Ad Valvas 1976-1977 - pagina 153
5
AD VALVAS — 3 DECEMBER 1976
Symposium over selectieve groei en milieu
Uitbouw onderzoeksprojecten
Instituut voor Milieuvraagstukken viert eerste lustrum Het Instituut voor Milieuvraagstukken (IvM) bestaat deze maand vijf jaar. Een feit dat b eslist niet gevierd had kunnen worden zonder de trendgevoeligheid van prof. Lamb ooy, door ingewqden w e ! „de grote regelaar" genoemd, die vijf jaar terug het modeverschijnsel „milieu" aangreep om het instituut op poten te helpen. De (financiële) mede werking van de VU was echter zo gering dat het pasgeboren IvM zonder subsidies van verschillende ministeries en van het Wereldnatuurfonds een vroege dood gestorven zou zijn. Bij de start van het onderzoekwerk was alleen de secretaresse in VTJdienst. Nu er toch iets te vieren valt wordt dat goed gedaan. Ter gelegenheid van het lustrum wordt vrijdag 10 december een voor iedereen toeganke lijk symposium gehouden, dat geopend zal worden door minister Irene Vorrink (om 14.00 uur in KC07). Vier inleders zuUen h u n visie geven op het thema „selektieve groei en milieu". H u n n a m e n zullen voor d e meeste lezers w e l niet onbekend zijn: prof. Heertje (UvA), B r a m v a n der L e k (lid P S P t w e e d e k a m e r fractie), drs. A. P u t t e r (raadsadvi seur v a n Ekonomische zaken) en prof. P . Nijkamp (VU). N a d e pauze zullen d e vier o.l.v. prof. Goudzwaard discussiëren. Huib J a n s e n en J a n Stapel, t w e e m e d e w e r k e r s v a n h e t IvM, lichten de keuze v a n h e t t h e m a toe. „Het is aktueel vanwege de nota v a n minister Lubbers over selektieve groei en h e t o n d e r w e r p ligt in h e t verlengde v a n a a n h e t instituut gedaan verzoek," aldus Jansen. Stapel even eerder: „We zijn ook een beetje bang d a t het milieu b i n n e n k o r t w e e r ver geten w o r d t e n „opgeofferd" a a n de werkgelegenheid." Even een duik in de geschiedenis. Terug n a a r tien december 1971: de oprichtingsvergadering v a n de instituutsraad. Het doel v a n h e t IvM w e r d toen in h e t reglement omschreven als „werkzaam te zijn als wetenschappelijk c e n t r u m voor een v e r a n t w o o r d milieubeheer". Directeur dr. J. W. Copius P e e r e boom omschrijft h e t instituut in één v a n de eerste milieukolommen in Ad Valvas als een interfakul
Het Instituut voor Milieuvraag stukken is i n 1975 gekomen tot een uitb ouw van lopende on derzoekprojecten en tot een definitieve start v a n het socio logisch gerichte onderzoekpro ject. Tevens is het afgelopen jaar veel aandacht b esteed aan het voorb ereiden van een on derwqsplan. Dit zijn de voor naamste „b eleidszaken" uit het jaarverslag over 1975.
