Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1976-1977 - pagina 435

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1976-1977 - pagina 435

13 minuten leestijd

AD VALVAS — 1 JULI 1977

Het ASVU-bestuur is vün mening:

VUSO pleh voor afbraak studentenvoorzieningen Reeds enige tijd wordt in universiteitsgelederen gesproken over de besteding van het Civitaskapitaal. D i t is 'gevormd uit de zogenaamde studentenbijdrage: iedere V.U.-student draagt jaarlijks ƒ 20,— af ten behoeve van een aantal aktiviteiten o p het gebied der studentenvoorzieningen, die niet of nauwelijks door het Rijk gesubsidieerd worden. In de U.R.-vergadering van j.1. 7 juni werd gediskussieerd over de hoogte van de studentenbijdrage voor de komende jaren. De U.R. heeft de bevoegdheid het bedrag vast te stellen. Ter tafel lagen een aantal voorstellen, waaronder dat van de Vusofraktie, dat behelsde de studentenbijdrage naar ƒ 10,— en volgend jaar naar O terug t e brengen en een aantal uit de bijdrage gefinancierde studentenvoorzieningen op te heffen. D e Vuso noemde met name een aantal sportaktiviteiten, die naar haar mening van de V.U. dienen te verdwijnen. In Ad Valvas van 17 juni pleit de Vuso bij monde van haar U.R,raadslid Frans Potuyt nogmaals voor het opheffen van een aantal vormende voorzieningen aan de V.U. Zelfs overweegt de Vuso in jjit verhaal een boycot van de algemene studentenbijdrage, hoewel zij daartoe zegt niet op te roepen. D e A.S.V.U., zich hierdoor ten zeerste in haar belangen en die van haar sporters bedreigd voelende, heeft gemeend tegen deze Vusovoorstellen stelling te moeten nemen. De studentenbijdrage dient om een aantal kulturele voorzieningen (diverse kringen van het A.C.C, en andere kulturele aktiviteiten) sommige terreinen van de gezondheidszorg (psychiotherapeutische hulp, tandheelkundige hulp, huisartsenhulp, noodfonds), voorzieningen op het gebied van de maatschappelijke vorming alsmede een aantal aktiviteiten op het gebied van de lichamelijke vorming en sport te financieren. Om duistere redenen bleven deze aktiviteiten buiten de Rijkssubsidieregeling. De studentenvoorzieningen zijn dus niet 100% subsidiabel, zoals de Vuso in Ad Valvas suggereert, als ze het heeft over het 100% subsidiabel zijn van de V.U. als instelling voor W . 0 . In het Vuso-stuk lijkt het alsof het Rijk alles betaalt en daarmee de algemene studentenbijdrage overbodig maakt. Dit zou dan wel ten koste gaan van een aantal bestaande voorzieningen, die Vuso/Potuyt niet eens noemt en die zij ook niet o p hun waarde schat. De V.U. heeft steeds gemeend dat ook voor dergelijke vormende (en andere) voorzieningen ruimte moest zijn; teneinde een veelsoortige vorming van haar bewoners mogelijk te maken, vond men het redelijk, dat deze aktiviteiten door de studentenbevolking in haar geheel betaald werden. Daartoe werd een bedrag van ƒ 20,— per student geheven. Z o namen sommige studenten aan de (toevallig) gesubsidieerde programma's deel, anderen werd het mogelijk gemaakt om dankzij een soort groepssolidariteit aan de uit het oogpunt van vormden waarde even

TIJDELIJK GELDGEBREK?

UITZENDBURO DE WERKBANK

Ongeschoold personeel Tel. 020-162121

gerechtvaardigde, maar niet door het Rijk gesubsidieerde voorzieningen deel te nemen. Door een relatief gering offer werd een breed pakket van studentenvoorzieningen voor iedereen betaalbaar. In het verleden zijn de inkomsten de uitgaven soms te boven gegaan. Hierdoor is in de loop der jaren een overschot-kapitaal ontstaan. Overigens zijn sinds '76 de uitgaven weer groter dan de inkomsten. De R.S.A. heeft voorgesteld om het tekort van het huidig jaar en de komende jaren uit dit kapitaal te dekken en de studentenbijdrage geleidelijk met 15% per jaar op te voeren tot over enkele jaren een punt bereikt wordt waarop de uitgaven voor studentenvoorzieningen die niet Rijkssubsidiabel zijn, geheel uit de studentenbijdrage gedekt kunnen worden. Dit voorstel gaat uit van behoud van het huidige voorzieningennivo en komt tegemoet aan de behoeften en belangen der studenten op het gebied van de vorming.

