Ad Valvas 1976-1977 - pagina 345
AD VALVAS — 22 APRIL 1977
Vereniging voor Vredes- en Konfliktonderzoek
nodigt Albrecht, Eide, Kooym ans en Röling als sprekers uit
Bewapeningswedloop en maatschappelijk belang polemologie thema's jaarkongres VVK op VU Met als thema's d e bewapeningswed loop en d e maatschappelijke belang rijkheid van d e polemologie houd t d e Vereniging voor Vred es en Kon fliktonderzoek op 5 en 6 mei haar tweede jaarlijkse kongres. Het kongres, georganiseerd d oor d e werkgroep polemologie aan d e VU, zal op d e VU plaatsvinden. Op beid e d agen zijn er openbare zittingen d ie voor ied ere belangstellende toegankelijk zijn. Op 5 mei zullen op d e eerste vrij toe gankelijke sessie verschillend e aspekten van d e bewapeningswed loop wor den belicht d oor prof. d r. Ulrich Albrecht, hoogleraar politikologie aan de Freie Universitat te Berlijn, en d r. Asbj0m Eid e, med ewerker aan het International Peace Research Institute te Oslo (van 2022 uur in 2A00 Hoofdgebouw). Beid e sprekers zijn lid van d e Disarmament Stud y Group van d e International Peace Research Association en hebben verschillend e publikaties op hun naam staan. De tweede openbare zitting is op 6 mei en gaat over de maatschap pelijke belangrijkheid van de pole mologie. Staatssekretaris P. H. Kooymans en prof. dr. B. V. A. Roling zijn dan de inleiders (van 16—18 uur in 10 A00 Hoofdge bouw). Ter inleiding van de eerste openbare zitting volgt hieronder een samenvatting van een artikel van Asbj0rn Eide, waarin zijn den ken tot uiting komt. In een volgend nummer hopen wij hetzelfde te doen ten aanzien van Ulrich Al brecht. Ook zal iets gezegd worden over het onderwerp van de tweede openbare sessie. Zij nog vermeld dat men op dit kongres wil komen tot een inter universitaire werkgroep die jaar lijks rapport' zaL uitbrengen over het Belgische en Nederlandse bui tenlandse en defensiebeleid (gege vens over defensieuitgaven; beleid wapenaanschaf; nota's over het vei ligheidsbeleid; ontwikkeling in standpunten politieke partijen; rol massamedia; wapenindustrie en export etc). De Vereniging voor Vredes en Konfliktonderzoek is nl. een BelgischNederlandse Ver eniging van polemologen. De ver eniging werd opgericht in 1975 en heeft circa 120 leden. Voorzitter is dr. H. W. Tromp. Asbj0rn Eide heeft een artikel ge schreven onder de titel „Verbod van het gebruik van bepaalde kon ventionele wapens; een andere be nadering van ontwapening?" In dit artikel (verschenen in het blad In stant Research on Pace and Vio lence, no. 1—2 van 1976) bespreekt Eide de mogelijkheden om door middel van volkenrechtelijke maat regelen het verschijnsel oorlog uit de wereld te helpen. Deze gedach te is niet nieuw: reeds in 1864 sprak de voorzitter van het stich tingskomité van het Rode Kruis, Gustave M oynier, de overtuiging uit, dat de oprichting van deze or ganisatie de eerste stap zou zijn op de weg naar de uitbanning van de oorlog.
