Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1976-1977 - pagina 398

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1976-1977 - pagina 398

4 minuten leestijd

AD VALVAS — 3 JUNI 1977

2

Konklusie

in proefschrift

TUburgse

hogeschool:

Ongehuwd moederschap als verschijnsel (nog) niet geaccepteerd Het ongehuwd moederschap wordt als verschijnsel (nog) niet geaccepteerd. Dat konkludeert P. A. M. van den Akker van de Tilburgse hogeschool in zijn proefschrift, waarop hij 26 mei promoveerde tot doctor in de sociaalculturele wetenschap. Dat een kind alleen in het huwelijk thuishoort, is een opvatting die volgens de bij zijn onderzoek betrokken ongehuwde moeders nog zeer vast in het normenpatroon van onze samenleving verankerd ligt. Belangrijk is dat de ongehuwde moeders deze opvatting — zij het in mindere mate — zelf ook vrij vaak hebben. Het overtreden van de sexuele code, die sexualiteitsbeleving aan het huwelijk koppelt — de tweede norm die zij hebben overschreden — wordt tegenwoordig sterk gerelativeerd. Pas wanneer zwangerschap het gevolg is van voorechtelijk geslachtsverkeer wordt de situatie problematisch: doordat de vrouw of het meisje het etiket „promiscu" krijgt opgeplakt, verliest zij haar reputatie en daardoor haar zelfrespect. Schuld- en schaamtegevoelens zijn daarvan het gevolg, maar deze maken na verloop van enige jaren veelal plaats voor positieve gevoelens. Van den Akker bouwde met zijn onderzoek voort op een eerder sociologisch onderzoek naar de levensomstandigheden van 406 ongehuwde vrouwen die zich, omdat zij zwanger waren, in de loop van 1971 hadden aangemeld op een van de bureaus voor ongehuwde moederzorg in Nederland. Het vervolgonderzoek strekte zich uit over die vrouwen uit het eerste onderzoek die na de geboorte van hun kind het besluit namen dit bij zich te houden. Op het moment van het onderzoek was het kind een jaar of drie. De bedoeling was globaal om na te gaan welke faktoren het opnieuw deelnemen aan het maatschappelijk gebeuren in de weg zouden kunnen staan. Er werd vanuit gegaan dat de periode van zwangerschap en bevalling sowieso tot verminderde deelname leidt. Van den Akker kwam tot de vol-

gende resultaten. Gegeven de grote verscheidenheid van levenssituaties waarin de betrokken vrouwen en meisjes zich bevinden, kan niet gesproken worden van „de" positie van „de" ongehuwde moeder in Nederland. Gemiddeld ongeveer drie jaar na de geboorte van het kind, is de helft van het aantal ongehuwde moeders alleenstaand. Van de overige 50% is 37% intussen gehuwd, en woont 13% samen met een man. Jongere ongehuwde moeders zijn vaker gehuwd of samenwonend dan oudere. Ongeveer 40% van de vrouwen die in het huwelijk traden, trouwde met de natuurlijke vader. Vrouwen die tijdens de zwangerschap het plan hadden hun kind bij zich te houden, brengen dit plan bijna steeds ten uitvoer. Herziening van het aanvankelijke plan kwam nogal eens voor bij vrouwen die vóór de bevalling het voornemen hadden afstand te doen van hun kind: 27% van hen nam na de bevalling desondanks de beslissing het kind bij zich te houden. Het plan om het kind bij zich te houden komt vooral voor onder vrouwen die minder op het ouderlijk gezin georiënteerd zijn en meer zelfstandig, terwijl ook een positieve houding ten opzichte van de zwangerschap dit plan bevordert. Als zwangere ongehuwde vrouw nu opnieuw gesteld voor de keuze om het kind na de geboorte bij zich te houden of een andere oplossing te

/acxïtures Faculteit der Geneeskunde, vakgroep Medische Microbiologie en Parasitologie TWEE ARTS-ASSISTENTEN, {vac nr 229-1727) Taak: Het verkrijgen van een opleiding tot arts Bacterioloog