De das om doen De Vuso-fraktie nu heeft de diskussie rond de besteding van het Civitaskapitaal aangegrepen om een alternatief voorstel bij de U.R. in te dienen, dat impliceert de algemene studentenbijdrage zo spoedig mogelijk op te heffen (dit jaar nog slechts ƒ10,—), met als doel/ gevolg een aantal studentenvoorzieningen, waaronder een aantal sportieve aktiviteiten, de das om te doen. Potuyt meent de door de R.S A. uit de algemene studentenbijdrage gesubsidieerde aktiviteiten roeien en paardrijden eruit te moeten lichten als zijnde dure sporten. Echter, deze twee sporten vormen slechts een onderdeel van het totaalpakket aan voorzieningen zowel op het gebied van de sport (ook bijv. zeilen en schaken worden door de R.S.A. betaald, omdat het Rijk hier tekort schiet) als op kultureel en maatschappelijk terrein. Laat de Vuso eerlijk zijn en laat zij alle niet van Rijkswege gesubsidieerde voorzieningen (hoe arbitair zijn de normen van het Rijk!) die zij wil afbreken met name noemen. Dan is duidelijk wat het Vusovoorstel beoogt, namelijk het met één slag de grond in boren van voorzieningen, die in de loop der jaren hun bestaansrecht en vormende waarde voor de vele studentengebruikers hebben bewezen — welke waarde de Vuso ook nergens ontkent! Voorwaar studentenbelangenbehartiging van de Vuso! De Vuso verwijst naar de slechte financiële positie van de student, als ze beweert, dat de algemene studentenbijdrage een te zware belasting voor de student is. Deze argumentatie komt de A.S.V.U. zeer oneigenlijk voor. De A.S.V.U. pleit, met hetzelfde beroep op die slechte financiële positie, voor het betaalbaar houden van de voorzieningen, óók van die voorzieningen die door foute normen van het Rijk niet subsidiabel zijn. Vanuit deze opvatting is dan ook voor wat betreft de A.S.V.U. een subsidie, gefinancierd uit een hoofdelijke omslag over alle studenten, voor de niet van Rijkswege gesubsidieerde sporten te lechtvaardigen. Samenvattend is de A.S.V.U. van mening, dat • de huidige voorzieningen (kuituur, sport, etc.) gehandhaafd moeten worden; • het al of niet Rijkssubsidiabel zijn géén maatstaf is om het bestaansrecht van een voorziening aan af te meten; • waar het Rijk tekort schiet een instituut als de R.S.A. een belangrijke rol kan vervullen door aktiviteiten te stimuleren en te financieren die een even grote waarde hebben en waaraan een even grote behoefte bestaat als

(aan) de Rijkssubsidiabele voorzieningen; • een bijdrage van ƒ 20,—, die eventueel jaarlijks aan prijs- en kostenstijgingen wordt aangepast, een niet al te groot beroep op de groepssolidariteit van de studentenpopulatie is; bovendien is bijna iedere student op enige tijd in zijn studie wel eens gebruiker van de uit de studentenbijdrage betaalde voorzieningen; • dankzij deze geringe bijdrage een aantal vormende voorzieningen mogelijk zijn, die hun bestaansrecht in de loop der jaren bewezen hebben op dezelfde wijze als de wél door het Rijk gesuL^idieerde voorzieningen.

Dooie mus Daarom keert de A.S.V.U., die in deze opkomt voor de belangen van haar sporters, zich ten zeerste tegen het Vuso-voorstel tot afbraak. Naar de mening van de A.S.V.U. behartigt de Vuso met haar voorstel geenszins de belangen van de student, die aan vorming wil doen. Integendeel, de Vuso negeert de behoefte aan, het gebruik van en het belang bij de studentenvoor-

zieningen. D e Vuso poogt met haar voorstel de kortzichtige student blij te maken, maar wel dan met een dooie mus: die dooie mus wordt de student gepresenteerd zodra hij voor vormende voorzieningen bij de Vuso aanklopt. Die b l i j k t ' d e Vuso dan inmiddels opgeheven te hebben. Met name heeft het Vuso-voorstel voor de deelname aan sportaktiviteiten volstrekt ongewenste gevolgen. Het verdwijnen van een aantal aktiviteiten zal ertoe leiden dat een geringer aantal studenten aan sport zal doen. De toch al niet bijster goede lichamelijke konditie van de student zal dan verslechteren, een mede met het oog op studieprestaties ongewenste ontwikkeling.

