Ad Valvas 1976-1977 - pagina 427
' / AD VALVAS — 24 JUNI 1977
Raadslid Paardekooper: vraag of dit de problemen
kan helpen
Met 'breinen^ van de nederlandse
oplossen
grondpolitiek
SubfakulteHsraad SCW roept CvB te hulp na bedanken Van der Kroef
In oktober kongres over grondpolitiek aan VU
De subfaculteitsraad Sociaal-Culturele \Vctenschappen heeft maandag 6 juni j.l. besloten de benoemingsprocedure voor een nieuwe lector internationale betrekkingen (i.b.) in de gretige handen van het CvB te leggen. Dit besluit is het eerste belangrijke feit na het terugtreden van Dr. van der Kroef. Zoals reeds in Ad Valvas gemeld, heeft v. d. Kroef — die bij het bestuur van de Vereniging voorgedragen was voor het al vijf jaren openstaande lectoraat '— voor de eer bedankt. Dit naar aanleiding van ernstige geruchten rond zijn verleden. Van der Kroef heeft zich mogelijk in de 50er jaren schuldig gemaakt aan plagiaat. Voorts was aan het licht gekomen dat van der Kroef consultant is geweest van duistere, nauw aan het leger verbonden, onderzoeksinstituten die zich ojn. bezig hebben gehouden met het bestrijden van de Vietnamese bevrijdingsbeweging.
Op 10 en 11 oktober wordt er op de Vrije,Universiteit in Amsterdam een kongres georganiseerd met als titel Grondig Bekeken, Grondeigendom en Ruimtelijke Ordening. Aanleiding voor het kongres is het 15-jarig bestaan van het Geografisch en Planologisch Instituut van de VU. Op het kongres zal ingegaan worden op wetenschappelijke en maatschappelijke vraagstukken van grondpolitiek. Het thema wordt vanuit een drietal gezichtshoeken bekeken: historisch/filosofisch; de plattelandsgebieden en de stedelijke gebieden.
Maandag de 6e nu boog de s.f.r. zich over de vraag hoe het verder moest. Om de lezers iets te laten begrijpen van het genomen besluit dat door studenten beschouwd wordt als het uit handen geven van democratiese rechten, moeten we teruggrijpen op een aantal gebeurtenissen aan de sf, die zowel het lectoraat als de studentenvakbond Mundus Srvu raken. Op 5 november 1972 (!) heeft de toenmalige s.f.r. een benoemingskommissie ingesteld. Nu vijf jaar later is die lector er nog steeds niet. Een triest VU-record. Vele malen zijn er al dan niet lectorale candidaten omhoog komen drijven. Even zovele malen zijn die kandidaten kopje onder gegaan. In koor roepen hoogleraren en lectoren dat de studenten en hun „zogenaamde" vakbond hoofdschuldigen zijn. De feiten zijn echter dat studenten zich altijd op het standpunt gesteld hebben dat een lector i.b. een brede kwalifikatie moet hebben. Kort gezegd wordt hier mee bedoeld dat zo'n lector niet alleen kennis moet hebben van de traditionele i.b. die zich m.n. bezig houdt met „de theorie van de kollektieve veiligheid" waarin de verhouding Oost-West centraal staat. De staat wordt veelal slechts opgevat als een souvereine eenheid waarvan de invloed nauwelijks beïnvloed wordt door binnenlandse factoren. Onder druk van een aantal maatschappelijke ontwikkelingen komen pas de laatste jaren de multinationals en de anti-imperialistiese strijd in de belangstellingssfeer van de i.b. theoretici. Welnu, de studenten hebben van meet af aan geëist dat de te benoemen lector kennis moet hebben van deze nieuwe ontwikkelingen en in staat moet zijn onderzoek op deze terreinen te entameren. In al zijn summierheid is dit de kern van de zaak.