Door Johan de Groot
zwengeld door prof. Lambooy. Toen die naar de U v A vertrok w e r d Copius Peereboom d e nieu w e directeur en hij heeft eigenlijk gezorgd d a t h e t instituut een stuk groter werd. Hij is d r u k bezig ge weest m e t h e t aanvragen v a n sub sidies en TAPplaatsen ( T A P = tewerkstelling akademisch perso neel: „Dat b e t e k e n t d a t j e voor weinig geld een werkloze akade m i k u s k u n t „kopen". Hij w o r d t tair milieuplatform voor d e gehele dan voor 100% door Sociale Zaken universitaire gemeenschap. betaald"). Langzaam m a a r zeker Maar h e t instituut w a s niet d e is h e t onderzoek op m e e r en a n eerste instantie die zich op de VU d e r e gebieden gericht." m e t milieuproblemen bezig hield. Het onderzoekwerk is n u verdeeld Het Natuurbeschermingsjaar 1970 o v e r vier w e r k g r o e p e n : een e k o h a d daarvóór a l geleid t o t h e t ont nomischtechnische (door J a n Sta staan v a n een multidisciplinaire pel lachend de technologische ge w e r k g r o e p uit verschillende f akul n o e m d ) , een milieuchemische, één teiten die samen de problematiek voor oecologisch onderzoek en een van h e t zogenaamde Groene H a r t sociaalwetenschappelijke. Het in v a n Holland besloten te bestude stituut heeft zich de afgelopen vijf ren. E e n werkgroep m e t nog steeds j a a r een goede n a a m als onder een eigen status m a a r wel n a u w zoekcentrum v e r w o r v e n . verbonden is m e t m e t h e t IvM . Zoals hierboven al terloops is ge Tussen h e t I v M e n de Universiteit b l e k e n k e n t h e t I v M een enigszins v a n A m s t e r d a m w e r d een v e r d e onduidelijke plaats b i n n e n de VU ling v a n t a k e n afgesproken. Hier h e t accent op onderzoek, a a n de organisatie. Dit blijkt onder a n d e r e uit h e t feit d a t h e t grootste deel UvA op onderwijs. VUstudenten van de onderzoekaktiviteiten en k o n d e n (en k u n n e n ) h e t bijvak d r i e k w a r t v a n de m e d e w e r k e r s m i l i e u k u n d e a a n de G U volgen door andere instanties d a n de VU en GUstudenten mochten even worden betaald. Vooral door d e tueel helpen bij h e t onderzoek op ministeries v a n Volksgezondheid de VU. Vanaf h e t begin is bij h e t ministeries Volksgezondheid en onderzoek niet alleen a a n d a c h t Milieuhygiëne en Sociale Zaken. besteed aan de n a t u u r w e t e n s c h a p Tevens zijn er problemen rond de pelijke k a n t e n v a n de milieupro positie v a n h e t IvM b i n n e n de blematiek m a a r ook a a n de so s t r u c t u u r v a n de WUB. Ook blijkt ciaalwetenschappelijke (w.o. voor (letterlijk) die onduidelijke plaats al de ekonomische, aspecten). uit de huisvestingsproblemen v a n H u i b J a n s e n over de ontwikkeling de afgelopen t w e e jaren. A l heeft van h e t instituut: „Na d e start in 1971 is h e t w e r k ooral aange h e t instituut n u (voorlopig) vol
Voor h e t v a n de grond k o m e n van h e t sociologisch onderzoek w e r d eind 1975 een weten schappelijke m e d e w e r k e r aan gesteld. De onderwijsplannen liepen uit in een nota M ilieu onderwijs VU, w a a r i n een voorstel w o r d t gedaan voor een cursus „algemene inleiding in de milieuproblematiek", die zou moeten dienen als onder b o u w voor meer specialistisch milieuonderwijs a a n d e diverse fakulteiten. Het is inmiddels bekend d a t deze cursus begin volgend aka demisch j a a r v a n start zal gaan. Zij is veel m i n d e r uitgebreid dan de cursus aan de Universi teit v a n A m s t e r d a m en valt t e vergelijken m e t h e t bijvak ont wikkelingssamenwerking. De Instituutsraad, h e t belang rijkste bestuursorgaan, waar in vertegenwoordigers v a n alle fakulteiten zitting hebben, bleek in 1975 een stuk beter te funktioneren d a n in h e t j a a r daarvoor. Toch zouden veel fakulteiten best voor een b e t e r e afvaardiging mogen zor gen. Het uit d e Instituutsraad
doende r u i m t e gekregen b i n n e n de n i e u w b o u w v a n de WNfakul teit, voor h e t gebruik v a n labora toria is h e t nog afhankelijk v a n de goede w i l v a n de n a t u u r w e t e n schappelijke fakulteiten. Als men b ovengenoemde „knel punten" als uitgangspunt voor toe
ook van de zeer sterk gestegen consumptie in de EersteWereld landen, hetgeen blijkt uit de hier bij afgedrukte tabel. In de eerste 40 jaar van deze eeuw zijn meer grondstoffen verbruikt dan in alle voorafgaande eeuwen tezamen. Het verbruik na de Tweede Wereldoorlog heeft het totale voorafgaande verbruik reeds overtroffen. Gedurende de afge lopen 30 jaar hebben oUeen al de Verenigde S tüten (met nog geen 6% van de wereldbevolking) meer grondstoffen verbruikt dan de hele wereld in alle voorafgaande tijden. In die periode verbruikte dit land o.a. 40% van de wereldproduktie aan energie (tegen '/s van de we reldmarktprijs). In 1950 bedroeg het verbruik aan primaire grond stoffen in de V.S . 2 miljard ton, in 1972 4 miljard ton (dat is 20 tov per hoofd). In 2000 wordt het ver bruik in de V.S . geraamd op 11 miljard ton. Tussen 1950 en 1974 heeft de ge middelde wereldproduktie van metallische grondstoffen een toe name te zien gegeven van 5% p e r jaar, variërend van 0,87c voor tin tot 9,8% voor bauxiet en 10,17o voor platinametalen. Dit betekent een verdubbeling in 14 jaar. De verdubbelingsperiode is uiteraard
Percentages van de wereldbevolking en de produktie en consumptie voor de Eerste, Derde Wereld bevolking Eerste
Wereld
Tweede Derde
Wereld Wereld
(het Westen) (Communistische landen) (Ontwikkelings landen)
wereldgrondstoffen Tweede en pro duktie
consumptie
20
40
65
30
27
26
50
33
9
voor elk metaal verschillend, aluminium b.v. 7 jaar, voor 14 jaar, voor koper 20 jaar.