Oproep De A.S.V.U. roept daarom al haar 3200 leden, Vuso-lid, P.K.V.-lid of „vrije" student, alsook iedere andere student of medewerker, die de noodzaak van de huidige voorzieningen op het gebied van de kulturele, de lichamelijke of maatschappelijke vorming inziet, zich tegen het Vuso-voorstel te verklaren. Immers uit haar voorstellen in de U.R. is duidelijk geworden, dat de Vuso een aantal voorzieningen op wil heffen en dus doelbewust de belangen van de duizenden gebruikers van die voorzieningen wil schaden. Of de Vuso-leden en Vuso-stemmers zélf, en met name de Vusoleden, tevens A.S.V.U.-leden, zo blij zullen zijn met de voorstellen van de Vuso-U.R.-fraktie waagt de A.S.V.U. te betwijfelen. Het AS.V.U.-bestuur

SSGZ verdient de voorkeur „Er zijn op het ogenblik verschillende verzekeringsmaatschappijen die zich bezighouden met ziektekostenverzekeringen voor studenten". Ziedaar de eerste en vrijwel enige feitelijk juiste zin uit het stukje van Joke Bos (VUSO) in Ad Valvas van 17 juni j.1. Toch verhult ook deze zin meer dan dat ze aan informatie verstrekt. Want gesuggereerd wordt, dat de SSGZ een verzekeringsorganisatie is als alle anderen. En dat is zeker niet het geval. De SSGZ bestaat al sinds 1954 en is indertijd door en voor de universitaire bevolking opgericht. Ook nu nog vormen studenten, studentendekanen, -artsen en -psychologen en vertegenwoordigers van universitaire en HBO instellingen voor studentenvoorzieningen het algemeen bestuur (a.b.) van de SSGZ. Zij bepalen dan ook het te voeren beleid, dat wil zeggen het uitkeringsbeleid, het akseptatiebeleid enz. De bewering van Joke Bos, dat eigenlijk de Nationale Nederlanden het voor het zeggen heeft slaat nergens op. De N N is slechts herverzekeraar van de SSGZ. Net zoals iedereen van een bank gebruik maakt om te sparen of om een lening af te sluiten, maar volledig zelf kan beslissen wat er met zijn geld gebeurt zo maakt de SSGZ gebruik van de NN, omdat ze als relatief kleine organisatie niet de enorme financiële risiko's kan dragen. Andere organisaties die studentenverzekeringen aanbieden zijn of banken (zoals A M R O en ABN), of verzekeringsmaatschappijen (VGZ, Enzico = Uniac). Deze verzekeringen zijn recent op de markt gekomen; veelal met bijbedoelingen als het slijten van studieleningen of het verkrijgen van een band met de toekomstige akademici, die een lukratieve klantenkring kunnen vormen. Nog eenmaal zullen we mevr. Bos citeren: „Overigens vinden wij een democratische bestuursvorm van minder belang dan een goede en goedkope verzekering". Het zal u niet verbazen dat ondergetekenden overigens van mening zijn dat deze twee zaken hand in hand met elkaar gaan. Bovendien biedt een demokratische bestuursvorm de garantie dat de verzekering in de toekomst ook goed en

goedkoop blijft. Dat de invloed van studenten en deskundigen op het gebied van de studentenvoorzieningen van grote waarde is willen we illustreren aan de hand van enkele voorbeelden: • Het eigen risiko voor huisartsenhulp en medicijnen is bij de SSGZ veruit het laagst: ƒ 30,— in tegenstelling tot de anderen die ƒ 50,— tot ƒ 75,— rekenen. De filosofie hierachter is dat de drempel om naar een arts toe te lopen zo laag mogelijk moet zijn. • Een studentenverzekering kan niet alles dekken, omdat anders de premie veel te hoog zou worden voor het krappe studentenbudget. Daarom heeft de SSGZ een noodfonds voor, zoals het woord reeds zegt, noodgevallen in het leven geroepen. En de SSGZ is daar niet gierig mee. In 1975 keerde het 1Q2.313 gulden (d.i. 1,1% van de totale uitgaven) uit. In navolging heeft ook de Uniac een noodfonds opgericht, maar is aanmerkelijk minder scheutig: 4.119 gulden (0,3%). • De SSGZ voert een sociaal akseptatiebeleid. Buitenlandse vluchtelingen worden zondermeer geaksepteerd, ondanks dat deze meestal grote uitgaven vergen door de slechte medische voorzieningen in het land dat ze ontvlucht zijn. Zelfs komt het voor dat ze daar gemarteld zijn. Het Universitair Asyl Fonds (UAF) verzekerde haar studenten voorheen bij de SSGZ, maar is in 1974/75 overgestapt naar de Uniac, waarschijnlijk vanwege de iets lagere premie. Vorig jaar echter zijn ze naar de SSGZ terug gekomen, omdat er bij de Uniac herhaaldelijk moeilijkheden werden gemaakt. • Ook in het uitkeringsbeleid van de SSGZ zijn sociale indikaties vaak doorslaggevender dan de letter van de polis. De voorkeursbehandeling door de Raad StudentenAangelegenheden (RSA) w,b. de SSGZ is ons inziens vanuit bovenstaande oogpunten volledig terecht, maar ook omdat de RSA door zijn vertegenwoordiging in het a.b. van de SSGZ direkt invloed kan uitoefenen op het beleid. Dat is ook gebeurd. Van het werk dat een RSA-kommissie heeft verricht is dankbaar gebruik gemaakt. Enkele van de acht suggesties, die ze deed zijn door de SSGZ overgenomen, zoals

