Ad Valvas 1976-1977 - pagina 400
AD VAL' /Al Jl 19
Ook in Colombia lioudt de l(offie de mensen wi In maart van dit jaar bracliten 2 zojuist aan de VU afgestudeerde ekonomen, Douwe Meindertsma en Cees Kort, een bezoek aan Colombia. Zij verkenden daar onder meer de koffiesituatie en voerden gesprekken met de bij de koffie betrokken autoriteiten in de koffiestad Bogoté. Tevens stelden zij zich op de hoogte van de situatie bij de koffietelers. In dit artikel doen zij verslag van hun bevindingen. We zeggen, dat de konsument in Nederland de koffie veel te duur vindt worden. Tot onze verbazing stemt het hoofd van de onderzoeksafdeling van de Fedecafé, de Federatie van Koffietelers hier volledig mee in. „De Colombiaanse ekonomie is zo niet te besturen", zegt hij. „We kunnen de toevloed van dollars niet goed aan." Dit jaar worden de koffie-inkomsten op 1500 miljoen dollar geschat, maar liefst 550 miljoen meer dan in 1976. Tien jaar terug bedroeg de opbrengst nog 340 miljoen. De koffiedollars geven Colombia blijkbaar problemen. Het is paradoxaal voor de klagende nederlandse konsument. "Wie is er dan gebaat bij de hoge koffieprijzen? De onderzoeker slaat er direkt de statistieken op na als we hem vertellen, dat meer dan een derde van de koffie-importen van Nederland uit Colombia afkomstig is. Colombia is hiermee de belangrijkste leverancier van ons land. Volgens hem wordt veel aan Noord-Europa verkocht, omdat men in deze landen gebrand is op hoge kwaliteit. En hoge kwaliteit levert Colombia. Dat merken we, want inmiddels is de koffiejuffrouw met dampende kopjes, met het opschrift „café de Colombia" binnen gekomen. Veel colombianen hebben deze koffie, hier met zorg gezet, nog nooit gedronken. De koffie, die in cafe's en restaurants wordt geschonken, wordt getrokken van bonen, die te licht bevonden zijn voor de export. Wat merken de colombianen van de veelbesproken „bonanza cafetera", de „koffie-voorspoed"?
Boven de 3 dollar De koffie-oogst in Colombia is de laatste jaren op een vrijwel stabiel niveau gebleven. De oogstmislukkingen van Brazilië kent Colombia niet. Op de voorpagina's van de lixanten worden de noteringen van de koffie op de beurs van New York nauwkeurig bijgehouden. President Lopez Michelsen voorspelde enige tijd geleden, dat de prijs van een pond koffie op de beurs boven de drie dollar zou stijgen. Bijna niemand geloofde dat toen. Maar het onmogelijke is zojuist gebeurd. In gesprekken met de Colombiaanse koffiebonzen komt steeds naar voren, dat het produktieverlies in Brazilië als gevolg van een strenge vorst de voornaamste oorzaak is van de huidige prijzen. Met regelmatige tussenpozen slaat in Brazilië de vorst toe. De laatste jaren komt die steeds sneller en heviger terug. De verwachting van een nieuwe vorst houdt de prijs hoog. De politieke onrust in Afrika, in Angola en Uganda — het laatste land is de vierde producent ter wereld — is een andere faktor van betekenis.
Welzeggen tegen de ekonoom Alberto Chaves, werkzaam op de Fedecafé, dat in Nederland wel gesuggereerd wordt, dat de producentenlanden, vooral Brazilië, voorraden zouden achterhouden om zo de prijs kunstmatig hoog te houden. Chaves ontkent niet, dat Brazilië een voorraadpolitiek voert en gevoerd heeft. „Ze kunnen hun invloed doen gelden, gezien hun aandeel van ruim dertig procent in de wereldproduktie. Maar ze hebben op dit moment niet meer dan 5 miljoen balen. Daar speelt tevens, dat de binnenlandse konsumptie van koffie hoog is, nl. 7 miljoen balen per jaar. Brazilië is het tweede verbruikersland achter de Verenigde Staten. Een binnenlands tekort aan koffie zal grote politieke onrust veroorzaken." Het zal zeker drie jaar duren voordat de produktie van Brazilië weer haar normale niveau van 25 miljoen balen heeft bereikt.
Wie verbouwt de koffie? De koffiesektor wordt gekenmerkt door de vele kleine en enkele grote producenten: 57% met minder dan 6 ha — bezit 19% grond — produceert 18% oogst. 15% met meer dan 20 ha — bezit 58% grond — produceert 52% oogst. Brazilië, Colombia en Angola zijn verenigd in de „Cafe Mundial". De drie landen vertegenwoordigen 60% < van de koff ieproduktie in de wereld. We vragen Chaves of deze organisatie invloed heeft. „Nee, er is weinig samenwerking. Voorheen in de situatie van overproduktie is wel gesproken over regulering van het aanbod en over produktiebeperking, waardoor de producentenlanden meer invloed op de wereldmarktprijzen zouden krijgen. Door schaarste zijn echter alle overeenkomsten, waaronder de Internationale Koffieovereenkomst opgeschort. Bovendien heeft Brazilië, ondanks alle samenwerkingsverbanden zich altijd weinig van andere produktielanden aangetrokken. Onlangs verkocht het land in 2 dagen 1 miljoen zakken uit hun voorraad. Daar wisten wij mets van. Colombia voert geen voorraadpolitiek, de gevraagde koffie wordt direkt verkocht. Op dit moment zijn er volgens onze berekening slechts een half miljoen zakken in voorraad. Bovendien gaat alles buiten de beurs om, we verkopen direkt aan de importeurs."
