Ad Valvas 1976-1977 - pagina 223
AD VALVAS — 4 FEBRUARI 1977
Samenwerking
met ontwikkelingslanden
3
in zuidelijk Afrika in eerste konkrete
uitvoeringsfase
Drie VU-wetenschappers binnenkort naar Botswana, een naar Lesotho D e al een jaar of wat door de VU voorbereide samenwerking met de ontwikkelingslanden Botswana, Lesotho en Swaziland in zuidelijk Afrika is in een eerste konkrete uitvoeringsfase gekomen. In deze en de volgende maand zullen de natuurkundige dr. G. D . Thijs, de chemicus drs. G. de Jager en de bioloog drs. W. Boontje voor twee jaar naar Botswana vcr-< trekken om daar samen met een Botswaanse docent een „pre-universityi science program" te verzorgen voor jongeren die van de middelbare school komen en bij hun eindexamen wiskunde als hoofdvak kozen. Binnenkort vertrekt bovendien de geoloog dr. Th. Faber naar zuidelijk Afrika. Hij gaat in Lesotho als lid van een team van de universiteit daar (Roma) lesgeven in „soil-conservation" (erosiebestrijding) voor een periode van vermoedelijk zo'n drie jaar. Volgend jaar hoopt men ook in Swaziland met een „pre-science-program" te beginnen. „In Botswana gaan de docenten de leerlingen die'een soort HBS-B examen hebben gedaan in een zesmaandse kursus bijspijkeren, zodat ze in de eerste plaats aan de universiteit kunnen gaan studeren, maar ook elders, bijvoorbeeld aan een landbouwschool, een kweekschool of een technische school," zegt zuidelijk Afrika-deskundige C. van Nispen, die als adviseur aan het Bureau Buitenland is verbonden*. Met hem praten we over de VU-samenwerking met de drie landen.
Door Jan van der Veen gen via de Interkerkelijke Commissie Ontwikkelingssamenwerking, een van de drie partikuliere medefinancieringsorganisaties in ons land. Het zijn organisaties die al geruime tijd bestaan. De andere twee zijn de NOVIB e n ' d e CEBEMO. De laatste is katholiek, de ICO protestant. Toen Nederland meer
„Er zullen 120 studenten per jaar worden opgeleid in de vakken wis-, natuur- en scheikunde, biologie, engels en wat zij noemen „studyskills", dus studievaardigheid. Engels en studievaardigheid wordt door iemand uit het land zelf gegeven. Van die 120 zullen er ongeveer 80 naar de universiteit gaan. Van de laatsten zal een groot deel leraar worden, terwijl de rest elders verder zal worden opgeleid. Dat betekent dat men in Botswana straks meer in staat is de dingen op eigen kracht te doen en minder buitenlanders nodig heeft, die duur zijn, vaak gauw weer vertrekken, soms niet bijzonder gemotiveerd zijn en vaak weinig onderwijservaring bezitten omdat ze nog jong zijn. Als je naar de middelbare schoolopleiding kijkt is, meen ik, de helft van de leraren buitenlander. En voor de vakken wis- en natuurkunde, waarin de opleiding voor Botswana belangrijk is in verband met de grote delfstoffenrijkdom, zijn het grotendeels buitenlanders die het onderwijs geven. Daarom wil men graag landgenoten met name op die plaatsen. Overigens is er buiten het onderwijs in het hele land een enorm tekort aan mensen die wisen natuurkundig onderlegd zijn. Kortgeleden heeft men berekend dat er van de 1400 posten waarvoor een akademische opleiding vereist is er 900 door buitenlanders worden bezet. D e kursus is opgezet voor vijf jaar. We dachten dat na die periode het tekort aan eigen Botswaanse docenten op de middelbare scholen zal zijn opgeheven. Het resultaat is in feite overigens eerst later bekend, omdat de studenten na de kursus gedurende vier jaar naar de universiteit gaan, want zolang duurt deze opleiding. De kursus zal praktisch stoppen als het effekt inderdaad zo zal zijn dat er voldoende Botswanen op leraars- of andere posten terechtkomen met een behoorlijke science-opleiding. Met Botswana zijn we het verst. Van Swaziland hebben we een soortgelijk verzoek gekregen. Daar gaan in elk geval VU-mensen heen om daar een zesweekse kursus te bekijken. Wie dat zullen zijn is nog niet bekend."
