Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1976-1977 - pagina 321

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1976-1977 - pagina 321

13 minuten leestijd

X AD VALVAS — 1 APRIL 1977

Gokspel rond de doelstelling In Ad Valvas van 25 maart wordt verslag gedaan van de universiteitsraad • van 22 maart waar met 20 tegen 19 een motie werd aangenomen om instemming met de doelstelling te vragen aan de leden (sub)-fakulteitsbesturen en van de voorzitter van de UR. Daarnaast zouden leden van alle soorten raden (fakulteitsraden, RSA enz.) moeten verklaren naar vermogen in de geest van de doelstelling te werk te zullen gaan (de zgn. „danwel- of bereidverklaring"). Laatstgenoemde verklaring geldt op dit moment voor (sub)fakulteitsbesturen en de UR. Overigens, als het veertigste lid van de UR wel aanwezig was geweest, was de motie met 20 tegen 20 afgewezen. Het verslag in Ad Valvas is een zo feitelijk mogelijke weergave van de gebeurtenissen waarin geen analyse van deze zoveelste opvoering rond de doelstelling wordt gegeven. Deze analyse was ook niet gemakkelijk te geven, omdat een groep UR-leden weigerde te diskussieren over de wijze waarop zij het passief kiesrecht van de grote groep nietinstemmers op deze imiversiteit verkwanselden om maar een uitbreiding van de zgn. „dan-wel of bereidverklaring" te kimnen bewerkstelligen. Hieronder een poging deze beschamende „onderhuidse" gebeurtenissen weer te geven.

Meerderheid uitbreiding

tegen

Er was het volgende aan de hand: 18 a 19 raadsleden vooral afkomstig uit het progressieve gedeelte van de raad waren tegen verdere uitbreiding van de „bereid — of dan-wel verklaring" (in het vervolg dan-wel verklaring), omdat men van verdere reglementering nieuwe pogingen tot politieke diskriminatie verwacht en/of reglementering van de doelstelling onzinnig of zelfs schadelijk acht voor de konkretisering van de doelstelling en/of omdat steeds meer mensen geen verklaring betreffende de doelstelling willen ondertekenen b.v. omdat het bestaan van de doelstelling alleen blijkt uit konflikten rond reglementering en uitsluiting van anders denkenden, enz. Vervolgens was er een groep van 18 UR-leden vóór uitbreiding van de dan-wel verklaring. Tot slot waren daar de drie VUSO vertegenwoordigers, die ook tegen de uitbreiding van de dan-wel verklaring zijn, omdat deze verklaring hen niet ver genoeg gaat. De interpretatie van de dan-wel verklaring is immers niet eenduidig, terwijl de UR in december besloot de aanspreekbaarheid op deze verklaring niet te reglementeren. Bijv. de URleden Veenhof en Van Baars e.a., en het bestuur van de vereniging geven een inhoud, die gaat lijken

Aan Utrechtse

Door Henk (PKV)

