Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1975-1976 - pagina 378

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1975-1976 - pagina 378

14 minuten leestijd

AD VALVAS — 18 JUNI 1976

z

VU-afgestudeerdigfi verwonderd over reactie van CvB toegelaten kunnen worden tot b e stuurlijke functies wanneer zij daartoe gekozen worden door de bevolking van de V.U. Daarmee heeft U College dus kennelijk reeds zich op het standpunt gesteld dat inderdaad het recht op bijzonder onderwijs in principe het 229 afgestudeerden aan de V.U. Het CvB schrijft, dat de afgesturecht geeft op uitsluiting van bedeerden maar moeten ingaan op die Terwijl wij U geschreven hebben stuurlijke en onderwijsfuncties van ernstig verontrust te zijn over de twee stukken en lijkt (in eerste inmensen met politieke loyaliteiten stantie althans) niet Isereid in te dreigende aantasting van d e verdie door zittende bestuurders onworven democratie aan de V.U., verenigbaar geacht worden met de gaan op verklaring van d e afgedoet U geen moeite om deze verstudeerden. doelstelling van de V.U. ontrusting weg te nemen, integenDe afgestudeerden willen best inHet is dat standpunt wat ons in deel. U wijst ons op de discussiegaan op de stukken van Blauw en het geweer bracht heeft, het is dat bijdragen van de beide hoogleraren Verkuyl, maar laten wel duidelijk standpunt waartegen de door 229 hun ongenoegen blijken. Wij citeren — overigens: zonder ons evenwel afgestudeerden getekende verklaring een deel uit hun biief aan het CvB: een exemplaar daarvan te doen toegericht is. I n principe kunnen wij „. .waar U eneizijds getuigt van Uw komen — en vermeldt dat zij op dan ook weinig anders doen dan de belangstelling voor onze open brief Uw verzoek geschreven zijn. verklaring die wij hebben uitgegeen onze in Tiouw gepubliceerde ven, en die wij in een open brief De „brede en evenwichtige discusverklaring, en U tegelijk melding hebben toegelicht, hier nogmaals sie", die U in Uw voorwoord zegt maakt van Uw participatie in de te willen stimuleren, blijkt niet herhalen, in de hoop dat U in een discussie middels op Uw verzoek volgend schrijven onze verontrusslechts uit te monden in twee gegeschreven en door U verspreide ting kunt wegnemen, en ons verlijkluidende standpunten — wat de uiteenzettingen v a n de professoren trouwen in een blijvende demodiscussiebijdrage van Uw kant nogal Blauw en Verkuyl, gaat anderzijds cratie en sfeer van open sameneenzijdig maakt, maar dat terzijde deze belangstelling en betrokkenwerldng op de V.U. kunt herstel— maar blijkt uitsluitend gericht te heid in de discussie kennelijk weer len, dan wel met argumenten omzijn op de viaag óf inderdaad leden niet zover dat U wenst in te gaan en sympathisanten van de C P N — kleedt ingaat op onze verklaring. op de inhoud van de verklaring van en in bredere zin progressieven — De ondertekenaai's van de verklaring van V.U.-afgestudeerden z|jn verwonderd ov«r de reactie van liet College van Bestuur op een open brief, die de afgestudeerden aan dit college Iiadden gesebreven. Het CvB gaat belemaal niet in op de inhoud van de verklaring van de afgestudeerden, maar verwijst slechts naar de brochure, waarin prof. Blauw en prof. Verkuyl hun standpunt op verzoek van het CvB hebben uiteengezet.

KANTOORBOEKHANDEL

GEBR. WINTER

it$)(§)clring Kastelensiraat 105 Vijzelgracht 57 Beethovenstraat 5 P. Calandlaan 81 -

TEKENGEREEDSCHAPPEN

Rozengracht 52 Linnaeusstraat 58 Amstelveenseweg 77 Tussenmeer 52

Niettemin zullen we in het kort ons standpunt nog eens toelichten aan de hand van opmerkingen over de uiteenzettingen van Blauw en Verkuyl. Uiteraard zullen wij ons als initiatiefgroep — en zonder mogelijk overleg m e t h e n die onze verklaring ondertekend hebben — beperken tot kommentaar in het licht van onze verklaring, die wij U eerder hebben doen toekomen." Tot zover de brief van de afgestudeerden aan het CvB, waarin men vervolgens uitgebreid ingaat op de brochure Blauw - Verkuyl.