Wel geboekt, niet op UR-lijst ingekomen post De aan de universiteitsraad gestuurde kopie van de brief van de TAS-fraktie van Tandheelkunde aan het CvB over de faciliteitenregeling tandartsen is, zo blijkt ons, wel door UR-secretaris F . Postema van een nummer voorzien en daarmee ingeboekt. Postema zette de brief echter niet op de lijst met ingekomen post omdat de brief 'op dat moment niet tot de bemoeienis van de universiteitsraad h o o r d e ' . Het door de TAS-fraktie aan hem toegeschreven motief, dat hij de brief niet belangrijk genoeg zou vinden, wordt door Postema ontkend. ^ (Red.) (Ingezonden

mededeling)

DIKS Autoverhuur bv ,

V. Ostadestraat 278, Amsterdam-(Z). : Telefoon 7U754 en 723366 Fll. W. de Zwijgeriaan 101. Tel. 183767 400 nieuwe luxe- en bestelwagens w.c: FORD - VW - SIMCA - OPEL NIEUWE MERCEDES EN HANOMAG VRACHTWAGENS TOT 18 m' EN 3 i TON (groot en klein rijbewijs) Lage prijzen en studenten 10% korting

een snellere uitbetaling en een regeling dat er voor maximaal twee kinderen premie behoeft te worden betaald. Andere waren niet direkt van toepassing, omdat op een andere manier een oplossing gevonden is. Bijv. de dekking van nietklinische hulp en dagbehandeling. Het laatste is nu in de dekking opgenomen en voor het eerste kon tot voor kort een beroep worden gedaan op de bijstand, het recente bericht dat dit niet meer zou kunnen was ten tijde van het besluit van de SSGZ nog niet bekend, daar zullen we dus een volgend keer rekening mee moeten houden. De suggestie om tandheelkundige hulp in het pakket op te nemen is volgens het a.b. van de SSGZ niet mogelijk, omdat de premie zeer hoog zou worden voor een behoorlijk pakket. De tandheelkundige die de Uniac bijvoorbeeld aanbiedt heeft meer weg van een reklamestunt dan van een adekwate medische voorziening. Samenwerking met instanties als VUdont biedt meer perspektief. De kommissie studentenvoorzieningen van de Akademische Raad heeft haar voorkeur uitgesproken voor de SSGZ. Het is juist zoals Joke Bos stelt, dat dit haar tweede voorkeur is. De AkR-cie zag nog liever dat de studenten in het ziekenfonds terecht zouden kunnen. Daar is de SSGZ het volledig mee eens. Sterker nog, ze heeft zich in kontakten met ministeries en de ziekenfondsraad daar altijd driftig voor ingespannen. Zodra studenten tegen een redelijke premie bij het ziekenfonds terecht kunnen zal de SSGZ zichzelf opheffen, want dan is haar taak volbracht. Zolang dat niet het geval is probeert ze voor studenten een zo goed mogelijk alternatief te bieden. Zo'n houding is niet te bespeuren bij de andere verzekeringsorganisaties, die hebben er immers uit andere oogpunten belang bij de studentenmarkt te veroveren. Deze zien er zelfs geen been in om op korte termijn verlies te lijden en de premie te dumpen, om zodoende te proberen de 37.000 verzekerden van de SSGZ weg te lokken. Dat de SSGZ zelf dit jaar ook een verlies heeft begroot is te wijten aan de prijsbeschikking van het ministerie van economische zaken. Ons advies: let niet enkel op de hoogte van de premie; door het sociale en soepele uitkeringsbeleid van de SSGZ ben je meestal beter uit. K. van Dijk (studentendekaan), J. W. van den Oever (RSA), J. van den Akker (SRVU).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976

Ad Valvas | 440 Pagina's

Ad Valvas 1976-1977 - pagina 435

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976

Ad Valvas | 440 Pagina's