Funkties wapens Volgende stappen zouden onver mijdelijk volgen. Een dergelijke stap is het voorstel dat Algerije, Oostenrijk, Egypte, Libanon, M ali, Mauretanié, M exico, Noorwegen, Soedan, Zweden, Zwitserland, Ve nezuela en Joegoslavië in februari 1974 indienden op de Diplomatie ke Konferentie over de Bevestiging en Ontwikkeling van het Humani taire Oorlogsrecht. Het voorstel hield een verbod in van: brandver oorzakende wapens, tegen de mens gerichte fragmentatiewapens, fle chettes (munitie die weer projektie len — pijlen of naalden — ver spreidt), projektielen van klein ka liber die zware verwondingen toe brengen en tegen de mens gerichte landmijnen. Deze wapens zijn over het alge
r DIKS Autoverhuur bv ; - v/Ostadestraat 278, Amsterdam-(Z).' ' Telefoon 714754 en 723366 FW.W. de. Zwijgerlaan 101. Tel. 183767 400 nieuwe luxe- en bestelwagens w.o : - FORD - VW - SIM CA -OPEL NIEUWE M ERCEDES EN HANOMAG VRACHTWAGENS TOT 18 m» EN 3è TON (groo e klein rij jewijs] Lage prijzen en studenten lO'/c. korting
Door Ben Oostenbrink en Gerrit Faber, werkgroep polem ologie meen ontwikkeld in of aangepast aan situaties waarin geen verdedi ging beoogd werd, maar annexatie, beheersing van een vijandige be volking of vernietiging van het mi litaire potentieel van de vijand (in klusief vernietiging van politieke steun door burgers). Het gebruik van deze wapens was dan ook meestal het gevolg van po gingen de bestaande overheersing omvei te werpen. De grenzen van iiet .'gqbruik wrordeh beïjaald door teclinische en financiële faktoren, en dqor de mate waarin de tegen stander in staat is — of beter: niet in staat is — met dezelfde midde len te antwoorden. Wanneer de te genstander over weinig mogelijkhe den beschikt om terug te slaan, dan zal de ene partij — niet beperkt door wederzijds eigenbelang — deze wapens vaak zonder veel re strikties gebruiken, waarbij onder de bevolking veel slachtoffers val len. Dit laatste kan zelfs een doel op zich worden („terroriseren van de bevolking"). Er zijn hier twee kenmerkende si tuaties te onderscheiden. Ten eerste de situatie van een guerillaleger dat aktief is onder de — sympathi serende — bevolking, waarbij de kontrarevolutionaire oorlosvoe ring („counterinsurgency warfare") leid tot vervaging van de grenzen tussen burgerbevolking en militai ren. Om uitschakeling te voorko men moet de guerillabeweging zich wel mengen onder de burger bevolking; ze verschaft daarmee evenwel de tegenpartij eep voor wendsel op te treden tegen de ge hele bevolking. De oorlog in Viet nam is daarvan een goed voor beeld. Naarmate de oorlog langer duurde vielen er meer slachtoffters onder de burgerbevolking door het gebruik van napalm en „cluster bommen". Ten tweede de situatie van een konventionele oorlog, waarin één partij een technologisch overwicht heeft. Zoals bijvoorbeeld het bom bardement op Londen en Warschau door NaziDuitsland en op Dres den door de Geallieerden. Bovengenoemde wapens hebben gemeen dat ze erg duur zijn en voor doeltreffend gebruik een gro te mate van mobiliteit vereisen. Om die wapens te verkrijgen moet men dus beschikken over de finan ciële middelen van een staat en over de infrastruktuur (vliegvelden, wegen) en transportmiddelen. In de regel zal alleen het bestaande ré gime (een koloniale mogendheid, een raciaal bewind of een „mario nettenregering") aan deze voor waarden voldoen. Eide konklud eert d aaruit d at een verbod van d eze wapens zal leid en tot een aanzienlijke vermind ering van d e repressiemiddelen. Het kan daarom een belangrijke bijd rage le veren aan één van d e fund amentele doeleinden van ontwapening, na melijk het oplossen van geschillen door ond erhand elingen, aanpassing en verand ering in plaats van d oor dwang. Moynier ging er van uit dat, wan neer een regeling en beperking van de methoden en middelen van oor logsvoering eenmaal was aanvaard, het middel van oorlog geleidelijk zou worden teruggedrongen. Zo zou een verbod om bepaalde doelen aan te vallen kunnen leiden
tot afschaffing van die wapens die bestemd zijn die doelen te bescher men. Het zou een geleidelijk pro ces kunnen zijn, dat begon met de bescherming van gewonden en zie ken, zich zou uitbreiden tot een verbod van middelen die onnodig leed veroorzaken, en mogelijker wijs zou uitmonden in dé béschef ming van de gehele bürgerbevof king tegen de gevolgen van een oorlog. Een dergelijke verwachting veron derstelt een gemeenschappelijk be lang van de konflikterende partijen in de beperking van oorlogsleed. In theorie zou een regeling geba seerd op dit gemeenschappelijke belang kunnen leiden tot een be perking van de oorlogsvoering tot het hoogst noodzakelijk, zo niet tot een verdwijning van de oorlog. In de praktijk kwam van deze ont wikkeling echter niets terecht. De belangrijkste reden daarvan is, al dus Eide, de technologische ont wikkeling sinds 1868. Daardoor veranderde de oorlog geheel van karakter, wat o.a. tot uiting kwam in de mogelijkheden van de strij dende partijen niet alleen front troepen, maar ook doelen ver ach ter de frontlijn aan te vallen.