werven bedachten de geacht^ URleden Verheul, Veenhof, Vroon en i misschien nog enige anderen een Onredelijk ruil: de VUSO werd het instemmen voor besturen geboden (en het pasEen ding heeft deze hele vertoning sief kiesrecht aan niet-instcmmers op 22 maart in ieder geval heel t.a.v. besturen ontnomen) als de duidelijk gemaakt: nml. hoe Juist VUSO maar akkoord zou gaan het is om zich tot het uiterste temet uitbreiding van de dan-wel gen verdere reglementering van de verklaring naar raden op 22 maart. doelstelling te blijven verzetten. Immers, ons verzet tegen verdere Deze ruil, belichaamd in de nu reglementering, betrof geenszins de aangenomen motie zou gelet op doelstelling zelf. Integendeel, we vroegere uitspraken of zelfs gezien konden aangeven dat door allerlei uitspraken gedaan op 22 maart reglementerings- en uitsluitingsvan de UR-leden geen schijn van kwesties in het recente verleden de kans kunnen maken. Er zijn naast doelstelling schade is berokkend. de VUSO nog wel een paar URWe hebben wederom onze reeds leden als Van Baars, Verheul en vaak uitgesproken bereidheid tot Van Dijk vóór instem-eisen t.a.v. meewerken aan de konkretisering demokratisch gekozen bestuursorvan de doelstelling herhaald. ganen, maar de grote meerderheid heeft zich daar in de UR of in Een groot gedeelte van de groep persoonlijke gesprekken expliciet die voor verdere reglementering tegen uitgesproken. Twee voorbeelis verklaart reglementering den slechts: 1) C. de Zoete, lid van niet belangrijk, geen garantie, onde UR voor de TAS en lid van de dergeschikt of iets dergelijks voor werkgroep doelstelling, spreekt de doelstelling te vinden en verzich in een minderheidsrapport uit klaart tegen reglementering als voor het handhaven van de dan-' middel tot uitsluiting voor demowel verklaring voor besturen en kratisch samengestelde bestuursorspreekt in de UR van 22 maart geganen te zijn. Kortom aan de ene voelvol over een verderfelijk kant nogal sterke bezwaren tegen machtsstreven op de VU en anreglementering (aantasting demoderssoortige verloederingen van de ikratie en schade doelstelling) terchristelijke radicaliteit. De danwijl aan de andere kant de arguwel verklaring is er dan ook almenten pro (niet wezenlijk voor leen voor de ondertekenaar zelf en doelstelling en niet bedoeld voor vooral niet om anders denkenden uitsluiting van anders denkenden, uit te sluiten. Op 22 maart gaat slechts een sluitstuk) niet doen C. de Zoete net zo gemakkelijk vermoeden dat de inzet voor de akkoord met instemming eisen voorstanders van reglemeiitering voor besturen, zonder enige openerg groot is. bare toelichting. De Zoete blijkt in Toch werd het verzet tegen reglefeite hard mee te werken aan mentering beantwoord met een de eerste stap om mij en vele anvoorstel tot uitsluiting van nietderen radicaal van een „stukje" in-Jtemmers van besturen, en werd passief kiesrecht uit te sluiten. dit voorstel gesteund door velen die zeggen reglementering niet be2. Een aantal verenigingsleden die langrijk te vinden en zeker niet te zich op 14 december tegen uitwillen gebruiken voor uitsluiting. sluiting en voor de dialoog verDit is een zeldzame kombinatie klaren. Blijkbaar geldt dit prinvan onredelijkheid, opportunisme cipe niet voor besturen van (sub)en afbraak van demokratie; een fakulteiten want een aantal van hen zeldzaam bewijs ook van het gelijk (Ramshorst, Kramer-v. d. Zee, van de bijna 5000 personen die hun Vroon) stemde voor de instemhandtekening tegen verdere reglemotie. Zo kunnen we nog wel even mentering van de doelstelling zetdoorgaan, er is nog een hele rits ten en de reeds gedane uitspraken raadsleden aan te wijzen die in van (sub)fakulteiten van die strekstrijd met eigen beweerde opvatking. tingen meededen aan het omkopen van de VUSO.

Wesseling

op de eis tot instemming met de doelstelling, terwijl deze verklaring volgens ondergetekende het erkennen van het recht op een doelstelling betekent. (Overigens tekent dit verschil in interpretatie gelijk het gevaar van uitbreiding van de dan-wel verklaring, omdat dit verschil een aanleiding kan zijn tot de door ons gevreesde politieke diskriminatie-konflikten. Maar uitsluiting m.b.v. de dan-wel verklaring zal natuurlijk niet zo gemakkelijk zijn als met een eis tot instemmen met de doelstelling. Hoe dan ook, de VUSO was alleen voor het vragen van instemming voor leden van (sub)fakulteitsbesturen, zodat er een meerderheid was tegen uitbreiding van de dan-wel verklaring bestaande uit progressieven en aanverwanten, samen met de meest reaktionaire groep op dit thema, nl. de VUSO. Dit bleek 15 maart tijdens de eerste ronde.

Ruil met de

VUSO

Er was dus wel een meerderheid voor verdere reglementering van de doelstelling ondanks dat zovelen (nu al bijna 5000 handtekeningen) en een aantal (sub)fakulteit$raden zich daartegen uitspraken, maar niet voor verdere uitbreidin» van de dan-wel verklaring. Om nn toch een meerderheid voor uitbreiding van de dan-wel verklaring te ver-

Zo'n klein ,Adje' van zes piek leest iedereen

Om uitbreiding van de dan weiverklaring naar raden te bewerkstelligen gaat men zonder enige moeite akkoord met uitsluiting van niet-instenuners van het lidmaatschap van (sub)fakulteitsbesturen. Zonder dat daar «nige aanleiding toe is. Nooit heeft enig (sub)fakulteitsorgaan laten weten dat met niet-instemmers slechter te besturen valt; er zijn zelfs besturen waar men zich tegen de nu verplichte ondertekening van de „danwelverklaring" verzet. Geen enkele argumentatie wordt gegeven. Kortom een nieuw brokje politieke discriminatie, althans een nieuwe poging.