Financiering „Onze moeilijkheid was vooral de financiering van de gebouwen, want behalve klasselokalen en een laboratorium moesten de studenten ook kunnen worden ondergebracht. Minister Pronk is erg vriendelijk geweest en heeft onmiddellijk rechtstreeks de helft van het nodige bedrag van twee miljoen gulden beschikbaar gesteld. Normaal lopen de financieringskontakten via de N U F F I C (Netherlands Universities Foundation F o r International Cooperation). De andere helft hopen wij te krij-
„Setidisho heeft nu zijn „sabbatical leave" voor zes maanden, dat is het gebruikelijke verlof dat je na een jaar of vier krijgt. Hij heeft die tijd willen besteden om naar de VU te gaan ondere andere. Zegt: dit is nu het eerste systeem waarbij de universiteit direkt helpt. Wat er tot nu toe bestond was dat men in Engeland of Amerika om een socioloog of geoloog bijvoorbeeld vroeg en dan kwam er wel iemand. Maar de V U , zegt hij, is de eerste universiteit die voor banden met de fakulteiten zorgt. De „pre-entryscience" doet de VU wel onder uiteindelijke verantwoordelijkheid van het College van Bestuur en het Bureau Buitenland werkt er wel hard voor, maar de feitelijke verantwoordelijkheid en de uitvoering liggen in handen van de subfakulteit natuurkunde-sterrenkunde."
E r zullen vergunningen voor het verrichten van onderzoek moeten worden uitgegeven in samenwerking met de overheid. Kortom, het onderzoek zal in de toekomst gekoncentreerd moeten plaatsvinden. Bovendien zullen de onderzoeksresultaten moeten worden ingeleverd. N u gaat het vaak zo dat mensen naar Botswana komen, waarna ze met de resultaten weer naar huis gaan om ze voor eigen doeleinden te gebruiken. E n dan zal het ervan moeten komen dat er alleen onderzoek verricht wordt dat past in het kader van de ontwikkeling van het land. In Botswana bestaat wel een instituut, maar dat is een aflopende zaak. Dat instituut is opgezet door de Duitse Friedrich Ebertstichting, een stichting die sterk met de vakbonden verbonden is. Men is in . Botswana begonnen, maar hanteert het systeem dat projekten na een In een Stuurgroep, die Boleswa is aantal jaren worden afgebouwd. gedoopt naar de drie landen, wordt Toch wil Botswana doorgaan en over de samenwerking gesproken. hopelijk kan de V U straks insprinAllen die op de V U bij de samengen. Naast dat National Institute werking betrokken zijn zitten erin. for Economie Research and Development Studies zit de Botswaanse universiteit ook de mogelijkheden voor een soort geologenopleiding of iets in die richting te bekijken. Een gevarieerde opleiding gericht op de winning van delfstoffen en de waterhuishouding van het land. Daar heeft men eigenlijk niets voor nog. Momenteel zijn de plannen wat opzij geschoven omdat er met Swaziland nog geen overeenstemming over bestaat. Misschien dat de V U op dat terrein ook wat kan gaan doen. Er is al veel over gepraat, maar de V U kan ook niet teveel op haar schouders nemen. Ook denkt men in Botswana nog aan een landbouwopleiding. Daarvoor moet men nu nog naar Swaziland. Het aantal mensen dat Botswana nodig heeft stijgt echter en men vindt de opleiding in Swaziland ook teveel gericht o p dat land zelf. Botswana verlangt een algemenere landbouwopleiding."
Lesotho en de erosie
Zuidelijk Afrika-deskundige C. van Nispen bij een stukje houtsnijkunst uit Mozambique, dat een wand op het Bureau Buitenland siert. aan ontwikkelingssamenwerking ging doen werd het geld veelal direkt via overheidsorganisaties besteed, maar de drie partikuliere vonden het niet helemaal juist en krijgen nu jaarlijks elk een bepaald bedrag."
Botwaanse rector op bezoek Prof. N . o . H. Setidisho, rector van het University College Gaberone in Botswana, neemt momenteel een kijkje aan de VU. Een werkbezoek, ter oriëntatie. Hoe funktioneert een universiteit administratief, financieel, wat voor onderwijskundige problemen komen er opduiken? De Botswaanse rector, van huis uit wis- en natuurkundige, wil zijn universiteit omhoog helpen. Vorig jaar februari bracht hij een tamelijk onverwacht kennismakingsbezoek aan de V U om er over de samenwerking te praten. Ditmaal komt hij dus ook voor andere zaken en voert o.a. informatieve besprekingen met een aantal fakulteiten en vakgroepen daarbinnen. Bovendien heeft hij deze week een serie gastcolleges gegeven over onder meer de onderwijsproblematiek van Botswana, een onderwerp waar hij zich na zijn studie meer op is gaan richten. Eind februari vertrekt hij weer.
Niet gemakkelijk „Om voor het „pre-universityscience program" drie VU-docenten te vinden was geen gemakkelijke opgave. Ie zit met een paar problemen bij de selektie. Langzamerhand kennen die landen toch wel een aantal experts en te jonge mensen, die net zijn afgestudeerd en geen ervaring in onderwijs en/of ontwikkelingswerk hebben, kun je er dus niet heen sturen. Verder moeten wetenschappers hier hun loopbaan onderbreken om onder moeilijke omstandigheden onderwijs te gaan geven, waar ook niet iedereen voor voelt. En hun gezinnen e v e n t u e e l . . . Ja, de drie die nu naar Botswana gaan nemen hun gezinnen mee."