Prof. Diepenhorst over uitstel CPN-discussie:

Geen 'accoordje' tussen VU en communisme Het i s bepaald niet zo d a t d e Vrije universiteit h e t m e t communisme e n marxisme e n m e t d e a a n h a n g e r s v a n deze stelsels op een accoordje zou willen gooien. Dit heeft prof. Diepenhorst gezegd tegen h e t dagblad Trouw n a a r aanleiding v a n h e t besluit v a n de universiteitsraad om de discussie over de CPN-kwestie nog wat uit t e stellen. De rector magnificus, die al eerder op geheel eigen wijze n a a r buiten trad, gaf een comm e n t a a r o m 'nodeloos misverstand' te voorkomen. 'In de eerste plaats blijft onvei-let de uitspraak v a n h e t Bestuur v a n de Vereniging voor wetenschappelijk onderwijs op gerefoimeerde grondslag o m zijnerzijds geen communisl;en t e benoemen,* zegt h«. Vervolgens vestigt Diepenhorst de a a n d a c h t op de verklaring v a n h e t

In

doelstellingsdiscussie:

Veel versleten woorden Hierbij sluiten wij aan bij wat we lazen in Ad Valvas van 4 juni (pag. 10) van de hand van Michael Donley. Ons valt het zelfde op als hem. Inderdaad: er worden in de „doelstellingsdiscussie" woorden gebruikt waaruit door het vele gebruik de betekenis is weggelopen, woorden, die bijna versleten zijn.

Bijdrage van economie tot oplossen milieyproblenien niet erg groot In het kader van een milieucolumn in Ad Valvas wil ik graag voldoen aan het verzoek van de organisatoren om een bijdrage te leveren vanuit de ekonomische wetenschappen. Het woon-, leef- en werkmilieu kan worden beschouwd als de ruimtelijke neerslag van de wijze waarop de mens vorm geeft aan zijn kuituur en sijn ontwikkeling. Daarom is het milieu niet zo maar een interessant objekt van studie. Het spreken over milieuvraagstukken vereist tevens een visie op de taak van de mens bij de ontplooiing van de aarde en de ontwikkeling van de samenleving. Bestudering van milieuvraagstukken is dus niet alleen een technische aangelegenheid, maar tevens een voluit kulturele aktiviteit. Niet zonder reden is in de calvinistische traditie nogal veel aksent gelegd op het bijbelse begrip „rent- . meesterschap". Mijns inziens dient dit begrip een centrale rol te spelen bij het analyseten van milieuvraagstukken vanuit een maatschappelijke kontekst. Tegenover een technokratisch uitbuiting en tegenover een neo-romantisch pantheïsme wordt hier immers een verantwoord beheer (in de zin van bouwen en bewaren) als genormeerd uitgangspunt centraal gesteld. Wil de ekonomische wetenschap een zinvol steentje bijdragen aan het denken over milieuvraagstukken, dan zal ze als maatschappijwetenschap veel aandacht moeten hebben voor een verantwoord en besparend afwegen van een veelheid van ekonomische handelingen die een veelheid van (vaak onbedoelde) neveneffekten hebben. Het ekonomische aspekt van het milieuvraagstuk is nauw gekoppeld jan het begrip „relatieve schaarste". De spanning tussen beschikbare middelen en velerlei wensen heeft niet alleen betrekking op traditionele konsumptiegoederen, maar evenzeer op fiisse lucht, schoon water enz. Naarmate de traditionele schaarste aan konsumptiegoederen is afgenomen, is een nieuwe schaarste aan zogenaamde milieugoederen opgetreden. De ekonomie heeft nu mede tot taak om deze nieuwe schaarste te analyseren en van daaruit oplossingen aan te reiken voor het milieuvraagstuk. Aandacht voor differentiatie in de schepping en voor variatie in de samenleving is dac~bij onontbeerlijk. Een bekend voorbeeld uit het veld van de milieuvraagstukken is het afwegingsprobleem tussen de groei van het inkomen en een toenemend ir-Jieubederf enerzijds èn een verminaa^ Iri^omensgroei en meer milieubescherming anderzijds. De vraag rijst nu of de ekonomie een

voldoende theoretisch en praktisch instrumentarium bezit om allerhande milieuvraagstukken aan te vatten en op te lossen.