EXPERIMENTEEL FYSICUS, (vacnr 311-1757) Taak: In de groep Direkte Reakties meewerken aan onderzoek aangaande de mikroskopische beschrijving van inelastische verstrooiing

Faculteit der Geneeskunde, vakgroep Gedragswetenschappen TWEE AGOLOGEN, (vac nr 2531737) Taak: Betrokken worden bij het ontwikkelen, uitvoeren en evalueren van onderwijsprogramma's m de gedragswetenschappen ten behoeve van medische studenten Gevraagd: Ervaring met vaardigheidstrainingen, met name gericht op gespreksvoering Bereidheid binnen een klem team diverse werkzaamheden te verrichten

Instituut voor Toegepast Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek. SOCIAAL WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEKER, (vac nr 640-1767) Taak: Het zelfstandig doen van onderzoek alsmede het onderhouden van kontakten met opdrachtgevers Gevraagd: Gedegen kennis van methoden en technieken van Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek, goede kennis van de organisatie, onderzoekservanng

Bibliotheek Germaanse Talen. WETENSCHAPPELIJK BIBLIOTHEEK MEDEWERKER, (vac nr 070-1747) ' Taak: Opbouw van een kollektie m overleg met de subfaculteit Engelse en Duitse Taal- en Letterkunde, systematische ontsluiting van de kollektie, leiding geven aan een team van bibliotheek technische en administratieve medewerkers, het geven van bibliografische inlichtingen en instructies Gevraagd: Doctoraal examen Engelse Taal- en Letterkunde of Duitse Taal- en Letterkunde, bereidheid tot het participeren in bestuurlijke zaken, goede kontaktuele eigenschappen

Raad Studentenaangelegenheden. SECRETARESSE, (vac nr 901-1777) Taak: Het verzorgen van correspondentie, het notuleren van vergadenngen, het te woord staan van bezoekers en het verstrekken van informatie, een aandeel inoveng administratief werk Gevraagd: Middelbare schoolopleiding, typen en stenodiploma, enige ervanng

Subfaculteit Natuurkunde en Sterrenkunde, vakgroep Experimentele Kernfysica

kiezen, zou 76% er opnieuw de voorkeur aan geven zelf de verzorging en opvoeding ter hand te nemen. De overigen zouden praktisch allen kiezen voor een abortus provocatus. De keuze voor afstand doen wordt nauwelijks in overweging genomen.

Positief tegenover huwelijk

On<;ehuwde moeders, alleenstaande zowel als niet- alleenstaande hebben een positieve houding ten opzichte van het huwelijk. Voor velen vormt het een nastrevenswaardig doel. Voor alleenstaanden speelt in dit opzicht relatief vaak (56%) mede de opvatting een rol dat een kind een vader nodig heeft. De ongehuwde vrouw die een kind ter wereld brengt en geen afstand doet, krijgt ten minste één nieuwe rol te vervullen: die van moeder. Dat kan leiden tot rolconflicten, omdat zij een aantal taken te vervullen krijgt die vaak moeilijk te combineren zijn. De meeste vrouwen zijn van mening dat zij erin geslaagd zijn een bevredigende oplossing te vinden voor een aantal problemen die van het rolconflict het gevolg kunnen zijn: boodschappen doen, uitgaan, het kind bij afwezigheid onderbrengen. Zoals verwacht mocht worden treedt het rolconflict het meest markant naar voren onder de groep van alleenstaande moeders met een baan buitenshuis. Vooral heeft het betrekking op de combinatie van kostwinner- en moederschap: bijna de helft van hen acht de eisen die verbonden zijn aan beroepsuitoefening en opvoeding in onvoldoende mate verenigbaar. Een andere vraag luidde, in hoeverre ongehuwd moederschap leidt tot objectieve (alleen-zijn) en tot subjectieve (zich alleen voelen) isolatie. Daartoe werd de sociale omgeving van de ongehuwde moeder uiteen gelegd in verschillende subcategorieën. Geconstateerd werd dat het contact met het ouderlijk milieu thans even frequent plaats vond als vóór de zwangerschap, en dat dit bijna steeds een bevredigend contact was. Met betrekking tot overige categorieën was er sprake van een contactvermindering, zovel onder alleenstaanden als onder niet-alleenstaanden. Subjectieve sociale isolatie deed

