Ad Valvas 1975-1976 - pagina 75
3
A D V A L V A S — 10 O K T O B E R 1 9 7 5
Personeelsfonds raakt in vergeetboek Op de VU bestaat het Personeelsfonds, waarvan velen waarschijnlijk nog nooit gehoord hebben. Dit fonds beoogt personeelsleden, die in plotselinge financiële nood verkeren en toch geen aanspraak kunnen maken op sociale uitkeringen van overheidswege. Te denken valt hierbij aan indirecte ziektekosten (gezinsverzorging), verhuizing op advies van een arts, een belastingschuld die vóór een bepaalde datum moet worden voldaan, de aanschaf van een aanvullende baby-uitzet, wanneer er een tweeling op komst is, etc. Er zijn vele voorbeelden te noemen, waarbij medewerkers onverwacht voor uitgaven komen te staan, waarvoor geen contanten aanwezig zijn. De Algemene Bystandswet springt lang niet altijd bij, en doet zij dit wel, dan kan er toch lange tijd over heen gaan eer de uitkering plaats vindt. Voor al dit soort gevallen is het Personcelfonds opgericht. Er moet snel worden geholpen. Ervaiingen sinds de oprichting van het fonds hebben aangetoond, dat het Personeelfonds bij de VU meer dan voldoende bestaansrecht heeft. De opzet is te komen tot een fonds van en vóór de medewerkers en heeft ten doel VU-medewerkers en gepensioneerden, die in financiële en/of sociale nood zijn geraakt, direct hulp te verlenen. Uiteraard staat of valt een optimaal functioneren van dit fonds met een ruime deelname daaraan van de zijde van de medewerkers. Voorwaarden om deelnemer van het fonds te worden zijn er niet. Iedereen kan deelnemen en moet een maandelijkse bijdrage betalen, die ligt tussen de 50 cent en de 4 gulden.
Discretie De werkwyze van het fonds voltrekt zich in een strikt vertrouwelijke sfeer. Wanneer iemand hulp nodig heeft, dan kan hij bij mij terecht voor een vertrouwelijk gesprek, waarvan een (ook weer vertrouwelijk) rapport wordt opge-
tribuanten) loopt terug; deelnemers vertrekken, terwijl de aanwas van nieuwe deelnemers erg tegenvalt. Wij hebben uitvoerig in ons bestuur besproken, wat hiervan de oorzaken zouden kunnen zijn. Ieder nieuw personeelslid ontvangt bij zijn indiensttreding in één klap heel wat aan informatiemateriaal, van allerlei „kwaliteit", ook over het Personeelfonds. De ene mededeling spreekt hem meer aan dan de andere, met het gevolg, dat het fonds geen of te weinig aandacht krijgt. Het Personeelfonds raakt min of meer in de vergeetboek. Ook heb ik meermalen geconstateerd dat het Personeelfonds vereenzelvigd wordt met de Personeelsvereniging. Inderdaad zijn er tussen beide instanties aanrakingspunten in die zin, dat het fonds voorziet in de materiele en/of sociale behoeften van het personeel, terwijl de personeelsvereniging het werkterrein heeft liggen op de vrijetijdsbesteding van het personeel. Beide instanties opereren volkomen gescheiden; elk heeft een eigen be-
Uitkeringen jaar:
aantal deeln.:
1970 1971 1972 1973 1974
538 716 940 875 792
totaal aan bijdragen: ƒ „ „ „ „
5.948,95 14.626,20 22.336,31 22.180,57 20.674,75
maakt. Dit rapport komt uitsluitend in handen van de voorzitter, prof. dr. J. G. Knol, en de penningmeester, de heer G. Peters. Met ons drieën bespreken wij de aanvrage en nemen een beslissing of en in welke mate hulp moet worden verleend. Alle aanvragen krijgen een -zorgvuldige beoordeling, waarbij in bepaalde gevallen het advies van de maatschappelijk werkster wordt ingewonnen. Volle discretie in de behandeling van een aanvraag wordt en is verzekerd. Op generlei wijze wordt de betrokkene in opspraak gebracht bij zijn chef. Dit zou lijnrecht in strijd zijn met de hier gevolgde discretie. Het valt moeilijk aan te geven, welke criteria worden aangelegd bij het verstreklcen van hulp. Dit wordt per geval bekeken, waarbij we van het principe uitgaan, dat de mens in nood geholpen moet worden. Om voor hulp in aanmerking te komen behoeft men geen deelnemer van het fonds te zijn. Wèl moet de aanvrager een arbeidsovereenkomst hebben voor 50% of meer van de normale werktijd, wil zijn aanvrage in behandeling worden genomen. Het fonds verkrijgt de middelen door de bijdragen van de deelnemers en wordt gesubsidieerd door de Vrije Universiteit. Door het geringe aantal jaren dat het fonds bestaat, de relatief kleine bijdrage die gevraagd woidt en de reeds verleende hulp in het oprichtingsjaar is er geen fonds van enorme omvang ontstaan. Mede hierdoor wordt zoveel mogelijk hulp verleend in de vorm van leningen en slechts in uiterste gevallen door verstrekkingen ä fonds perdu. De aflossingen worden in overleg aangepast aan de ruimte, die het inkomen daartoe laat. Over de omvang van de verstrekkingen en het aantal deelnemers kan bijgaand schema enig inzicht verschaffen. Het fonds heeft geen enkele relatie met de doelstellingen van de VU. Het opereert zelfstandig en stimuleeit het dragen van elkanders lasten.