Deze ongeprijsde effekten zijn pas na een hele reeks „kunstgrepen" in geldswaarde uit te drukken, terwijl de betrouwbaarheid daarvan beslist niet honderd procent kan worden geacht. Wel is het mogelijk om Aandacht globale ramingen te maken van de kosten van bestrijding van milieuAllereerst zij hierover opgemerkt bederf. dat de ekonomische aspekten van milieubederf in toenemende mate Een ander vraagstuk waarover nog aandacht krijgen, ook in het weniet het laatste woord is gesproken tenschappelijk onderwijs. In de Verbetreft de keuze van het instrumenenigde Staten bestaat reeds aan tarium om een gewenste milieukwaveel universiteiten een speciaal vak liteit te bereiken. De vraag of hefmilieu-ekonomie. Zover is het aan fingen, zuiverittgsgeboden of lode ekonomische fakulteit van de zingsverboden ingevoerd moeten V.U. nog niet, maar ook hier wordt worden (en in welke mate) hangt bij verschillende vakken (met name af van verschillende faktoren, zoals bij het vak regionale ekonomie) de de effektiviteit van deze maatregeblik gericht op de ekonomische aslen voor verbetering van de milieupekten van de milieuproblematiek. kwaliteit, het bedrijfsekonomisch efEr dient echter gesignaleerd te worfekt (bijvoorbeeld kosten en werkden dat de resultaten van de ekonogelegenheid), alsmede andere polimische wetenschappen ten aanzien tieke desiderata (bijvoorbeeld ten van het analyseren en oplossen van^ aanzien van de doorberekening van milieuvraagstukken nog lang niet in de extra kosten). alle opzichten bevredigend zijn, reDe instrumenten van het milieubeden waarom ook in het onderwijs leid hebben niet alleen gevolgen nog geen sprake kan zijn van een voor de kwaliteit van het milieu, volwassen vak milieu-ekonomie. maar ook voor andere sociaal-ekoVeel ekonomische analyses mogen nomische doeleinden (bijvoorbeeld dan wel een flink aantal aanknoekonomische groei). Zolang er een pingspunten bieden voor het onderfriktie bestaat tussen de verschillenwijs, maar ik ben ervan overtuigd de sociaal-ekonomische doeleinden (bijvoorbeeld groei versus een schoon milieu), is het moeilijk een eenduidige keuze te maken voor een goed instrumentarium. Ook hier zal de ekonomie het verantwoord en besparend afwegen vanuit de notie van het rentmeesterschap moeten honoreren. Een ander probleem betreft de harmonisatie van maatregelen ter beheersing van de kwaliteit van het milieu. Dit laatste vraagstuk doet zich vooral voor op het terrein van de ruimtelijke ordening en de spreidat er nog een lange weg te gaan dingspolitiek. De milieu-eisen vervalt. schillen nogal per gebied (men Wat zijn de redenen waarom de denke aan de Wet Selektieve Inekonomische wetenschap op veel vesteringsregeling, die alleen voor fronten nog verstek moet laten het Rijnmondgebied geldt). De gaan? laatste impliceert verschillende reIn de eerste plaats dient gewezen gionale vestigingsp'^-'woorwaarte worden op een schrijnend gebrek den. Deze verschi' 'den voor aan data. Nauwkeurige informatie over de invloed van produktie, konde bedrijfshuishouc . (leidend sumptie en ruimtegebruik op het tot ruimtelijke verschillen in vestiekosysteem is veeal afwezig, zodat gingskosten), maar ook voor de gehet bijzonder moeilijk is de kosten zinshuishoudingen (bijvoorbeeld bevan milieubederf te ramen. Techperking van woningbouw in gebienische gegevens over nieuwe proden met een hoge milieubelasting). duktleprocessen zijn vaak niet volledig openbaar, zodat de opoffeSpreidingsbeleid ringen aan anti-vervuilingsinvesteopbrengsten van milieubescherBij het gebruik van het spreidingsmingsmaatregelen is dus vaak moeibeleid in het kader van het milieulijk te maken. beleid is het tevens de vraag of het In de tweede plaats is het in het principe van gebundelde dekonsenilgemeen een uitermate moeilijke tratie een voldoende milieu-diffetaak om allerhande externe effekrentiatie garandeert. Hiermee wordt ten, die bij milieubederf zo'n grote het belangrijke vraagstuk van het rol spelen, op geld te waarderen. verstedelijkingsbeleid aangeraakt,

Milieukolom

College v a n Decanen, waarin de onaanvaardbaarheid v a n steun a a n h e t communisme e n medewerking a a n de VU zonder enige beperktheid werd uitgesproken. Diepenhorst h e r i n n e r t e r a a n 'hoe ik als rector magnificus voortdur e n d h e b verdedigd d a t grondslag en doelstelling d e r universiteit zich op geen wijze laten rijmen m e t communisme e n marxisme, zolang iemand deze beide begripp e n n a a r de eigenlijke betekenis neemt, en niet op kinderachtige m a n i e r i n stryd m e t alle feiten van h u n betekenis ontdoet.' Volgens de rector magnificus kan m e n h e t betreuren d a t de u r niet terstond tot een uitspraak is gekomen. Van een 'accoordje' is echter geen sprake. 'Voor werkelyke bezorgdheid is e r niet d e minste reden', aldus prof. Diepenhorst. (G. H.j

