Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1976-1977 - pagina 423

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1976-1977 - pagina 423

11 minuten leestijd

AD VALVAS — 24 JUNI 1977

3

De privé-praktij ken van de tandartsen van de VU

VU'geeft'jaarlijks zes ton'weg' aan haar tandartsen Een maand geleden stond het vrij onopvallend op de achterpagina van Ad Valvas: „Vragen over privé-praktijken bij tandartsen" (in de universiteitsraad). In betzelfde nummer staat, dat de privé-praktijken van medisch specialisten worden verboden. De TAS-fraktie van de subfakulteitsraad bij Tandheelkunde aan de VU heeft echter de indruk, dat de privé-praktijken van de tandartsen over het hoofd gezien zijn. Deze privé-praktijken werden niet genoemd in de nieuwe maatregel. Ze vormen echter bij Tandheelkunde aan de VU al jaren lang een doom in het oog van met name de Tas-sers, die daar werken. En dat is niet verwonderlijk. De tandartsen aan de VU profiteren namelijk al jaren van een zeer lucratieve „faciliteitenregeling". Wat is het geval? De hoogleraren en een groot aantal tandartsen van TandheelkundeVU die full-time in dienst van de VU zijn, mogen gedurende 3 halve dagen per week er een intra- of extra-murale privé-praktijk op na houden. Hebben ze een extra-murale praktijk (en die hebben de meesten van hen), dan mogen ze de inkomsten daaruit behouden naast hun volledige salaris als VU-werknemer. M.a.w.: ze worden voor 100 procent uitbetaald door de VU, terwijl ze er maar voor 70 procent van de tijd werken. En het geld, dat ze in de resterende tijd buiten de VU verdienen in hun privépraktijk mogen ze ook nog eens zelf houden. Hebben deze tandartsen een intramurale privé-praktijk (dus biimen de VU), dan mogen ze uit de opbrengst daarvan de helft houden naast hun gewone volledige salaris. Van de resterende 50 procent moeten ze vijfendertig procent afstaan als onkostenvergoeding aan de VU. Ze maken immers gebruik van de assistenten en het instrumentarium van de VU. Daarbij moet echter direkt opgemerkt worden, dat de kosten daarvan veel hoger zijn dan 35 procent van de inkomsten: ongeveer 62 procent. Men profiteert dus ook nog eens van dit soort diensten van de VU. Vijftien procent van de inkomsten gaat naar de zogeheten afdelingspotten van Tandheelkunde. In de faciliteitenregeling heet het, dat deze potjes gebruikt moeten worden voor het bestrijden van onkosten, die stafleden soms voor onderwijs en onderzoek moeten maken: het volgen van cursussen, het maken van studiereizen, het financieren van publikaties en dissertaties.

Feestjes Bij verschillende Tas-sers ontstond

Ad Valvas weer in de GUPD

Ad Valvas maakt sinds vorige week vrijdag weer deel uit van de stichting „Gemeenschappelijke Universitaire Persdienst", het samenwerkingsverband van universiteits- en hogeschoolbladen. De betrekkingen tussen Ad Valvas en de GUPD, die in 1975 verslechterden en voor de laatste aanleiding tot schorsing gaven, zijn hersteld. Tijdens de GUPD-vergadering in Utrecht werd besloten ook met de overige nog niet aangesloten bladen samen te gaan werken. Alleen het Nijmeegse universiteitsblad valt er buiten. De Nijmeegse redaktie heeft zich enige tijd geleden uit het GUPD-verband terug getrokken, omdat zij zich niet met de GUPDkoers, die journalistieke zelfstandigheid voor de redaktie nastreeft, kon verenigen. In Nijmegen is het hoofd van de voorlichtingsdienst, drs. J. Funneman, tegelijkertijd hoofdredakteur van het blad. Tot afgelopen vrijdag waren zes van de twaalf universiteits- en hogeschoolbladen in de GUPD georganiseerd. De GUPD streeft ernaar een aparte sektie binnen de Nederlandse Vereniging van Journalisten te vormen. Ondethandelinge!» daarover zijn gaande. (Red.)

