienst van de P.T.T."
Geen hokjes Is er een vergelijking te maken b.v. tussen de studenten en mensen die via een arts een psycholoog consulteren? Zijn er bepaalde karakteristieke problemen aan beide groepen verbonden? „Er is wel een verschil, mensen die via huisartsen naar een psycholoog verwezen worden hebben vaak psychomatische klachten. Die kom je hier op de VU minder tegen. De huisartsen zitten hier zelf ook mee, omdat ze er niet zoveel vanaf weten. Dat is dus wel een verschil, verder niet." Het bureau studentenpsychologen behartigt de belangen van de studenten die aan de VU studeren. Een speciale categorie van mensen. Hebben deze mensen ook specifieke problemen? Valt er binnen de groep waar het om gaat, de studenten, nog een onderverdeling te maken? Bijvoorbeeld een grote toeloop van eerstejaars of Uilenstedenaars? „Nee, er zijn geen indelingen te geven voor bepaalde groepen. Je kunt hoogstens zeggen, dat je met een bepaalde leeftijdsgroep zit, van ongeveer tussen 17 en 30 jaar, en daarmee hangen natuurlijk bepaalde problemen samen. Maar een concrete indeling kan je niet maken. Je zou de mensen dan in'een hokje duwen, en dat willen we niet. Er zijn heel in het algemeen wel vage lijnen aan te geven. Je kiijgt meestal mensen bij je met moeilijk-
Bericht voor studenten met beurzen
April - formulierenmaand De ambtenaren van de belastingdienst willen in april aangiftebiljetten in huis hebben, -maar sij sijn niet de enige belangstellenden als het gaat om financiële en andere wélstand: de Hoofdafdeling Rijksstudietoelagen heeft studenten en hun ouders ook opnieuw enig huiswerk bezorgd. Twee grote vierbladige formulieren (22 X 28 cm) zun terechtgekomen by alle studenten, die voor het jaar 1976-1977 een rijksstudietoelage hebben aangevraagd. Men kon ze niet allemaal tegelijk verzenden en daarom zal de een een paar weken eerder in het bezit ervan zljn gekomen dan de ander. Wie ze echter vóór 17 april niet heeft, moet gaan informeren of hij wel op de lijst van aanvi*agers voorkomt. Wat moet er met deze twee grote formulieren gebeuren? Het eerste, een zgn. B-formulier, uitgevoerd in rood, wit en blauw, omvat vragen over de student zelf, over een eventuele huweiykspartner en over de ouders van de student, waarbij minder en meer de nadruk ligt op de financiële positie. Het moet tijdig naar Groningen worden gestuurd. Het tweede, een zgn. Decanenformulier, is geel van kleur. De studentendecanen stellen het zeer op prljs indien u hun door middel van dat formulier de nodige informatie wilt verschaffen. Het bewijst goe-
de diensten, zowel b« adviseringsprocedures als bij een bezoek op een spreekuur. U kunt het zenden aan het Bureau van de Studentendecanen v. d. Vi-ye Universiteit, postbus 7161, Amsterdam, maar u kunt het ook afgeven op het secretariaat van het decanenbm-eau, hoofdgebouw OE-69. (Er staat wel een grote doos op de balie). Twee andere formulieren (24 x 14 om) zyn niet voor alle aanvragers bestemd; een ervan werd alleen verzonden aan studenten, die voor 1975—1976 een toelage toegewezen kregen, gebaseerd op een opgave van het ouderlijk inkomen over 1974, terwül achteraf gebleken is dat die ouders wel aangifte m.b.t. de inkomstenbelasting moesten doen. Nu wordt gevraagd om onverwijlde toezending van het aanslagbiljet dat van deze aangifte het gevolg is geweest. Het tweede formulier is enkel toegezonden aan die studenten, die over hun neveninkomsten in het lopende studiejaar tot dusver in alle talen hebben gezwegen. Het draagt de titel 'Herinnering' en deelt mee dat blüven zwijgen vervelende consequenties kan hebben zoals blokkering van een bedrag dat nog in april zou worden uitgekeerd en zelfs terugvordering van de gehele voor 1975—1976 toegewezen toelage. Men zy gewaarschuwd! Bureau
studentendecanen
Defensie en doorstromers Zoals bekend kunnen studenteit. uitstel krijgen van eerste oefening indier se in het kalenderjaar waarin ze met hun studie beginnen hun negentiende verjaardag vieren. Als ze na 1 oktober jarig zijne mag hun twintigste verjaardag nog in dat kalenderjaar vallen sonder dat de mogelijkheid van uitstel vervalt. Deze regel blijft van kracht voor allen die na de brugklas 5 vwo-klassen hebben doorlopen. Voor de zgn. doorstromers, d.w.z. jongelui die eerst een MAVO of HAVO-diploma behaalden en daarna een atheneum- of gymnasiumdiploma, geldt sinds zeer kort een iets soepeler regeling: Zij kunnen nog voor uitstel in aanmerking komen, als ze met de studie beginnen in het kalenderjaar waarin ze hun twintigste verjaardag vieren (of hun eenentwintigste op een datum na 1 oktober). Deze regeling kan ook nog toegepast worden op hem die voor 1976 III of 1976 IV (mei of juli) zün opgeroepen. Hun wordt aangeraden zich met spoed met een der studentendecanen in verbinding te stellen.