Het jaarverslag noemt nog een a a n t a l 'knelpunten', die echter in h e t artikel over h e t lustrum reeds n a a r voren zijn gehaald. Het grootste gedeelte v a n h e t verslag wordt gewijd a a n een opsomming v a n lopende onder zoeken. Zeer beknopt gezegd gaat 't cm. d e volgende onder zoeken. D e ekcnomischtech nische groep h o u d t zich vooral bezig m e t onderzoek n a a r d e relatie fcustsen de ekonomische e n d e verontreinigingsistruc t u u r in Nederland. De rekrea tieigroep richt zijn onderzoek vooral c p de effecten van 'be treding'. D e milieuchemische groiep zoekt samen m e t de vak groep algemene analytische chemie n a a r middelen, die be paalde sioorten chemische ver cintredniging k u n n e n voorko men. T o t slat de sociaalweten sohappelijike groep. Deze on derzoekt 'milieubeleid' en 'men taliteit e n milieu'.
komstwensen mag nemen lijkt een samenvatting daarvan niet zo moeilijk. Het IvM is gebaat bij (en streeft ook naar) een duidelijker plaats b innen en een hechtere band (ook financieel) met de fakultei ten van de VU. Dit zou b ijvoor beeld kunnen door omzetting in een interfakultaire vakgroep.
gie en de prijs daarvan. En de vraag, of er op een zeker moment van een bepaald metaal nog iets over is, wordt dan minder relevant dan de vraag naar de prijs ervan en wie het nog kan betalen.
Grondstoffen de kurk waarop welvaart drijft Grondstoffen — waaronder hier verstaan wordt: minerale delf stoffen inclusief fossiele brand stoffen — hebben een beslissende rol gespeeld in de ontwikkelings geschiedenis der mensheid. Het is niet toevallig dat de belangrijke cultuurperiode namen dragen ont leend aan grondstoffen: steentijd, bronstijd, ijzertijd. Tot voor kort hoefde men zich weinig zorgen te maken over de beschikbaarheid van grondstoffen in het algemeen. Pas in de laatste 20O jaar is de kennis van de leven loze natuur in versneld tempo toe genomen, evenals de wereldbe volking, de industrialisatie en daarmede het gebruik van — en dus de vraag naar — grondstoffen. Zo kwam de drang naar koloniën o.a. voort uit de behoefte aan goedkope grondstoffen. Maar in onze eeuw kwam pas goed aan het licht wat exponentiële groei op verschillend gebied be tekent. De wereldbevolking is se dert 1900 toegenomen van 1,7 mil jard tot ruim 4 miljard en zal in 2000 6,5 miljard bedragen. De ster ke toename van het grondstoffen verbruik is echter niet alleen een gevolg van de bevolkingstoename (die zich voornamelijk in de Der de Wereld voltrekt), maar vooral
gekozen dagelijks bestuur v a n het IvM , bestaande uit de hoog l e r a r e n Vlijm, Wiggers en Goudzwaard, werd uitgebreid door de toetreding v a n prof. J. P. Kuiper v a n de medische fakulteit. De e x t e r n e k o n t a k t e n v a n h e t IvM zijn in 1975 uitgebreid. Het instituut neemt sinds de oprichting vorig j a a r deel aan het landelijk overlegorgaan akademische milieuinstituten (LOAM). M et enkele v e r w a n t e milieuinstituten en groepe ringen werd tot een samen werkingsproject besloten.