Door Jaap Kamerling eind 1975 wrevel, toen bleek, dat uit deze potjes ook feestjes werden bekostigd, waarvan het educatief karakter maar moeilijk valt in te zien. Nu houden de drie TAS-fraktieleden, die Ad Valvas uitnodigden voor een interview, best wel van een feestje. Ze vinden het echter niet zo leuk ten opzichte van het algemene personeel (dat niet in een vakt>roep zit, bijv. onderhoudsmonteurs), dat nooit voor die feestjes werd uitgenodigd, terwijl het wel zijn aandeel levert in het werk, waarvan de inkomsten naar het afdelingspotje gaan. Op 14 oktober 1975 ging hierover een brief van de TAS-fraktie in de subfaculteitsraad naar het -subfaculteitsbestuur. Reaktie: „Daar hebben wij niets mee te maken. Dat is een zaak tussen de hoogleraren en het College yan Bestuur. Daarom dus maar een brief naar het CvB geschreven (gedateerd 10 maart 1976). Tot op de dag van vandaag nog nooit een antwoord gehad. Intussen wordt de irritatie groter niet alleen door het uitblijven van een reaktie van het CvB maar ook door een nieuw staaltje van uitgekookt gedrag. Het geval doet zich voor van een tandarts, die aanvankelijk werkte voor 6/10 van de tijd maar voor 7/10 wordt uitbetaald. De man denkt bij zichzelf: Als ik voor 7/10 ga werken (dus 1/10 weekdeel meer) kan ik in de 7/10 werkregeling komen en word ik voor honderd procent uitbetaald. Door één middag méér werken dus opeens een „faciliteit" van drie middagen salaris, terwijl er dan nog drie middagen overblijven voor het voeren van een privé-praktijk. Je moet er maar op komen. Dat was de druppel, die de emmer deed overlopen. Tom Driessen: „Dit werd te gek". Op 8 februari 1977 weer een brief naar het CvB. Met o.a. de vraag: „Op welke artikelen van de WUB hebt u deze regeling gebaseerd?" Op deze brief kwam wel een antwoord.

In het bakje Een kopie van de brief ging naar het secretariaat van de imiversiteitsraad. Secretaris Postema vond de brief echter niet belangrijk genoeg om hem in te boeken op de lijst van ingekomen post, die naar de UR-leden gaat. Ik doe hem wel in het bakje, hoorde Harry Voogel door de telefoon. Het TAS-raadslid J. Knol legde Harry uit, dat raadsleden het recht hebben dat bakje te doorvorsen op relevante informatie maar daar moet je wel even de tijd voor nemen. Hij kwam dus in het bakje terecht. Hierop stuurde Voogel een brief naar het UR-raadslid J. Knol en informeerde het raadslid over de privé-praktijken van de tandartsen. Het college van bestuur gaf als reaktie, dat beantwoording van de vragen meer voorbereiding vergt dan het aanvankelijk verwachtte. Het wilde eerst nog onduidelijkheden ophelderen en hoopte in de loop van mei op de zaak terug te zullen komen. Wel kon het college reeds stellen, dat ongewijzigde voortzetting van de huidige regelingen hem weinig waarschijnlijk lijkt. Het UR-raadslid voor de TAS, J. Knol, kreeg op zijn vraag

in de raad hetzelfde antwoord. Het is inmiddels ver in juni en nader bescheid van het CvB bleef uit.