heden. Dan is dat het enige wat je karakteristiek zou kunnen noemen," zegt mevr. Stam. Valt er tussen de psychologen onderling nog een onderscheid te maken? Ik bedoel eigenlijk, dat er iemand belast wordt met een bepaalde groep van mensen, terwijl iemand anders zich daar nooit mee bezighoudt. „Nee, dat gebeurt zeker niet. Het kan natuurlijk wel zijn, dat de cliënt de voorkeur geeft aan een bepaalde psycholoog, bijvoorbeeld aan een jonger iemand, of aan een man of vrouw. Daar wordt zoveel mogelijk rekening mee gehouden. We streven er altijd naar binnen een week het eerste contact te leggen, en dat gebeurt, als erom gevraagd wordt door iemand waar de voorkeur aan gegeven wordt. Kan deze op dat moment niet, dan knoopt een ander het eerste contact aan, waarbij we altijd zeggen, dat het helaas op het moment onmogelijk is voor die bepaalde psycholoog om een gesprek te hebben maar dat geprobeerd zal worden, om de volgende keer wel de gevraagde persoon te spreken. Het kan dan zijn, dat de student ervan afziet, omdat hij met een ander achtel af net zo goed kan praten", is het antwoord van mevr. Veldman,
Generatiekloof? Mevrouw Veltman is de oudste van het bureau. Komt het ook wel voor, dat men liever niet met u praat, juist omdat u wat ouder bent en men daardoor denkt dat bepaalde onderwerpen niet met u bespreekbaar zijn, omdat u ze niet zou begrijpen? „Men denkt het misschien wel, maar in de praktijk heb ik het nog nooit meegemaakt. Ik denk, dat ik toch wel genoeg meedenk met de jongeren. Ik merk met mijn collega's wel een zeker verschil als bet gaal om de structurele kant van de zaak, waar we het straks al over hadden. Dat komt voornamelijk, omdat ik er vanaf het begin af aan inzit, toen de psychologische hulpverlening net begon, althans hier aan de VU." Kunt u ook wat zeggen over de historische ontwikkeling van de psychologische hulpverlening aan studenten? ,,Dat is niet zo eenvoudig. De ontwikkeling is begonnen na de oorlog. Men startte toen een spreekuur voor studenten, waar men met een psycholoog kon praten over zijn of haar moeilijkheden. Hier aan de VU werd dat spreekuur gehouden door een psychiater. Pas in 1963 begon men met het huidige bureau studentenpsychologen. Er ontstond een landelijk overleg. Je kunt eigenlijk wel zeggen, dat de VU van meet af aan met zo'n bureau begonnen is. In 1972, tegelijk met de oprichting van de RSA kreeg het zijn beslag in de uiteindelijke organisatorische vorm. Er zijn natuurlijk binnen het bureau wel dingen veranderd in de loop der jaren." Het bureau studentenpsychologen valt officieel onder de RSA, maar kent een vrij grote mate van autonomie. De RSA is belast met de coördinatie en intergratie van de diverse bureaus die onder haar zetelen en die werken ten behoeve van het welzijn van de studenten, in de breedste zin van het woord.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975
Ad Valvas | 396 Pagina's