Onderzoeksinstituut „Op het ogenblik houdt de V U zich in Botswana alleen bezig met de „pre-entry-science", maar we hebben ook al de mogelijkheden besproken voor een onderzoeksinstituut op de Botswana-campus. Dat instituut zal geen onderzoek gaan doen in de zin waarin we dat hier opvatten. In eerste instantie zal men zich daar gaan oriënteren op wat er tot dusver aan onderzoek in het land is gedaan, wat voor onderzoek er verder nodig is voor de ontviikkeling van het land in sociaal-economisch opzicht.
„Lesotho kent een enorme erosie. E r werd in voorgaande decennia teveel aan bossen gekapt om als brandstof te dienen als het 's winters vroor, maar ook om nieuwe landbouwgronden te krijgen. Bovendien is er teveel vee, dat overgraast waardoor de pollen de aarde niet vasthouden. Als je morgen het vee weg zou halen, zou je over een jaar of tien veel betere mogelijkheden hebben, behalve op de plaatsen waar de erosie te ver is doorgegaan. De erosie is het hoofdprobleem van Lesotho. In dat land is het vee een soort spaarpotje, een geldbelegging. Men voedt er zich met de produkten van de landbouw. In verband met de erosie komt er nog bij dat men in Lesotho te maken heeft met een vrij snel groeiende bevolking en iedere inwoner recht op een stukje land heeft, men kent er geen privé-landeigendom . . Tot nog toe is de erosiebestrijding erg incidenteel aangepakt, maar dat zal anders worden. Men wil nu mensen uit het eigen land opleiden en daar gaat de V U aan meewerken. Dat zijn dan later dus mensen die blijven en niet weer wegtrekken."
Historie van het kontakt De Universiteitsraad van de VU besloot februari 1974 reeds prioriteit aan de samenwerking met de drie landen in zuidelijk Afrika te geven, maar in de praktijk kwam daar eerst weinig van terecht. Het toen nog bestaande verdrag van de V U met de blanke Zuidafrikaanse Universiteit van Potchefstroom stond in de weg. Na de verbreking ervan in oktober 1974 kreeg de samenwerking met de drie, verenigd in de University of Botswana, Lesotho and Swaziland (UBLS) een kans. D e UBLS was multiraciaal van opzet.
Botswana^ Lesotho en Swaziland Botswana is een dunbevolkte republiek, die tot de onafhankelijkheid in 1966 een Brits protectoraal was onder de naam Beetsjoeanaland. Op een oppervlakte van 570.000 vierkante kilomeier (zo groot als Frankrijk) wonen minder dan een miljoen mensen. Sinds 1965 is Gaberone (waar de universiteit staat) de hoofdstad. Het land bestaat grotendeels uit een hoogvlakte (gem. 1000 m hoog). De natuurlijke situatie is tamelijk ongunstig met uitzondering van een smalle streek in het oosten bij de grensrivier Limpopo. Midden en westen worden gevormd door de Kalahari-woestijn. In het zuidwesten liggen savannen, terwijl het noordwesten uitgestrekte moerassen heeft. De bevolking leeft merendeels van de veeteelt. Voorzover bekend bezit Botswana vrij veel delfstoffen.
Lesotho, het voormalige Britse protectoraat Basutoland dat in 1966 een koninkrijk werd bij zijn onafhankelijkheid, is bijna zo groot als ons land. Er wonen circa een miljoen mensen. Hoofdstad is Maseru. Het land bestaat voor tweederde uit
hoogland. Centraal ligt een basaltplateau van 3000—5000 m. Het is een nogal bergachtig land waarin de natuurlijke hulpbronnen schaars zijn. Overbeweiding is de hoofdoorzaak van een omvangrijke bodemerosie sinds het begin van de 20e eeuw. Sinds 1936 Irekt de overheid veel geld uit voor de bestrijding ervan. De bevolking bedrijft niet name de veeteelt en de landbouw.
*
Swaziland is sinds 1968 een onafhankelijk koninkrijk met een half miljoen inwoners. Tevoren was het land een Brits protectoraat. Hoofdstad is Mbabane. Het is met zijn oppervlakte van 17 363 vierkante kilometer een stuk kleiner dan Nederland. Plm. 15 procent is akkerland. Het land bestaat voor 75% uit weidegrond. De bevolking vindt merendeels werk in de landbouw en veeteelt. In Luyengo bevindt zich een Landbouwschool. Ook is er een campus in Kwalusheni.
•
De drie ontwikkelingslanden zijn lid van de Zuidafrikaanse Douane-Unie. In politiek en economisch opzicht zijn ze als „klantenstalen" in feite afhankelijk van Zuid-Afrika, dat sankties kan toepassen..
De UBLS startte in 1964 in Lesotho. Op de Ie januari van dat jaar kreeg het oorspronkelijke Pius XII College in Roma officieel de status van universiteit voor de drie landen. Het Pius XII College was in 1945 opgezet door hulpvaardige Zuidafrikaanse bisschoppen, die tot de konklusie waren gekomen dat er eigenlijk geen .behoorlijke opleidingsschool voor zwarten bestond.
Vervolg op pagina 5
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976
Ad Valvas | 440 Pagina's