Koffieboer in Amerikaans hemd tussen zijn koffie en bananen.
Douwe Meindertsma. Chaves en anderen noemen de speculatie ook als een van de oorzaken van de prijsstijging. Men vindt dat de beurs erg paniekerig reageert op elke onrustbarende berichtgeving uit de producerende landen. Men dekt zich nog steeds in tegen verdere prijsveriiogingen en zegt zich weinig te bemoeien met de speculatie. Want dat is traditioneel een zaak van de konsumentenlanden. Chaves benadrukt: „Er is geen koffie", en vindt dat het tekort voorlopig zal blijven bestaan. Colombia zet dan ook de plannen van diversifikatie van de produktie voorlopig in de ijskast. (Met diversifikatie wordt bedoeld de teelt van andere produkten naast de koffie om de eenzijdige afhankelijkheid van de koffieboer van één produkt te verminderen.) Nieuwe aanplant en verbetering van bestaande percelen worden aangemoedigd.
De kleine
koffieboer
Iedere keer als het kontaktsleuteltje omgedraaid wordt, maakt de motor een knagend geluid. Nu lukt het echt niet meer, denken we, maar het onverstoorbaar pogen van de chauffeur heeft steeds resultaat. Met acht man en twee dozen eieren in een rammelende taxi. De stuurruimte is minimaal, een linke zaak over de smalle bergweggetjes van de Andes. Het laatste stuk is alleen per jeep bereikbaar. Hier op een hoogte van 1000 tot 1800 meter op de berghellingen van de Andes groeit de koffie. We zijn op weg naar enkele afgelegen kleine koffieboeren. Bij de eerste boerenfamilie worden we meteen volgestopt met maisbrood en chokolade, aangemaakt met water. Ze wonen met z'n zevenen in een klein huisje met twee vertrekken. In de woonkamer staan slechts een kleine wankele houteti, tafel, twee stoelen en een smalle opbergkist. De muren hangen vol met zoetige tafereeltjes religieuze voorstellingen en voetbalplaten. De boer, driftig en trots, wil ons maar al te graag zijn 2 ha met koffiestruiken laten zien. Voordat we vertrekken steekt hij zich in een gloednieuw amerikaans hemd, poetst zijn laarzen en gespt zijn kapmes aan. Als we beneden langs de glooiende helling kijken ontwaren we een exotisch schouwspel: koffiestruiken met rode bessen en daarboven bananenbomen, die de koffie tegen de felle zon beschermen. We bewonderen zijn koffie, die hoofdzakelijk uit „Nacional" bestaat, de traditionele Colombiaanse koffiesoort. Sinds 1966 is een nieuwe soort de „caturra" ingevoerd, die veel hogere opbrengsten kan geven. Hij heeft niet vervangen, want de investering is erg hoog en krediet nemen is riskant. Hij zegt: ,3nige tijd geleden heb ik een krediet opgenomen, maar ik kon deze niet tijdig aflossen. Toen werd de rente verhoogd van 12 naar 14 en tenslotte naar 18%". Op deze wijze wordt het steeds moeilijker het krediet af te lossen. Veelal is onteigening van de grond het gevolg. Bovendien vereist de „caturra" veel kunstmest, anders is de produktie gering. De boer ver-
telt, dat door de gepeperde prijzen hij niet zoveel kunstmest kan kopen als nodig zou zijn. Naburige kleine boeren verkeren in eenzelfde situatie. Op de bedrijfjes worden de eerste bewerkingen gedaan. De boer haalt de koffiebessen (elke bes bevat twee bonen) door een eenvoudige handmolen. De bonen worden enkele dagen nat weggezet, waardoor het aanklevende vruchtvlees fermenteert. Daarna worden ze gewassen en in grote bakken in de zon gedroogd. De hele familie helpt de kleine en verdroogde bonen uit te selekteren, de bonen zijn dan klaar voor verkoop. Voordat de „groene" koffie het land verlaat, wordt nog het vliesje van de boon gehaald. Dit gebeurt in pellerijen, in het bezit van de exporteurs. De boeren verkochten aan de plaatselijke opkopers. Ze kregen ƒ3,90 tot ƒ4,10 per kilo, afhankelijk van de kwaliteit. Ze konden het haast niet geloven, toen we vertelden, dat in Nederland een half-pondspak koffie in de winkel ligt voor ƒ 6.—.
