Ad Valvas 1976-1977 - pagina 347
AD VALVAS — 22 APRIL 1977
7
Aktiefin het milieu (deel 4) „Ongeschonden natuur en schoon milieu zijn schaarse artikelen in Nederland, we moeten er zuinig op zijn en daarom moeten zij randvoorwaarden geven voor de maatschappelijke ontwikkelingen." De Stichting Natuur en Milieu, van wie deze uitspraak komt, ziet als haar taak het behouden van natuur en milieu niet alleen voor de mens, maar ook omdat zij op zichzelf het behouden waard zijn. Natuur, landschap, water, stilte, bodem, lucht, alles samen vormt het milieu dat behouden en beschermd moet worden. Om daarin te slagen houdt Natuur en Milieu zich bezig met verschillende problemen; ze ontwikkelt bijvoorbeeld «en nieuwe visie op de landbouwstructuur, houdt zich bezig met een vervoersbeleid dat het openbaar vervoer centraal stelt en ze is actief op het gebied van de ruimtelijke ordening; één van de grote „kluiven" van de komende maanden is de Nota Landelijke Gebieden, die de tegenmal is van de Verstedelijkingsnota. Ook houdt Natuur en Milieu het naleven van de milieuwetten in de gaten; het blijkt dat zelfs overheidsinstanties zich niet steeds aan hun eigen milieuwetten houden en zonder milieuvergunningen bouwen. In totaal ligt het accent van het werk van Natuur en Milieu meer op het landelijk gebied dan op de binnenstedelijke omgeving. De Stichting Natuur en Milieu is een landelijke, particuliere organisatie, die ontstaan is uit vier aparte organisaties. Eén van die vier, de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten, heeft zijn eigen gezicht en taak behouden, die voornamelijk gericht is op de aankoop en het beheer van natuurmonumenten. De andere drie organisaties, de Nederlandse Vereniging tegen Wa-
Milieukolom ter-. Bodem- en Luchtverontreiniging, de Contact-Commissie voor Natuur- en Landschapsbescherming en de Stichting Centrum Milieuzorg, hebben hun deskundigheid en ervaring geheel samengevoegd. De Nederlandse Vereniging tegen Water-, Bodem- en Luchtverontreiniging werd aan het begin van deze eeuw opgericht en was haar tijd ver vooruit; zo werd over heel Nederland door de vereniging systematisch het oppervlaktewater bemonsterd en werden ontwerpen voor milieuwetten opgesteld. De Contact Commissie voor Natuur- en Landschapsbeheer werd in 1932 opgericht om alle actie die gevoerd werd tegen de plannen het Geuldal in een stuwmeer te veranderen, te bundelen. Het was een actievoerende organisatie, vooral gericht op het beïnvloeden van de overheid. Ze zat bijvoorbeeld vanouds in allerlei officiële adviescommissies. De Stichting Centrum Milieuzorg werd in 1970 opgericht naar aanleiding van de toenemende vraag uit het grotere publiek, met name via de vrouwenorganisaties, naar informatie over de milieu-aantastingen en de mogelijkheden daar zelf iets aan te doen. Sinds 1970, het Natuurbeschermingsjaar, raakte „het milieu" plotseling in een stroomversnelling, het grote publiek werd zich bewust van het belang van het milieu, de particuliere organisaties groeiden en de overheid bleek bereid tot het verstrekken van subsidie. In 1972 bundelden de vier organisaties hun krachten in de overkoepelende Stichting Natuur en Milieu; de stichting heeft ongeveer 20 vaste medewerkers.
Samenwerking Natuur en Milieu werkt nauw samen met andere landelijke milieuorganisaties, vooral bij grote acties, bijvoorbeeld de Actie Water-Alarm en acties voor een schone Rijn. Om zo goed mogelijk op elkaar af te
kunnen stemmen en van eikaars activiteiten op de hoogte te zijn, komen acht landelijke milieuorganisaties regelmatig bij elkaar in het Landelijk Milieu Overleg. Aan dit overleg nemen behalve Natuur en Milieu ook deel: de Landelijke Vereniging tot Behoud van de Waddenzee, de Vereniging Milieudefensie, de afdeling Nederland van het Wereld Natuur Fonds, de Nederlandse Vereniging voor Vogelbescherming, de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten, de Bond Heemschut en het Instituut voor Natuurbeschermingseducatie. Intensief wordt samengewerkt met de Provinciale Milieu Federaties in elke Nederlandse provincie. Natuur en Milieu probeert zo veel mogelijk het werk van de plaatselijke actiegroepen voor het milieu te steunen. De 600 groepen die bij Natuur en Milieu bekend zijn, krijgen het materiaal dat Natuur en Milieu uitgeeft gratis toegezonden. De waarde van plaatselijke groeperingen moet niet onderschat worden: zij kunnen zeer gericht actie voeren omdat zij op de hoogte zijn van de plaatselijke verhoudingen en situaties en zij weten precies bij welk belangrijk persoon zij verhaal
kunnen halen. Een ander pluspunt van plaatselijke milieugroepert is, dat zij veel menstn kunnen betrekken in activiteiten. Vaak geldt voor een plaatselijke actie, dat het begin het leukste is; zodra wat resultaat bereikt wordt (wat jaren kan duren!) zakt de belangstelling van de deelnemers in. Belangrijk is, dat de deelnemers actief gehouden worden, er zijn zoveel problemen waar iets aan gedaan moet worden, bijvoorbeeld ijveren voor veilige fietspaden, milieu-onderwijs op scholen invoeren, papier ophalen en in de gaten houden wat door de overheid gepland wordt voor de omgeving.