Mislukte
voordrachten
Een eerste voordracht mislukte omdat de benoemingskommissie slechts één kandidaat bij de raad voordroeg, terwijl het een publiek geheim was dat een tweede kandidaat op gelijk nivo stond. De studenten waren meer geporteerd voor de tweede kandidaat vanwege de zojuist gegeven argumentatie. Beide kandidaten zijn afgedreven. „Onze" kandidaat vond men te licht omdat-ie op het item „doelstelling" laag scoorde. Na een volgende mislukking kreeg het bestuur Van Putten in mei 1975 een lumineus idee. Mr. Bos, bekend van het europese parlement èn van de felicitatiebrief aan de christen-democratiese partij in Chili na de val van AUende, moest het worden. Middels enige indrukwekkende trucs werd Bos benoemd. De studenten waren (alweer) fel tegen, m.n. vanwege Bos' geringe wetenschappelijke kwaliteiten. Het lot was gunstig gezind. Bos ijrefereerde naar eigen zeggen een bestuurlijke baan boven een wetenschappelijke carrière. Hij kreeg van het kabinet een enkeltje Katwijk waar hij nu met vaste hand burgemeestert. Ten einde raad stelde de raad SCW december 1975 een nieuwe benoemingscommissie in, met twee studenten erin. Dit laatste bracht een nieuwe poel van ellende. Professor Kuypers, voorzitter van de commissie, liet weten niet met een communisties gezinde student in een commissie te willen. Hier-
mee had het politieke discriminatieconflict op de s.f. zijn intrede gedaan. Na enige tijd stevig actievoeren moest Kuypers inbinden. Decaan Van Putten nam zijn plaats in. De commissie, met de twee studenten, kon eindelijk aan het werk. En ja hoor, eind 1976 de kroon op het werk: de nieuwe lector werd benoemd. Zijn naam: Van der Kroef. Enige tijd later bleek dat er te vroeg gejuicht was. Langzaam maar gestaag druppelde informatie binnen over Van der Kroef zijn verleden. Zonder een oordeel te kimnen vellen over de volledige juistheid van die geruchten is het ons opgevallen dat Van der Kroef nauwelijks enige bereidheid toonde mee te werken aan een mogelijke opheldering. Zodra hij vernam dat aan de s.f. een discussie ontsponnen was stuurde hij een bedankbriefje. Een stap die boze tongen alle kansen biedt. (Overigens op niet al te lange termijn hoopt het werkkomité van de studenten gegevens naar buiten te brengen over de CIA/Pentagon activiteiten).
Troebel water De lezer zal begrijpen dat deze slepende kwestie, waar nog veel meer over te onthullen valt, veel kwaad bloed gezet heeft. En dat aan een subfaculteit die toch al niet conflictvrij is. Het is niet toevallig dat de studentenvakbond Mundus beschuldigd wordt onbetrouwbaar, niet loyaal etc. te zijn. Keer op keer, punt voor punt, jaar in jaar uit komen studenten in actie om het onderwijs te verbeteren of, zoals ten tijde van de boycot, ervoor te zorgen dat niemand de dupe wordt van onterechte regeringsmaatregelen. Een aantal malen hebben hoogleraren en lectoren gepoogd studenteninvloed terug te dringen. Het is ze één keer ook gelukt. Mei 1974 pleegden ze een echte coup door, gebruik makend van archaiese bevoegdheden, een aantal studenten uit de raad te gooien. Ondanks deze verslechterde positie zijn studenten middels akties in staat gebleken suksesvol op te komen voor him eisen en wensen. De Van der Kroef-zaak heeft de emoties weer hoog doen oplaaien. Professor Brasz vindt Mundus-studenten stoute jongens. Anderen vinden ons principeel onbetrouwbaar en achten het daarom gewenst zonodig reglementen te wijzigen (nog