Nivo's hum anitaire oorlogsrecht Het humanitaire oorlogsrecht heeft zich in de loop van tientallen jaren ontwikkeld en verfijnd. De grond beginselen ervan komen neer op: een verbod om onnodig en oneven redig leed te veroorzaken; een verplichting om onderscheid te ma ken tussen burgers en militairen en de eerste groep zo veel mogelijk te sparen; een verplichting'om huma nitaire vereisten te laten prevaleren boven militaire vereisten; en een verplichting om voorrang te verle nen aan de mogelijkheid om vrede te sluiten boven een voortzetting van de oorlog. Hieruit valt af te leiden dat de middelen en methoden die gebruikt mogen worden in een gewapend konflikt niet onbeperkt zijn. M aar welke methoden en welke middelen verboden zijn, daarover laten deze beginselen zich niet uit. Vandaar dat daarnaast meer speci fieke verbodsbepalingen zijn opge steld, gericht op m.n. de bescher ming van burgers. Zo stelde in 1975 een kommissie van bovenge noemde konferentie vast dat aan vallen gericht dienen te zijn op mi litaire doelen en niet op burgers; dat een afweging dient plaats te vinden als bij een aktie ook bur gers Worden getroffen; en dat ob jekten van voor burgers vitaal be lang ontzien dienen te worden. Eide konklud eert d aaruit d at d eze voorschriften d e method en van oorlogsvoering waarbij d e lucht macht een centrale rol speelt zo goed als verbied en. Dit geld t,, naar Eide meent, zeker ook voor d e nu kleaire afschrikkingsstrategie, d ie neerkomt op een voorbereiding van een totale vernietiging van d e bur gerbevolking in d e hoop d at d it vooruitzicht d e tegenstand er van een aanval zal weerhoud en.
Het derde en meest specifieke nivo tenslotte is dat van een verbod op het gebruik van bepaalde wapens. Te denken valt hierbij o.a. aan het verbod op het gebruik van dum dum kogels (Den Haag 1899) en gifgassen (Geneve 1925). Vanaf 1968 heeft de diskussie op dit nivo zich vooral toegespitst op brandveroorzakende wapens (o.a. napalm). Ondanks tegenwerking van de SovjetUnie, de Verenigde Staten en andere — Westeuropese — mogendheden lukte het dit on derwerp op de agenda te krijgen van de al eerder genoemde Diplo matieke Konferentie. Dit leidde in 1975 tot een ontwerptekst, die een bijna algeheel verbod van brand wapens inhield. Al spoedig bleek echter zo'n alge meen verbod niet haalbaar. Om die reden stelde de Noorse delega tie een kompromis voor, dat het gebruik van die wapens beperkte tot gebruik tegen militaire objek ten. Het ziet er echter naar uit dat zelfs dit voorstel nog te „radikaal" zal blijken.