Zeven volle formatieplaatsen Om hoeveel privé-praktijken gaat het nu eigenlijk en wat is de historische achtergrond? Het gaat om de extra- of intramurale praktijk van ongeveer 25 medewerkers. De tijd, die zij van hun normale werktijd af mogen trekken voor hun privé-praktijk (1^1 dag) is goed voor 7 volle formatieplaatsen (kosten ƒ600.000,—). De VU geeft dus eigenlijk jaarlijks zes ton weg aan mensen, die er toch al warmpjes bij zitten. En dat geeft natuurlijk wel enige wrevel. Harry: „We hebben een verkoperafdeling met een heel slechte airconditioning. De twee mensen daar zitten als de zon schijnt, de hele dag in de brandende zon te zweten. Verbetering van de air-conditioning wordt geweigerd omdat dat te duur is. Maar wel ziet men, dat er tonnen worden weggegeven aan tandartsen". De .historische achtergrond van deze bevoorrechting is, dat 7 è 8 jaar geleden, toen Tandheelkunde begon, de VU onvoldoende tandartsen kon krijgen. Dus moesten ze „aangemoedigd" worden. Een hoger salaris als andere artsen ging niet dus dan maar extra faciliteiten gegeven. Heeft de TAS-fraktie nu ook een voorstel om een einde te maken aan deze situatie, die steeds meer als een onrecht wordt ervaren?

Niet abrupt

afschaffen

Harry Voogel: „Je moet het niet abrupt afschaffen. Je zou kunnen denken aan een afbouw van de faciliteiten in drie jaar. En nu reeds zouden ze niet rneer voor nieuw aankomende tandartsen mogen gelden". Denkt U, dat een aantal tandartsen dan zal opstappen? Voogel: „Er zullen er misschien weggaan maar er is op het ogenblik geen tekort en het aanbod wordt nog groter de komende jaren. Bovendien zou er wel een salarisherziening kunnen plaatsvinden. Denkt U, dat de tandartsen rechtspositioneel sterk staan? Voogel: „Die faciliteiten zijn destijds wel geregeld bij de aanstelling van de vier hoogleraren maar zij zijn volgens mij niet opgenomen in de arbeidsvoorwaarden van de tandartsen. Daar heb ik nooit iets over gevonden. Maar al zou het zo zijn, dan nog zou het niet mogen. Het gaat hier om gemeenschapsgelden. Het is de vraag of de vakbonden zich voor zo'n zaak zouden willen inzetten. Volgens Els van den Berg heeft één van de^ vier hoogleraren duidelijk laten merken ook niet zo gelukkig te zijn met de faciliteiten. Hij „geeft" ze niet meer aan nieuwe medewerkers (tandartsen). Hij wil zich echter nog wel het recht voorbehouden om ze in bepaalde gevallen wel te verlenen. Een situatie, die in elk geval om meer duidelijkheid vraagt.

Ploegendienst Dinsdag werd de kwestie van de intra- en extramurale praktijken in de universiteitsraad kort aangestipt door VUSO-raadslid Harm Scheepstra, toer de capaciteit bü Tandheelkunde aan de orde was. Scheepstra stelde voor om de tijd, die de tandartsen aan hun privépraktijk besteden, te benutten om daarmee formatieplaatsen te creëren, waarmee in ploegenwerk of in de avonduren meer studenten zouden kunnen worden opgeleid. Het CvB-lid Brinkman vond deze zaak niet relevant voor de capaciteitsbepaling. Die hangt volgens hem af van het aantal stoelen, de ruimte en de niet-beschikbare hoeveelheid personeel. ., Over de faciliteitenregeling zbi hU, dat die op het ogenblik onderwerp

van bespreking is tussen CvB en het subfaculteitsbestuur van Tandheelkunde. 'Je moet hierover omzichtig spreken want het gaat hier om arbeidsvoorwaarden en afspraken, die in het verleden zijn gemaakt. Die kun je niet in één pennestreek..." Over eventuele avonddiensten zei luj, dat je niet zomaar mensen lasten kunt opleggen in termen van avonddiensten. Een hoogleraar van Tandheelkunde, ook in de UR aanwKiig, merkte hierover op, dat je natuurlijk best in avonduren de klinische zaal zou kunnen gebruiken maar dat dat wel betekent, dat je daarvoor de logistieke organisatie nodig hebt van patiëntenregistratie, tandtechnisch laboratorium, sterilisatie en uitgifte. Over dit laatste ontstond in de raad enige hilariteit toen de hoogleraar opmerkte: 'Want studenten moeten hun instrumentarium schoon kunnen krijgen en we kunnen niet toestaan, dat daar de hand mee wordt gelicht, zéker