universitiet

Vivisektie niet meer verplicht

Het UR-lid Vroon (vereniging vindt op 22 maart tijdens de URvergadering dat politieke discriminatie bij uitbreiding van de „danwel verklaring" voorkomen moet worden. Later in de vergadering wordt de motie aangenomen waarvan hij één van de ondertekenaars is en waarin men zich o.i. uitspreekt vóór politieke discriminatie t.a.v. besturen. Het zal duidelijk zijn waarop, naast alle andere bezwaren, een garantie van Vroon, de Zoete c.s. tegen politieke discriminatie ons niet zoveel meer zegt.

studenten aan de Rijksuniversiteit in Utrecht, die principiële bezwaren hebben tegen het doen van proeven op levende dieren, hoeven niet langer bang te zijn voor een nul als examencijfer, als zij vivisectie weigeren. De universiteitsraad heeft een motie aangenomen, waarin ondermeer staat, dat deelneming aan het onderwijs waarbij vivisectie wordt toegepast, niet verplicht wordt gesteld voor studenten met gewetensbezwaren daartegen. Deze studenten krijgen „proefdiervrije" mogelijkheden om aan de exameneisen te voldoen. Indiener van de motie was het Unomen amendement wordt de naraadslid dr. Margadant. De tekst druk gelegd op een „dierproefwas opgesteld door de werkgroep vrije" studie, als alternatief voor „biologische experimenten" van de onderwijs met vivisectie. De uniUtrechtse Biologen Vereniging. versiteitsraad vindt het gewenst, dat In de motie wordt verwezen naar de ontwikkeling en toepassing van de enkele maanden geleden aangemethoden om gelijkwaardige kennis nomen wet op de dierproeven. te verkrijgen zonder gebruik te Hierin wordt alleen gesproken over maken van vivisectie of dierproegewervelde dieren. In de nu aangeven krachtig wordt gestimuleerd. nomen motie wordt die beperking Bij de voorbereiding van beleidsniet gemaakt. Het werken met dode beslissingen ten aanzien van wetenof gedode dieren wordt bewust schappelijk onderzoek en onderwijs buiten beschouwing gelaten omdat moet volgens de raad aandacht de onderwijsproblemen dan veel worden besteed aan de mogelijkgroter zpuden worden. heden om het gebruik van proefBinnen de universiteit is nu een dieren zoveel mogelijk te beperken. discussie op gang gekomen over de Met het aanvaarden van de motie vraag, wanneer een dier nu al dan heeft de universiteitsraad Utrecht niet dood is. Daarbij wordt gewe- ~ zich gesteld achter het standpunt zen op proeven met dieren, waarvan dr. Margadant, dat allen in het van de hersenen zijn vernietigd, wetenschappelijk onderwijs zich bezodat er alleen sprake is van een wust moeten zijn van hun verhersendood. antwoordelijkheden ten opzichte In de motie en een daarbij aangevan levende proefdieren. ANP)

al volgt daarna de redenering: „uitbreiding van de „dan-wel verklaring" is toch wel het minimum waar de VU recht op heeft; Oh nee, reglementering is helemaal niet wezenlijk voor de konkretisering van de doelstelling; en ach, die politieke discriminatie, jullie moeten een beetje vertrouwen hebben, enz. enz."

'

'Humor' Alleen Houtman (W.P.) durft tijdens de raadsvergadering openlijk te zeggen dat hij vóór de instemmotie zal stemmen als anders uitbreiding van de „dan-wel verklaring" niet doorgaat. De rest zwijgt schijnheilig of geeft „humor" ten beste om diskussie te vermijden, (ik weet, dat hij weet, dat ik weet, dat hij weet). In privé-telefoongesprekken geven de meesten van hen die hun standpunt tegen politieke discriminatie op een dergelijke wijze te grabbel gooien dezelfde motivatie op als Houtman. Meest-

Geen

compromis

Waarschijnlijk verwachten een aantal leden van de raad die voor de motie gestemd hebben dat uitbrei-