zodat er tijdig ingegrepen kan worden. Als eenmaal één actie gevoerd is, verlopen de volgende acties vaak soepeler; je kent de weg, je hebt contacten, je weet wie verantwoordelijk is. Wel is van belang dat nieuwe leden goed opgevangen en begeleid worden; hun lol gaat wel heel snel van actie voeren af als ze alleen maar mogen stencillen of handtekeningen verzamelen. Als er geen nieuwe leden bij komen, bestaat het gevaar dat de groep overbelast en uitgeput raakt, zodat er geen behoorlijke actie meer gevoerd wordt. Vroeger gaf Natuur en Milieu twee bladen uit: „Natuur en Milieuzorg" en „Natuur en Landschap". Sinds 1 januari 1977 zijn deze samengevoegd tot één blad, gedrukt op recycled papier. Het blad geeft achtergrondinformatie en actienieuws en is opinievormend. In het januarinummer staan o.a. de artikelen: Waarheen met het chemisch afval?, Hoe serieus neemt de regering de Wadden?, en Vogels of Pootaardappelen. Natuur en Milieu geeft verder aparte brochures uit, zoals Milieubesparend huishouden. Milieu en Koelwater en het boekje Grenzen in Zicht, dat de Ori'ènteringsnota Ruimtelijke Ordening kritisch bekijkt. Natuur en Milieu maakt intensief gebruik van inspraakprocedures op overheidsplannen, waar gelukkig steeds meer mogelijkheden voor worden geschapen. Ook in het Parlement is Natuur en Milieu actief; vertegenwoordigers die het politieke
Expositie in VU-restaurant t/m 29 april
Vier geachten van het realisme Door Jacques Vis en Lee Hendrix Tot en met 29 april is in het restaurant, en vooral op het F (bovenste) niveau een tentoonstelling te zien van het werk van vier kunstenaars. Allen werken figuratief, desondanks is het resultaat zeer verschillend.
Eja Siepman van den Berg Geen onderwerp heeft beeldhouwers door de eeuwen heen zo geboeid als dat van het menselijk lichaam. Je zou denken dat het als thema na zo'n vierduizend jaar nu wel zou zijn uitgeput maar de beelden van Eja Siepman van den Berg laten zien dat, het ook vandaag de dag nog een onverminderd frisse bron van inspiratie is. Ze knoopt aan bij de traditie in het gebruik van de mooie materialen brons en marmer en in het meestal weglaten van hoofd en armen, soms ook benen. Deze procedure is even gebruikelijk voor beeldhouwers als acceptabel voor een enigszins ontwikkeld publiek dat het resultaat heeft leren zien als een artistiek motief en niet als het eerste stadium van een koffermoord. Dat zou er ons niettemin op attent moeten maken hoezeer we bij het kijken naar kunst zijn gekonditioneerd door gewenning en in gevallen als deze hoe betrekkelijk de waarde van de aanduiding „realisme" is. Het weglaten van die lichaamsdelen die ons als individu het meest kenmerken geeft aan het motief een meer algemene waarde of anders gezegd laat de toeschouwer meer vrijheid in het proces van associatie waartoe datgene wat resteert hem of haar aanzet. Naast deze abstrahering wordt een stap gezet in de tegenovergestelde richting door de nauwkeurige karakterisering van het tot type geworden model, en het gevolg is een interessant evenwicht tussen algemeen motief en specifieke verschijning. De beelden van Eja Siepman van den Berg staan met beide benen op de grond (als ze ze hebben tenminste), zelfbewust en open naar buiten. Dat geeft wel een aanduiding in welke richting we moeten zoeken naar een verklaring voor de blijvende populariteit van het thema van het menselijk lichaam. Geen ander is meer geschikt als middel om de
voortdurende verandering in de kijk van de mens op zichzelf en tijdgenoten tot uitdrukking te brengen.