Economische Faculteit, vakgroep Macro Economie WETENSCHAPPELIJK MEDEWERKER, (vac nr 501-1787) Taak: Onderwijs en onderzoek in de macro economie en openbare financiën, bestuurlijke activiteiten Gevraagd: Doctoraal examen Economie (Algemeen-economische studierichting)

Schnftelijke sollicitaties kunt u, onder vermelding van vacaturenummer, richten aan de Dienst Personeelszaken, De Boelelaan 1105, Postbus 7161 te Amsterdam-Buitenveldert Voor telefonische informatie kunt u zich wenden tot de Dienst Personeelszaken, toestelnummer 020-5483672

"^

l£l

zich vaker voor onder alleenstaanden dan onder niet-alleenstaanden, met name waar het contacten van primaire aard betrof: een „beste vriendin", vrienden en vriendinnen.

Kinderopvangplaatsen Kinderopvangplaatsen zijn voor alleenstaande moeders, en met name wanneer zij een baan hebben, van groot belang. Door degenen onder hen die hun kind op geregelde tijden aan de zorg van derden toevertrouwden, wordt de kinderopvangplaats het meest genoemd: 54%. Maar de eigen ouders volgen op de voet: 46% schakelt hen in meerdere of mindere mate in. Vooral als de ouders als oppas fungeren is de frequentie waarmee dat per week gebeurt, hoog. Van de respondenten geeft 80% te kennen dat er op redelijke afstand een kinderopvangplaats aanwezig is. Bijna 40% van hen maakt daar gebruik van. Van degenen die er geen gebruik van maken, zegt een minderheid (36%) daaraan ook geen behoefte te hebben. Voor de overigen zijn andere redenen aanwezig, zoals plaatsgebrek, of de financiële offers die men zich moet getroosten. Ongeveer drie jaar na de geboorte van het kind is de verhouding tussen de ongehuwde moeder en de natuurlijke vader ofwel geheel verbroken (en dat is meestal het geval (70%)), ofwel heeft deze zich geïntensiveerd in de vorm van huwelijk of samenwoning. Verder ontvangt slechts 15% van de alleenstaande ongehuwde moeders alimentatie van de natuurlijke vader. Het in gang zetten van een vaderschapsactie komt niet zo vaak voor. Door 75% van de respondenten wordt melding gemaakt van een gunstige ontwikkeling, waimeer men zijn huidige situatie vergelijkt met die van enige tijd na de bevalling. Dat geldt voor jongeren en voor ouderen, voor alleenstaanden en voor niet-alleenstaanden. In de beginperiode na de bevalling wordt de huisvesting het meest frequent als nijpend probleem aangemerkt. Ten tijde van het vervolgonderzoek bleek vooral in materieel opzicht de situatie als gunstiger t3 worden beoordeeld. Met name is dat het geval voor degenen die intussen gehuwd zijn of samenwonen. De woonsituatie staat in het teken van een toenemende verzelfstandiging. Uiteraard geldt dat vooral voor de niet-alleenstaande vrouwen. Voor een groot gedeelte van de alleenstaande vrouwen blijft de situatie in dit opzicht echter problematisch: • ongeveer de helft van deze laatsten hebben geen zelfstandige huisvesting (in flat of huis); • de kwaliteit van de huisvesting laat bij hen vaak te wensen over; vooral wanneer men nog bij de eigen ouders inwonend