Derde Wereld voor ijzer
Eindige aarde Zoals de levende natuur geen ex ponentiële groei verdraagt behalve in de eerste levensfase van een organisme, zo verdraagt de leven loze natuur op de lange duur geen exponentiële groei ten aanzien van de exploitatie van haar bo demschatten, die de mensheid in feite zou dienen te beheren als een haar toevertrouwde erfenis. Want al is de voorraad van som mige delfstoffen ook nog zo groot, de aarde is wel eindig. Men kan zich afvragen hoe vaak de produktie van een bepaalde delfstof nog verdubbeld kan wor den. Daarbij moet men bedenken, dat de consumptie in elke volgen de verdubbelingsperiode gelijk is aan de totale consumptie in alle voorafgaande verdubbelingsperio den bijeen. Wil men de reserves (dat is het bekende, thans econo misch ontginbare deel van de totale, mogelijk te ontginnen voor raden) aangepast houden aan het verbruik, dan betekent dit, dat van geologen gevraagd wordt om, b.v. ten aanzien van koper, in een periode van 20 jaar net zoveel ontginbaar kopererts aan te tonen als al hun collega's in alle vooraf gaande tijden tezamen hebben ge presteerd. En dit geldt, mutatis mutandis, voor alle overige delf stoffen Van mijnbouwkundigen wordt dan voorts gevraagd dit alles uit de grond te halen en te verwerken Nu vergt het i n gebruik nemen van een middelgrote mijn een voorbereidingstijd van ongeveer 5 jaar, van een grote mijn zelfs
Door prof. W. Uytenbogaardt
(VU))
8 d 10 jaar. Hier lopen we al bijna vast bij een voortdurende ex ponentiele groei van de grond stoffenproduktie. Maar ten slotte moet dit alles ook betaald worden. Het operatief maken van een grote kopermijn kost circa ƒ 4 miljard. Een nikkelraffinaderij met een jaarproduktie van 30.000 ton nikkel per jaar vergt een investering van f 1 miljard. Daarbij komt, dat de mijnbouw en de metallurgische industrie energieverslindende bedrijven zijn. Naarmate de rijke ertsen (ertslagen met een hoog gehalte van het mineraal in kwestie) opraken zal men genoegen moeten nemen met armere ertsen. Men zal dus veel meer moeten verwerken om een zelfde resultaat te bereiken, terwijl het erts in vele gevallen ook fijner gemalen zal moeten worden, ergo, een sterke toename van het energieverbruik. Dit is weer van invloed op de kosten van het eindprodukt, afgezien nog van de stijgende energieprijzen. Of er op een bepaald tijdstip nog voldoende grondstoffen zijn, hangt dus in belangrijke mate af van de beschikbare ener-
slachtoffer
Het is duidelijk, dat de Derde Wereld hier het slacthoffer van gaat worden, tenzij de Eerste Wereld het roer omgooit. In dit verband zij hier verwezen naar de beide laatste rapporten aan de Club van Rome: „het „RIO-Rapport" van Tinbergen e.a. (hoofdstuk 13 en Bijlage 5), Elsevier 1976; en „Mensen Tellen" van Garbutt e.a. (hoofdstuk 7), Het Spectrum 1976, en het boek van Goudzwaard, „Kapitalisme en Vooruitgang", Van Gorcum, 1976. De toenemende grondstoffenconsumptie heeft ook milieu-technische en politieke aspecten. Wat het eerste betreft een enkel voorbeeld. De 1,8 miljoen ton koper die in 1973 in de Verenigde Staten geproduceerd werden, lieten daar achter: 758 miljoen ton afval bij de mijnen; 267 miljoen ton afval bij de ertsverwerkingsbedrijven; 3 miljoen ton slakken bij de smelters en 1,6 mljoen ton zwavel-
Milieukolom dioxide in de atmosfeer. Het is duidelijk dat sommigen het aantal van dit soort bedrijven niet graag vermenigvuldigd zien, althans niet in eigen omgeving. De ruimte laat niet toe hier in te gaan op de politieke aspecten van de grondstoffenvoorziening De geinteresseerde lezer zij verwezen naar artikelen in Trans-aktie (febr. 1973) en A R. Staatkunde (juni en nov. 1975).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976
Ad Valvas | 440 Pagina's