Weinig
belangstelling
In het algemeen heeft het fonds niet dié belangstelling, die het verdient. Het aantal deelnemers (coa-
V crstrekte leningen: ƒ „ „ „ „
2.000,— 2.200,20.240,20.650,26.050,-
bedragen a fonds perdu: ƒ
1.849,12 , 3.182,84 , 6.200,— , 9.237,60
stuur en een eigen karakter. Het is te betreuren dat de belangstelling voor onze jaarlijkse deelnemersvergadering zo uitermate gering is, niettegenstaande het feit, dat wij al het mogelijke doen om de universitaire gemeenschap op het bestaan van het fonds te attenderen. Het bestuur maakt zich over dit alles grote zorgen; derhalve ben ik nu blij in de gelegenheid te zijn wat meer „reclame" voor het fonds te maken. Immers, dat het fonds een zeer nuttige instelling voor ons personeel is, blijkt wel uit de bedragen, die op een of andere wijze zijn uitgekeerd.
Door J. G.
Linssen
secretaris-contactman Personeels f onds-VU
Ik wijs er op, dat slechts 27% van het personeel zich tot de deelnemers van het fonds kan rekenen. Dat is niet veel. Het is te betreuren, dat de wettelijke dan wel de overheidsregelingen niet zodanig zijn, dat het personeelfonds overbodig is. Zolang dat nog niet het geval is, zal het personeel in collegiaal verband een medemens in nood moeten trachten te helpen. In de eerste helft van dit jaar werd totaal al ƒ 25.000,— uitgekeerd. Hieruit blijkt dat het aantal verzoeken om hulp dit jaar aanzienlijk hoger komt te liggen dan voorheen, hetgeen de nuttige functie van het fonds overduidelijk accentueert.
Controle In de statuten staat dat de jaarlijkse accountantscontrole dient plaats te hebben door een register-accountant. Tot voor kort werd de controle uitgevoerd door een externe register-accountant. Teneinde de hieraan verbonden kosten te drukken hebben wij de Interne Accountantsdienst van de VU bereid gevonden deze controle voortaan uit te oefenen. Een register-accountant is verplicht tot geheimhouding. Een deel van de gelden van het fonds wordt diiect opvraagbaar op een spaarrekening gezet. Het bestuur is van oordeel, dat het fonds er primair is om mensen in nood snel te helpen. Hiervoor moet direct geld beschikbaar blijven. Het kapitaal, dat het fonds ter beschikking staat is niet van die grootte, dat belegging op termijn is gerechtvaardigd. Als conclusie zou ik dit willen zeggen. Als de waargenomen tendens zich voortzet (daling deelnemersaantal en toename verzoeken om hulp), zou het er op den duur toe kunnen leiden, dat het fonds in liquiditeitsmoeilijkheden komt. Het VU-personeel zou zich meer bewust moeten worden van de nuttige functie van het fonds en een prikkel moeten voelen, zich als deelnemer op te geven. Vandaar dat ik wil besluiten met de oproep het Personeelsfonds als deelnemer^te steunen. Het lage maandelijkse bedrag van 50 cent tot (maximaal) 4 gulden kan toch niet een beletsel vormen. Zie het als een bijdrage in de solidariteit van de universitaire gemeenschap, waartoe men behoort*
Probleem van de vergoeding voor bestuursdktiviteiten
Geen oplossing student-ur-leden Veel a a n d a c h t kreeg een brief van het kollege van bestuur b e t r e u e n d e de eventuele tegemoetkoming voor student-u.r.leden tijdens de U B vergadering. Volgens de richtlijnen van h e t ministerie m a g deze vergoeding die student u.r.-leden krijgen niet meer zijn dan vijftienhonderd gulden. Duidelijk is echter gebleken dat dit bedrag drie duizend gnlden moest zijn, zoals de universiteitsraad ook al eerder had beslist. Toch is men later weer gezwicht voor de staatssecretaris v a n d a a r d a t nu is uitgekeken n a a r andere, zogenaamde niet-subsidiabele bronnen. I n de lange brief van het kollege van bestuur komt men niet tot een oprosinij. Aan het einde van