Kontrast In de uitgestrekte valleien nabij Manizales, een welvarende stad midden in het koffiegebied, bevinden zich de landgoederen van de grootgrondbezitters in koffie. De wegen zijn hier van uitstekende kwaliteit. Ja, zelfs beter dan de belangrijke noord-zuid verbinding, de Pan Americana, die het Latijnsamerikaans kontinent verbindt. We zijn op bezoek bij de koffiefamilie Londono y Londono, nazaten van een befaamde koffie-pionier. Vanaf de veranda van het kolosi.ale buitenhuis tuurt de eigenaar met zijn verrekijker over zijn honderden hectares koffie. De gronden zijn geheel beplant met caturra. Deze boom heeft een belangrijke produktieverhoging op zijn bedrijf mogelijk gemaakt. Volgens Londofio is de maximaal haalbare produktie per ha en per boom bereikt door juist gebruik van kunstmest, schaduwwerking en afstand tussen de bomen. Hij beschikt over een tweetal installaties, die mechanisch de bonen van de schil ontdoet, ze schoonwast en droogt. De nieuwste installatie heeft een kapaciteit van 50.000 kg per dag en heeft 130.000 dollar gekost. Beide worden alleen voor eigen koffie gebruikt. De gemiddelde opbrengst van bedrijven van 10 ha is 550 pond per ha, voor bedrijven van 50 ha: 2575 pond per ha.
Drie gulden vijftig per dag De koffieplukkers op één van de bedrijven van Londono zijn verontwaardigd over hun situatie: „Wij verdienen 50 pesos per dag (1 peso IS 7 cent) en daarvoor moeten we van 's morgens half zes tot 's avonds half zes werken. Hoe kunnen we daarvan onze gezinnen onderhouden? Eén liter melk is nu van 4 naar 8 peso gestegen, het zout van 1,80 naar 4 peso per pond, de suiker kost nu 7,80 per pond i.p.v. 3,80 twee maanden terug." „We weten, dat onze baas veel verdient, maar wij zien er niets van". Ander of beter werk is er niet te vinden. Dan maar koffieplukken zeggen twee jongens, die er net de militaire dienst op hebben zitten. „Wat moet je anders om in leven te blijven?" Ze slapen door de week op de hacienda (benaming voor grootgrondbezit). Zaterdag tegen de middag gaan ze per vrachtwagen naar hun gezin in de stad. De koffieplukkers profiteren niet van de gestegen koffieprijzen. Voor
januari 1970 juni 1975 juni 1976 maart 1977
verbetering van lonen moet in Colombia hard gevochten worden door de vakbonden. En op het platteland ligt dit moeilijk. De plukkers zijn in tijdelijke dienst en trekken vaak van het ene naar het andere gebied, omdat de oogsten niet gelijktijdig vallen in Colombia Hierdoor zijn ze moeilijk te organiseren. Hier en daar komen organisaties van de plukkers van de grond, maar ze worden tegengewerkt door de grootgrondbezitters en plaatselijke autoriteiten. Door het grote aanbod geven de plantage-eigenaren een lagere loon, dan het wettelijk vastgestelde minimumloon. De landarbeider wordt rechtstreeks gekonfrontperd met de inflatie, die de laatste maanden ongekende vormen aanneemt.
Afroming Vanaf 1970 steeg de prijs, die de boer voor zijn koffie ontving zeer geleidelijk. Vanaf juni 1975 begonnen de scherpe prijsstijgingen op de wereldmarkt. In het begin profiteerde de boer hier duidelijk van: in één jaar tijd zag hij zijn inkomsten verdubbelen van ƒ 1,60 naar f 3,50 per kilo. Maar terwijl de noteringen op de markt vanaf juni 1976 tot ongekende hoogten opliepen, tot over de vijftien gulden per kilo ontving de producent niet meer dan vier gul-
Een koffieplukker. den. Kreeg hij in juni 1976 nog 40% van de beursprijs, in maait was dit ongeveer een kwart. Het opmerkelijke achterblijven van de binnenlandse prijs wordt verklaard door het ingrijpen van de Colombiaanse regering. De minister van ekonomische zaken Abdon Espinoza Valderrama verkondigt de stelling, dat indien de producenten hogere opbrengsten zouden krijgen de inflatie hierdoor aangewakkerd zou worden. Doordat de boeren meer goederen zullen vragen en het aanbod van goederen niet in hetzelfde tempo kan meegroeien zullen de prijzen stijgen. Het gaat om vier miljoen mensen, die afhankelijk zijn van de koffie, een niet gering aantal op een totale bevolking van 23 miljoen. De regering stelt in overleg met de Fedecafé de binnenlandse prijspolitiek t.a.v. de koffie vast. De Fedecafé heeft tot taak te interveniëren op de binnenlandse markt. Zij koopt de koffie op tegen officieel vastgestelde prijzen. De Fedecafé heeft een uitgebreid apparaat tot haar beschikking, zoals de Banco Cafetero (de koffiebank), eigen opslagplaatsen en pellerijen. Tevens beheert zij het N?tionale Koffiefonds, dat opgezet is
prijs beurs prijs Colombiaanse New York per kg boer per kg ƒ 2,75 ƒ 1,— 3,75 1,60 8,65 3,50 15,4,-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976
Ad Valvas | 440 Pagina's