minder studenten in de raden b.v.). Een ernstige situatie dus. Toch ontkom je er niet aan af en toe een glimlach los te laten als b.v. Dik Kuiper in alle toonaarden de subfacultaire democratie verdedigt terwijl juist op hem en zijn politieke vrienden de democratie bevochten is; ten tijde van de coup waren ze er als de kippen bij om reglementaire verworvenheden terug te draaien. Op de reeds genoemde vergadering heeft het subfaculteitsbestuur ook nog een motie ingebracht tegen Mundus-voorzitter tevens raadslid De Hoog. Zijn optreden werd ten scherpste afgekeurd. Nadat bleek dat een raadslid het ethies en/of zedelijt' onaanvaardbaar vond elkaar op deze manier te veroordelen en tevens bleek dat zo'n motie tandeloos is, trok het bestuur de m^tie in. Niet alleen studenten hebben het moeten ontgelden. Ook het vakgroepbestuur i.b. is op zijn nummer gezet. Het vakgroepbestuur wordt verweten dat zijn optreden
de afgelopen jaren er mede debet aan geweest is dat de zo begeerde lectorsbenoeming uitgebleven is. Daar komt nog bij dat het funktioneren van het bestuur als zodanig niet optimaal is geweest. Reden voor de raad een lector van buiten de vakgroep tijdelijk te belasten met het voorzitterschap van de vakgroep. Een unicum in de subfacultaire geschiedenis. Studenten hebben zich in deze gematigd positief tegen opgesteld, omdat deze lector (dr. Diemer) als taak heeft de verhoudingen in de vakgroep te normaliseren. Het vakgroepbestuur behoudt zijn bevoegdheden. Het blijft wel opletten geblazen. Zoals gezegd SCW heeft het CvB opgezadeld met de afhandeling. We hebben niet de indruk dat het CvB dit erg vindt. CvB-voorzitter Van Nes heeft zich meer dan actief bemoeid met de Van der Kroefkwestie en heeft bij gelegenheid getracht de geruchten in de doofpot te stoppen. Zo hoort dat aan een christelijke universiteit, heeft-ie kennelijk gedacht. Wij vragen ons wel af of het SCWbesluit een bijdrage is om de gerezen problemen uit de wereld te helpen. De nieuwe lector zal toch aan de s.f. moeten komen werken. M.a.w. hij/zij zal aanvaardbaar moeten zijn voor staf en studenten. Hier komt nog bij dat er hoe dan ook een beoordelingskommissie moet komen. De leden voor deze commissie zullen op de subfaculteit gevonden moeten worden. We nemen tenminste niet aan dat Van Nes op basis van zijn Shell-verleden voldoende competent is dit zaakje af te handelen.
Vanuit de historisch-filosofische gezichtshoek wordt bekeken welke ontwikkeling het denken over eigendom en beheer van grond in het verleden heeft doorgemaakt en wat de relatie is tussen grondeigendomsverhoudingen en maatschappij-opvattingen. Vanuit het aspekt van de plattelandsgebieden wordt nagegaan welke rol grond en grondeigendom hebben gespeeld bij de ontwikkeling van het platteland en welke de mogelijkheden zijn van veranderingen t.a.v. grondeigendom voor de inrichting en het beheer van landelijke gebieden.
Trouwens, in het SCW-besluit staat uitdrukkelijk vermeld dat de subfacultaire organen zoveel mogelijk „gehoord" moeten worden. Kortom de subfaculteit is nog niet van deze benoeming af. We raden het CvB aan, zonder aanmatigend te willen zijn, zoveel mogelijk aan te sluiten bij hetgeen op de subfaculteit leeft. In concreto betekent dit dat de studenten en de stafleden reëel betrokken worden bij de procedure: in de benoemingscommissie behoren stafleden èn studenten hun plaatsen te krijgen. Cees Paardekooper, lid subfac. raad SCW.