ding naar raden van de danwel verklaring in een later stadium nu een aanvaardbaar kompromis kan vormen. Bovenstaande zal duidelijk gemaakt hebben dat het onsmakelijke gokspel in de UR van 22 maart een dergelijk kompromis nog onaanvaardbaarder gemaakt heeft als het al was, ook al kon dat eigenlijk niet. De UR zal op dit besluit moeten terugkomen. Wij zullen ons daarbij niet verzetten tegen handhaving van de danwel verklaring voor (sub)fakulteitsbesturen. Ons inziens is ook deze verklaring overbodig omdat ze geen enkele garantie vormt voor konkretisering van de doelstelling en aanleiding kan zijn tot konflikten, terwijl reglementering in het algemeen naar onze bescheiden mening een zwaktebod vormt als het om behoud van doelstelling of identiteit in onderwijs en wetenschap gaat. De dan-wel verklaring voor besturen vormt echter onderdeel van het kompromis dat sinds 1972 is ontstaan en waarbij enerzijds een aantal reglementaire o.i. overbodige, garanties voor het behoud van de doelstelling werden geschapen, anderzijds de politieke risico's van deze reglementering voor de toch al niet denderende universitaire demokratie voor ons nog te overzien waren. Tot nu toe hebben we deze risiko's, samen met alle geestverwanten op dit punt, kunnen beheersen, zij het met aanzienlijke inspanning. Kortom reglementering vormt voor ons geen wezenlijk punt. Vergroting van de risico's voor behoud en uitbouw van de imiversitaire demokratie vormt dat wel. Verdere reglementering, zeker uitbreiding van de dan-wel verklaring naar alle (sub)fakulteiten, vormt een onaanvaardbare vergroting van genoemde risico's. Een kompromis op dit punt is uitgesloten. Het aanbod van garanties tegen politieke diskriminatie van o.a. Vroon vormt tegen de achtergronden van de gebeurtenissen van de UR van 22 maart niet aHeen een lachwekkend, maar ook cynisch aanbod. Om maar te zwijgen van het beschamende feit dat zulke garanties überhaupt ter sprake moeten komen. Ik zal verder niet ingaan op de positie van het bestuur van de vereniging, de preciese politieke betekenis van dit onmogelijke besluit (dat men in de subfakulteiten niet wil, en dat in de UR slechts een zeer wankele meerderheid heeft) enz.; het ging me er slechts om om uiteen te zetten op welke wijze het „hoogste" bestuursorgaan aan de VU meent de toch zeer massaal geuite wens tegen verdere reglementering te kunnen negeren.

Dr. W. Metz tegen uitbreiding van de bereidverklaring Naar aanleiding van de behandeling in de universiteitsraad van het voorstel tot uitbreiding van de bereidverklaring tot andere raden dan de UR schreef dr. W. Metz, lector medische vakfilosofie en vakethiek aan de VU, in een brief het volgende aan de UR-leden: „De Universiteitsraad zal zich in haar zitting van 22-3-1977 bezig houden met de rol van de doelstelling bij de selektie van kandidaten voor wetenschappelijke en bestuurlijke f unkties. Dat is een omstreden zaak en ik ontleen daaraan de vrijheid een enkele opmerking onder Uw aandacht te brengen. De universiteit stelt zich ten doel „ . . . al haar arbeid in gehoorzaamheid aan het Evangelie van Jesus Christus te richten op het dienen van God en Zijn wereld". Dat is een immense opgave. Als de V.U. ernst maakt met haar doelstelling zal zij er niet aan kunnen ontkomen haar wetenschapsbeoefening bij voortduring te toetsen op haar „gehoorzaamheid" en haar „dienst". De V.U. laat die 'oetsing achterwege. Zij laat de autonomie van de wetenschapsbeoefening onverlet en schrijft de vrijheid van wetenschapsbeoefening hoog in haar vaandel. Zij meent aan haar doelstelling te hebben voldaan als zij het bestuurlijk en wetenschappelijk kader bezet met, op hun belijdenis en politieke inzicht getoetste, christenen. Dat moet een misvatting heten. Ook zij die deze sebktie hebben doorstaan kunnen zich beroepen op de vrijheid van wetenschapsbeoefening en iedere toetsing van hun weten-

schappelijk of bestuurlijke arbeid aan „gehoorzaamheid" en „dienst" afwijzen. Op deze wijze toegepast heeft de doelstelling geen enkele konsekwentie voor de wetenschapsbeoefening. Zou echter de V.U. de grootse taak die zij zich met haar doelstelling ten aanzien van de wetenschapsbeoefening oplegt, ter hand nemen dan zou zich „vanzelf" een scheiding der geesten voltrekken. Laat zij dat na dan zullen haar pogingen de ontkerstening van de V.U/ te stuiten, falen. Dan wordt alleen bereikt dat de, eind vorige eeuw bestaande achterstelling van de orthodoxe bevolkingsgroep en haar professorabelen, in haar tegendeel omslaat. Op grond van bovenstaande overwegingen stel ik mij achter het verzoek vai» de studenten om 4* ^' reidveriilaring niet vit te breiden,.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976

Ad Valvas | 440 Pagina's

Ad Valvas 1976-1977 - pagina 321

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1976

Ad Valvas | 440 Pagina's