waarbij de vraag naar de optimale lokatie van bediijven (bijvoorbeeld aan de land van de stad) en van gezinnen (bijvoorbeeld in forensendorpen) in het vizier komt. Op nationaal nivo is dit vraagstuk nog niet voldoende doorgedacht om reeds nu te komen met adekwate beleidsrichtlijnen. Wel kan men stellen dat op stads-gewestelijk nivo bij voorkeur een hoogwaardig woonmilieu gekoppeld moet zijn aan een flinke woonmilieudifferentiatie. De ruimtelijke organisatie van onze samenleving, bezien vanuit de invalshoek van een optimale milieukwaliteit, zal nog veel studie vergen. Er zij hieraan toegevoegd dat de vraagstukken van verstedelijking en spreiding in een veel algemener kader dan dat van milieukwaliteit alleen bezien dienen te worden (men denke aan kongestie, sociale ongelijkheid, segregatie etc). De voorgaande overwegingen zullen wellicht een domper zetten op een groot optimisme ten c. mzien van de taak van de ekonomu hij het oplossen van milieuvraagsiikken. Er zij tot troost vermeld, uut er beslist wel vooruitgang valt te bespeuren bij de ontwikkeling van het milieu-ekonomisch analyse-instrumentarium. Op verschillende terreinen is reeds een redelijk inzicht verworven in de aard van deze problemen, zoals hel effekt per bedrijfstak van het opleggen van luchtvervuilingsnormen, de makro-ekonomische gevolgen van anti-vervuilingsinvesteringen, de ontwikkeling van aangepaste beslissings-technieken en waarderingsmethoden voor milieuvraagstukken, de politieke vormgeving aan een aantal ekonomische instrumenten zoals heffingen, de bedrijfsekonomische aspekten van nieuwe technologien, alsmede de regionale en planologische aspekten van spreiding en konsentratie. Uiteraard wordt getracht om in het onderwijs zoveel mogelijk te profiteren van de meest recente ontwikkelingen. Het voorgaande toont aan dat de bijdrage van de ekonomie tot het oplossen van milieu-problemen matig is: er is reeds veel bereikt, er dient nog veel meer bereikt te worden. De mate waarin echter resultaten bereikt zullen kunnen worden wordt in belangrijke mate mede bepaald door de keuze die individu en samenleving in onze maatschappelijke orde maken ten aanzien van materiële groei en verantwoord milieubeheer. Daarmee is tegelijk aangegeven dat de driehoeksverhouding tussen rentmeesterschap, individuele verantwoordelijkheid en maatschappelijke orde nog veel stof tot bezinning zal vormen. Prof. dr. P. Nijkamp

Het woord „demokratie" werd al genoemd. E e n weinigzeggend woord, wanneer we het horen uh de mond van de rector èn van SRVU-zijde, alleen — in zeer velschillende betekenis en met tegengestelde conclusie. Een vlag die verschillende ladingen dekt. Evenzo woorden als „progressief", „links/ rechts" enz. Wij menen echter, dat ' t er aan de andere kant niet veel beter vooistaat. Een wat doordachter gebruik van de woorden „grondslag", „doelstelling", „evangelie" en „christen" zou de discussie alleen maar verhelderen. Door dit kreterige taalgebruik daalt er een mist over de discussies, waarin men elkaar met z'n woorden slechts in schijn bereikt. Ons bezwaar tegen het stukje van M.D. is, dat hij maar naar één van de partijen kijkt èn dat hij in zijn slotvraag enige nieuwe termen invoert („totalitair", „comunist", „fascist" — trouwens, hoe kun je die laatste twee in één adem noemen?), die uitgerekend hetzelfde euvel vertonen als waar hij de vinger bij legt. Hoe krijgen onze woorden weei een ondubbelzinnige inhoud? Piet Warmenhoven en Luuk van Loo, beiden

Bedaktie-adres: D e Boelelaan 1105 Postbus 7161 Amstferdam, telefoon 5484330 of 5482671.

student

020-

Bedaktie: J a n v a n der Veen (hoofdredakteur), G u u s Herbschleb (redakteur a.i.), Claartje K a t a n (redaktie-assistente). itledewerking: R u d i Agerbeek, B e n R o g m a n s . Bureau P e r s e n Voorlichting. Fotograaf: Peter v a n Vliet T e k e n a a r : F r a n s Vera Kopö, niet bestemd voor de mededelingenrubriek, moet (getypt) uiterUjk m a a n d a g morgen 10 u u r binnen zijn. Advertenties: J. G. Duyker, Noordwolde (Fr.) Postbus 40 - Tel. 05612-541 Toezending: Ad Valvas k a n ook p e r post worden toegezonden. Wie v a n deze mogelijkheid gebruik wil m a k e n k a n d a t — uitsluitend per briefkaart — melden a a n Administratie toezending Ad Valvas, Vrüe Universiteit, postbus 7161, Amsterdam, onder vermelding v a n n a a m e n adres e n d e mededeling of htj/zy student is of lid y a n h e t personeel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975

Ad Valvas | 396 Pagina's

Ad Valvas 1975-1976 - pagina 378

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1975

Ad Valvas | 396 Pagina's