informatiecentrum Informatiecentrum, hoofdgebouw kamer lD-03, telefoon 548 37 11 TER INZAGE In de maand mei ontving het informatiecentrum de volgende publicaties, die aldaar (lD-03) ter inzage liggen: Open Hoger Onderwijs — advies tot oprichting van een open universiteit. Dit is een advies van een studiecommissie samengesteld uit de Commissie Ontwikkeling Hoger Onderwijs en de Commissie Open School. Hierin o.a. 6 aanbevelingen t.a.v. funktie en plaats van open hoger onderwijs. (116 blz.); Christelijke Lerarenopleidingen ?! — uitgave van de nederlands protestants-christelijke schoolraad en de stichting protestants-christelijke opleiding van leraren voor Noord- en Oost Nederland. Brochure over de wenselijkheid van een tweede christelijke lerarenopleiding. (20 blz.); Beleidsvoornemens Ontwikkeling Lerarenopleidingen. Commentaar van de Katholieke Leergangen te Tilburg op de plannen van minister Van Kemenade m.b.t. de eventuele stichting van nieuwe instituten voor de lerarenopleidingen gedurende de experimentele fase; Stadsvernieuwingscorporaties — rapport van de werkgroep bundeling particuliere acties stadvernieuwing. (61 blz.); WORSA 1976; een bijstelling van de nota „wetenschappelijk onderwijs raming studentenaantallen 1975—1990" van oktober 1975; Richting Apeldoorn — analyse en evaluatie van effekten op de woonsituatie en woningmarkt door de komst van grote bedrijven, door Eva van Kempen. Uitgave van het geografisch en planologisch Instituut van de Vrije Universiteit (afdeling planologie) 81 blz.

is, is er sprake van een te kleine behuizing, hetgeen bijvoorbeeld tot uiting komt in het feit dat er vaak (60%) geen aparte slaapkamer is voor het kind, en ook in het feit dat men over onvoldoende privacy beschikt (40%). Ook financieel staan niet-alleenstaanden er gunstiger voor dan alleenstaanden. Vooral voor degenen die geen inkomsten hebben uit eigen arbeid is de situatie ongunstig: in zeer veel gevalleh (85%) bevinden zij zich beneden een door de onderzoeker gehanteerde norm die ligt op het niveau van de ABWuitkering. Op drie tijdstippen werd het deelnemingspercentage aan het arbeidsproces vastgesteld. Vóór de zwangerschap was 84% beroepsactief; enige tijd na de bevalling bedroeg dit percentage 70, en ten tijde van het vervolgonderzoek nog 36. Huwelijk of samenwonen blijkt vaak het (voorlopig?) einde te betekenen van een beroepscarrière: 26% van de niet-alleenstaanden oefende op het laatst waargenomen tijdstip nog een beroep uit, tegen bijna de helft van de alleenstaande vrouwen. Bovendien hadden de laatsten vaker dan de eersten een full-time baan. (Red.)

TIJDELIJK GELDGEBREK? UITZENDBURO DE VAKATUREBANK hoofdkantoor tel. 020-765246 medisch-paramedisch personeel tel. 020-163131

Universiteitsraad De universiteitsraad vergadert aanstaande dinsdag 7 juni weer. De agenda vermeldt o.m. de vaststelling van de hoogte van de algemene studentenbijdrage 1977—1978; het introduktiebeleid eerstejaarsstudenten; de nota opleiding en vorming; goedkeuring wijziging reglement ekonomische fakulteit en goedkeuring wijziging reglement interfakulteit aardrijkskunde en prehistorie. Plaats: UR-zaal. Aanvang: 18.30 uur.

Adjes VAKANTIE Mijn naam is Marja Stahli, Laan van Kronenburg 12, A'veen. Ik ben licht gehandicapt. Ik zou gaarne van 25-7 tot 12-8 met een aantal vrije studenten op vakantie willen gaan, liefst per auto. Mijn tel.nr. is 020-470568. TE HUUR Wie wil vanaf 10 juli tot en met eind augustus ons benedenhuis (4poes) vlakbij het Leidseplein huren (ƒ 200,—). Tel. 020-228536. RUIL Wie wil HAAR kamer in Amsterdam met vrije opgang en in rustige omgeving ruilen tegen mijn kamer in Utrecht-Centrum? (huur ƒ 185,-; vrij en rustig). Enne Bommel, Groenestraat 25bis, Utrecht.

tl^^ERedaktie-adres: De Boelelaan 1105 Postbus 7161 Amsterdam, telefoon 5484330 of 5482671.

020-

Redaktie: Jan van der Veen (hoofdredakteur), Jaap Kamerling. Joke Bleichrodt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976

Ad Valvas | 440 Pagina's

Ad Valvas 1976-1977 - pagina 398

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976

Ad Valvas | 440 Pagina's