Rein Pol Van de drie overige exposanten is Rein Pol de schilder in de oude betekenis van het woord. Zijn olieverfschilderijen, veelal op klein formaat, getuigen van geduldige observatie en een ontwikkelde techniek, een fijnschilder die nergens pietluttig wordt. Drie van de zes schilderijen zijn zelfportretten, dus naar het model dat altijd bij de hand is en evenveel geduld heeft als de schilder. Hij zet zichzelf in omgevingen die gevarieerde pikturale effekten opleveren: in het gezeefde licht van een kamer, langs een spoordijk, in de damp van een douchecel. Het laatste geval levert een boeiend kontrast op tussen vaste en vage vormen. Hetzelfde effekt wordt uitgewerkt in het schilderij van de hoek van een zwembad waar de rechte lijnen op de bodem en die van TL-buizen worden ge-
broken door het spiegelend teroppervlak.
wa-
John Verberk John Verberk demonstreert de mogelijkheid, eigen aan kunst, tot het scheppen van een wereld waarin andere wetten gelden dan de gangbare. Dat gegeven, uitgewerkt in een aantal varianten, is in feite het hoofdthema van het hier aanwezige werk. Soms gaat het om een spel met oorzaak en gevolg: een schilderij valt van de muur doordat de wind blaast in de erop afgebeelde strandstoel; de ondergaande zon op een ander schilderij werpt een rood licht op de grond voor de schildersezel. Een andere groep heeft als thema het samentrekken in één beeld (d.w.z. in tijd) van een aktie en het gevolg daarvan, zoals in de gouache „De kracht der verbeelding": een vuist afgebeeld op een blad papier dat is gescheurd doordat de vuist erop neerkwam. Het is essentieel bij dit soort kunstgrepen dat er sprake is van een zekere logica, maar dan wel een speciale. Tot de spelregels behoort ook een nauwkeurige uitbeelding volgens de regels van het realisme die aan het irreële voorval de kracht van een feit verleent. Daarvoor is dan wel een technisch perfekte uitvoering nodig en zeker op dit punt laat het werk van John Verberk weinig te wensen over.
„Opgeprikte jas" vim Fred van der Wal
(zeefdruk).
spel uitstekend moeten beheersen bevinden zich in de wandelgangen als er over een belangrijke milieumaatregel besloten moet worden. Natuur en Milieu doet haar best op sleutelpartijen in te spelen, zodat maatregelen die anti-milieu kunnen uitpakken er niet door komen. De partij die op dat moment van belang is wordt benaderd, dat kan per wetsontwerp verschillen. Het gaat er naar toe, dat milieuorganisaties meer dan vroeger bij milieuvraagstukken de achtergrondproblemen zien. Er moeten fundamentele oplossingen gezocht worden voor bijvoorbeeld het probleem van de consumptie en productie van artikelen en voor de werkgelegenheid. Stadsvernieuwing kan een belangrijke factor zijn bij de oplossing van de woningnood, zonder meer overloop naar uit de polder gestampte nieuwbouwwijken is dat zeker niet.
Universitair beperkt
kontakt
De kontakten die Natuur en Milieu met de universiteiten heeft zijn incidenteel en beperkt. De medewerkers kennen een aantal mensen aan de universiteit waar ze met een probleem kunnen aankloppen, bijvoorbeeld de mogelijke samenhang tussen kunstmest en watervervuiling. Ook bestaat kontakt met een aantal
Vervolg op pag. 11.
Het materiaal is dikwijls gouache (plakkaatverf zogezegd), opgebracht d.m.v. minuscule verfspuitjes; wat niet moet worden gespoten wordt afgedekt met schabionen. Verberk hanteert deze techniek meesterlijk, vooral bij de vage beelden die het gevolg zijn van het afzetten van een bril. Dit is realisme zonder meer, minder dan het eerder beschreven werk afhankelijk van de kwaliteit van de vondst en uiteindelijk misschien toch het meest interessant.
Fred van der Wal Een gave techniek is ook kenmerkend voor het werk van Fred van der Wal. Ook bij hem vragen de onderwerpen daarom, zij het op een wat andere manier. Centraal staan de produkten van onze moderne samenleving, van het flatgebouw tot de huishoudelijke artikelen die even zakelijk zijn weergegeven als in de advertenties die model hebben gestaan. Fred van der Wal kiest voor het eigentijdse onderwerp, hij houdt van de stroomlijn en de onverwoestbaarheid van het industriële produkt, het glanzende oppervlak van badkamertegels en plastic jassen. Zijn kleurgebruik is daarmee in overeenstemming: soms vrij hard en ongebroken, altijd clean. Soms drukt hij zijn prenten af op goud- of zilverkleurig papier en bereikt dan het effekt dat we kennen van het verpakkingsmateriaal van bijv. nylons of overhemden. Positieve geluiden tot dusver, maar de indruk die overblijft is toch niet die van een vriendelijk spel met moderne esthetica, eerder die van een haat-liefde verhouding tot een kunstmatig paradijs. In het vroegste hier aanwezige werk (b.v. de fotolitho's „Zelfportret" en „Oog") komt een agressief element openlijk tot uiting in beeld en tekst. Daarmee vergeleken is het recente werk koeler, meer afstandetijk, maar niet minder een sarcastisch kommentaar op de konsumptiemaatschappij waarin een proces van verbruiken en verteren voorop staat. Handen en vorken manipuleren, mensen worden vorken, lepels, lampen en aan de horizon van dit alles staat tenslotte een grote closetrol. Zo te zien geeft de konsumentengids toch niet op alles een antwoord. Inlichtingen over deze tentoonstelling zijn te verkrijgen bij J. Vrieze, Exposoriumkommissie. Hoofdgebouw kamer OD-03, lel. 548(4327).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976
Ad Valvas | 440 Pagina's