Effekten? De waarde van deze voorstellen, als. ze worden aanvaard, liggen vooral op het terrein van de oor logsptariing' en ycJorbef^dfng In vredestijd. Rechtsregels hebben daarop invloed, ook al is hun rol afhankelijk van bepaalde omstan digheden. Van belang is in de eerste plaats de wijze waarop de individuele verantwoordelijkheid bij overtre ding in het nationale strafrecht is geregeld. Bij massale overtreding echter, zoals wel is gebeurd in „counterinsurgency" operaties, is een berechting door nationale in stanties niet waarschijnlijk. Veel zal dan afhangen van de bereid heid van andere staten om deze overtredingen op te vatten als oor logsmisdaden en tot berechting over te gaan. Het is evenwel niet realistisch te verwachten dat een stelsel van in dividuele verantwoordelijkheid vol doende is om bepaalde overtredin gen te voorkomen. Belangrijker is
daarom of bij de opleiding van sol daten en officieren aandacht wordt besteed aan het humanitaire oor logsrecht. Het gaat er vooral om deze groepen zo bewust te maken van hun verantwoordelijkheid ten opzichte van het oorlogsrecht, dat het uiterst moeilijk wordt strategie en en gevechtsmethoden te ontwik kelen die gebaseerd zijn op het ge bruik van verboden wapens. Hoewel een stelsel van verbod sbe palingen en ind ivid uele verant woordelijkheid d e planning van systematische schend ingen van het oorlogsrecht in vred estijd 2»l te gengaan, een volled ige garantie biedt het niet. Veel zal volgens Eide afhangen van de openheid van d e samenleving, inklusief d e krijgsmacht; van het kennisnivo van het oorlogsrecht en van het bewustzijn van d e rechten en plichten om onwettige bevelen van meerderen te weigeren; en van de mate van d emokratische verant woording in d e samenleving, d ie bepalend is voor d e bereidheid van de ind ivid uele sold aat het militaire gezag ter verantwoord ing te roe pen. Natuurlijk is in oorlogstijd de druk om onwettige wapens te gebruiken veel groter, 't/takt het feit daf^ in vredestijd bij de planning hierin niet is voorzien, bemoeilijkt het gebruik van deze wapens om re denen van logistiek en training. Daarom, verwacht Eide, zal een verbod op het gebruik van bepaal de wajjens — hoe bescheiden ook — van invloed zijn op de bewape ning van staten. M aar het is geens zins een alternatief voor ontwape ning. Nieuwe precisiewapens wor den al ontwikkeld. Ze zullen de wijze van oorlogsvoering grondig veranderen, maar de kans op een oorlog allesbehalve verkleinen. Een verbod op of beperking van het ge bruik van bepaalde wapens echter bemoeilijkt de overheersing van een zwakkere, maar vijandige be volking door een technologisch su perieure tegenstander. En dat is, welbeschouwd, geen geringe winst, aldus Eide.
Voorlichtingsdienst gaat meer en beter over UR informeren Er zal meer en beter dan tot nu toe door d e voorlichtingsd ienst van d e VU informatie word en verstrekt over d e universiteitsraad . Dat is het resultaat van overleg tussen d e voorlichtingsdienst en het URmo deramen, d at d e afgelopen maan den heeft plaatsgevond en op basis van een rapportage van het advies bureau Holland er en Van d er Mey b.v. De voorlichtingsdienst zal samen met het moderamen een folder over de universiteitsraad uitbren gen, waarin beknopt funktie en werkwijze van de raad zullen wor den aangegeven. Gedacht wordt ook aan een schema met de samen stelling van de raad en een platte grond van de raadszaal zodat men de raadsleden kan terugvinden. In het laatste geval zal na elke ver kiezing een herdruk moeten ver schijnen. Behalve het journalistieke verslag van het raadsgebeuren in Ad Val vas — een eigen redaktionele ver antwoordelijkheid — vindt men het nuttig een „aangeklede" lijst van alle URbesluiten in Ad Valvas te publiceren als officiële mededeling. Voorzitter en sekretaris van de raad zijn voor de inhoud verant woordelijk, de voorlichtingsdienst zorgt voor de samenstelling ervan. Verder zal geregeld op ruime schaal intern op de VU een uitge breid bericht met achtergronden van de belangrijkste URbesluiten worden verspreid. Ook kan daarbij informatie over aktuele zaken en belangrijke aangelegenheden voor
de eerstvolgende raadsvergadering worden gegeven. Bekeken zal worden of en wanneer degenen die de raadsvergaderingen vanaf de publieke tribune bijwo nen schriftelijke informatie zullen kimnen krijgen. Onder verantwoordelijkheid van de voorlichtingsdienst alleen wordt naar omstandigheden de externe voorlichting over de universiteits raad verzorgd. De rapportage van het adviesbureau Hollander en Van der M ey b.v. over de informatie over de raad vormt een deel van het door de VU gevraagde advies over taak en funktie van de voor lichtingsdienst. Het college van be stuur heeft het gehele advies goed gekeurd. (Red.)
TIJDELIJK GELDGEBREK? UITZENDBURO DE VAKATUREBANK hoofdkantoor tel. 020-765246 medisch-paramedisch personeel tel. 020-163131
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976
Ad Valvas | 440 Pagina's