niet in een onderwijssituatie (een raadslid: 'Wat ze later doen...') Wat er in de praktijk in een noodsituatie gebeurt is voor verantwoording van die instantie'. Overigens gaf de raad zijn fiat aan een soort numerus fixus: voor het studiejaar 1977/78 wordt de inschrijving als student voor het tweede en de daarop volgende cursusjaren van Tandheelkunde geweigerd aan hen, die niet reeds zijn ingeschreven geweest aan de VU o p aan het onderwijs en de praktische oefeningen van Tandheelkunde deel te nemen dan wel aan één van beide. In zogenaamde 'hardheidsgevallen' (bv. politieke vluchtelingen, die in een noodsituatie verkeren) kan het CvB in overleg treden met de subfaculteit om te k;]ken of de onderwijssituatie toch plaatsing toelaat. Het college zal daar dan zijn uiterste best voor doen. ' ü zult nog wel meer van Tandheelkunde horen, de komende jaren' stelde Brinkman de raad nog In het vooruitzicht.

Tot 1 oktober

lirterimregeling toelating tot (sub) faculteitsbesturen verlengd De universiteitsraad heeft zich dinsdag uitgesproken vóór verlenging van de zogeheten interimregeling tot 1 oktober. In deze regeling wordt van leden van (sub) faculteitsbesturen de 'bereidverklaring' (mbt. de doelstelling van de VU) gevraagd. Het bestuur van de Vereniging had de raad voorgesteld deze regeling te verlengen, omdat zij nog niet klaar is met haar definitieve voorstellen voor toelating tot besturen, raden en kommissies. Zonder verleiding zou de interimregeling per 1 augustus automatisch plaats maken voor de oude regelii^, waarbij instenaming met de VU-doelstelling wordt verlangd. De raad schaarde zich met 25 stemmen vóór, 6 tegen en 2 onthoudingen achter het minderheidsstandpunt van de UR-kommissie reglementen (ingenomen door Heerte Zeegers van de VUSO), met alléén de wijziging, dat 1 september veranderd werd in 1 oktober. Dinsdag kwam ook het ITSWO weer in de raad. Dit instituut (voor toegepast sociaal-wetenschappelijk onderzoek) kan voorlopig weer vooruit. Voor de komende drie jaar werd het ITSWO de nodige garantie verleend. Ten laste van het universitair budget 1978/80 werd een garantie gegeven van ƒ80.000,— per jaar. Waimeer in de komende jaren blijkt, dat het ITSWO na 1980 bestaansrecht

TIJbELIJK GELDGEBREK? UITZENDBURO DE VAKATUREBANK hoofdkantoor tel. 020-765246 medisch-paramedisch personeel tel. 020-163131

heeft zal ook door het universiteitsbestuur opnieuw beoordeeld moeten worden welk beleid moet worden gevolgd. De komende tijd zal het ITSWO zich gaan bezighouden met de evaluatie van de WUB. De opdrachten, die het ITSWO van de VU krijgt, hebben een beleidsondersteunend karakter. (J.K.)

Seminars over invloed omgeving op beleid en overheid onderneming Het door de economische faculteit van de universiteit Groningen te verzorgen postacademisch onderwijs zal voor het jaar 1977 in het licht staan van een zeer actueel onderwerp, namelijk de invloed van omgevingsfactoren op de beleidsformulering van zowel de overheid als het bedrijfsleven. Daartoe zal op 8, 9 en 10 september a.s. een tweetal seminars worden georganiseerd. In de eerste plaats een macro-economisch georiënteerd seminar, waarin de interactie tussen het door de overheid te hanteren instrumentarium en de omgeving zal worden geanalyseerd. Daarnaast een voor bedrijfseconomen en registeraccountants bestemd seminar, dat erop gericht is inzicht te geven in de beperkingen, die de omgeving oplegt bij de bepaling van de ondernemingsstrategie. Aan beide seipip^rs is door een groot aantal deskundigen medewerking toegezegd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976

Ad Valvas | 440 Pagina's

Ad Valvas 1976-1977 - pagina 423

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976

Ad Valvas | 440 Pagina's