van SRVU N a de bespreking van het konsept van het bestuur op de beleidsraad van de SRVU is deze week het Aktie- en Aktiviteitenplan gereed gekomen. In dit plan kunt U lezen, wat in het algemeen de politiek is van een studentenvakbond, hoe de SRVU het beleid van de regering Den Uyl beoordeelt en wat de SRVU dit jaar alleemaal gaat doen. In het aktiviteitenplan wordt uiteengezet, dat scholing en vorming noodzakelijk is voor het voeren van een kontinue politiek, dat geprobeerd zal worden de interne demokratie te versterken en dat ernaar gestreefd wordt te komen tot een verdere uitbouw van dienstverlening en service aan de leden. In het aktieplan wordt aangegeven, wat volgens de SRVU de richtlijnen moeten zijn bij de komende herprogrammering, waarom studentenstops opgeheven moeten worden, waarom de SRVU zich keert tegen de bezuinigingen op het onderwijs en andere kollektieve voorzieningen, wat het standpunt is van de SRVU over de verlenging van de WUB, wat de SRVU van plan is te doen aan de inkomenspositie van de studenten, aan de huisvesting, aan de huren, aan de kamernood, aan de gezondheidszorg, aan de voeding en mensa's en tenslotte wat de SRVU als onderdeel van die linkse beweging gaat doen aan buitenlandakties. Het bestuur roept alle leden van de SRVU en andere belangstellenden op het Aktie- en Aktiviteitenplan erover te diskussiëren op openbare ledenvergaderingen in de komende maanden. Na deze diskussies zal de beleidsraad van de SRVU het definitieve plan vast stellen. Bert Docter SRVU-bestuur
de brief wordt gesteld dat h e t kollege tot de mening neigt dat 'solidariteit' aanbeveling verdient. Hiermee wordi gedoeld op de situatie bij anclei<e instellingen van wetenschappelijK onderwijs waar geen bronnen voorhanden zijn om de vijftienhonderd gulden op te trekken n a a r arieduizend.
Civitas-raad De brief kreeg veel kritiek. Onder andere op het beleid ten a a n zien van de Civitasraad. Het kollege heeft niet geprobeerd daar geld los te krijgen omdat, zoals de brief meldt, nannemelijk Is dat deze — gezien de 'opheffingssituatie' — toch geen nieuwe verplichtingen meer op zich kan n e men. De U.R. was h e t daar helemaal niet mee eens. D e . heer P l a n t a (w.p.) vroeg zich zelfs af of het kollege wel serieus heeft gezocht n a a r mogelijkheden. Hij drong er op a a n d a t toch nog eens stappen zouden worden genomen in de richtinjj van de Civitasraad. De heer Oude Weernink (Vuso), wees h e t kollege er op dat het niet zo denkbeeldig zou zijn als door de slechte financiële situatie waarin u.r.-leden kunnen k o m e n t e verkeren, het minder eenvoudig zal zijn om nieuwe leden bereid t e vinden n e t werk t e doen. Hij wees er verder op d a t m e n er van moet uitgaan d a t een student u.r.-üd een half j a a r van zifln studie kwijtraakt Ook hij wees in de richting van de Civitasraad als mogelijke oplossing al was dat m a a r voor een Jaar. De heer Hoogenkamp stelde zich n a m e n s h e t kollege van bestuur op h e t standpunt d a t door de komende -likwidatie van de Civitasraad niet m de rede ligt om daar a a n te kloppen voor de resterende vijftienhonderd gulden. Hii wilde echter wel toezeggen dat hij op verzioek van de u.r. toch formeel alsnog een verzoek a a n de Civitasraad zal richten. (P.E.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975
Ad Valvas | 396 Pagina's