Internationaal symposium over
kunstfotografie
Expositie over Icunstfotografie in liet VU-restaurant
Gisteren hebben de wethouder kunstzaken van Amsterdam, drs. T. P. Treumann en de heer C. de Niet, lid van het college van bestuur van de VU, een nieuwe expositie in het „Exposorium" van de VU geopend. Vier internationaal bekende fotografen zullen tot en met 25 juli in het VUrestaurant exposeren. Het zijn Edouard Boubat (uit Frankrijk), Bill Brandt (uit Engeland), Ralph Gibson (uit Amerika) en de nederlander Aart Klein. Hoewel deze vier kunstenaars elkaar goed kennen vertegenwoordigen ze ieder een eigen richting binen de kunstfotografie. Het werk van Boubat kenmerkt zich door menselijkheid en vrolijkheid. Zijn harmonieuze beelden uit vele werelddelen bezorgden hem de naam „Vredesjournalist." Brandt hanteert daarentegen een meer enerverende en geconcentreerde vormentaal. Zijn naakten uit de 50-er jaren, die op de tentoonstelling zijn te zien, zijn sculptured van opvatting. Ze tenderen naar het driedimensionele. Ralph Gibson houdt zich bij voorkeur bezig met het mysterieuze en het tijdloze. De titels van enkele van zijn fotoboeken: Déja-vu, Somnambulist en Days at sea (een selektie hieruit is op de expositie aanwezig) illustreren dit. Van alle vier kimstenaars is het werk van Aart Klein het meest grafisch van opvatting. Hij kiest als motief dikwijls gebouwen, waarbij de hoofdvormen geaccentueerd worden door het gebruik van sterke kontrasten. Deze expositie kwam tot stand in samenwerking met Galerie Fiolet hier ter stede, ter gelegenheid van 't „Amsterdam Symposium on Art Photography", dat op 23 en 24 juni aan de VU wordt gehouden. Dit symposium is een initiatief van Galerie Fiolet en kwam tot stand met medewerking van het Kunsthistorisch Instituut van de VU. Het doel ervan was te komen tot een meer diepgaande waardering, beoordelingsmethode en benade-
Ten aanzien van de stedelijke gebieden wordt de vraag gesteld van de samenhang tussen vormen van grondeigendom enerzijds en voortgang van stadsvernieuwing anderzijds. Welke ervaringen zijn opgedaan met het erfpachtstelsel? Wat zullen de sociale en morfologische gevolgen zijn van een stedelijke herverkaveling? Na ieder onderdeel kan gediscussieerd worden. Het kongres zal besloten worden met een (politiek) forum waarin de breinen achter de Nederlandse grondpolitiek zitting zullen nemen. Medewerking o.a.: Prof. dr. M. W. Heslinga (VU Amsterdam), prof. dr. C. P. Bertels (RU Leiden), ir. J. F. A. van den Ban (hfd. Afd. Landinrichting Rijks Planologische Dienst), dr. B. Kruijt (KU Nijmegen) en prof. dr. M. de Smidt (RU Utrecht), prof. mr. P. de Haan (VU Amsterdam, CDA) en A. J. Voortman (PvdA). Actiegroepen kunnen op het congres informatie over hun standpunten kwijt. Eind augustus verschijnt er een kongresmap waarin achtergrondinformatie over de door de sprekers verdedigde stellingen zal worden opgenomen. Kontaktadres: Lustrumgroep, Gerrit van der Plas, 1ste Sweelinckstraat 15-III, Amsterdam, tel. 020766411 (in augustus 020-923947).
wijs en kunsthandel. Onder de toehoorders bevonden zich o.a. europese kunsthandelaren en galeriehouders, vertegenwoordigers van nederlandse en andere europese musea, mensen uit het europees kunsthistorisch onderwijs, ministeries, kunstkritici en essayisten en vele nederlandse en buitenlandse fotografen, die zich betrokken voelen bij de emancipatie van de fotografie. Tijdens het symposium kwamen thema's aan de orde als de kunstfotografie op kunsthistorische opleidingen, de funktie en waardering van „artphotography" in musea, fotografie en kunstmarkt en de perskritiek op kunstfotografie. Op het symposium werd ook de vraag besproken of er in Amsterdam een soort fotografiecentrum
Foto van Ralph Gibson uit het fotoboek Déja-vu. ringswijze van fotografie en met name de kreatieve vormen van fotografie. Daarbij wordt ervan uitgegaan, dat fotografie een kunstmedium is. Er bestaat echter nog geen traditie in de kunsthistorische benadering van fotografie. Een uitgebreid internationaal panel hield zich gisteren en vandaag met deze materie bezig. De panelleden waren afkomstig uit verschillende disciplines: kunsthistorie, kunstkritiek, museumdirektie, kunstonder-
zou moeten komen. De voorzitter van het symposium Emiel Meijer, voormalig directeur van het Van Gogh-museum leidde deze vraag in. Over de tentoonstelling, die ter gelegenheid van dit symposium werd ingericht een artikel in ons volgend nummer. Inlichtingen bij John Vrieze, tel. 020-584 43 27. (J. K.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976
Ad Valvas | 440 Pagina's